Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

Opinie: Rol van Amerika in Palestijns-IsraŽlisch conflict

De Amerikanen hebben schijnbaar altijd een strikt neutrale rol gespeeld in het conflict tussen Joden en Palestijnen, waarbij zij steeds de gulden middenweg zochten om de vrede in het Midden-Oosten te herstellen. In Amerika wonen miljoenen Joden en de Amerikaanse economie draait voor een groot deel op Joods kapitaal (zo zijn ook de WTC-torens in de jaren í70 gebouwd met Joods kapitaal). Bovendien had een Joodse staat te midden van al die Arabische landen nooit zo lang kunnen overleven zonder de militaire en financiŽle steun van een beschermheer zoals Amerika. Een opiniestuk van Peter Claes.
Lees dit opiniestuk nu...

De Amerikanen hebben schijnbaar altijd een strikt neutrale rol gespeeld in het conflict tussen Joden en Palestijnen, waarbij zij steeds de gulden middenweg zochten om de vrede in het Midden-Oosten te herstellen. Een opiniestuk van Peter Claes. In Amerika wonen miljoenen Joden en de Amerikaanse economie draait voor een groot deel op Joods kapitaal (zo zijn ook de WTC-torens in de jaren í70 gebouwd met Joods kapitaal). Bovendien had een Joodse staat te midden van al die Arabische landen nooit zo lang kunnen overleven zonder de militaire en financiŽle steun van een beschermheer zoals Amerika.

Anderzijds heeft Amerika aan de Arabische landen een belangrijke economische bondgenoot. Veel olie wordt vanuit die landen ingevoerd, daarom kan Amerika het zich niet veroorloven zomaar openlijk partij te trekken voor de Joodse zaak. De wereldmacht is verplicht om de kerk in het midden te houden wil zij geen belangrijke bondgenoot verliezen.

Ondanks de verwoede pogingen van de VS om vrede te creŽren hebben hun inspanningen nog steeds tot niets geleid. De wereld had na de Oslo-akkoorden van 1993 kortstondig de illusie dat vrede tussen Joden en Palestijnen eindelijk werkelijkheid kon worden. Het diplomatische optreden van VS-president Clinton had toen immers tot de gouden handdruk tussen Arafat (Palestijnen) en Rabin (Joden) geleid. De fundamenten van de Palestijnse staat waren gelegd, maar spijtig genoeg werd het huis van de vrede er niet op gebouwd.

Begin september jongsleden vond in het Zuid-Afrikaanse Durban een VN-conferentie tegen racisme plaats. De oorlog en bezetting van Palestina door IsraŽl was ťťn van de belangrijke punten op de agenda. IsraŽl was echter niet plan zich op de conferentie zomaar te laten veroordelen voor zijn Palestijnse politiek. De veroordelingen kwamen vooral uit Arabische hoek, en ook de VS vonden het onacceptabel dat op een VN-conferentie zulke beschuldigingen aan bod mochten komen. Amerika stapte daarom samen met IsraŽl uit de conferentie, waaruit de solidariteit tussen deze 2 landen nog maar eens bleek. Een dialoog tussen de kibbelende partijen was er in Durban nauwelijks geweest. Integendeel, het vredesproces had opnieuw een dieptepunt bereikt.

Op 11 september werd de wereld opgeschokt door de terroristische aanslagen in Amerika. Deze gebeurtenissen hadden een enorme inslag op de buitenlandse politiek van de VS. Vanaf dat moment stond alles in het teken van terrorismebestrijding. Vermits de verantwoordelijken voor de aanslagen in Amerika te zoeken zijn in het Midden-Oosten is het belangrijk voor Amerika een zo groot mogelijke coalitie tegen het terrorisme in die regio te bekomen. Deze coalitie is niet mogelijk als er ginder oorlog heerst. Het is voor de Amerikanen belangrijk dat het vredesproces terug op gang gebracht wordt. Mocht bijvoorbeeld een Palestijnse staat gerealiseerd kunnen worden waar zowel Joden als Palestijnen mee kunnen leven, dan worden de extremistische groeperingen de voedingsbodem ontnomen om aanslagen te plegen.

Onder Amerikaanse druk werd daarom eind september een staakt-het-vuren overeengekomen tussen Palestijns leider Arafat en de IsraŽlische minister van buitenlandse zaken Shimon Peres. Het staakt-het-vuren zou niet lang standhouden, want onrusten braken uit ten gevolge van het verjaren van de Intifada of Palestijnse opstand, met weer tientallen doden als gevolg. De Amerikaanse president George Bush zag dat het niet goed was: hij sprak zich op 2 oktober openlijk uit voor een Palestijnse staat en legde druk op IsraŽl om de vredesbesprekingen te hervatten. ĎHet idee van een Palestijnse heeft altijd deel uitgemaakt van onze visie, zo lang het bestaan van IsraŽl maar gerespecteerd wordt,í aldus Bush.

Aanvankelijk kon IsraŽlisch premier Ariel Sharon hier niet mee lachen: hij vreesde dat Amerika de Palestijnen zou gaan bevoordelen aangezien zij een sleutelpositie innemen in de strijd tegen het terrorisme. Sharon beschuldigde Amerika zelfs van zijn land te willen opofferen in die strijd. Bush had nochtans benadrukt dat Ďde Verenigde Staten niets zou doen om de Arabieren gunstig te stemmen ten koste van IsraŽlí en dat ĎIsraŽl geen grotere bondgenoot in de wereld heeft als Amerikaí. De Amerikaanse president reageerde woedend op de uitspraak van Sharon die hij ontoelaatbaar vond. Na enkele dagen van diplomatieke woordenstrijd legde Sharon tijdens het weekeind van 6 oktober zijn Ďruzieí met de Amerikaanse regering bij.

Het vredesproces kwam dus langzaam terug op gang, ondanks het aanvankelijk IsraŽlische wantrouwen. De Palestijnen benadrukten steeds dat zij Amerika steunden in hun strijd tegen terrorisme en waren onmiddellijk bereid de vredesonderhandelingen met IsraŽl aan te gaan. Op 10 oktober veroordeelde Arafat tijdens een noodconferentie van Islamitische landen nogmaals de terroristische aanvallen op Amerika en hij zei eveneens de steun van Bush voor de Palestijnse staat sterk te appreciŽren. Bovendien probeerde Arafat het Palestijnse volk tot inkeer te brengen. ĎIedereen die het staakt-het-vuren dat 2 weken eerder overeengekomen was waagde te schenden zou onmiddellijk gearresteerd wordení zo luidde het.

Het was dus vooral de wantrouwige houding van Sharon die onderhandelingen onmogelijk maakte. Ondertussen was Amerika begonnen met zijn oorlog in Afghanistan, wat ervoor zorgde dat onderhandelingen onder directe Amerikaanse aanwezigheid in het gedrang kwamen. Daarom doken vanuit Palestijnse hoek plots ongeduldige stemmen op die de Amerikaanse plannen om het conflict op te lossen in twijfel trokken. ĎWij willen daden in plaats van woorden, de plannen voor een Palestijnse staat moeten toegepast worden, en daarvoor is een ontmoeting met Bush noodzakelijk,í vertelde Palestijns minister Yasser Rabbo het wereldpersagentschap Reuters op 12 oktober. De IsraŽlische krant Yedioth Ahronoth meldde dezelfde dag dat ook IsraŽl nog geen gedetailleerde informatie betreffende de Ďnieuwe Palestijnse staatí gekregen had van de VS.

In afwachting tot de uitwerking van een zoveelste Ďdefinitieve oplossingí blijven aanslagen en wraakacties schering en inslag. Toch scheen IsraŽl iets toegeeflijker te zijn geworden onder Amerikaanse druk: IsraŽl kwam met een eigen voorstel af, waarbij het zelf uitgebreide toegevingen doet inzake terugtrekking uit bezette Palestijnse gebieden. Op 16 oktober verklaarde premier Sharon dat hij toch akkoord gaat met een Palestijnse staat als de veiligheid van IsraŽl hiermee gewaarborgd zou zijn, maar hij zei eveneens slechts aan onderhandelingen te beginnen indien een staakt-het-vuren van 2 dagen gerespecteerd werd. Ook de IsraŽlische minister van Buitenlandse Zaken Peres uitte zich voor het Amerikaanse initiatief:íWe willen een onafhankelijke en succesvolle Palestijnse staat. Als de Palestijnen het goed hebben, hebben hun buren het ook goed.í

Spijtig genoeg zijn deze positieve initiatieven nog steeds niet in de praktijk merkbaar: Palestijnse militanten werden vermoord door IsraŽlische sluipschutters. Bovendien negeerde IsraŽl Amerikaanse kritiek over het vermoorden van Palestijnse verzetsrijders. Zalman Shoval, een persoonlijke adviseur van Ariel Sharon, zei dat de Amerikanen IsraŽl dingen verweten waar ze zelf ook aan zondigden, verwijzende naar de Amerikaanse politiek in Afghanistan.

Op 17 oktober werd de (zeer extreemrechtse) IsraŽlische minister van toerisme Rehavam Zeíevi vermoord, vermoedelijk door Palestijnen. Amerika veroordeelde de aanslag onmiddellijk met klem. ĎDe president veroordeelt de aanslag op IsraŽlisch minister van toerisme Zeíevi zeer sterk. De daaropvolgende maanden ontstond een sterke spiraal van geweldgolven. Zelfmoordaanslagen volgden elkaar in snel tempo op. Het gevolg liet zich raden: IsraŽl reageerde met minstens even bloedige aanslagen tegen de burgerbevolking. De bemiddelingspogingen van de Amerikaanse buitenlandsminister Powell in april hebben niets aan de situatie kunnen veranderen.

Peter Claes

De redactie van politics.be is op geen enkele manier verantwoordelijk voor de inhoud van de stukken gepubliceerd onder de rubriek "columns en opinies"

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons