Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

WVS : Sociaal inspecteurs vs sociale fraude

(31/07/2012) Sociale fraude neemt verschillende vormen aan, waarvan de meest bekende het zwartwerk is. Juridisch gezien wordt ze gedefinieerd als een schending van de sociale wetgeving. Hieronder verstaat men de niet- aangegeven activiteiten, zwarte betalingen, aanwerving van buitenlanders zonder wettige werkvergunning of de meest ernstige vorm van georganiseerde misdaad, namelijk de mensenhandel; deze laatste vorm wordt behandeld door een gemengde steuncel van sociaal inspecteurs en leden van de gerechtelijke politie.

Het sociaal strafwetboek dat in werking trad op 1 juli 2011, versterkt de strijd tegen deze inbreuken en de samenwerking tussen de verschillende terreinacteurs. Vandaar het belang om de nieuwe competenties van de sociale inspectie te onderzoeken.


Sociaal strafwetboek: vier niveaus van ernst

Overtredingen van arbeidsrecht en sociaal zekerheidsrecht worden beteugeld door strafrechtelijke sancties. In de praktijk bleek deze procedure vaak omslachtig en bijzonder inefficiënt ten overstaan van sommige praktische incoherenties en de veelvuldigheid van normen die het sociaal strafrecht omvat. Enerzijds werden de sancties niet op een uniforme manier toegepast en, anderzijds, dompelde het groot aantal juridische normen de werkgevers, werknemers en zelfs de wetsdienaars vaak in de onzekerheid en de moeite.

Om deze klip te omzeilen riep de wet van 6 juni 2010 (BS 1 juli 2010) het sociaal strafwetboek in het leven. Dit wordt gepresenteerd als een beknopte samenvatting en centraliseert het arbeidsrecht door middel van 237 artikels. De sanctieregeling werd eveneens beoordeeld door de introductie van vier niveaus van ernst: mild, matig, ernstig en zeer ernstig. Alle overtredingen worden beteugeld met strafrechtelijke en/of administratieve boetes; enkel de zeer ernstige inbreuken kunnen gesanctioneerd worden met een gevangenisstraf.


De toegenomen competenties van de sociaal inspecteurs

De omvang en de bevoegdheden van de sociaal inspecteurs werden zowel preventief als repressief versterkt (art. 18 tot 61). Zij kunnen –eventueel– de assistentie van de politie inroepen onder andere om hen de nodige bescherming te bieden bij de uitoefening van hun functie. Sommige sociaal inspecteurs kunnen ook worden aangeduid als “gerechtelijk politieofficier” en op die manier de competenties cumuleren die nodig zijn voor de uitvoering van specifieke taken en dit in het bijzonder inzake informaticacriminaliteit en mensenhandel (art. 51).


Competenties (art. 18 tot 52)

Zonder hierin te overdrijven, kan een inspecteur op elk uur van de dag en van de nacht, zonder voorafgaande verwittiging, elke werkplaats of andere plaats die onder zijn controlegebied valt, betreden; de toegang tot privéwoonsten vereist echter een toelating voor een huisbezoek uitgevaardigd door de onderzoeksrechter. De sociaal inspecteur heeft ook het recht de identiteit te controleren en te onderzoeken van alle personen die hij relevant acht voor het onderzoek alsook maatregelen op te leggen aan de werkgever.

Zijn competenties inzake onderzoek en beoordeling van informatieondersteuning werden bovendien uitgebreid en gaan zelfs verder dan deze van een gerechtelijk politieofficier op het gebied van informaticagegevens (zie art. 88 ter van de C.I.C. en art. 31 en volg. van het sociaal strafwetboek).

Tot slot werd de samenwerking tussen alle overheidsinstellingen, waaronder de politie, gestimuleerd door het versterken van de informatie-uitwisseling zowel operationeel als op het vlak van de uitwisseling van knowhow.


Beoordelingsbevoegdheid (art.21)

De sociaal inspecteur kan inlichtingen en adviezen verschaffen, een termijn verlenen om zich in regel te stellen en processen-verbaal opmaken aan de werkauditeur. Dit keuzerecht is niet arbitrair aangezien het enerzijds moet gegrond zijn, en anderzijds een eenvormigheid moet garanderen in de toepassing van de wet. De sociaal inspecteur is niet verplicht alle vastgestelde inbreuken aan de werkauditeur te melden.


Geheimhoudingsplicht (art. 59)

Daar de controle een gevolg kan zijn van een klacht of melding inzake een inbreuk, mogen de sociaal inspecteurs in geen enkel geval, zelfs niet voor de rechtbanken, de naam van de indiener van deze klacht of van deze aangifte bekend maken.


Sébastien DORMAELS
Licentiaat in criminologie
Bron: http://www.werk.belgie.be/

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons