Advertentie
CD&V: Is armoedebestrijding in Vlaanderen rijker geworden?
(16/10/2007) Woensdag 17 oktober is de Werelddag van verzet tegen extreme armoede. De CD&V-fractie van het Vlaams Parlement doet deze week wat ze twee jaar geleden ook deed: de ministers van de Vlaamse regering ondervragen over hun inspanningen voor de armoedebestrijding en over hun gedane beloftes of gecreëerde verwachtingen.
Vlaams volksvertegenwoordiger Sonja Claes, promotor Armoedebestrijding CD&V, wijst erop dat armoede samenhangt met de gezinssituatie, de afkomst, de leeftijd en de tewerkstelling.
Volgens cijfers van de studiedienst van de Vlaamse regering (2005) lopen éénoudergezinnen in het Vlaams gewest het grootste risico op financiële armoede.
Ook allochtonen lopen een hoger armoederisico. Volgens gegevens van de Universiteit Antwerpen (voor het jaar 2001) zou 55% van de personen van Marokkaanse herkomst en 58,9% van de personen van Turkse herkomst een inkomen onder de armoedegrens hebben. Bij personen van Italiaanse herkomst zou 21,5% een netto-inkomen lager dan 60% van het mediaan-inkomen hebben. Bij de autochtonen leeft ongeveer 10,2% onder deze inkomensgrens.
Ouderen zijn de derde groep met een hoger risico op armoede. In gezinnen waarvan één van beiden ouder is dan 65 jaar moet 18% rondkomen met een netto-inkomen lager dan 60% van het mediaan netto-inkomen.
Tewerkstelling is en blijft één van de belangrijkste preventieve maatregelen tegen armoede. Het armoederisicopercentage van de groep personen die voor zijn inkomen van sociale uitkeringen afhangt, bedraagt 31%. Van de groep mensen die leeft van een arbeidsinkomen, loopt slechts 5% risico op armoede.
Sonja Claes: “Armoede is een centenkwestie, maar mag hiertoe niet worden verengd. Bij armoedebestrijding moet respect voor de mensen centraal staan maar vanuit het besef dat het leven van mensen in armoede al te vaak getekend wordt door onbegrip en een gebrek aan respect van medemensen en instanties”.
Onze fractie wil de Vlaamse regering enkele aandachtspunten en voorstellen meegeven voor de evaluatie van het geplande decreet Armoedebestrijding. Zelf wil ik aandacht vragen voor de algemene evaluatie van het decreet, voor het actieplan armoedebestrijding, voor de rol van Kind&Gezin en de OCMW’s bij armoedebestrijding en voor de rol die sociale economie in de armoedebestrijding wil en moet spelen.”
Concreet betekent dit:
Aandachtspunten decreet Armoedebestrijding aanvullen na de commissie Welzijn
De lokale samenwerking tussen Kind&Gezin en het OCMW opvijzelen. Kind&Gezin bereikt in de consultatiebureaus alle jonge gezinnen en kunnen (de kans op) armoede detecteren. Zij zouden een ideale brug zijn naar de OCMW’s.
Sociale economie stelt zich o.m. als doel om armoede te voorkomen. Donderdag 18 oktober discussieert de commissie Werk en Sociale economie over het behalen van deze doelstelling.
Ook in andere commissies stellen CD&V-collega’s vragen over het armoedethema:
Koen Van den Heuvel over het zichtbaar maken van armoede in de cijfers;
Cindy Franssen over de vervrouwelijking van de armoede;
Trees Merckx over de aanpassing van de jeugdhulpverlening, óók op maat van mensen in armoede;
Sabine Poleyn over de inschakeling van ervaringsdeskundigen in armoede en de inspanningen van Vlaanderen om de armoede in de wereld te halveren tegen 2015;
Carl Decaluwé en Cindy Franssen over de toegankelijkheid van nieuwe media voor mensen in armoede;
Johan Verstreken over de vakantiemogelijkheden voor personen in armoede;
en Tom Dehaene stelde zijn vraag over de preventie bij jongeren van schuldenoverlast via een schoolpakket en lessenpakket al in de commissie Onderwijs.