Advertentie
LSP : Platformtekst betoging "meer middelen voor hoger onderwijs"
(19/03/2010) Het percentage van het BBP dat naar onderwijs gaat is gedaald van zo'n 7% in de jaren 1980 naar ongeveer 4,5% vandaag (in Vlaanderen). In het hoger onderwijs daalde het budget van ongeveer 0,9% van het BRP begin jaren 1990 naar ongeveer 0,8% vandaag, terwijl het aantal studenten steeg van ongeveer 140.000 naar bijna 200.000.
Anders gezegd: met dezelfde middelen zou in het hoger onderwijs vandaag ongeveer 60% meer gedaan moeten worden dan 15 a 20 jaar geleden (zie grafiek). Begin jaren '90 werd met 1 promille van het BRP aan ongeveer 15.000 studenten hoger onderwijs verschaft, vandaag worden met dezelfde 1 promille van het BRP bijna 25.000 studenten opgeleid. Deze grootschalige besparingsoperatie is doorgevoerd op een zeer slinkse en geleidelijke manier, o.a. door een systematische erosie (door onderindexering) van de overheidstoelages.
Zowel studenten als personeel zien de gevolgen van het gebrek aan middelen. Het inschrijvingsgeld werd geleidelijk verhoogd, studentengroep per studentengroep (denk maar aan het dubbel inschrijvingsgeld voor studenten zonder leerkrediet, dure gespecialiseerde manama's, tienvoudig inschrijvingsgeld voor niet-EHOR-studenten, ...). De studiebeurzen werden uitgehold waardoor de inkomensgrens voor de maximumbeurs onder de armoedegrens ligt terwijl het bedrag van een maximumbeurs te laag is om de rechtstreekse studiekosten te dragen. Voor al het personeel (zowel administratief en technisch personeel als academisch personeel) werd de werkdruk opgedreven en nam de werkonzekerheid toe door meer en meer met tijdelijke contracten te werken en door de invoering van nieuwe precaire statuten (bijvoorbeeld doctoraatsbursalen) ten koste van de duurdere bestaande, betere statuten (bijvoorbeeld AAP).
Vandaag worden de instellingen voor hoger onderwijs geconfronteerd met een drievoudige vermindering van middelen. Ten eerste wordt er bespaard in de onderwijsuitgaven vanuit de overheid, en dat terwijl er de afgelopen 20 jaar reeds systematisch bespaard werd (o.a. door onderindexering). Ten tweede wordt er bespaard in de onderzoeksuitgaven vanuit de overheid, terwijl een groot deel van de personeelkosten hierdoor gedragen werd. Ten derde tenslotte wordt er door privé-bedrijven minder geďnvesteerd in onderzoeksprojecten in samenwerking met universiteiten en hogescholen, ten gevolge van de huidige economische crisis.
Om de kwaliteit van het (hoger) onderwijs te behouden en te verbeteren is het noodzakelijk dat er ook voldoende financiële middelen worden in geďnvesteerd. Op zijn minst zouden we terug naar het percentage van het BBP moeten gaan dat begin jaren '80 werd gehaald — en dan laten we de groeiende studentenpopulatie nog buiten beschouwing! Een serieus gelijkekansenbeleid vergt bovendien heel wat bijkomende middelen om de toegankelijkheid van het hoger onderwijs te verhogen d.m.v. meer en betere studiebeurzen, kwalitatieve studentenvoorzieningen, faciliteiten voor mensen met functiebeperkingen, etc.