Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

SP.A: Prijsstijgingen berokkenen Belgische tewerkstelling veel schade

(12/03/2010) In een voorstel van resolutie vragen sp.a-senatoren Johan Vande Lanotte en John Crombez dat de federale regering de opdracht geeft aan het planbureau om een studie uit te voeren naar de impact van een gerichte prijzenpolitiek op de werkgelegenheidsevolutie in ons land. Want het is omdat minister van Economie Vincent Van Quickenborne er niet in geslaagd is de laatste jaren de prijsstijgingen te beheersen in tegenstelling tot andere Europese landen, dat de loonkloof met andere landen is kunnen oplopen. Volgens Vande Lanotte "is minister Van Quickenborne is dus mee verantwoordelijk voor de teruggelopen werkgelegenheid in dit land."




In het volledige voorstel van resolutie hieronder kan u alle facts and figures vinden die deze stelling mee onderbouwen.



Meer info:

Johan Vande Lanotte: 0475/73.49.33

John Crombez:0478/21.27.63



Voorstel van resolutie over de impact van de prijsstijgingen op de werkgelegenheid

Het prijsobservatorium heeft nogmaals bevestigd wat iedereen al lang wist, dat deze regering geen enkel beleid inzake het beheersen van de prijsstijgingen heeft gevoerd. Minister Van Quickenborne was er als de kippen bij om te verklaren dat dit een aanslepend probleem is. Hij zei dat de prijzen in België al vijf jaar sneller stijgen dan in de buurlanden en hij riep de sociale partners meteen ook op hun looneisen te matigen.

De bewering van de minster dat de prijsstijgingen een oud zeer zijn, is een grove leugen. In het rapport van het prijsobservatorium, pagina 26, geeft het observatorium een duidelijk overzicht van de onderliggende inflatie op kwartaalbasis van België en de drie buurlanden. Daaruit blijkt dat het probleem van de levensduurte geen oud probleem is, maar een probleem dat sinds eind 2007 is ontstaan.

Ook de nationale bank heeft dezelfde observaties gemaakt. De inflatie in België voor de periode 1999-2007 ligt cumulatief 0,7% lager dan in de eurozone. (rapport 2008 over inflatieverloop in BE - Economisch tijdschrift april 2008). Op jaarbasis deed Nederland het in die periode ongeveer 0,45% slechter, Frankrijk 0,21% beter, Duitsland 0,45% beter dan België.

Sinds begin 2008 is de situatie radicaal veranderd, in juli 2008 bijvoorbeeld topte onze inflatie op 5.9%, terwijl de eurozone een inflatie van 4% kende en onze buurlanden ook niet boven die 4% kwamen (Dtsl : 3.5%, Fr. : 4.0% , Nl. : 3.0%). In 2009 kregen we een tragere groei, maar die "correctie" kan niet verhinderen dat de stijging van 2008 een definitief nadeel heeft berokkend.

Deze vaststelling is niet nieuw : een studie van de Vlerickschool eind 2007, rapporteerde dat de distributiesector van oordeel was dat de prijzen, gezien de nieuwe samenstelling van de meerderheid, makkelijker konden stijgen. Dat was geen bevinding van de oppositie maar de mening die de distributiesector aan de enquêteurs bekend maakte. De regering reageerde niet.

In 2008 kon iedereen ook merken hoe de energieprijzen afschuwelijk snel stegen. In een ritme die zijn gelijke in de EU niet kende. De meeste landen -als reactie op nochtans minder grote stijgingen- namen de nodige maatregelen. De reactie in België : wat verklaringen van de minister over de marktwerking, maar geen daden. Nadien volgden er rapporten over de stijgende kost van de mobilofonie en internet : als reactie werd enkel verwezen naar de vierde operator die er zou komen, dus in de praktijk : niets tot ten vroegste in 2011. Wij stellen voor om de afgiftetarieven af te schaffen, maar op dit voorstel wordt niet ingegaan. Nadien volgde de studie van de creg over de gasprijzen. Reactie : een flauwe verwijzing naar de Raad voor Mededinging. Hoge prijzen zijn nochtans niet alleen een probleem van mededingingsrecht. Ons voorstel voor een onderzoekscommissie werd weggewuifd. En nu komt het observatorium met een studie. Reactie van de minister : hij zal een ministerieel besluit maken, wat eigenlijk inhoudt dat het observatorium nog beter zal kunnen studeren.

De minister van economie van deze regering is daarmee de eerste minister van economie in België die er niet in slaagt om in België een inflatieritme aan te houden dat in globo concurrentieel blijft met de andere landen van de eurozone. Zijn voorganger, een partijgenoot, slaagde daar wel in. Die voorganger bespaarde ons wel van steeds werkerende geloofsverklaringen in de vrije markt en handelde zoals het moest, gesteund door een regering die de stijging van de levensduurte onder controle wou houden. Daarbij stonden de energieprijzen centraal, energieprijzen die duidelijk trager stegen dan in de eurozone.

De prijsstijgingen worden weerspiegeld in de index en gelukkig zijn de lonen gekoppeld aan die index. Indien België een prijsstijging had gehad die gelijk was aan de drie buurlanden, zou de index minder gestegen zijn en zouden de lonen minder omhoog gegaan zijn. De werknemers zouden er niet rouwig om geweest zijn, want finaal zou de koopkracht behouden zijn. Maar onze concurrentiepositie tegenover de drie buurlanden zou beter geweest zijn. Had deze regering de levensduurte aangepakt, dan zou de "kloof" tussen de lonen van België en de drie buurlanden, waar de minister het zo graag over heeft, beduidend kleiner geweest zijn.

In de senaat werden aan de minister de volgende drie vragen gesteld :

"1. kan de minister me zeggen, hoe veel kleiner de loonkloof zou zijn geweest had België in 2OO8 en 2009 een inflatie gekend die beperkt werd tot het niveau van de drie buurlanden?

2. kan de minister me zeggen hoeveel jobs er dan vermoedelijk meer zouden zijn ?

3. als de minster dat niet kan zeggen is hij dan bereid om het planbureau over deze beide vragen een studie te laten uitvoeren en die aan de senaat te bezorgen?"

De minister heeft deze vragen eigenlijk niet beantwoord, in elk geval komt er geen zo'n studie.

Aanbeveling

Overwegende dat het belangrijk is dat volledige klaarheid wordt geschapen over de stijgingen van de prijzen en de impact ervan op de tewerkstelling,

Overwegende dat de minister geen aanstalten maakt om deze klaarheid te bieden,

Overwegende het planbureau de nodige kennis en de nodige middelen heeft om een studie over deze materie uit te voeren

Beveelt de Senaat de regering aan het planbureau de opdracht te geven een studie uit te voeren die nagaat in hoeverre in het verleden en in de toekomst een gerichte prijzenpolitiek een impact kan hebben op de werkgelegenheidsevolutie in ons land.

Johan Vande Lanotte - John Crombez

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons