Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

Europese hogeronderwijsruimte is een feit

(14/03/2010) De Europese Hogeronderwijsruimte is een feit geworden. Dat hebben onderwijsminister Pascal Smet en zijn collega’s uit 47 Europese landen vandaag in Wenen beslist. Dat is een belangrijke mijlpaal in het Bolognaproces, dat in 1999 van start is gegaan en in heel Europa tot diepgaande hervormingen van het hoger onderwijs heeft geleid. Maar dat neemt niet weg dat er voor de komende tien jaar nog werk aan de Europese winkel is.



In Vlaanderen zijn we ver opgeschoten in de hervorming van ons hoger onderwijs, daar is ook Europa het over eens. De bachelor-masterstructuur is daar het meest zichtbare, maar zeker niet het enige resultaat van. Met onze Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie zetten we bijvoorbeeld de toon inzake kwaliteitszorg. En passant bewijzen we met de NVAO trouwens dat samenwerking over de grenzen heen wérkt, ondanks de verschillen tussen onze onderwijsstelsels.
Op tien jaar tijd hebben we dus heel wat werk verzet. En heus niet alleen in de bestuurskamers: weinig processen hebben op zo korte tijd zo veel mensen gemobiliseerd die van hoog tot laag meebouwen aan de Europese Hogeronderwijsruimte (EHOR). Het succes van de EHOR is dus ook het succes van professoren en docenten, van staf en studenten, die elk vanuit hun positie en vaak met een groot enthousiasme de bouwstenen van de EHOR hebben aangebracht.
De Verklaring van Boedapest & Wenen, waarmee de onderwijsministers van 47 Europese landen de EHOR vandaag officieel hebben opgericht, kan echter geen eindpunt zijn. De Bolognaverklaring heeft indertijd grote verwachtingen gewekt en dankzij de wervende kracht ervan is er snel en diepgaand hervormd. Maar tussen droom en daad durven nationale wetten en praktische bezwaren in de weg staan. Pascal Smet: “We mogen die pijnpunten niet onder de mat schuiven. Want het succes van Bologna zal uiteindelijk niet afgemeten worden aan de verandering van de structuren. Wel aan de mate waarin we erin slagen om voor studenten en docenten een échte barrièrevrije hogeronderwijsruimte te creëren, waarin ze zich vrij – en liefst met zo veel mogelijk – kunnen bewegen, zonder te botsen op hinderpalen als de erkenning van een buitenlands diploma of de kost van een verblijf in het buitenland. Bologna doen we immers niet voor de happy few. En dus moet het ook onze zorg zijn om die Europese Hogeronderwijsruimte voor zo veel mogelijk mensen zo toegankelijk mogelijk te maken.”
“In dat licht moeten we ook de engagementen in het Vlaamse regeerakkoord zien,” aldus Smet. “In de loop van deze regeerperiode willen we 10% extra in ons hoger onderwijs investeren en tegen 2020 minstens één vijfde van onze studenten voor een studieverblijf naar het buitenland sturen. Ook dát moeten tastbare verwezenlijkingen van de hervormingen van het Europese hoger onderwijs zijn en daarom wil ik dit ook hoog op de agenda zetten als we op 1 juli het voorzitterschap van de Europese Unie overnemen.”
In het kader van dat Europese voorzitterschap organiseert Vlaanderen onder andere een grote conferentie rond mobiliteit van studenten en docenten. Pascal Smet zal zijn collega’s daar voorstellen om samen een Europees fonds voor de financiering van die studentenmobiliteit op te zetten. Zo een fonds kan helpen om het aantal inkomende en uitgaande studenten in elk van de lidstaten in evenwicht te houden en kan ervoor zorgen dat de vaak grote verschillen in aantrekkingskracht en levensduurte tussen de Europese landen overbrugd kunnen worden.



Meer info
Jeroen Janssens
Woordvoerder van Vlaams minister van onderwijs Pascal Smet

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons