Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

Open VLD: Ann Brusseel houdt pleidooi meertalig onderwijs in Vlaanderen.

(18/03/2016) “Scholen die meertalig onderwijs aanbieden beter begeleiden”

Sinds september 2014 mogen secundaire scholen in Vlaanderen meertalig onderwijs aanbieden onder de vorm van “content and language integrated learning (CLIL)”. Dit wil zeggen dat naast het Nederlands ook het Frans, Engels of Duits als onderwijstaal mag gebruikt worden om inhoudsvakken aan te bieden. Vlaams Volksvertegenwoordiger Ann Brusseel juicht deze projecten toe, maar vraagt wel een betere begeleiding en opvolging.


Aan het geven van meertalig onderwijs hangen enkele voorwaarden aan vast, zoals maximum 20% van het curriculum mag gebruikt worden en de school moet haar project eerst laten goedkeuren door een specifieke CLIL-commissie. Scholen moeten dus al een duidelijk beeld hebben van wat ze willen doen vooraleer ze starten. “Maar wat nu lijkt te ontbreken is opvolging van de scholen na goedkeuring van hun CLIL-dossier. Hoewel scholen de ruimte moeten krijgen om hierin te groeien, is het echter wel belangrijk dat CLIL juist gebeurt,” zegt Ann Brusseel, die hierover vragen stelde aan minister van onderwijs, Hilde Crevits.

41 scholen geven meertalig onderwijs

Uit het antwoord van de Minister blijkt dat er op dit ogenblik er 41 scholen zijn in Vlaanderen waar CLIL wordt aangeboden, waaronder 13 TSO, 1 KSO en 27 ASO-scholen. Dit zijn de voorlopige cijfers: mogelijk komen er nog scholen bij en pas einde mei is er zicht op het definitief aantal. Er zijn in Vlaanderen vandaag 151 CLIL-leerkrachten. Dit zijn leerkrachten die hun vak beheersen en tegelijk over het vereiste taalattest beschikken. “Het is echter niet duidelijk hoeveel leerkrachten de noodzakelijke nascholing gevolgd hebben over de CLIL-didactiek. CLIL is immers niet zomaar lesgeven in een andere taal: leerlingen krijgen geschiedenis of wiskunde of zelfs lichamelijke opvoeding in bijvoorbeeld het Engels. De taal is daarbij een middel, geen doel in deze les. Belangrijkste blijft om nieuwe leerstof op te nemen, maar tegelijk ook om sterker te worden in die taal. Daarbij wordt rekening gehouden met het tempo van de leerling,” stelt Brusseel.

Blijvende opvolging nodig

Hoewel de Minister heel positief staat ten aanzien van CLIL, lijkt het er niet op dat ze de schoolondersteunende projecten van de Vrije Universiteit Brussel en UC Leuven Limburg zal financieren. Ann Brusseel betreurt dit. “Initiatieven van de Vlaamse overheid om scholen op pad te helpen waren slechts van korte duur. Terwijl de eerste initiatiefnemers konden instappen in een jaartraject moeten nieuwe scholen het nu doen met maar één studiedag. Dit is te weinig. Het zou goed zijn indien de universiteiten, met hun expertise op dat terrein, de CLIL-scholen kunnen blijven begeleiden en ondersteunen. Het is echter essentieel om de juiste didactische vaardigheden te hebben om deze methode te doen slagen. De Vlaamse CLIL-scholen zijn op de goede weg maar steun vanuit de overheid is echt wel nodig.”

Ook in basisscholen?

CLIL is momenteel enkel mogelijk in het secundair onderwijs. De Minister staat echter open voor het organiseren van zogeheten ‘proeftuinen’ in de basisscholen. “Dit verheugt mij. Jonge kinderen hebben minder drempelvrees om talen te leren. Door al in de lagere school met CLIL te beginnen, winnen we tijd,” besluit Brusseel.

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons