Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

Opinie: Privaat is (meestal) beter

In zijn opiniestuk ‘Het succes van gemeen goed’(DS,26 januari) oefent Dirk Holemans kritiek uit op Klaas Debrucker omdat hij een ‘wetenschappelijk weerlegde’ theorie, nl. de ‘tragedy of the commons’, zou gebruiken in zijn analyse van het probleem van het overmatig emailverkeer.

Holemans zit fout door te beweren dat de theorie van de ‘tragedy of the commons’ achterhaald is. Wanneer er omtrent goederen geen eigendomsrechten gelden of wanneer de wettelijk voorziene eigendomsrechten niet afgedwongen worden dan dreigt er overgebruik, prematuur gebruik en onderinvestering in het goed. Van dit patroon zijn er talloze empirische voorbeelden te geven, van de overbevissing in de open zee, het plunderen van de regenwouden als de overbegrazing van gronden in de sub-Sahara. Elinor Ostrom, die Holemans probeert voor zijn kar te spannen, zegt overigens niets anders. In die zin heeft Klaas Debrucker in zijn analyse volledig gelijk door het probleem van de overladen mailboxen van docenten – maar van hen niet alleen uiteraard- als een probleem van de ‘tragedy of the commons’ te benoemen. Omdat de mailbox-gebruikers niet of te weinig in staat zijn om hun ‘domein’ af te sluiten (spamfilters en firewalls zijn blijkbaar onvoldoende) en omdat het zenden van emails zeer goedkoop is, wordt het domein van de mailbox-houders overgebruikt.

Holemans beweert dat er historische voorbeelden zijn van ‘commons’ die goed beheerd werden en waar er van een’ tragedy’ geen sprake was. Dat klopt. Het gaat dan om situaties met kleine en homogene groepen, zoals de middeleeuwse dorpsgemeenschappen, die de gemene gronden volgens vaste gebruiken exploiteerden en over intern verankerde hiërarchische structuren beschikten. In termen van de moderne rechtseconomische literatuur, die Holemans best eens zou raadplegen, gaat het om situaties waarin de transactiekosten om tot efficiënt gemeenschappelijk beheer te komen, vrij laag waren. Wanneer de transactiekosten hoger worden dan volgt er meestal een spontane privatisering. De Indische economist Joda geeft het voorbeeld van Indische dorpsgemeenschappen waar de grond gemeen was en waar een patriarchische elite besliste welke familie welke gronden mocht bewerken. Toen door toedoen van de Congrespartij dit beslissingspatroon moest gedemocratiseerd worden, gingen de dorpen spontaan tot privatisering over. Door de democratisering waren de transactiekosten van gemeenschappelijk beheer te hoog geworden en verkozen de dorpelingen een systeem van private eigendomsrechten. De trend naar privatisering die we reeds sinds eeuwen meemaken, heeft dus niets te maken met het opleggen door ‘machtige actoren’, zoals Holemans suggereert, maar vooral met de toegenomen heterogeniteit van de bevolking, het wegvallen van vaste gebruiken en traditionele gezagspatronen. De ‘tragedy of the commons’, zoals zij door Garret Hardin werd geformuleerd, was inderdaad wat ongenuanceerd en had geen oog voor het fenomeen van hechte groepsverbanden, die zoals een individuele eigenaar tot rationeel beheer kunnen komen. Daarom moet men niet vervallen in een ander ongenuanceerd standpunt, waarin wordt teruggegrepen naar de verheerlijking van de collectieve eigendom. Indien Holemans terug wil keren naar een systeem van homogene en hiërarchische groepen, zoals bijvoorbeeld de Amish in de Verenigde Staten, die ook met gemene gronden werken, dan moet hij het zeggen. Vlaanderen omvormen tot één grote brouwerij van Viersel zal echter een moeilijke klus blijken te zijn.

 

Boudewijn Bouckaert

Buitengewoon Hoogleraar Universiteit Gent

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons