Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

Opinie: Een actieve senaat in het federale België

Premier Verhofstadt heeft enkele maanden geleden de aanzet gegeven tot een boeiend debat over het nut van de Senaat in ons land. Niet dat hij daarmee een originele wereld heeft geopend. Het debat is al zo oud als het bestaan van de instelling en kon na de laatste grondwetsherziening op heel wat aandacht rekenen, recent nog van een aantal politieke tenoren als oud-premier Dehaene en Louis Tobback. . Deze tekst geeft een eerder beschrijvend historisch overzicht in grote lijnen, waarna de huidige theoretische rol van de Senaat besproken wordt.
Lees deze opinietekst van Roel De Meu...

Premier Verhofstadt heeft enkele maanden geleden de aanzet gegeven tot een boeiend debat over het nut van de Senaat in ons land. Niet dat hij daarmee een originele wereld heeft geopend. Het debat is al zo oud als het bestaan van de instelling en kon na de laatste grondwetsherziening op heel wat aandacht rekenen, recent nog van een aantal politieke tenoren als oud-premier Dehaene en m. Tobback.

Bij het ontstaan van ons land werd de Senaat voornamelijk ingesteld als een conservatieve ‘handrem’ op het beleid, net als in vele andere Europese naties. Hoewel het algemene stemrecht nog lang geen verworvenheid was, kende het kiezerskorps voor de samenstelling van de Kamer een meer uitgebreid aantal personen, dan dat voor de Senaat (waarvan ten andere vele leden niet werden verkozen, maar aldaar zetelden omwille van andere redenen). Bovendien was er een leeftijdsverschil om zich kandidaat te kunnen stellen. Men ging er immers van uit dat hoe ouder men wordt, hoe meer behouden men zich opstelt. Deze rol kon de Senaat nu terdege vervullen, temeer daar het bicameralisme toen nog in zijn volwaardige vorm bestond, i.e. beide kamers waren elkaars gelijken. Een wet kon dus slechts goedgekeurd worden zo zij de instemming van beide kamers kon wegdragen.

Geleidelijk werd het stemrecht uitgebreid, en na de Eerste Wereldoorlog vond het principe ‘één man, één stem’ ingang in ons land (het algemeen enkelvoudig stemrecht). Het is genoegzaam bekend welke belangrijke politieke, sociale en economische veranderingen deze stap teweegbracht. Immers, de kamers kenden nu een fundamenteel andere samenstelling. De Senaat evenwel bleef nog volgens andere principes verkozen. De hogere leeftijdsvereiste bleef nog bestaan en de instelling kende ook gecoöpteerde leden, dat zijn leden die niet worden verkozen, maar aangeduid omwille van hun expertise,…

Sinds de jongste staatshervorming in 1993 behoort het volwaardig bicameralisme tot het verleden. De Kamer van Volksvertegenwoordigers heeft in tal van aangelegenheden het laatste woord. Om een en ander duidelijker te maken, kan men een driedeling hanteren: de materies waarvoor beide kamers gelijkelijk bevoegd blijven (de zogenaamde bicamerale materies), deze waarvoor de Kamer alleen bevoegd is (de zgn. monocamerale aangelegenheden) en deze waarbij de Kamer weliswaar de uiteindelijke richting bepaalt maar waarbij de Senaat een evocatierecht heeft, i.e. dat zij ook de wettekst kan bespreken en stemmen (het betreft de gedeeltelijk bicamerale materies). De Senaat moest dus in wezen het onderspit delven voor de Kamer, die hét politieke centrum werd van onze Natie. Niettemin wilde men haar toch een belangrijke rol toedichten: de Senaat zou een denktank worden, een reflectiekamer die over belangrijke zaken langer en dieper kan nadenken dan dat in de Kamer mogelijk is. De gecoöpteerde leden, die evenwel slechts tien in aantal bedragen, zouden daartoe kunnen bijdragen. De praktijk wil echter dat zij deze rol niet altijd optimaal vervult, niet in het minst daar Senaat en Kamer in grote mate een zelfde politieke samenstelling kennen, en deels ook omdat de leeftijdsvereisten tot verkiezing op gelijke hoogte werden gesteld.

Een andere functie die de Senaat kreeg opgedragen is het vermijden van belangenconflicten tussen de onderscheiden deelstaten in ons land. Een en ander vloeit weer voort uit de samenstelling van het orgaan: de Senaat kent naast de rechtstreeks verkozen leden, ook leden die de deelstaten vertegenwoordigen. In tal van federale landen is de tweede kamer, de Senaat, het orgaan dat de deelstaten vertegenwoordigt en de Kamer een bij uitstek federaal orgaan. Bij ons werd die lijn dus niet geheel doorgetrokken.

Het wordt stilaan tijd even stil te staan bij de argumenten van zij die de Senaat willen afgeschaft zien. Men stelt wel eens dat de Senaat niet degelijk functioneert, dat zij de haar toegemeten reflectierol niet afdoende waarmaakt. De media verwijzen op een goedkope manier naar het schaars gevulde halfrond bij plenaire vergaderingen, meer inhoudelijke politici richten zich naar de werkzaamheden van de instelling. Voorts beweert men dat België helemaal geen nood heeft aan een Senaat. In een ingewikkeld land als het onze, waar reeds tal van parlementen fungeren, moet men er zich voor hoeden het geheel onbegrijpelijk te maken voor de burger. Een parlement dat bestaat uit één kamer is duidelijk. Hét parlement is gewoonweg het parlement, zonder meer. Het is een argument dat ook onze premier aanhaalt. Hij wil evenwel de bestaande Senaat als het ware incorporeren in de Kamer, daar hij de huidige Kamer wil voorzien van een tweede luik. Als dat duidelijk mag zijn! Het komt mij voor dat het slechts om een terminologisch spel gaat. Onder de Kamer (dat dan het huidige Parlement is) schuilen twee kamers. Alles blijft dan bij het oude. Het blijkt evenwel niet zo eenvoudig te liggen. Het aantal bijkomende leden in de Kamer (i.e. Senaatsleden) zou immers niet zo groot zijn. Men pleit er ook voor om het gewoon bij één kamer te houden, zonder onderverdelingen, eenvoudigweg met een groter aantal leden dan thans het geval is. Die leden zouden dan ook rechtstreeks verkozen worden, zodat wij geen vertegenwoordigers van de deelstaten meer hebben op het federale niveau.

Staat u ons toe enige kanttekeningen te maken bij bovenstaande argumenten. Het mag dan al zo zijn dat de Senaat de haar toegemeten rol niet geheel schijnt waar te maken, stellen dat men ze dan maar moet afschaffen getuigt toch wel van een vreemde logica! Men kan dan ineens het parlement als geheel achterwege laten. Inderdaad, de huidige parlementaire democratieën worden veelal gekenmerkt door parlementen die zich onvoldoende bewust zijn van hun rol als centrum en vertolker van de stem der Natie. Sommigen spreken van een poppenkast, anderen drukken het uit bij wege van een boutade:’het parlement wikt, de regering beschikt’. Het was een kritiek die ook de huidige premier had op de omgangswijze van de vorige regering met de parlementaire assemblée. Deze karikatuur die wij schetsten zou uiteraard uitmonden in een totalitair regime, maar zij brengt toch wel een niet mis te verstaan aspect aan het licht: het afschaffen van de Senaat zou de regering nog meer dan thans het geval is, een vrijgeleide geven. Snel zou zij alle teksten door het parlement kunnen jagen, niet gehinderd door een tweede kamer die een meer kritische blik op het geheel werpt. Weliswaar kan men systemen bedenken zoals die op Vlaams niveau bestaan (zoals de tweede lezing van de tekst,…), niettemin kan men de waarborgen die een Senaat biedt alzo niet bereiken. Het zijn immers andere personen die de tekst lezen. Andere personen, andere inzichten.

Haast ieder federaal land kent een kamer waarin de deelstaten vertegenwoordigd zijn. Het is net omdat ons land zo’n gevoelige evenwichten kent dat deze kamer ook hier haar nut kan bewijzen. In de Senaat komen de deelstaten aan het woord. De federatie bestaat uit deelstaten. Deze realiteit op politiek niveau miskennen, zou er kunnen toe leiden dat deze deelstaten zich afkeren van de federatie, met eventueel separatistische consequenties! Wat de reflectierol van de Senaat aangaat, maken wij graag nog volgende bedenkingen: het verdient inderdaad aanbeveling een kamer te hebben die zich meer bezint over het wetgevend werk. Dit leidt niet alleen juridisch-technisch tot betere resultaten, maar ook inhoudelijk. Wil men in deze tijden toch om de haverklap verwijzen naar ‘de begrijpbaarheid voor de burger’, dan komt dit daaraan net tegemoet. Een opeenstapeling van vlug gestemde wetteksten, wars van enige duidelijkheid, vol van inconsequenties en labiele terminologie, wordt aldus in grote mate vermeden. Die rol vervult de Senaat nu al in grote mate. Waar de media zich richten naar het lege halfrond, zouden zij beter aandacht tonen voor de drukke werkzaamheden der commissies. Daar gebeurt het werk! In de plenaire vergadering heeft men vaak slechts een herhaling van de argumenten die reeds in de commissies aan bod kwamen. Niet zelden verkiezen de Senaatsleden zich dan terug te trekken in hun bureau om ander werk te verrichten. In dat bureau hebben zij ten andere een luidspreker waardoor het gebeuren in de plenaire vergadering weerklinkt, zodat zij toch alles kunnen volgen en bij opmerkelijke zaken zich alsnog naar de vergadering kunnen begeven. Bij de stemming zijn zij uiteraard wel aanwezig. Zo ziet men eens te meer dat men goedkope kritieken met voldoende bedachtzaamheid en achterdocht dient te benaderen. Het is wel zo dat de Senaat haar rol weliswaar niet weet te maximaliseren, maar dat is in grote mate te wijten aan de algemene neergang van de rol der parlementen in onze westerse democratieën. Hoe men daarin verandering kan brengen maakt het voorwerp uit van een ander debat (met betrekking tot de rol der partijen, van de regering,…). Niettemin zijn er een aantal maatregelen, eigen aan de senaat, die onze aandacht dienen te weerhouden.

Volgens mij dient, gelet op bovenstaande opmerkingen, het aantal volwaardig bicamerale materies dient uit te breiden. De Senaat zou aldus werkelijk kunnen wegen op het beleid, zonder dat de Kamer haar argumenten makkelijk terzijde zou kunnen schuiven (de facto besteedt zij weliswaar meestal aandacht aan de opmerkingen van de Senaat, maar het komt erop aan de rol van de Senaat een juridische onderbouw en kracht mee te geven). Het zou ertoe leiden dat de Senaat zich nog meer inspant, haar niet te miskennen belangrijke rol indachtig. Wij zijn daarnaast geen voorstander van een Senaat die enkel bestaat uit vertegenwoordigers der deelstaten. In combinatie met voorgaand voorstel, zou dat het gevaar inhouden van te grote particularismen, waarbij iedere deelstaat enkel halsstarrig haar belang wil verdedigen. Een en ander zou het einde betekenen van de Senaat als reflectiekamer. Om die rol voldoende aandacht te geven, stellen wij hetvolgende voor. Vooreerst het verhogen van de leeftijd om verkiesbaar te zijn voor een senaatszetel, dat zou de bezinning ten goede komen. Dit is niet om de Senaat weer haar conservatieve rol toe te meten, maar wel om het debat meer diepgang te geven, waartoe, gelet op ondermeer de ervaring die leeftijd meebrengt, in algemene termen al wat oudere mensen beter kunnen toe bijdragen. En ja, ook ongewenste onbesuisdheid wordt vermeden. Het klinkt vreemd in onze maatschappij: Waar wij enerzijds wel de actieve welvaartsstaat prediken, hebben wij anderzijds een ware jongerencultus gecreëerd, getuige daarvan de kinderparlementen, kinderburgemeesters,… en zijn velen, soms onbewust, verontwaardigd als een al wat ouder persoon nog een actieve rol waarneemt in het openbare leven. De etymologische analyse van Senaat zegt het al zelf (senex (Latijn): oude). Wij stellen daarbij geen concrete leeftijdsgrenzen, maar men zou kunnen denken aan een getal in de omgeving van 30 jaar. Het zou ook bijdragen tot de meer gedifferentieerde samenstelling van de Senaat tegenover de Kamer.

Verder pleiten wij ervoor het aantal gecoöpteerde leden in de Senaat uit te breiden, en dan niet als mechanisme om ‘gebuisde’ kandidaten alsnog een zitje te bieden, maar als een middel om kwaliteit te brengen in het debat. Wij denken hierbij bijvoorbeeld aan verdienstelijke academici, maar ook oude staatslieden,… Wij begrijpen dat dat voor velen misschien ‘ondemocratisch’ zal overkomen, zoals men dat heden ziet. Bedenk evenwel hetvolgende: het gaat nog steeds om een klein aantal leden dat veel kan bijdragen tot de kwaliteit van de democratie. Men zal ons dan misschien tegenwerpen dat we ook een technocratie kunnen instellen als staatsmodel. Het gaat uiteraard om een geheel andere denkpiste en schaal. Wat wij voorstaan, laat dat duidelijk zijn, is een aantal gecoöpteerden dat slechts een minderheid vertegenwoordigt tegenover de rechtstreeks verkozen leden. Een technocratie is natuurlijk van een geheel andere orde en geheel onwenselijk, tenzij men een Platoons staatsman vindt, gedreven door het algemeen belang. En dan nog, naast de overweging dat het een ideaalsituatie betreft, kan men in het belang van de natie, zoals zij in essentie wordt gevormd door het gehéél der burgers, niet aanvaarden dat het uiteindelijk morele principes zijn van een aantal mensen die haar welzijn garanderen. Dat is een te wankele basis, die ertoe kan leiden dat het bestuur het merendeel van haar onderhorigen tot nadeel strekt. Het zijn integendeel de regels van de rechtsstaat die de ultieme waarborg vormen voor het respect van de democratische vrijheden van allen, en zo het dienen van het algemeen belang, niet in het minst daar die voorschriften ook het richtsnoer vormen van het optreden der bestuurders. Voorwaar: de democratie vormt uiteraard de minst slechte keuze in alle politieke systemen. Dat zij niettemin nadelen heeft en kan leiden tot perverse effecten, illustreert deze tekst eens te meer. Vandaar onze voorstellen die deze ongewenste, want uiteindelijk de democratie zelve vernietigende, effecten mede kunnen temperen. De democratische legitimiteit van de Senaat verliest dus niet haar fundament door een groter aantal gecoöpteerden, wel integendeel! In deze tijden van media-circus, is het goed een aantal leden te weerhouden die zich geheel richten naar de inhoud, zonder zich te moeten bekommeren om de politieke besognes van de verkozenen des volks.

Een eerbiedwaardige senaat, waar rechtstreeks verkozenen, gecoöpteerden en vertegenwoordigers der deelstaten elkaar vinden, heeft nog een rol te vervullen in ons land. Meer nog: zij is een must, gelet op de tegenstellingen in ons federale bestel, en, meer algemeen, de noodzaak een kwalitatieve wetgeving te genereren. Teneinde de instelling meer bewust te laten zijn van haar essentiële functie als sluitstuk van een goede besluitvorming, verdient het aanbeveling haar bevoegdheden uit te breiden en zich te bezinnen over een optimale samenstelling. Deze tekst heeft daartoe slechts een aantal ideeën geleverd, die de richting aangeven, maar nog aangevuld kunnen worden met bijkomende theoretische bedenkingen, alsook meer concrete opmerkingen, zowel van algemene (het functioneren van onze instellingen) als bijzondere aard (met name eigen aan de Senaat).

Roel De Meu

De redactie van politics.be is op geen enkele manier verantwoordelijk voor de inhoud van de stukken gepubliceerd onder de rubriek "columns en opinies"

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons