Advertentie
Vlaams Belang : Minister De Crem weigert openheid over studie renovatiekosten Citadel te Diest
(21/03/2010) Begin februari heb ik per brief de voorzitter van de commissie Landsverdediging gevraagd een bezoek te brengen met de commissie aan de kazerne de Citadel te Diest. Motivatie hiervoor is het sterk vermoeden dat Pieter De Crem de kazerne wil sluiten op basis van onnauwkeurig (zogenaamd) studiewerk. In navolging hiervan stelde ook SP.a collega Geerts voor om met de commissie een aantal kazernes te bezoeken. Deze week nam de commissie de beslissing om aan Vlaamse kant de kazernes in Diest, Sijsele en Leopoldsburg (+evt. Helchteren) te bezoeken en in Wallonië Bastenaken, Jambes en Amay
De voorbije weken heb ik de minister vragen blijven stellen over het kostenplaatje om de kazerne in Diest in orde te brengen met de geldende wetgeving. Eerder noemde Pieter De Crem een bedrag van 20 tot 25 miljoen euro. Echter wanneer ik daarover bleef doorvragen bleef een gefundeerd antwoord uit. In eerste instantie kreeg ik een half A4-tje met een opsomming van enkele problemen maar zonder cijfergegevens. Na nieuwe vragen volgde een schriftelijk antwoord (zie bijlage) waar opnieuw geen detailgegevens werden gegeven, maar werd verwezen naar een zogenaamde kwalitatieve studie. Eergisteren heb ik daarover in commissie opnieuw vragen gesteld. Ditmaal verschuilt de minister zich achter de zogenaamde vertrouwelijkheid van deze studie, de gegevens mogen enkel op zijn kabinet worden ingekeken. Blijkbaar is het bestuderen van de infrastructuurwerken van de kazerne in Diest voor De Crem zo confidentieel alsof de veiligheid van het land ervan af hangt.
In ieder geval blijkt uit het laatste antwoord van minister De Crem dat de zogenaamde nota/studie omtrent de renovatiekosten voor Diest werd opgemaakt als excuus om de kazerne te sluiten. 400 handtekeningen en de nodige politieke druk volstonden om de kazerne in Bastenaken te behouden. Het behoud van de kazerne in Diest – waarvoor reeds meer dan 10000 handtekeningen werden verzameld - komt wel tegemoet aan de efficiëntie van het leger. Het zou dan ook bijzonder onverstandig zijn om deze centraal gelegen kazerne te sluiten. Ook in legerkringen werd reeds gewezen op het mogelijke verlies aan manschappen omwille van de sluiting wat op termijn een belangrijk probleem zal geven bij het vervullen van de buitenlandse opdrachten.
Bruno Stevenheydens
Volksvertegenwoordiger Vlaams Belang
Lid commissie Landsverdediging
www.brunostevenheydens.org
Hieronder het verslag van de laatste vraagstelling in commissie, als bijlage het eerdere schriftelijke antwoord van de minister.
16 Samengevoegde vragen van
- de heer Bruno Stevenheydens aan de minister van Landsverdediging over "de kwalitatieve studie van de infrastructuurproblematiek van de Citadel te Diest" (nr. 20459)
- de heer Dirk Vijnck aan de minister van Landsverdediging over "de studies rond de militaire infrastructuur voor de para-commando eenheden en de ontbinding van het 1ste Para" (nr. 20612)
16.01 Bruno Stevenheydens (VB): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, 400 handtekeningen en politieke druk volstonden om de kazerne in Bastenaken open te houden. Ik kom nog eens terug op Diest, waar ondertussen meer dan 10 000 mensen hebben getekend voor het behoud van de kazerne.
In de commissievergadering van 10 februari laatstleden stelde ik u een vraag over de kostenberekening voor de renovatie van de kazerne in de Citadel te Diest. Reeds eerder had u een kostenplaatje van 20 tot 25 miljoen euro genoemd om de kazerne met de huidige wetgeving in orde te brengen.
Mijnheer de minister, ik vroeg u hoe u tot dat bedrag van 20 tot 25 miljoen euro kwam en ik kreeg van u een antwoord van een half blad met een opsomming van wat er zou moeten gebeuren. Ik noemde dat ondermaats en u hebt mij onmiddellijk geantwoord dat ik nog een antwoord van vier bladzijden zou ontvangen.
Op 8 maart, drie weken later, heb ik inderdaad een nota van bijna twee bladzijden ontvangen. Opnieuw geen gedetailleerde weergave van hoe men aan die kosten is gekomen. Er worden alleen problemen geschetst zoals de problematische waterhuishouding van de Citadel, het probleem van de bekabeling en de laad- en losproblemen in het gebouw.
Het eerder genoemde bedrag van 20 tot 25 miljoen euro is volgens uw schriftelijk antwoord een schatting, gebaseerd op een kwalitatieve studie van de infrastructuurproblematiek van de Citadel.
Mijn eerste bedenking is waarom u dat niet onmiddellijk hebt gegeven. Dit is een antwoord in stukjes. Ik vraag hoe men tot dat bedrag komt. Ik krijg eerst een mondeling antwoord. Dan krijg ik het eerste schriftelijke antwoord. Dan krijg ik een tweede schriftelijk antwoord. Nu vraag ik de studie op. Ik hoop dat u niet afkomt met de conclusie van de studie of de inleiding van de studie of de samenvatting van de studie.
Ik zou graag de hele zogenaamde kwalitatieve studie van de infrastructuurproblematiek van de Citadel onmiddellijk krijgen, zodat ik gedetailleerd kan bekijken hoe u tot de bedragen komt. Ondertussen heb ik immers de indruk dat dit met nattevingerwerk is gebeurd om toch maar te kunnen argumenteren dat de kazerne moet worden gesloten. Ik ben daarvan helemaal niet overtuigd. Ik ben van het tegendeel overtuigd. Ik zou dan ook van de inhoud van de studie kennis willen nemen.
Wanneer werd deze studie gemaakt? Door wie werd ze uitgevoerd? Werden de resultaten besproken met de verantwoordelijken van het Eerste Para in Diest? Werden de resultaten besproken met het gemeentebestuur van Diest? Werden ze besproken met andere instanties die zich inzetten voor het behoud van het Eerste Para in Diest. Kunt u mij een exemplaar van de studie bij het antwoord overhandigen?
16.02 Dirk Vijnck (LDD): Mijnheer de minister, ik sluit mij volledig aan bij de vorige spreker. Ik kan daarbij 2 vragen stellen.
Werden er gelijkaardige studies uitgevoerd voor de militaire infrastructuur van de para’s in Schaffen en in Tielen? Zo ja, welke waren de conclusies van deze studie? Graag had ik een kopie van de studie.
Op basis van welke studie concludeerde men dat het Eerste Bataljon Parachutisten best ontbonden wordt en de manschappen verdeeld worden over de overige paracommando-eenheden? Ook van deze studie had ik graag een kopie.
Voorzitter: Ludwig Vandenhove
16.03 Minister Pieter De Crem: Voor alle kwartieren van Defensie wordt de toestand van de gebouwen opgevolgd door de bevoegde dienst van Defensie. U kent die, het gaat over de Divisie Communicatie en Infrastructuur van de Algemene Directie Material Resources. De infrastructuurbeheerder van het departement volgt eveneens de functioneringskosten van alle kwartieren op. Het gaat dus over de kosten van verwarming, kosten voor elektriciteit, kosten voor water, maar ook voor het huishoudelijk onderhoud van de gebouwen, de ruiming van afval, de huur- en het groenonderhoud en het onderhoud van de wegenis.
Jaarlijks wordt een vergadering georganiseerd tussen de infrastructuurdienst van het kwartier 2e echelon en de eenheden. Tijdens de vergadering worden de infrastructuurbehoeften besproken. Het is de geschikte opportuniteit voor de eenheden om hun behoeften uiteen te zetten en alle problemen aan te kaarten.
Studies betreffende de noodzakelijke werken in de citadel van Diest werden uitgevoerd in 2008 en ze werden verfijnd in 2009. Tijdens het opstellen van het plan voor de voltooiing van de transformatie werden alle kwartieren van het departement onder de loupe genomen, op zoek naar mogelijke rationalisatie en optimalisatie. De studies betreffende de citadel van Diest werden aangepast op basis van de structuren die in dit plan worden voorgesteld. Zo werd beslist om over te gaan naar 2 in plaats van 3 bataljons paracommando. Er moest dus een keuze gemaakt worden tussen de kwartieren Tielen, Diest en Flawinne. Om de beste keuze te kunnen weerhouden, werden meerdere parameters geëvalueerd. Wat infrastructuur betreft, waren de parameters onder andere de staat van de bestaande infrastructuur, het potentieel van het kwartier, de functioneringskosten, de conformiteit van de gebouwen, de kosten verbonden aan het conform maken van deze gebouwen en nog een aantal andere.
De infrastructuren op de site van Diest zijn niet aangepast aan een moderne militaire eenheid. De uitbreidingsmogelijkheden op deze site zijn onbestaande en het kwartier van de citadel te Diest beschikt ook niet over een oefenterrein in de directe nabijheid. Bovendien maakt het statuut van beschermd monument aanpassingswerken onmogelijk.
Ik heb een nota die handelt over de organisatie en de problematiek van de ruimtes voor stockage, de toegangen, de insijpeling, de rioleringen, het metselwerk en een aantal andere zaken. Dit is echter een vertrouwelijke nota. Ik wil u wel twee zaken zeggen. Ten eerste, u kunt deze nota bij mij komen inkijken. Ik stel voor dat de vraagstellers, de heren Stevenheydens en Vijnck, de nota op het kabinet komen lezen. Ik wil u wel zeggen dat bepaalde zaken worden ontkend. Een van die zaken is bijvoorbeeld dat er geen glijbanen zouden zijn. Het beste bewijs wordt hier geleverd. Er is een cascadesysteem van glijbanen om de goederen naar beneden te krijgen. De installaties hebben te maken met waterinsijpeling en er zijn nog de ARAB-voorschriften.
Ik stel voor dat u een afspraak maakt met mijn kabinet en dat u het dossier komt lezen.
16.04 Bruno Stevenheydens (VB): Mijnheer de minister, ik ben met deze regeling eigenlijk niet tevreden. U noemt een getal van 20 tot 25 miljoen euro om de kazerne van Diest in orde te brengen met de huidige wetgeving. Ik heb daarover tot drie keer toe vragen moeten stellen. U zegt nu dat het gaat om een vertrouwelijk document. Volgens mij is er amper een studie voor handen. Het gaat opnieuw over wat foto’s en samenraapsels. Als dit bij een lokaal bestuur zou worden gedaan dan zou dit een onwaardige manier van werken zijn. Als u een getal van 20 tot 25 miljoen euro vernoemt als basis van een schatting dan moet die studie voor handen zijn en dan moeten alle kosten gedetailleerd worden weergegeven. Zo niet gaat dit enkel over nattevingerwerk om een politieke beslissing te ondersteunen. Volgens mij is dit laatste hier het geval en u overtuigt mij niet van het tegendeel.
Ik zal dit komen inkijken, maar ik vind het heel erg dat dit document niet openlijk in te kijken is voor de leden van deze commissie terwijl wij binnen enkele weken wel een bezoek zullen brengen aan de infrastructuur van Diest. Eigenlijk is dit een document waarvan alle commissieleden kennis zouden moeten kunnen nemen. Ik stel eigenlijk gewoon vast dat er eigenlijk geen ernstige studie voor handen is.
16.05 Dirk Vijnck (LDD): Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoord. Ik sluit mij totaal aan bij de vorige spreker. Wij zullen zo snel mogelijk een afspraak maken met uw kabinet om dit document te komen inzien. Ik vind het spijtig dat de commissieleden dit document niet in handen kunnen krijgen.
16.06 Minister Pieter De Crem: Een bezoek ter plaatse zal u veel duidelijkheid geven.
16.07 Bruno Stevenheydens (VB): Wat is er nu zo vertrouwelijk aan die nota? Ik mag die nota inkijken maar daar houdt het op. Enkele weken later mag ik Diest bezoeken. Dan mag ik vragen stellen en moet ik terug bewijzen aanvoeren op basis van een nota die ik niet in handen heb omdat die vertrouwelijk is en op uw kabinet ligt. Dat is toch geen ernstige werkwijze. Wat is er zo vertrouwelijk aan die nota?
Het is enkel een politiek argument om Diest te sluiten. Dat is het enige wat u als vertrouwelijk element kan aanvoeren. Er is geen enkele reden om die vertrouwelijkheid niet op te heffen.
16.08 Minister Pieter De Crem: De essentie is als volgt. As er informatie over onze infrastructuur wordt opgevraagd dan krijgt die de kwalificatie ‘vertrouwelijk’ mee. Dat is wettelijk zo bepaald. Het spijt mij.