Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

Tegen separatisme zijn en voor staatshervorming zijn

(01/10/2007) In zijn opiniestuk in De Standaard van 21 september betwist professor André Decoster de nood aan een staatshervorming op twee manieren. Enerzijds betwijfelt hij of meer autonomie Vlaanderen economisch echt wel ten goede komt. Anderzijds ontkent hij dat de Vlaamse kiezers meer autonomie willen. Twee interessante en uitdagende stellingen, waar we graag op in gaan.

“De kosten en baten van decentralisatie moeten geval per geval bekeken worden”. Dit is een zeer terechte conclusie van professor Decoster. Maar deze conclusie trekt de noodzaak van een nieuwe staatshervorming niet in twijfel. Integendeel, ze vergt logischerwijs een sterk pleidooi om na te gaan wat beter door de regio’s kan gebeuren en wat beter federaal kan blijven. Geval per geval. En dat is net de kern van de nieuwe staatshervorming: hoe kunnen we de bevoegdheidsverdeling beter afstemmen op de noden van de Vlamingen, de Walen en de Brusselaars? De Vlaamse politici vragen helemaal geen blinde overdracht van bevoegdheden. Niemand betwist dat een bevoegdheid zoals landsverdediging veel efficiënter georganiseerd kan worden op het Belgische of zelfs het Europees niveau. Daar gaat het dan ook helemaal niet over.

De Vlaamse politici vragen wel de overdracht van een aantal economische beleidsinstrumenten naar de regio’s, zodat deze een beleid kunnen voeren dat meer op maat is van de Vlaamse problemen. De huidige versnippering van de Belgische arbeidsmarkt illustreert de noodzaak hiervan. Volgens het laatste jaarverslag van de Nationale Bank werken in Vlaanderen 65 van iedere 100 mensen op arbeidsleeftijd. In Wallonië en Brussel bedraagt dit cijfer respectievelijk 56% en 55%. 5,2% van de Vlaamse beroepsbevolking is werkloos tegenover 11,8% van de Waalse en 17,7% van de Brusselse. In Vlaanderen geraken vacatures nauwelijks nog ingevuld. Ook de aard van de werkloosheid is erg verschillend: aan Vlaamse kant is ongeveer 28% van de werklozen meer dan 2 jaar werkloos. In Wallonië en Brussel gaat het om ongeveer 44%. Het aandeel van oudere werklozen in Vlaanderen is dan weer dubbel zo hoog dan in Wallonië. Ondanks een federaal beleid bestaan er dus zeer grote regionale verschillen die bovendien nog toenemen over de tijd. Met andere woorden: de baten van decentralisatie (voor alle regio’s) zullen in dit geval wel degelijk de overhand nemen op de kosten. De kosten van centralisatie blijken immers erg groot te zijn. De vraag van de Vlaamse politici om de regio’s meer instrumenten in handen te geven en te zorgen dat ze de vruchten plukken van een goed beleid, is dan ook helemaal niet in strijd met de economische logica. Het bevordert bovendien ieders politieke verantwoordelijkheid.

In zijn tweede redenering stelt professor Decoster dat de wil van de kiezer niet bestaat. Alle mensen verschillen van elkaar en ze hebben allemaal heel wat meningen en voorkeuren. Daar zijn we het roerend mee eens. Maar als we de redenering daar beëindigen, schieten we er niet veel mee op. Parlementsleden worden namelijk verkozen om de bevolking te vertegenwoordigen, om een beleid te voeren dat uitgaat van de wil van (de meerderheid) van de bevolking. En een regering moet natuurlijk gebaseerd zijn op een meerderheid binnen die verkozen organen.

Door op een kandidaat of partij te stemmen, geeft een kiezer zijn of haar steun aan het programma van die persoon of partij. Niet aan één of twee puntjes uit dat programma, maar aan het geheel. Om het in bakkerstermen te zeggen: de mensen kopen niet enkele rozijnen, maar ineens het hele krentenbrood. Geen mens kan ontkennen dat de staatshervorming héél duidelijk een strijdpunt was van het kartel CD&V/N-VA. De tekst van de kartelovereenkomst, die in december 2006 via de media werd bekend gemaakt, zegt daarover: “Na het immobilisme inzake de staatshervorming en na het slechte bestuur van paars, is het tijd voor een doorbraak. Om die reden zal het kartel niet toetreden tot een federale regering indien er in het regeerakkoord geen duidelijke afspraken worden opgenomen over de realisatie van deze Vlaamse verzuchtingen.''

Deze stelling werd de hele campagne lang herhaald door onze boegbeelden. Neem nu Yves Leterme in De Standaard, drie dagen voor de verkiezingen: “Voor ons is dat een breekpunt. Ik ga niet in een coalitie zonder staatshervorming.” Geen kiezer kon eraan twijfelen: kiezen voor CD&V/N-VA was kiezen voor een staatshervorming.

Tot onze grote verwondering beweert professor Decoster dat de stembusgang van 10 juni de staatshervorming “het minst heeft gepeild”. Heeft hij een andere campagne gevolgd dan de rest van Vlaanderen? Het was juist opvallend hoe de staatshervorming zowat het enige thema was dat blijvend aanwezig was tijdens de campagne, soms tot frustratie van andere partijen. Zo schrijft Patrick Janssens in zijn analyserapport van de nederlaag van SP.A-Spirit: “Thema’s zoals de staatshervorming, politie, justitie en veiligheid, speelden hierbij een grotere invloed dan andere thema’s.“ Janssens zuigt dat natuurlijk niet uit zijn duim. Het bleek onder meer uit een onderzoek van Professor Stefaan Walgrave van de Universiteit Antwerpen (zie De Standaard van 12 juni).

Natuurlijk willen de Vlaamse kiezers niet enkel een staatshervorming. CD&V ook niet. Maar dat zowel de Vlaamse politici als de Vlaamse kiezers bij herhaling voor meer Vlaamse autonomie hebben gekozen staat buiten kijf. Met peilingen moeten we voorzichtig omspringen, maar de grote lijnen van enkele recente bevragingen zijn erg duidelijk. Op 24 augustus stelt een VTM-peiling vast dat 58 % van de Vlamingen vindt dat een staatshervorming een crisis waard is. Op 19 september wordt dat beeld bevestigd in een peiling van Het Laatste Nieuws: 77% van de Vlamingen vindt de staatshervorming de absolute prioriteit, 85,5% wil dat de Vlamingen het been stijf houden. Zijn de cijfers beïnvloed door de huidige politieke situatie? Zeker, maar ze zijn daarom niet minder interessant. Het antwoord van de Vlamingenop de huidige situatie is duidelijk niet: “vergeet de staatshervorming en maak gauw een regering”, maar wel “we rekenen erop dat de Vlaamse politici woord houden”.

Zeer jammer is de verwarring die professor Decoster zaait tussen nationalisme en streven naar meer Vlaamse autonomie. CD&V is geen nationalistische partij. Ons streven naar een staatshervorming heeft niets te maken met de droom om “volk” en “natie” te laten samenvallen. Wel met de nuchtere vaststelling dat tal van politieke keuzes op het federale niveau niet (kunnen) worden gemaakt omdat Vlaamse en Franstalige politici er een andere mening op nahouden. CD&V vindt niet dat onze keuzes per definitie beter zijn dan de Franstalige. Opinies kunnen en mogen verschillen. Maar als die verschillen telkens weer grotendeels samen vallen met de taalgroep waartoe men behoort, is het een kwestie van elementair gezond verstand om elkaar de vrijheid te gunnen een andere koers te varen. Dat doet absoluut geen afbreuk aan de rijkdom van verschillende opinies binnen één land, het is juist een doeltreffende manier om die opinies een zinvolle plaats te geven. Nu blokkeren de verschillende meningen elkaar.
De tijd van de uniforme nationale staten is al lang voorbij. De meeste Europese landen maken deel uit van de Europese Unie, aan wie zij een deel van hun bevoegdheden en geldmiddelen afstonden. Steeds meer Europese landen kiezen voor meer autonomie voor regio's binnen hun grenzen. Beide evoluties zijn gezond en complementair.
Tot slot verwijt professor Decoster ons dat CD&V geen duidelijke keuze maakt. Hoezo niet duidelijk? Wij kiezen overduidelijk voor een staatshervorming die Vlaanderen meer autonomie geeft in België. Wat is daar onduidelijk aan? Of is er geen ruimte voor nuance tussen een onafhankelijk Vlaanderen en een Belgisch status quo?

ZoekenMeer info

WebTV

Recensies

Nieuws

Cartoons