Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

De wereld na Amerika


De wereld na Amerika We leven in een tijd van sterke internationale politieke veranderingen. Voor de instorting van het Communistische rijk zaten we nog in een bipolaire wereld, maar al 2 decennia blijft er nog maar één grote wereldmacht over, de Verenigde Staten van Amerika. Tegelijk is het nu al duidelijk dat de toekomst er alweer heel anders zal kunnen uitzien: de globalisering van de economie heeft over bijna de gehele wereld welvaart gecreëerd, waardoor nieuwe groeipolen zoals China en India ontstaan. Geen enkel project ooit heeft zoveel armoede bestreden dan de huidige economische vooruitgang in deze landen. Dit boek stelt niet dat het tijdperk van Amerika zomaar voorbij is, maar probeert wel te begrijpen hoe de nieuwe wereldorde het internationale toneel zal veranderen.

China

Een belangrijk hoofdstuk gaat over het niet-democratische China, met haar enorm snel groeiende economie. Volgens sommigen is een dictatuur in combinatie met een groeiende economie een ongeziene situatie, maar het BNP per persoon in China is nog steeds zeer laag. De schrijver zegt hier verder over: “China kent stevige groei. Dit maakt elk ander probleem, hoe ernstig ook, gemakkelijker hanteerbaar.” De toekomst kan daar dus nog enorme veranderingen brengen, maar de enorme toevloed van inkomsten kan vandaag heel veel interne problemen verbergen.

Het westen zou China niet begrijpen, want het veronderstelt altijd een verborgen agenda bij de daden van China. Nochtans was er de befaamde toespraak van de toenmalige Chinese leider Deng Xiaoping in 1979: “Het maakt niet uit of het een zwarte of een witte kat is, zolang hij muizen kan vangen is het een goede kat”. Door deze sterke mentaliteitswijziging kon China zich concentreren op economische vooruitgang zonder zich steeds te moeten afvragen of dit de zuivere communistische leer zou volgen. Deze ideeën van Deng kunnen nog steeds een goede en vreedzame verklaring geven voor het gros van de beslissingen dat China doet, aldus de auteur van dit boek, zonder bij elke Chinese beslissing te denken aan een verborgen agenda.

India

Een ander hoofdstuk spitst zich toe op het democratische India, dat toch niet zo sterk groeit als China. Er zijn ook grote verschillen: terwijl China een planeconomie is waar de overheid vlot beslist om een heel gebied te industrialiseren, heeft India een meer chaotische aanpak. India heeft dan wel een minder trage groei, maar de cultuur is er meer op Engelstalige en Westerse leest geschoeid en veel Indische ondernemingen worden tot de wereldklasse gerekend, iets dat wel anders is in China.

Ook bespreekt de auteur, zelf van Indische afkomst, de Indische geschiedenis vanaf haar onafhankelijkheid. Het land hield wel meteen een internationaal prestige, door figuren als Ghandi en Nehru, maar dat vertaalde zich niet in een economische welvaart. Nehru hield zich dan ook meer bezig met hoogstaande ideologische beslommeringen en minder met praktische zaken, een erfenis die nog steeds niet helemaal uit India verdwenen is, maar gezien de opkomende rationalisering is er nu een ongeziene welvaartcreatie die zelfs tot in de sloppenwijken zichtbaar is.

USA

De USA heeft op verschillende vlakken zijn spilpositie die het tijdens de bipolaire internationale orde had, verloren. Het grootste gebouw en de grootste fabrieken liggen al een tijdje elders, net zoals de rijkste man ter wereld geen Amerikaan meer is. De Amerikaanse economie neemt nu al meer dan 130 jaar de wereldwijde toppositie in, hoewel het onvermijdelijk lijkt dat China deze positie in de niet zo verre toekomst zal overnemen. Politiek gezien zien we de macht van de USA tanen, maar militair gezien bevindt de USA zich nog steeds in een onklopbare positie. Ondanks de grote vooruitgang die we gemakkelijk kunnen voorspellen in zowel China als India, mag niet uit het oog verloren worden dat het universitaire niveau zelfs in de beste instellingen ginder nog steeds bedroevend is tegenover die in het Westen. In de toekomst zal de USA dus zeker nog lang zeer belangrijk blijven, maar dan op een wat andere manier dan vandaag.

Hoe komt het dat Amerika zo langdurig vitaal kan blijven in vergelijking met het Britse wereldrijk? De economie was altijd al de achilleshiel van het oude Engeland, waarbij de koloniën dikwijls meer kostten dan opbrachten. In vergelijking met de USA vandaag zien we dat die zelfs voordeel aan de delocalisatie van de industrie hebben, omdat de ontwikkelingslanden in eerste plaats zich specialiseren in net die facetten van de industrie waar minder opbrengst bij te kijken komt, zoals de productie van eenvoudige goederen. Terwijl de economische schakels met de hoogste opbrengt, zoals ontwerp en distributie, in Amerikaanse handen blijven. De samenwerking tussen het westen en de nieuwe economieën is dus een win-winsituatie waarbij het Westen net niet aan economische macht inboet.

Amerikanen over niet-Amerikanen

Maar de Amerikanen hebben altijd uitgeblonken in het niet erg goed begrijpen hoe niet-Amerikanen denken. Zelfs als Zakaria dit in zijn boek als probleem vermeldt, bezondigt hijzelf zich er ook aan, bijvoorbeeld: “Het bruto binnenlands product van Iran is 1/68 van dat van de Verenigde Staten, en de militaire uitgaven van dit land bedragen 1/110 van die van het Pentagon. Als dit 1938 is, zoals veel conservatieven beweren, is Iran niet Duitsland, maar Roemenië.” Zakaria heeft dan gelijk om de internationale zwakheid van Iran aan te duiden, maar toch loopt zijn vergelijking mank want in 1938 had het toenmalige koninkrijk Roemenië zelfs een groter leger dan de Verenigde Staten.

In een interview in De Standaard, 26 december 2009, zei hij: “Als je naar een dorpje in Normandië gaat, is dat fantastisch omdat alles er nog net zo uitziet als honderd jaar geleden. Maar vraag jullie nu toch eens af hoe de Algerijnse immigrant daarin kan passen? Hoe kan hij daar in godsnaam het gevoel krijgen dat het ook een beetje zijn stadje is?” Mij lijkt dit een simplistische manier om de geschiedenis van Europa te koppelen aan de immigratieproblemen, en is het de vraag of Zakaria in deze de onbegrijpende Amerikaan speelt of zijn mening gebaseerd is op politieke correctheid.

De toekomst van staten

Een ander probleem is het onduidelijke standpunt van Zakaria. Enerzijds roemt hij de multipolaire wereld die er misschien aan zit te komen, waarbij verschillende staten dus wereldmachten kunnen worden. Maar anderzijds geeft hij aan tegen het nationalisme te zijn. Ik vermoed dat Zakaria enerzijds een maatschappelijke analyse wil maken, maar anderzijds probeert hij hier en daar ook politieke standpunten in te nemen. Dat laatste doet zeker afbreuk aan het boek, niet alleen omdat het soms in tegenstrijd is met zijn maatschappelijke analyse maar ook omdat het zeer terloops en weinig onderbouwd wordt.

Dit doet dan ook twijfel rijzen bij de maatschappelijke analyses die hij maakt. Spijtig, want vanuit dit onderwerp is er zeker een potentie voor een belangrijk hedendaags boek dat verder werkt op het thema van historische werken als “The Wealth and Poverty of Nations” (van David S. Landes) en “Empire, How Britain made the Modern World” (van Niall Ferguson), die overigens ook in de literatuurlijst van “De wereld van Amerika” staan vermeld. Maar het boek blijft gelukkig met genoeg interessante inzichten zitten om kritische lezers te boeien.

Zakaria

Fareed Zakaria is een Amerikaan met islamitisch-Indische wortels. Voor CNN is hij discussieleider en redacteur bij de internationale editie van Newsweek. Een ander boek van zijn hand is “De toekomst van de vrijheid”. Esquire riep hem omwille van dit boek ooit uit tot één van de 21 belangrijkste personen van de eenentwintigste eeuw. Hij stond oorspronkelijk achter de Amerikaanse Irak-invasie, hoewel hij achteraf dikwijls kritiek uitte. Obama kreeg zijn steun toen hij zich kandidaat voor president stelde. Hij situeert zichzelf politiek in het middenveld.

Door Rob Lemeire (toegevoegd op 23/07/2010)

Stuur dit artikel naar een vriend - Stuur dit artikel naar een vriend(in)

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons