Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

De illusie van de bewuste wil


De illusie van de bewuste wil De gerenommeerde psycholoog Daniel M. Wegner stelt in dat de vrije wil, die eenieder van ons denkt te hebben, een illusie is. In de filosofie werd deze stelling al uitvoerig bediscussieerd, maar de auteur bekijkt het vanuit een andere hoek. Via resultaten vanuit sociaal-wetenschappelijk psychologisch onderzoek, uitgevoerd door hemzelf en talrijke andere experts uit de voorbije eeuw, poogt hij een sluitende verklaring te vinden voor zijn stellingname.

De bewuste wil, het aanvoelen van handelingen als gewild of niet, is een verzameling van processen, maar vreemd genoeg niet dezelfde processen die het gedrag veroorzaken dat in verband staat met dat willen. Moeilijk uitgelegd? Misschien wel, dit boek bladerde ik niet zo maar even door! Wegner geeft aan de hand van allerlei voorbeelden en proeven bijzonder veel stof tot nadenken dat af en toe gevolgd wordt door een zekere ‘ver-wonde(r)-ing’ wanneer de manier van aanschouwen aangepast wordt.

Hij ontmaskert een aantal ideomotorische verschijnselen, zoals het ouija-bord. Iedereen die rond de tafel zit met het ouija-bord, verkondigt luidkeels en zeer overtuigd geen spier bewogen te hebben: het glas of pijltje bewoog vanzelf! De meeste mensen zijn geneigd te geloven wat ze zien, dus als niemand beweegt, moet het wel een geest zijn die tot hen spreekt. Dit lijkt misschien logisch, maar het is in realiteit psycho-logisch: de geest slaat simpelweg niet op wat het lichaam doet.

Samen met een uitgebreide duiding staat het boek vol dergelijke “mindgames” en ogenschijnlijk tegennatuurlijke theorieën (hypnose, mediumschap, autokinetisch effect,…) met hun bijpassende verklaring. Hoe dingen lijken is dus vaak belangrijker voor ons dan wat ze zijn, blijkt uit de wetenschappelijke analyse van de wil. De eindconclusie die de auteur maakt, is dat het gevoel dat we bewust handelende personen zijn een illusie is, maar wel een die we nodig hebben. Dankzij deze illusie kunnen we onszelf waarden toekennen zoals moreel slecht of goed, leren we onderscheiden wat we kunnen en wat niet, en krijgen we een beeld van wie we zijn.

De schrijfstijl van het boek leunt eerder aan bij die van een wetenschappelijk essay gezien de argumentatieve manier van schrijven. Wegner poneert wel zeer duidelijk eigen stellingen, waardoor eigenlijk gespecialiseerde kennis nodig is om eventueel gerichte kritiek op de inhoud te kunnen geven.

Het lezen van dit boek opende voor mij een nieuwe dimensie in de wereld van de denkfouten, of minstens een andere kijk er op. In mijn ogen is het een heel interessant, geestelijk uitdagend boek. Spijtig genoeg bleek het een vertaling te zijn van de originele Engelse uitgave uit 2002, dus niet zo recent qua wetenschappelijk onderzoek. Wat opviel is de lange lijst referenties achteraan in het boek. Maar liefst 22 pagina’s met telkens een 20 à 25 tal referenties per bladzijde. Daarvan zijn er slechts 16 afkomstig uit de afgelopen 10 jaar, de jongste uit 2004. Dus ergens is er toch nog bijwerkt sinds de uitgave uit 2002, maar toch stel ik me de vraag of de meer recente neurowetenschappelijke ontwikkelingen ondertussen geen ander plaatje zouden schetsen. Dat komen we in dit boek helaas niet te weten.

Daniel M. Wegner is een van de meest invloedrijke psychologen in Amerika, en hoogleraar aan de universiteit van Harvard.

Door Anh Ly Mai (toegevoegd op 18/01/2011)

Stuur dit artikel naar een vriend - Stuur dit artikel naar een vriend(in)

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons