Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

Leve de vrijheid


Leve de vrijheid ‘Hoe ontkom ik aan de cultuur van het moeten?’ Het antwoord op die vraag bestaat uit 29 delen, met name de 29 hoofdstukken uit het inspirerende en bijzonder onderhoudende boek ‘Leve de vrijheid’ van zelfverklaard flierefluiter Tom Hodgkinson. Zijn 29 tips variëren van praktische wenken als ‘Leef vrij van supermarkten’ tot het propageren van levenshoudingen als ‘Heb geen schuldgevoelens en maak je geest vrij’. Het moge duidelijk zijn: de cultuur van het moeten ontvluchten is geen vrijblijvende oefening maar een revolutie in denken en doen. De boodschap die Hodgkinson uitdraagt komt er in het kort op neer dat de consumptiemaatschappij niet geleid heeft tot meer vrijheid maar juist tot het tegendeel. De 29 hoofdstukken behandelen elk een moedeloos makend aspect van het moderne leven (achterstallige rekeningen, hypotheeklast, een saaie job, lelijkheid, de moeilijke conbinatie werk en gezin, … ), telkens gevolgd door Hodkginsons voorstel om hier op een andere manier mee om te gaan.

Volgens Hodgkinson vertoenen we te vaak de neiging om de oplossingen voor onze welvaartsproblemen te zoeken in meer van hetzelfde: Stress bestrijden we met medicijnen, een aangenamere job proberen we te bereiken door te concurreren met onze collega’s, geldzorgen proberen we te vermijden door meer geld te verdienen, enzovoort. Waarom niet onze blik richten op het verleden in plaats van ons te vermoeien voor een nog onzeker succes in de toekomst? De oplossingen uit het verleden hebben immers bewezen dat ze werken. De vroege middeleeuwen zijn voor Hodgkinson het referentiepunt. Toen waren kloosters geen oorden van eenzame contemplatie maar plaatsen waar alles samen werd gedaan en een sterk gemeenschapgevoel heerste. De middeleeuwse gilden zorgden voor een type handel en handelsverkeer dat in overeenstemming was met middeleeuwse morele codes, die wantrouwig waren ten opzichte van zwaar werk, handel en concurrentie. Woekerpraktijken en het aanrekenen van rente leidden rechtstreeks tot de hel, armoede was veeleer een deugd dan een schande. Windenergie en waterenergie (watermolens) waren geen ‘nieuwe energiebronnen’ (met de onvermijdelijke twijfelachtige bijklank), maar een alledaagse manier om gebruik te maken van natuurkrachten.

Een van de stokpaardjes van Hodgkinson is de ‘permacultuur’, waarbij iedereen zoveel mogelijk in zijn eigen levensonderhoud voorziet. Zelf groenten verbouwen, zelf je huis onderhouden, zelf afval verwerken, je eigen energie opwekken, enzovoort. De voordelen zijn legio: het is niet belastend voor de omgeving, verspilling wordt tot een minimum beperkt, je kan er jezelf mee van voedsel en energie voorzien, het reduceert de hoeveelheid loonarbeid, het legt de verantwoordelijkheid voor levensonderhoud weer bij de mensen zelf, we zijn minder afhankelijk van de producten en diensten van de kapitalistische markt, het kost weinig geld waardoor je minder afhankelijk bent van loonarbeid, enzovoort. Permacultuur gedijt volgens Hodgkinson het beste in een kleine gemeenschap, waarbij de inwoners elkaar helpen en betaalde hulp (schoonmaaksters bv) onnodig is. Hodgkinson bezondigt zich echter niet aan het verabsoluteren van onhaalbare ideaalbeelden: wie zijn eigen moestuintje onderhoudt of enkele tomatenplanten plaatst op het balkon van zijn appartement, zet eigenlijk al een fantastische stap in de goede richting, aldus de auteur.

Hodgkinson wijst er herhaaldelijk op dat ons huidige maatschappelijke bestel geen vanzelfsprekendheid is, maar iets wat zich in de loop van de geschiedenis ontwikkeld heeft. Kop van jut zijn het protestantisme, de industriële revolutie en hieruit voortspruitend het kapitalisme. De protestanten uit de 16e eeuw namen de mens de verantwoordelijkheid voor zijn eigen leven af en legden deze bij God. De oude, collectieve manier van leven en beleven waarin armenzorg een vanzelfsprekendheid was en ‘God’ en ‘je naaste’ in de praktijk synoniemen waren, moest het afleggen tegen de protestantse visie op het leven als een eenzame en zelfs paranoïde tocht. Werelds succes was volgens de protestantse puriteinen een teken van religieus succes: Als je rijk was, betekende dit dat God je welgezind was. Als gevolg hiervan maakte het samenleven op mensenmaat uit de vroege middeleeuwen plaats voor een maatschappij waarin de aristocratie het niet langer als taak zag hun werknemers goed te behandelen maar wel om steeds meer geld te verdienen.

De industriële revolutie verergerde deze evolutie. Werknemers werden ingeschakeld in een werkproces waarvan zij het product vaak zelf niet gebruikten of konden betalen. Werken was niet langer een zelfvoorzienend, organisch onderdeel van het leven, maar het werd een dwingende opdracht die de gewone mens moest toelaten om geld te verdienen waarmee hij producten kon kopen die door weer andere ‘loonslaven’ vervaardigd werden. Deze kloof tussen werken en leven neemt in onze tijd absurde vormen aan, betoogt Hodgkinson. We zitten een hele dag voor een beeldscherm en om ons te ontspannen gaan we naar de film of zitten we te chatten. Omdat dit alles zo vervelend is, gaan we in onze vrije tijd op zoek naar extreme kicks die ons toch het gevoel geven dat we leven. De volgende maandag werken we ons weer kapot om rotzooi te kopen waarvoor anderen zich kapotwerken. Terwijl het toch allemaal zoveel eenvoudiger kan, oreert Hodgkinson. Bak zelf je brood, verbouw zelf je groenten, woon samen met vrienden, koop tweedehands, concurreer niet met je medemensen maar werk samen. En dan komt er vanzelf weer tijd voor de leuke dingen: samen muziek spelen, lachen, praten, drinken.

Hodgkinsons levensfilosofie valt bezwaarlijk nieuw te noemen: zijn maatschappijkritiek klinkt heel bekend in de oren en ook de oplossingen die hij aandraagt zijn soms wel heel erg jaren ’60. Maar de problemen waarop hij een antwoord probeert te geven zijn natuurlijk wél brandend actueel en zijn onderhoudende schrijfstijl zorgt er verder voor dat dit geen haatdragend pamflet vol wrok jegens ‘het systeem’ geworden is, maar een leuk bladerboek vol praktische tips en filosofische overdenkingen voor wie gelooft in een vrijere en vrolijker manier van leven maar nog dat extra zetje kan gebruiken.

Tom Hodgkinson (°1968) is journalist (hij schrijft voor The Guardian en The Sunday Times) en oprichter van het amusante blad The Idler (www.idler.co.uk), dat zich tot doel stelt de bestaande werkethiek te doorbreken en de kunst van het nietsdoen zijn waardigheid terug te geven. Twee jaar geleden verscheen zijn eerste boek, ‘Lof der luiheid’ (in het Engels How to be idle), dat een bestseller werd in het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Italië.

Door Daan Wouters (toegevoegd op 18/06/2008)

Stuur dit artikel naar een vriend - Stuur dit artikel naar een vriend(in)

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons