Advertentie
Het ontstaan van soorten
Het lezen en doorbladeren van dit omvangrijke en historisch belangrijke boek is een heus genot. Zeker als deze uitgave rijk geïllustreerd is met relevante foto’s, historische afbeeldingen en prachtige tekeningen, met als kers op de taart een uitgebreide selectie van fragmenten uit ‘De autobiografie van Charles Darwin’, ‘De reis van de Beagle’ en ‘Leven en brieven van Charles Darwin’, die doorheen het hele boek zijn verweven. Om het immense belang tot op de dag van vandaag van dit ene boek te begrijpen, is een bibliotheek nodig, maar ik zal proberen toch enkele punten aan te stippen.
Door de strijd om het bestaan kunnen de best toegeruste soorten overleven, een natuurwet waar ook de gedomesticeerde dieren en planten niet aan ontkomen. Dit idee wordt uitgebreid en met vele voorbeelden en studies uitgelegd. Darwin weerlegt verder de belangrijkste bezwaren van zijn tijdgenoten. De afwezigheid van een volledig fossiel archief met alle tussenvormen zou volgens tegenstanders zijn theorie niet staven. Het ingewikkelde design van bepaalde organen (zoals het oog) was een ander discussiepunt. In het boek wordt in detail uitgelegd waarom deze elementen de evolutietheorie juist wel staven. Ook interessant vond ik het gedeelte dat gaat over de geologische verspreiding, waarbij de soortenrijkdom op het land, eilanden en rivieren wordt besproken. Uiteindelijk bespreekt hij de classificatie van de organismen, waarbij me meteen de gedateerdheid van zijn indeling opviel. Dergelijke voorbijgestreefde elementen in zijn theorieën doen natuurlijk niets af van het belang van zijn werk, en accentueren net zijn enorme invloed.
De dagboekfragmenten geven meer inzicht in de tijdsgeest van Darwin als kruispunt tussen de premoderniteit en de moderniteit. Het meest interessante vond ik hierin het relaas over één van de belangrijkste episodes uit het leven van Darwin, zijn wereldreis met de Beagle. De nog jonge Darwin mocht mee op de bootreis omdat de kapitein een wetenschappelijke gesprekspartner wilde tijdens de lange reis, die uiteindelijk drie jaar duurde. De bemanning van de Beagle werd vergezeld door enkele Vuurlanders, waaronder een zekere Jemmy Button. Zijn naam was ontleend aan de prijs die betaald werd aan zijn familie tijdens een vorige reis, om hem mee te nemen naar Engeland – waar Button van een Engelse opvoeding kon genieten. De bedoeling was de Vuurlanders terug te brengen naar hun stam. Dit verliep echter niet probleemloos, omdat ze ondertussen gewend waren aan een beschaafde levensstijl. Button werd na enkele dagen uitgemergeld teruggevonden, en hij was bestolen door een stamlid. Darwin vroeg zich nog af of Button niet liever terug mee zou reizen naar Engeland.
De uitstekende vertaling van Ruud Rook heeft getracht om het oorspronkelijk archaïsche Engels om te zetten in een leesbaarder Nederlands, maar tegelijk is het erin geslaagd om de sfeer van het 19de eeuwse debat rond het ontstaan van soorten over te brengen. Toch moet ik tot mijn spijt enkele tekortkomingen van de editie aanwijzen, zoals het zeer onvolledige register: we vinden er geen spoor van Jemmy Button of de zijderups. Ook de korte chronologie van de belangrijkste gebeurtenissen in het leven van Darwin stelt teleur: de belangrijke reis met de Beagle wordt korter behandeld dan het jarenlange onderzoek van Darwin op de rankpootkreeften. De dood van Darwin (1882) wordt zelfs niet vermeld.
Het ontstaan van het boek
Dit boek is een aanrader voor iedereen met een interesse in de ontwikkeling van het wetenschappelijke denken. De evolutietheorie van Darwin droeg zeker de stempel van de tijd mee, ondanks het controversiële karakter ervan. Hij was niet de eerste die stelde dat soorten niet allen apart door God waren gecreëerd, maar zeer langzaam zijn geëvolueerd. Zelfs zijn bloedeigen grootvader, Erasmus Darwin, had al eens een poging gewaagd. Charles Darwin was wel de eerste die met een goede en uitvoerig gedocumenteerde theorie naar voren kwam. In die zin is het een uitstekend voorbeeld van een ambitieuze rationele wetenschappelijke theorie gebaseerd op uitgebreide empirische waarnemingen.
Darwin aarzelde om zijn theorieën te publiceren, mede omdat hij vreesde dat ze even slecht onthaald zouden worden als die van zijn voorgangers, en worstelde al jaren met zijn geschriften. Pas toen Alfred Russel Wallace hem een brief stuurde waarin hij een zeer gelijkaardige evolutietheorie uitlegde, schoot Darwin in actie en maakte in samenwerking met zijn goede vriend Lyell een gezamenlijke presentatie van het werk van Wallace en hemzelf (in 1858). Deze werd echter lauw ontvangen, waardoor het voor Darwin nog meer duidelijk was dat hij met een korte samenvatting nooit een degelijke ambitieuze theorie kon onderbouwen. Anderzijds voelde hij ook dat hij nu snel iets moest produceren, concurrenten zouden met de eer van de theorie weg kunnen lopen. Dus vatte hij zijn enorme hoeveelheid notities samen in een eerste versie van zijn boek ‘The Origin of Species’, waarover deze boekbespreking gaat. Dat werd in 1859 gepubliceerd en raakte meteen uitverkocht. Darwin kreeg veel positieve en negatieve reacties, die hij opvolgde en in latere versies van zijn boek verwerkte. Dit benadrukt nog eens extra de wetenschappelijke ingesteldheid van Darwin.
Het ontstaan van de theorie
Laten we eventjes stilstaan bij het intellectuele klimaat ten tijde van Darwin. René Descartes gaf in de 17de eeuw de wetenschap een belangrijke impuls met zijn mechanistisch denken als verklaringsmodel voor de fysische wereld. Dit idee bracht de natuurkunde al snel tot een bloei via de Wetten van Newton. Carolus Linnaeus werkte in de 18de eeuw een classificatie uit voor de planten- en dierenwereld, waarvan de basisprincipes vandaag de dag nog steeds gebruikt worden. Maar een achterliggende theorie bleef uit, onder meer omdat de mechanistische analogie van Descartes minder bruikbaar was in de Biologie. Jean-Baptiste de Lamarck kreeg bijvoorbeeld zeer weinig weerklank met zijn (foute, maar interessante) evolutietheorie, waarbij soorten zouden veranderen door ervaring tijdens het leven. Darwin kende deze en andere evolutietheorieën van die tijd en was er dus zeker door geïnspireerd.
Buiten bioloog was Darwin ook geoloog, zoals zijn vriend Charles Lyell. Deze laatste was invloedrijk geworden door zijn theorie: de aarde zou zeer langzaam gevormd zijn waarvan de krachten vandaag nog steeds gelden. Deze geleidelijkheid bracht Darwin op het idee dat de vorming van soorten door een traag selectiemechanisme miljoenen jaren duurde, tot op de dag van vandaag. Dan was er ook de theorie van Thomas Malthus, die ervan uitging dat een bevolkingsexplosie vanzelf zou leiden tot grote tekorten en dus een hongersnood met een grote sterfte – een soort voorganger van ‘de wet van de meest aangepaste’ (meestal verkeerd vertaald als ‘de wet van de sterkste’).
Charles Darwin heeft natuurlijk tegenstand gehad, zowel wetenschappelijke als religieuze, maar dat moet niet overschat worden. Elke belangrijke nieuwe wetenschappelijke theorie gaat gepaard met veel tegenstand vanuit de gevestigde waarde, zoals ook Einstein op latere leeftijd een tegenstander was van de kwantummechanica. De tijd was duidelijk rijp voor zijn theorieën en het had niet veel gescheeld of Darwin was nog geridderd door koningin Victoria.
De evolutie van de evolutietheorie
Briljante wetenschappelijke theorieën staan niet gebeiteld in rotsen, maar vormen de zaadjes voor vele nieuwe denkrichtingen. Zo ook met de theorie van Darwin.
Gregor Mendel werd de vader van de Genetica. De ontdekking van de DNA in de jaren 50 van de vorige eeuw zorgde mede voor het openbloeien van de moleculaire genetica. Door onze huidige kennis van het DNA is de classificatie van gekende soorten op sommige vlakken bijna een exacte wetenschap geworden: door DNA-vergelijking tussen twee soorten kan berekend worden hoe lang geleden hun gemeenschappelijke voorouder leefde. Al deze ontwikkelingen hebben voor nog extra bewijsmateriaal gezorgd voor de evolutietheorie.
Darwin ging er echter van uit dat de evolutie altijd geleidelijk verliep. Het ontdekken van de massa-extincties nuanceerde deze stelling: nu gaan we ervan uit dat er in de biologische geschiedenis zo’n vijf grote massa-extincties zijn geweest (en veel meer kleine), waarvan de bekendste en de laatste de dinosauriërs heeft doen uitsterven. De verdwijning van grote niches versnelde de evolutie van hun plaatsvervangers, zoals de bloei van de zoogdieren vlug volgde op het verdwijnen van de dinosauriërs.
Een minder gekende leemte in de theorie van Darwin draait om de ecosystemen. Ecosystemen zouden bestaan uit een reeks niches die maar door één soort kan worden ingenomen en waar de soorten zeer sterk van elkaar afhankelijk zouden zijn – al in de geschriften van Darwin zien we deze visie in een rudimentair stadium. Diepgaander onderzoek heeft echter uitgewezen dat elk ecosysteem uniek is en zelfs in de tijd continu verandert, en dat soorten die dezelfde niches innemen gemakkelijker naast elkaar kunnen leven. Ecosystemen worden nu beschouwd als zeer chaotische systemen die zowel in tijd als in plaats continu evolueren. Hierover lezen we onder meer in ‘The Balance of Nature’ van John Kricher: “Alle pogingen om de natuur met een allegorie te beschrijven zijn te beperkend en dienen dus zo veel mogelijk vermeden te worden.” Dus zowel de mechanistische allegorie van Descartes als de organische ‘Gaia’-allegorie van harmonie en afhankelijkheid moet van de hand gewezen worden.
Er mag ook opgemerkt worden dat Darwin ook aandacht heeft geschonken aan het ecologisme, hoewel hij zeker niet de eerste was. Al in ‘The Origin of Species’ besprak Darwin de invloed van de mens op de natuur en de mogelijkheid dat dit tot rampzalige gevolgen voor de ecosystemen kan zorgen. ‘Nature’s Economy’ van Donald Worster, geeft een goede inleiding in de geschiedenis van het ecologisme.
Evolutie van de ethiek?
Darwin bleef altijd voorzichtig in zijn opvattingen over de moraal, maar hij stelde wel dat de menselijke evolutie er een invloed op zou hebben. Eén van de heetste debatten rond Darwin heeft dan ook met de ethiek te maken. ‘Evolutionair denken’ van Chris Buskens geeft een overzicht van de invloed van Darwin tot op de dag van vandaag, waarin ook deze ethische dimensies worden besproken.
Al voor de publicatie van ‘the origin of species’ werden racistische theorieën verkondigd met een wetenschappelijk sausje. In de tijd van het westerse kolonialisme kregen we een mengsel van superioriteitsgevoel met racisme, maar tegelijk ook het tegendeel ervan onder de vorm van humanisme. ‘From Darwin to Hitler’ van Richard Weikart bespreekt gedetailleerd de intellectuele ontsporing vanaf Darwin tot aan de tweede wereldoorlog, vooral in de Germaanse en Angelsaksische wereld. Aan het einde van de 19de eeuw tot aan de tweede wereldoorlog was er een echte bloei van het sociaal darwinisme en de eugenetica. Dit waren geen ideeën van Darwin. Of Hitler zonder het bestaan van dergelijke theorieën tot zijn daden was gekomen weet natuurlijk niemand, racistische ideeën zijn van alle tijden en samenlevingen, maar hij heeft zich er in ieder geval op geïnspireerd. Na de overwinning van de geallieerden kwam er een groot taboe op elk verband tussen ethiek en biologie. Die houding is pas in 1975 veranderd door de opkomst van de evolutionaire ethiek, dat geen ethische vragen wil beantwoorden maar wel wil beschrijven hoe de ethiek antropologisch geëvolueerd is. Stephen Jay Gould vraagt in zijn boek ‘God en Darwin’ echter af of er niet weer pogingen worden ondernomen om de ethiek volledig biologisch te verklaren. De evolutietheorie zou geen definitieve uitspraken kunnen doen over ethiek en religie, omdat het hier gaat over twee aparte ‘magesteria’ (denkwerelden).
Ik wil deze discussie afsluiten met het citeren uit een essay (“Evolution and Ethics”) van Thomas Huxley, een leerling van Darwin: “Laat ons toch voor eens en voor altijd begrijpen dat de zedelijke vooruitgang van de samenleving niet te danken is aan de nabootsing van het kosmische proces, ook niet aan het weglopen ervoor, maar aan de strijd ertegen.”
Door Rob Lemeire (toegevoegd op 01/01/2010)
- Auteur: Charles Darwin
- ISBN: 9789045013312
- Pagina's: 575
- Prijs: 39.9 EUR

- Uitgever: Uitgeverij Atlas
