Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

Vlaams Belang: Schuldenberg Vlaamse gemeenten: 7,85 miljard euro

(17/03/2016) Eerste daling sinds 2008, schuldgraad OCMW's blijft stijgen

FinanciŽle schuld gemeenten

Op 31 december 2013 en 2014 bedroeg de uitstaande financiŽle schuld van de 308 Vlaamse gemeenten respectievelijk 8.018.448.368 en 7.852.574.317 euro (voor het boekjaar 2014 ontbreken de cijfers van ťťn gemeente). De gemiddelde schuld per Vlaming bedroeg volgens de meest recente cijfers uit 2014 aldus 1.219 euro. Er zijn momenteel nog geen gegevens voor 2015 beschikbaar.



In 2014 is de financiŽle schuld van de Vlaamse gemeenten met 165,8 miljoen euro of 2,07% gedaald ten opzichte van 2013. Die daling is een trendbreuk in de evolutie van de laatste jaren, toen de gemeentelijke financiŽle schulden jaar na jaar toegenomen zijn van 7,1 miljard euro in 2008 tot iets meer dan 8 miljard euro in 2013.

In vier van de vijf Vlaamse provincies daalt de totaalschuld van de gemeenten, enkel in Oost-Vlaanderen is die licht gestegen. De Limburgse gemeenten hebben ook in 2014 de laagste totale schuld. Opgedeeld per provincie geven de cijfers voor 2014 het volgende resultaat (van hoogste naar laagste schuldgraad): 2,121 miljard euro voor de provincie Antwerpen, 1,781 miljard euro voor de provincie Oost-Vlaanderen, 1,516 miljard euro voor de provincie West-Vlaanderen, 1,455 miljard euro voor de provincie Vlaams-Brabant en 979 miljoen euro voor de provincie Limburg.

Koplopers in 2014 waren de steden Antwerpen (853 miljoen euro), Gent (551 miljoen euro), Mechelen (231 miljoen euro), Beveren (159 miljoen euro), Kortrijk (159 miljoen euro), Leuven (147 miljoen euro), Hasselt (127 miljoen euro) en Genk (120 miljoen euro).

FinanciŽle schuld OCMWís

Op 31 december 2013 en 2014 bedroeg de uitstaande financiŽle schuld van de Vlaamse OCMWís respectievelijk 2.160.915.851 en 2.254.785.850 euro (voor het boekjaar 2014 ontbreken enkel de cijfers van OCMW As). De gegevens voor 2015 zijn nog niet beschikbaar.

De totale financiŽle schuld van de OCMWís is in 2014 met 93,8 miljoen euro of iets meer dan 4% toegenomen ten opzichte van 2013. Alleen in de provincie Antwerpen is de totaalschuld van de OCMWís gedaald, in de vier andere provincies was er een stijging. Op basis van de cijfers voor 2014 oordeelt de minister van Binnenlands Bestuur echter dat de globale schuldpositie van de Vlaamse OCMWís beheersbaar is.

Terwijl Limburg wat de gemeenteschulden betreft de beste leerling van de klas is, moet het inzake OCMW-schuld Vlaams-Brabant laten voorgaan. Opgedeeld per provincie toont de totale OCMW-schuld volgende rangschikking (van hoog naar laag): Antwerpen 738 miljoen euro, West-Vlaanderen 529 miljoen euro, Oost-Vlaanderen 477 miljoen euro, Limburg 300 miljoen euro en ten slotte Vlaams-Brabant 210 miljoen euro.

Een gemeente is medeverantwoordelijk voor de financiŽle toestand en bijhorende schuldpositie van haar OCMW. Via de gemeentelijke bijdrage is een gemeente verplicht om mee te betalen in de aflossingen en intresten indien het OCMW niet over de nodige middelen zou beschikken. De minister heeft momenteel echter geen zicht op cijfers van gemeenten of steden die OCMW-schulden hebben overgenomen.

Conclusie en suggestie

Net als op het Vlaamse en federale niveau wacht ook de lokale besturen, ondanks de eerste lichte daling van de schuld in zes jaar, nog een enorme budgettaire inspanning. De schulden moeten immers de komende jaren worden terugbetaald. Ook lokale besturen zullen dus de tering naar de nering moeten zetten door voortdurend efficiŽntieoefeningen te maken.

Het is nu immers nog niet uit te maken of de daling uit 2014 al dan niet structureel is. Het lijkt mij wel een trend dat gemeenten aan schuldafbouw doen. Wellicht heeft de beleids- en beheerscyclus (BBC), het nieuwe boekhoudsysteem dat in 2014 veralgemeend ingevoerd werd, daar mee te maken. BBC legt de gemeenten (onder meer) op de zogenaamde autofinancieringsmarge (het structureel evenwicht) te bewaken. Die marge moet positief zijn. Schuldafbouw is dus belangrijker geworden dan voorheen.

Op termijn blijft het echter opletten want de lokale financiŽn blijven onder druk staan. Naast de toegenomen taken, de nood aan gespecialiseerd (en dus hoger opgeleid) personeel en een aantal andere dossiers (pensioenlasten, Ö) die de gemeentefinanciŽn onder druk zetten, zijn er ook enkele nieuwe financiŽle bedreigingen. Denk maar aan de federale taxshift die een daling van de gemeentelijke aanvullende personenbelasting tot gevolg zal hebben, nochtans een belangrijke inkomstenbron voor lokale besturen. Vraag is hoe de gemeenten deze inkomstendaling zullen opvangen. Met de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 in het vooruitzicht zullen ze steeds minder geneigd zijn om fiscaal in te grijpen.

Ik wil ten slotte een pleidooi houden voor fusies van voornamelijk kleinere gemeenten. Er zijn in Vlaanderen heel wat kleine gemeenten, meer dan de helft van de gemeenten heeft minder dan 15.000 inwoners. Zij krijgen een bonus in de vorm van schuldovername door de Vlaamse overheid indien ze tot vrijwillige fusie overgaan. Het is voor kleine gemeenten overigens niet altijd evident om voldoende kwaliteitsvolle dienstverlening te leveren. Fusie kan ook daarvoor een oplossing zijn.

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons