Francken weet niet wanneer militairen onder de nieuwe pensioenregeling met pensioen kunnen
Minister van Defensie Theo Francken (N-VA) geeft in een antwoord op een schriftelijke vraag van Vlaams Belang-volksvertegenwoordiger Annick Ponthier toe dat hij niet kan bepalen wanneer militairen onder de nieuwe pensioenregeling effectief met pensioen kunnen. Evenmin kan hij een uitstroomprognose voor de komende tien jaar geven, en ook weet hij nog niet welke functies militairen boven 55 jaar zullen uitoefenen. “De regering-De Wever verhoogt eerst de pensioenleeftijd, en onderzoekt pas daarna de gevolgen”, aldus Ponthier. "Deze ondoordachte pensioenhervorming is er één met de botte bijl, en die zal inhakken zowel op de individuele militair als op de organisatie."
De tabellen vermelden 5.469 militairen uit de overgangscohorten 1971-1980 en 560 militairen uit geboortejaar 1981. Van deze minstens 6.029 betrokken militairen zijn er 2.769 onderofficier, of 45,9 procent. Het werkelijke totaal blijft onbekend, want Francken stelt dat alle militairen geboren vanaf 1971 worden getroffen, terwijl zijn cijfers stoppen bij 1981. “Bijna de helft behoort tot het middenkader, de ruggengraat van Defensie. Net deze ervaren militairen dreigen voortijdig af te haken”, aldus Ponthier.
Francken geeft evenmin aan hoeveel jaar militairen gemiddeld langer moeten werken of hoeveel pensioneringen Defensie jaarlijks verwacht. “Defensie investeert miljarden in nieuw materieel, maar vliegt blind als het over haar eigen personeel gaat”, stelt Ponthier.
“Deze hervorming is een budgettaire besparingsoperatie op de rug van onze militairen”
Ook de verwijzing naar het sociaal akkoord overtuigt volgens het Vlaams Belang niet. Francken schrijft dat de maatregelen uit dat akkoord een antwoord ‘moeten bieden’ op de problemen met retentie, rekrutering en aantrekkelijkheid, maar hij geeft geen cijfers, meetbare doelstellingen of concrete garanties. Het sociaal akkoord werd oorspronkelijk bovendien alleen door ACMP ondertekend. ACV, ACOD en VSOA wezen op de onzekere budgetten, de ontbrekende overgangsgaranties en de gebrekkige uitvoeringstermijnen. “Een sociaal akkoord waarvan de minister zelf niet kan aantonen dat het de negatieve gevolgen van zijn pensioenbeleid opvangt, blijft een pleister op een open wonde”, aldus nog Ponthier.
Bovendien kan Francken nog geen concrete functies voor militairen boven 55 jaar noemen. Een studie over “werkbaar werk” moet nog starten. “Deze hervorming is geen doordacht personeelsbeleid, maar een budgettaire besparingsoperatie op de rug van onze militairen. Zij worden het slachtoffer van een zoveelste stinkende kameel”, besluit Ponthier.
Fré Pas
Persmedewerker Vlaams Belang