Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

Open VLD : Vlaamse Regering moet werk maken van ondersteuning van het Nederlandstalig Onderwijs in het buitenland

(03/04/2010) Vanaf volgend schooljaar 2010-2011 stuurt de Vlaamse Overheid geen onderwijspersoneel meer uit naar scholen in het buitenland met een Nederlandstalige sectie. Dat is een gemiste kans volgens Vlaams Volksvertegenwoordiger Irina De Knop.

In een context van sterke internationalisatie is het wenselijk dat de Vlaamse overheid mensen die kiezen voor een loopbaan in het buitenland, zou ondersteunen.

In de eerste plaats zou onze aandacht moeten gaan naar het vak Nederlands voor leerplichtigen in het buitenland. Als de Vlaamse Regering een actieve aanwezigheidspolitiek wil voeren in Europees en internationaal verband (zoals ze stelt in het regeerakkoord), dan moet ze ervoor zorgen dat de Vlaamse component in het Nederlandstalig Onderwijs in het buitenland op een afdoende manier wordt ondersteund.

Critici zullen opwerpen dat hier in budgettair moeilijke tijden geen geld voor is. Precies daarom stelt Irina De Knop voor om structureel samen te werken met Nederland, die via de stichting NOB beschikt over een ervaren werking en structuur. Ze dient hierover een vandaag een voorstel tot resolutie in, mede ondertekend door Marleen Vanderpoorten, Fientje Moerman, Marino Keulen en Herman Schuermans.

Vlaams Minister voor Onderwijs, Pascal Smet, heeft beslist om de detachering van twee leerkrachten aan het Lycée International Ferney-Voltaire, een Franse openbare school gelegen in de nabijheid van stad Genève, stop te zetten. Nochtans lopen er een 50 tal Vlaamse kinderen school. “Behoudens het onderwijspersoneel dat gedetacheerd wordt naar de Europese Scholen, zal de Vlaamse Overheid dus geen onderwijspersoneel meer uitsturen naar scholen in het buitenland” stelt Irina De Knop verbijsterend vast. “En dit terwijl er steeds meer Vlamingen een deel van hun carrière doorbrengen in het buitenland.”

De Vlaamse Regering wil een actieve aanwezigheidspolitiek voeren in Europees en internationaal verband en wil de culturele, publieks- en economische diplomatie verder uitbouwen. “Welnu, de rol en het belang van een Vlaamse component in het Nederlandstalige Onderwijs in het buitenland is in het kader van deze vorm van “cultural diplomacy” cruciaal. Op basis van de cijfers van het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) zouden er vorig schooljaar 1.980 Vlaamse leerlingen basisonderwijs en 1.432 secundair onderwijs in het buitenland gevolgd hebben. Deze trend zal, gezien de internationale context van het bedrijfsleven maar ook in het streven naar “onthaasting” in het buitenland, in de toekomst alsmaar toenemen. De vraag voor ondersteuning van ouders en kinderen alsook de vraag naar Nederlandstalig onderwijs zal bijgevolg stijgen”, verduidelijkt Irina.

De Minister schuift in zijn antwoord op een schriftelijke vraag van Mevrouw Irina De Knop de verantwoordelijkheid inzake ondersteuning van het Nederlands in het buitenland door naar het Vlaams Parlement. “Uiteraard rijst de vraag of daar geld voor is en of Vlaanderen dit alles volledig zelf moet doen. Budgettair zou dit, zeker in deze tijden, moeilijk zijn, waardoor het aangewezen lijkt om na te gaan in hoeverre met Nederland zou kunnen worden samengewerkt. Nederland beschikt met de Stichting NOB, die ondersteuning geeft in maar liefst 260 scholen in het buitenland, reeds over een structuur én ervaring.”

Vlaams Volksvertegenwoordiger Irina De Knop zal samen met Marleen Vanderpoorten, Marino Keulen, Fientje Moerman en Herman Schuermans een voorstel tot resolutie indienen met betrekking tot de ondersteuning van het onderwijs in het Nederlands in het buitenland. Ze denkt vooral aan een structurele samenwerking met NOB en aan een globaal Vlaams informatiebeleid met betrekking tot het leerplichtonderwijs voor Vlaamse gezinnen in het buitenland.

VOOR MEER INFORMATIE


Irina De Knop,
Vlaams parlementslid

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons