Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

De geldmachine


De geldmachine “Het idee dat in de wereld alles om geld draait is niet nieuw, maar wel opvallend hardnekkig,” schrijft Niall Ferguson in zijn openingszin van het boek ‘De geldmachine. Geld en macht in de moderne wereld’. De oorspronkelijke titel van het boek luidt: ‘The Cash Nexus. Money and Power in the Modern World, 1700-2000. In de Nederlandse vertaling van ‘De geldmachine’ uit 2007, de Engelstalige versie werd uitgegeven in 2001, onderzoekt de Schotse historicus Niall Ferguson de rol van geld bij het veroveren, behouden en verliezen van politieke macht in de periode 1700-2000. Het zijn politieke gebeurtenissen geweest – en dan vooral oorlogen – die de instituties van het moderne economische leven hebben bepaald: belastingsinnende bureaucratieën, centrale banken, obligatiemarkten en aandelenbeurzen. Bovendien zijn het binnenlands-politieke conflicten geweest – niet alleen over uitgaven, belastingsheffing en leningen, maar ook over niet-economische onderwerpen als religie en nationale identiteit – die de ontwikkeling van moderne politieke instituties in gang hebben gezet; dat geldt vooral voor parlementen en politieke partijen. Hoewel economische groei de verspreiding van democratische instituties bevordert, zijn er in de geschiedenis voldoende bewijzen voor de stelling dat democratie in staat is een economisch pervers beleid te stimuleren, maar ook dat economische crises (bijvoorbeeld in tijden van oorlog) een stimulans kunnen geven aan het democratiseringsproces.

Dit boek is verdeeld in veertien hoofdstukken, die elk gewijd zijn aan een bepaald aspect van de verhoudingen tussen economie en politiek. Er zijn bij elkaar vier delen: ‘Uitgaven en belastingen’, ‘Belastingsbeloften’, ‘Economisch beleid’ en ‘Wereldmacht’.
De eerste drie delen behandelen, enigszins abstractie maken van de in het boek prima uitgewerkte details, de politieke oorsprong van de financiële instituties binnen staten. Het vierde en laatste deel van het boek houdt zich bezig met een analyse van het internationale niveau.

Eenvoudig gesteld tracht de schrijver in dit boek antwoorden te formuleren op zijn zogenaamde veertien ‘examenvragen’: In hoeverre zijn moderne staten het product van oorlog? Is er een optimale ‘mix’ van belastingen denkbaar? Wat is het verband tussen het fenomeen van parlementen en bureaucratisering? Zijn overheidsschulden een teken van zwakte of van kracht? Waarom hebben omvangrijke overheidsschulden zo vaak geleid tot een in gebreke blijven of tot inflatie? Waardoor worden de rentetarieven bepaald die regeringen betalen wanneer ze geld lenen? Zijn conflicten over de spreiding van inkomens een kwestie van klassen of van generaties? Leidt economische voorspoed tot populariteit van de zittende regering? Hoe moeten politieke partijen worden gefinancierd? Wat zijn de gevolgen van financiële globalisering? In hoeverre kunnen wisselkoerssystemen of monetaire unies de internationale financiële stabiliteit bevorderen? Leidt economische groei tot democratisering, en/of precies andersom? Raakt de wereld in politiek opzicht steeds verder verdeeld of is er juist sprake van integratie? Moeten democratische grootmachten vrezen voor militaire ‘onderspanning’?

Die laatste vraag zou ook als volgt kunnen luiden: waarom dragen de Verenigde Staten van nu zich niet meer als het Groot-Brittannië van een eeuw geleden? Want een van de belangrijkste conclusies van dit boek is dat het toestaan van economische globalisering zonder dwingende leiding van de supermacht een riskante zaak is en op een dag zou kunnen worden uitgelegd als een fataal afschuiven van de verantwoordelijkheid.

Bij het beantwoorden van al deze vragen legt de auteur in De geldmachine de economische deterministische modellen van vroeger en nu tegen de meetlat. Het verband tussen politiek en economie vormt inderdaad de sleutel tot het begrijpen van de moderne wereld. Maar het idee dat er een eenvoudig clausaal verband bestaat tussen de twee - en dan vooral tussen kapitalistische en democratie – berust op een misverstand. Eén aspect van de verhouding tussen de twee levert inderdaad de prettige gevolgen op van kapitalistische democratie: de dubbele spiraal van de westerse ontwikkeling. Maar net als DNA levert ook de geldmachine zo nu en dan mutaties op. Soms stagneert de economische groei door de democratie. Soms ondermijnt een economische crisis een dictatuur. Soms bloeit de democratie, terwijl de economie in het slop zit. En soms kan economische groei de positie van een autoritaire heerser versterken.
‘De geldmachine’ is in mijn ogen een vrij academisch, analytisch geordende historische beschouwing van de geldstromen in de wereld. Ik kwam veel te weten over de onvatbare manier waarop de honger naar geld ons allen beheerst.

Door Stijn Cappelle (toegevoegd op 01/08/2011)

  • Auteur: Niall Ferguson
  • ISBN: 9789025432379
  • Pagina's: 560
  • Prijs: 17.5 EUR Bestel dit boek
  • Uitgever: Olympus

Stuur dit artikel naar een vriend - Stuur dit artikel naar een vriend(in)

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons