Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

Geloven en weten – pleidooi voor een sober atheïsme


Geloven en weten – pleidooi voor een sober atheïsme Over de relatie tussen religie en wetenschap worden al snel eenzijdige standpunten ingenomen vanuit beide invalshoeken, die het debat vertroebelen. “Geloven en weten – pleidooi voor een sober atheïsme” is een poging om beide met elkaar te verzoenen en helderheid te scheppen, aldus de filosoof Lambertus De Rijk. Hij doet dit met eruditie vanuit een moderne invalshoek waarbij hij argumenten uit de neurowetenschappen, wetenschapsfilosofie, moraalwetenschappen en theologie met elkaar in dialoog laat treden. Het debat benadert hij wel eerder wetenschappelijk, maar toch met een respect voor de theologie. Het is meteen duidelijk dat hij geen naprater is, hij komt dan ook tot verrassende inzichten.

Zijn belangrijkste bijdrage is het aantonen van de verkeerde argumenten die door respectievelijk religieuzen en antireligieuze wetenschappers worden ingenomen. Een religieus die zijn god als ‘waar’ aanduidt, is verkeerd bezig. Hetzelfde met een wetenschapper die stelt dat een religie geen enkel nut heeft, met als meest bekende hedendaagse voorbeeld Richard Dawkins. De Rijk volgt hier gedeeltelijk het idee van Stephen Jay Gould over de onafhankelijke magisteria als het gaat om religie en wetenschap, maar hij geeft er ook duidelijke kritiek op. Wetenschap gaat over het waarheidscriterium, doceert De Rijk, maar religie het werkzaamheidscriterium – een religie kan nuttig zijn omdat het mensen samenhoudt. “Religie [is] niet een kwestie van kennistheoretisch toetsbare logische waarheden. Ze betreffen een empathisch aanvoelen van wat werkzaamheid is.”

Bij de uitwerking van dit aspect komt hij tot het volgende besluit: “motivatie/inspiratie stuwt, maar stuurt niet”. Wat verder verduidelijkt hij dat de “stuwende kracht verantwoordelijk is voor het engagement als zodanig… Maar munitie leveren voor een klemmende argumentatie, dat kunnen zij niet.” Religie is dus een vorm van inspiratie, dat plaats moet behouden voor sturende wetenschappen. Voor zelfs een heel religieuze persoon blijft religie een deelaspect, waardoor ieder in het handelen steeds zou uitgaan van seculiere overwegingen. Bij deze redenering blijf ik bewust dicht bij de verteltrant van de tekst, om de toon van het boek weer te geven, dat, zoals voor alle filosofische werken, wat concentratie vereist.

Bij zijn kritiek op de theologie komen zowel de godsbewijzen van Anselmus en Aquinas aan bod, twee bekende middeleeuwse theologen met ondertussen een heilige status. God valt niet te bewijzen, dus hun pogingen om dat wel te doen geven aan dat de theologie toen al vals speelde en zich waarheid onrechtmatig toe-eigende. In het boek ‘Gods filosofen’ van wetenschapshistoricus James Hannam, worden deze godsbewijzen echter heel anders geïnterpreteerd. Na het godsbewijs van Ansemus in een paragraaf samen te vatten, komt Hannam tot het volgende besluit: “Wat deze redenering zeker niet beoogt, is een scepticus het bestaan van God te bewijzen. Anselmus bedoelde haar om iemand die al absoluut zeker weet dat er een God is te helpen begrijpen waarom een dergelijke God noodzakelijk is.” Over Aquinas komt hij tot een gelijkaardig besluit, in contradictie met dit boek.

De Rijk bespreekt ook het religieuze denken van de wetenschapper bij uitstek, Einstein zelf. Einsteins kosmische god (“god dobbelt niet”), dat een vorm van religiositeit is met een onpersoonlijke, kosmische god. Meer hierover ook in het artikel “Over Einsteins visie op religie en wetenschap” van Herman De Dijn. Zowel De Rijk als De Dijn voelen een affiniteit met Einstein, waarbij het me voorkomt dat ze beiden de andere kant van dezelfde medaille proberen te beschrijven. Laat me verder tegenover deze Einsteiniaanse ‘kosmische god’, ver van de mens, het werk van de Franse filosoof René Girard plaatsen. Deze stoelt de religie net op een soort historisch-menselijke maat, en door zijn denkwerk komt hij tot het besluit om zich tot het katholicisme te bekeren – maar zijn conclusies betekenen niet noodzakelijk een tegenwerping van de kosmische god: de god van de mens is een referentie naar een wrede oorsprongsmythe, in een poging deze wreedheid te bedwingen.

Andere belangrijke denkers komen aan bod. Kants poging om rede en religie met elkaar te verzoenen. De theoloog Hans Küngs oervraag waarom er überhaupt iets is. Het religieuze antwoord van Alister McGrath op Dawkins’ antireligiositeit als kenmerkend voor de huidige zwart-wit dovemansdiscussie tussen religie en wetenschap. De Rijk geeft ook aan hoe zowel religieuzen als wetenschappers claims kunnen geven die niet correct zijn, Een theoloog die god als bewijsbaar acht begaat een grote denkfout, net zoals een wetenschapper die geen plaats geeft aan een religie uit puur wetenschappelijke overwegingen.

Om het boek te appreciëren is een zekere inspanning vereist: concentratie, maar ook filosofische kennis en vertrouwdheid met het onderwerp. Dit is dus zeker niet voor iedereen weggelegd. Vandaar dat ik dit boek zeker kan aanbevelen indien de lezer bereid is om aan de hand van vele andere boeken zich in te werken in het boeiende thema “religie versus wetenschap”, zelfs en vooral indien de lezer het er niet volledig mee eens is. De dichotomie “religie versus wetenschap” gaat dan ook niet enkel over hoe religie en wetenschap zich met elkaar zouden moeten verhouden, maar zeker ook over de opinie van de denkers van vandaag, die bijna automatisch in één van beide kampen terecht komen. Men kan namelijk niet praten over de discussie tussen religie en wetenschap zonder naar de inbreng te kijken van schrijvers die hierover bijdragen leveren. Dat bemoeilijkt het debat, maar maakt het tegelijk zeer menselijk en interessant.

Lambertus (L.M.) de Rijk (Geboren 1924) is een Nederlands emeritus hoogleraar wijsbegeerte, met als specialiteit de klassieke en middeleeuwse filosofie. Hij was ook oud-politicus voor de PVDA, uit protest voor het Bisschoppelijk mandement van 1954 – waarin verboden werd aan katholieken om lid te worden van een socialistische organisatie. Hij schreef al in 2006 “Religie normen waarden”. Zijn curriculum bewijst dat hij zich al jarenlang met dit probleem in de diepte bezighoudt met affiniteiten aan beide kanten van de medaille. Wat me echter regelmatig opviel waren de schrijffouten en andere slordigheden in de eindredactie van de tekst, die de moeilijke tekst niet altijd hielpen te begrijpen. Dit in tegenstelling met het denkwerk achter het boek, dat zeker geen haastwerk was, en dat voor mij toch een voldoende excuus is voor de fouten.

Door Rob Lemeire (toegevoegd op 10/02/2011)

Stuur dit artikel naar een vriend - Stuur dit artikel naar een vriend(in)

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons