Advertentie
CD&V: Nieuw EU-voetbalarrest: Bosman II vermeden (reactie Ivo Belet)
(18/03/2010) Het Europees Hof van Justitie steekt een hart onder de riem van voetbalclubs die in hun jongerenopleiding investeren. Het Hof maakt vandaag duidelijk dat de maatschappelijke rol van voetbal een uitzondering op het vrij verkeer van werknemers rechtvaardigt." Dat zegt Europarlementslid Ivo Belet (CD&V) naar aanleiding van de uitspraak van het Europees Hof van Justitie in de zaak Bernard.
Het Hof erkent dat opleidingclubs zouden kunnen ontmoedigd worden te investeren in de opleiding van jonge spelers als ze hiervoor geen vergoeding krijgen. Het stelt dat dit vooral geldt "voor kleine opleidingsclubs waarvan de investeringen op lokaal niveau in de indienstneming en opleiding van jonge spelers van groot belang zijn voor de vervulling van de sociale en educatieve functie van sport".
Ivo Belet: "Gelukkig heeft het Europees Hof vandaag bevestigd dat de opleiding van jonge spelers door clubs noodzakelijk is om het voetbal in beweging te houden. Zonder investeringen in de jeugdopleiding bloedt het voetbal dood en dat moeten we kost wat kost vermijden gezien de grote maatschappelijke rol van voetbal. We moeten nu op Vlaams niveau bekijken of bijsturing nodig is. In Vlaanderen mag een club immers geen vergoeding vragen wanneer ze een niet-professionele voetballer naar een andere club ziet vertrekken om daar als professional te spelen. We hebben dit in Vlaanderen na het Bosman-arrest goedgekeurd, maar het Europees Hof geeft nu zelf aan dat dat misschien een brug te ver is."
Noot aan de redactie:
Olivier Bernard, Franse belofte bij Olympic Lyonnais, tekende na zijn beloftecontract niet bij bij Olympic Lyonnais, maar trok naar Newcastle. Olympic Lyonnias vroeg daarop schadevergoeding ter waarde van 53.357,16 EUR (waarde van het contract dat Bernard bij Olympic Lyonnais zou gekregen hebben). Het Hof stelt dat Olympic Lyonnais geen schadevergoeding mag vragen voor gederfde inkomsten. Een vergoeding op basis van de kosten van de opleiding (rekening houdend met het feit dat slechts enkelen beroepsspeler worden) mag wel.