Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

Evolutie naar samenleven


Evolutie naar samenleven In “Evolutie naar samenleven“ legt Johan Mertens het darwinistische nut van het al dan niet samenwerken uit. Enerzijds onderzoekt hij via de speltheorie wanneer samenwerken tot een win-win situatie kan leiden, anderzijds neemt hij voorbeelden uit de antropologie om dit te ondersteunen. Verschillende probleemsituaties worden onderzocht, zoals samenwerking tussen verwanten, tussen niet-verwanten, met de hoop op een tegenprestatie en de verwachtingen die dit creëert voor derden. De speltheorie wordt ingewikkelder naarmate meer spelers een rol spelen: zo heeft men enerzijds de situatie van een netwerk, waarbij vele spelers met directe en indirecte banden al dan niet beter samenwerken - anderzijds legt de auteur de werking van groepsselectie uit, waarbij verschillende groepen tegen elkaar moeten concurreren. Op welke manier nu gaan mensen deze speltheorie in de praktijk omzetten? Via de empathie komt de auteur tot het belang van de moraal en van hieruit benadrukt hij het belang van een religie die een dergelijke moraal verdedigt. Want religiositeit kan, aldus het boek, sociaal gedrag tussen leden van eenzelfde groep hebben bevorderd, zelfs als er geen verwantschap is.

De speltheorie kan men vergelijken met een soort wiskunde waarbij men moet beslissen om al dan niet samen te werken. Voor eenmalige spelsituaties komt dit in veel gevallen neer op een 'prisoners dilemma', dat wil zeggen een situatie waarbij voor niet-samenwerken wordt gekozen omdat dit meer opbrengt aan de egoïst en minder aan de altruïst. Maar door herhaalde dilemma’s kan het net beter zijn om altruïstisch te zijn, want dan zal ook de tegenspeler het nut inzien om altruïstisch te zijn. Echter, in een samenleving van enkel altruïsten zal iedereen geneigd zijn om vanzelf altruïstisch te zijn, zodat één egoïst die zich mengt heel veel zal kunnen winnen. Het is dus duidelijk dat sociale interacties niet eenzijdig te vatten zijn.

De auteur legde onder andere uit met de speltheorie dat indien het aantal groepen beperkt moet blijven, samenwerkende groepen beter doen dan niet-samenwerkende. Dit kan een verklaring zijn waarom de mens uiteindelijk een sociaal dier is geworden. Een ander interessant besluit is onder andere: "Informele sancties kunnen effectiever zijn in het onderhouden van vrijwillige coöperatie." Dat kan een nuttig advies zijn voor iedereen die met een groep mensen moet samenwerken. Merkwaardig hoe goed en kwaad enerzijds wordt gebruikt om geluk of verdriet te beschrijven, en anderzijds om een moreel oordeel te vormen. Hiermee benadrukt het boek het belang van empathie in het menselijke denken. Al vanaf jonge leeftijd bezitten kinderen een afkeer voor ongelijkheid, wat volgens onderzoekers suggereert dat er een sterke vorm van egalitarisme was in de menselijke evolutionaire geschiedenis. We zien dus dat de speltheorie wel degelijk het menselijk gedrag kan verklaren.

De eerste helft vond ik nogal saai, omdat veel besluiten uit de speltheorie iets te logisch maar tegelijk oppervlakkig overkomen, maar in de tweede helft kwamen veel interessantere elementen aan bod. Speltheorie is in principe een vorm van wiskunde. Dit boek is op zijn best als het die complexiteit probeert te onderzoeken en als de speltheorie getoetst wordt aan antropologische waarnemingen. "Voorspellingen die gebaseerd zijn op simulaties benaderen niet altijd accuraat reële situaties", zo claimt de auteur. Dit lijkt me ook van toepassing op de speltheorie dat ook maar een simulatie is van complexe verbanden. Op een gegeven moment zegt hij ook dat het woordgebruik binnen de speltheorie zoals ‘samenwerken’ niet altijd overeenkomt met wat wij in het dagelijkse taalgebruik als ‘samenwerken’ zouden omschrijven. Daarom is het pas als de auteur besluiten van de speltheorie koppelt aan reële situaties dat het boek echt interessant wordt.

Spijtig dat in het boekje verschillende politieke standpunten worden ingenomen, bijvoorbeeld door plots de loftrompet te steken over allochtone winkeliers in Gent ten nadele van autochtone winkeliers. Hierbij wordt de indruk gewekt dat de auteur zijn eigen oordeel zeer terloops aan de lezer wil opleggen terwijl de complexiteit van de discussie helemaal niet wordt behandeld. Het boek is geen politiek boek dus waarom moet het plots een positie innemen?

Johan Mertens is bioloog en doctoreerde in de ecologie. Hij doceert sociobiologie en gedragsecologie aan de Universiteit Gent. Dit boek is mede bedoeld voor zijn studenten en gaat verder op zijn eerste boek, Van zaadcel tot liefde.

Door Rob Lemeire (toegevoegd op 29/05/2010)

Stuur dit artikel naar een vriend - Stuur dit artikel naar een vriend(in)

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons