Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

Nationaal Baha'i Centrum : Wereld reageert op proces tegen zeven Baha'i leiders in Iran

(15/01/2010) Shirin Ebadi, de Iraanse winnares van de Nobelprijs voor de Vrede in 2003, heeft gepleit voor de onmiddellijke vrijlating en vrijspraak van de zeven bahá'í-leiders in Iran. Zij reageerde daarmee op het gisteren gestarte proces tegen de zeven in Teheran. Shirin Ebadi is één van de advokaten van de beschuldigden. Inmiddels is er in tal van landen gereageerd op de beslissing van Iran om met het proces te beginnen, nadat dat al enkele keren was uitgesteld.


‘Als er rechtvaardig wordt gehandeld en een onpartijdige rechter de aanklachten, die tegen mijn cliënten zijn ingediend, zou onderzoeken, dan kan er geen andere uitspraak volgen dan vrijspraak’, aldus mevr. Ebadi. Zij zei dat in een commentaar voor WashingtonTV, een internet-nieuwsdienst in de VS. Mevr. Ebadi voegde er aan toe dat ze het dossier met aanklachten zorgvuldig had bestudeerd en dat ze ‘geen enkel bewijs kon vinden voor de misdadige aanklachten van de openbare aanklager’.

Anderen uitten eveneens hun zorgen over de eerlijkheid van het proces en zij bepleitten een eerlijke rechtszaak volgens internationaal geldende juridische standaarden. Regeringen en prominente personen uit de Europese Unie, de Verenigde Staten, Brazilië, India en Canada legden verklaringen af, waarin hun ernstige zorgen over de procesgang werden uitgesproken.

De Europese Unie herhaalde gisteren nog eens haar pleidooi om internationale waarnemers toe te laten bij het proces tegen de zeven bahá'ís. ‘De Europese Unie vindt dat vrijheid van meningsuiting een fundamenteel en onmiskenbaar recht is dat onder alle omstandigheden dient te worden gegarandeerd’, aldus de verklaring. ‘De Europese Unie roept op tot een rechtvaardig, eerlijk en open proces, waarin alle internationale standaarden en verplichtingen worden gerespecteerd’.

In Brazilië schreef Luiz Couto, voorzitter van de commissie voor mensenrechten in de Federale Senaat, een brief aan de ambassadeur van Iran in Brazilië. Daarin merkte hij op dat het lijkt alsof de rechtszaak tegen de zeven bahá'ís ‘niet transparant en openbaar is’ en dat een gesloten proces zou botsen met het recht op een volledige en eerlijke verdediging. ‘Wij beschouwen de vrijheid van religie en overtuiging – dat van moslims, christenen, joden, boeddhisten, bahá'ís en alle andere religies – als een fundamenteel democratisch recht, zowel in het Oosten als in het Westen’, aldus Luiz Couto.

Eergisteren al veroordeelde het ministerie van Buitenlandse Zaken in de Verenigde Staten het feit dat Iran had besloten door te gaan met het proces. ‘De autoriteiten hebben deze mensen meer dan twintig maanden gevangen gehouden, zonder enig bewijs tegen hen openbaar te maken en ze gaven ze geen of weinig gelegenheid om juridische ondersteuning te verkrijgen’, aldus Philip J. Crowley, die sprak namens de afdeling Public Affairs van het ministerie. ‘Deze mensen hebben recht op een eerlijk proces’.

In India deden prominenten een beroep op hun regering om het onderwerp van de bahá'í-vervolging in Iran op de agenda te plaatsen. ‘Ons land heeft een lange historie van pluralisme en tolerantie en moet zich tegen die vervolgingen uitspreken’, zei Maja Daruwala, directeur van het ‘Commonwealth Human Rights Initiative’, zo meldde ‘The Hindu Newspaper’ afgelopen zaterdag.

In Canada gaf de minister van Buitenlandse Zaken, Lawrence Cannon, afgelopen vrijdag een verklaring uit waarin hij zijn diepe zorgen uitte over de vasthouding van de zeven bahá’í-leiders. ‘Het is betreurenswaardig dat deze individuen louter om hun geloof zijn gearresteerd en dat ze een eerlijk proces wordt ontzegd’, aldus Lawrence Cannon.
Een van de vooraanstaande voorvechters van mensenrechten, Cherie Blair, riep in een interview met BBC World op ‘deze groep mensen vrij te laten die een religie hebben waarin voor vrede wordt gepleit en die niets hebben gedaan waardoor ze dit proces zouden verdienen’.

In het interview op Washington TV lichtte Shirin Ebadi, die momenteel buiten Iran verblijft, een tipje van de sluier op van hetgeen er gisteren bij het Revolutionaire Hof in Teheran gebeurde toen de rechtszaak tegen de bahá'ís begon. Zij zei dat er slechts twee advocaten van de organisatie die door haar was opgericht (voor de verdediging van mensenrechten) werden toegelaten. Ondanks een verzoek om een openbare zitting vond de zitting plaats achter gesloten deuren.

De aanklachten tegen de zeven bahá’í-leiders werden gisteren nog eens benadrukt door Iraanse staatsmedia. Het gaat om spionage, propaganda-activiteiten tegen de islamitische orde, het opzetten van een illegaal bestuur, samenwerking met Israël, het sturen van geheime documenten naar het buitenland, handelen tegen de veiligheid van het land en ‘corruptie op aarde’.

Diane Ala’i, die de Internationale Bahá’í-gemeenschap vertegenwoordigt bij de Verenigde Naties in Genève, zei dat de zeven alle aanklachten voortdurend hebben ontkend. ‘We kunnen er zeker van zijn dat zij dat ook gisteren tegenover de rechter hebben verklaard.’

De zeven bahá'ís zijn mevrouw Fariba Kamalabadi, de heer Jamaloddin Khanjani, de heer Afif Naeimi, de heer Saeid Rezaie, mevrouw Mahvash Sabet, de heer Behrouz Tavakkoli en de heer Vahid Tizfahm.

Op een na werden alle leden van de groep gearresteerd op 14 mei 2008 in hun huizen in Teheran. Mevrouw Sabet werd gearresteerd op 5 maart toen zij in Mashhad was. Zij hebben sindsdien vastgezeten in de Evin gevangenis in Teheran; het eerste jaar zonder formele tenlastelegging en zonder enige toegang tot advocaten.

Voor hun arrestatie twee jaar geleden functioneerden de zeven als een benoemde, ad-hoc groep die bekend stond als de ‘Vrienden’. Hun rol was om de zaken van de Iraanse bahá'í-minderheid te behartigen. De Iraanse overheid was daarvan op de hoogte. De bahá'í-gemeenschap in Iran heeft al sinds 1983 geen formele leiding meer. De gekozen leidinggevende organen van de bahá'ís werden in dat jaar ontbonden, als antwoord op een maatregel van de regering om het Bahá'í-geloof te verbieden.


Brussel, 14 januari 2010


Voor meer informatie:

Nationaal Bahá’í Centrum, Henri Evenepoelstraat 52-54, 1030 Brussel
Telefoon: 02 648 53 60, e-mail: nsabelgium@skynet.be
Contactpersonen: Toos Verhagen, 0473.613.777 en Guido Cooreman, 011.22.66.55
Internet: http://www.bahai.be en http://www.bahai.org/persecution/iran

Het Bahá'í-geloof

Het Bahá'í-geloof wordt beschouwd als de jongste wereldgodsdienst. Het geloof is oorspronkelijk - in 1844 - ontstaan in Iran. Thans is het na het christendom de meest verspreide godsdienst ter wereld. Centraal thema in het geloof is wereldeenheid. Wereldwijd zijn er naar schatting zeven miljoen bahá'ís.

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons