De discussie over de organisatie en de veiligheid van het schoolvervoer is niet nieuw. Het dramatische ongeval in Buggenhout heeft nogmaals duidelijk gemaakt hoe belangrijk het is dat kwaliteit en veiligheid altijd vooropstaan. Voor BTB-ABVV betekent dat ook investeren in de mensen achter het stuur.

Net daar zien we een verontrustende evolutie. Terwijl het aantal leerlingen dat de schoolbus neemt is gestegen, volgt het aantal chauffeurs met een volwaardig contract die stijging niet. Integendeel: steeds meer ritten worden uitgevoerd door flexi-jobbers. Daardoor komen chauffeurs die van het beroep hun volwaardige job en loopbaan willen maken steeds meer onder druk te staan.

De paradox in de cijfers
De cijfers tonen een opvallende paradox. Het aantal actieve chauffeurs met een volwaardig contract blijft al drie jaar op hetzelfde niveau, terwijl de vervoersvraag sterk is toegenomen. In 2021 namen 35.393 leerlingen de schoolbus; vandaag zijn dat er 45.728. Dat is een stijging van 29% op vijf jaar tijd. De kern van die paradox: de groei met ruim 10.000 extra leerlingen heeft zich nauwelijks vertaald in bijkomende volwaardige jobs. Terwijl de operationele capaciteit rond 2.148 chauffeurs blijft hangen, groeit het aantal flexi-jobbers exponentieel. Momenteel wordt 60% van de flexi-jobs in de bus-en carsector ingevuld door schoolbuschauffeurs, dat betekent bijna 2400 schoolbuschauffeurs op een totaal van 4000 flexi-jobchauffeurs. Opvallend hierbij is dat 62,5% van deze flexi-jobchauffeurs gepensioneerd is.


Van tijdelijk redmiddel naar structurele verdringing

Flexi-jobs werden naar voren geschoven als een manier om het chauffeurstekort op te vangen. Als tijdelijke en aanvullende oplossing kunnen ze een rol spelen. Maar wanneer deze goedkopere en flexibelere tewerkstellingsvorm structureel wordt ingezet, dreigt ze volwaardige tewerkstelling te verdringen.

Frank Moreels, voorzitter BTB-ABVV: “Schoolbuschauffeurs hebben altijd al een van de meest precaire statuten onder de buschauffeurs gehad. Korte contracten van bepaalde duur, soms van schoolvakantie tot schoolvakantie, en weinig zekerheid wanneer ze niet aan het werk zijn. Vandaag zien we in sommige bedrijven dat schoolbusvervoer bijna uitsluitend door gepensioneerde flexi-jobbers wordt uitgevoerd. Als we die evolutie laten doorgaan, dreigt de chauffeur die van schoolvervoer zijn volwaardige beroep maakt, helemaal te verdwijnen.”

Veilig schoolvervoer begint bij investeren in chauffeurs
Veilig schoolvervoer gaat over meer dan voertuigen, regels en procedures. Ook continuïteit en ervaring spelen een belangrijke rol. Een chauffeur die langdurig dezelfde opdracht uitvoert, kent de leerlingen, de route, de haltes, de ouders, de begeleiders en de schoolomgeving. Zeker in het buitengewoon onderwijs is die vertrouwdheid van grote waarde. Een vaste chauffeur bouwt ervaring op, herkent situaties en zorgt voor continuïteit en vertrouwen bij leerlingen en hun omgeving.

Tom Peeters, adjunct-federaal secretaris BTB-ABVV Wegvervoer en Logistiek: “Een volwaardig contract kost een werkgever meer dan een flexi-job. Maar die meerkost is geen overbodige uitgave. Het is een investering in vakmanschap, continuïteit en veilig vervoer. Wie schoolvervoer uitsluitend organiseert vanuit de goedkoopste contractvorm, dreigt uiteindelijk meer verloop en minder zekerheid te organiseren. Veiligheid mag nooit het resultaat zijn van een race naar de laagste prijs.”

De discussie over schoolvervoer die na het ongeval in Buggenhout opnieuw volop werd gevoerd, mag daarom bij de start van een nieuw schooljaar niet opnieuw naar de achtergrond verdwijnen. Voor BTB-ABVV moet de kwaliteit van het schoolvervoer hand in hand gaan met de kwaliteit van de jobs.

BTB-ABVV vraagt daarom:
contracten van onbepaalde duur als norm, of minstens contracten van tien maanden;
een einde aan contracten van schoolvakantie tot schoolvakantie;
behoud van anciënniteit en sociale rechten;
een gewaarborgde overbrugging tijdens de zomer;
flexi-jobs uitsluitend als aanvulling, nooit als vervanging van reguliere jobs.
BTB-ABVV roept de overheid, De Lijn en de busondernemingen op om de concurrentie op loon- en arbeidsvoorwaarden te stoppen en te investeren in een volwaardig statuut voor schoolbuschauffeurs.

Het nieuwe schooljaar moet ook het moment zijn om lessen te trekken uit de problemen waarmee het schoolvervoer al jaren kampt. Meer leerlingen vervoeren met steeds minder chauffeurs die van schoolvervoer hun volwaardige beroep kunnen maken, is geen duurzaam model.

Wie veilig en kwaliteitsvol schoolvervoer wil, moet investeren in de mensen achter het stuur. Flexi-jobs kunnen helpen om tijdelijke tekorten op te vangen, maar mogen nooit het model worden waarop we het schoolvervoer van morgen bouwen.

Meer info:
Tom PEETERS
Adjunct Federaal Secretaris BTB-ABVV Wegvervoer & Logistiek