Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

Opinie Cathy Berx: "Uiteraard is creationisme verwerpelijk en dom…maar het bestaat (helaas)"

Verbijsterd, kwaad en ontgoocheld… was ik toen ik na mijn jaarlijkse vakantie alles las wat de afgelopen dagen verscheen over wat ik zou gezegd hebben over “creationisme in het onderwijs”. Ik geef evenwel toe dat mijn tussenkomst wat precisie miste en nodeloos aanleiding gaf tot misverstanden.

Voor alle duidelijkheid: ik heb geen enkele boodschap aan creationisme of aan een letterlijke opvatting van welke religieuze tekst dan ook. Deze baren slechts fundamentalisme, integrisme en extremisme. Voor zover relevant: ja, ik verwerp het creationistisch gedachtegoed.  Religieuze teksten zijn bovenal te interpreteren symbolische verhalen. Pseudo-religie voorstellen als wetenschap en de wetenschap (én religie) zo vervuilen  is funest en gevaarlijk.

Creationisme heeft ook niets te maken met mijn christelijke geloofsovertuiging waarin gefundeerde wetenschappelijke kennis en wetenschappelijke vooruitgang (o.m. de evolutieleer) perfect verzoenbaar zijn met een religieus zingevingskader en met het mysterie van de vrije en verantwoordelijke mens en wereld.

In mijn beruchte tussenkomst in de plenaire van 4 juli heb ik dan ook alles behalve een positieve waardering gegeven of willen geven aan het “creationisme”. Integendeel. Ik heb heel expliciet gewezen op het belang van de kennis van de Darwiniaanse evolutieleer als eindterm in het ASO – allicht te verruimen tot alle richtingen. Het is precies vanuit een zeer gedegen kennis van de evolutieleer dat leerlingen met een zeer kritische ingesteldheid creationistische teksten kunnen doorprikken als onzinnig en mogelijks gevaarlijk, wanneer ze ermee worden geconfronteerd.

Ik ben – zonder veel voorbereiding en nogal geïmproviseerd - om twee fundamentele redenen heel kort tussengekomen in het plenaire debat van 4 juli 07.

Ten eerste omdat minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke op vraag van collega De Ridder poneerde dat hij slechts een brief om verduidelijking zou sturen aan naar de erkende instantie van het katholiek onderwijs, alsof  het katholiek onderwijs een manend vingertje van de politiek zou behoeven, om het te hoeden voor duistere, onzinnige en gevaarlijke ideeën.

Daarom stelde ik toen volgende bijkomende vragen aan de minister:  “Waarom  schrijft u  ook niet naar de erkende instanties van alle erkende godsdiensten? Als ik lees dat die man (auteur van de The Atlas of Creation) ook nog verwijst naar Allah en de Koran, kan ik mij voorstellen dat er net zo goed redenen voorhanden zijn om ook een brief te sturen naar de erkende instantie van de islamgodsdienst en niet alleen naar de instantie van het katholiek onderwijs”. Hieruit blijkt toch een aperte depreciatie voor creationisme. Helaas werd dit deel van het verslag door niemand geciteerd…

Er is een tweede, meer principiële reden. Het is een grote verworvenheid dat Vlaanderen in de zogenaamde – steeds te actualiseren - eindtermen heeft vastgelegd wat leerlingen op het einde van een afgebakende periode, afhankelijk van de studierichting, moeten kunnen en kennen. Het is uiteraard de verantwoordelijkheid van de overheid om daarover een gefundeerde uitspraak te doen. Het spreekt eveneens voor zich dat deze eindtermen wetenschappelijk verantwoord en gefundeerd moeten zijn. Van enige referentie aan creationisme (nepwetenschap én nepreligie) in de eindtermen kan dus absoluut geen sprake zijn!

Hoe scholen hun leerlingen tot die eindtermen brengen, beslissen ze in zeer grote mate zelf. Binnen ons grondwettelijk bestel zijn het dan ook niet de overheid maar wel de scholen – in het bijzonder de leerkrachten en directies – die,  in nauwe samenwerking met de pedagogische begeleidingsdiensten, beslissen over wat in de lessen wordt aangeboden. De overheid schrijft niet voor welke boeken, teksten of opdrachten wél moeten worden gebruikt in de lessen. Voor zover het geen strafbare feiten bevat (bijv. mocht het bestaan: negationistisch, racistisch en (kinder)pornografisch “lesmateriaal”…) mag de overheid ook niet verbieden om bepaald lesmateriaal te gebruiken. Deze verworvenheden hoeden onze jongeren voor eenheidsworst én indoctrinatie.

Zeker in een digitaal tijdperk moeten (o.m.) leerlingen leren – en dat doen ze ook - dat niet alles wat gedrukt en geschreven staat ook waar, waardevol en waarachtig is. Ze moeten niet enkel leren wát in bepaalde teksten staat geschreven, maar ook wat er de mogelijke consequenties van zijn en/of wat de auteur ervan werkelijk beoogt. Daarom verkies ik een zeer kritische confrontatie door bijv. een leerkracht godsdienst (vak waarvoor geen eindtermen bestaan) met hedendaagse stromingen die de scheppingsverhalen in Genesis (Oud Testament) verhalen letterlijk nemen, misbruiken en zo de – door de leerlingen goed te kennen- evolutieleer trachten te perverteren (volgens creationisten ligt Darwin aan de basis van de Hitleriaanse rassentheorie) en te ontkrachten, boven een a priori taboe.

Kortom, finaal is het een kwestie van vertrouwen en geloof in de kritische zin van jonge mensen en de wijsheid van leerkrachten en scholen. Hopelijk is het –nodeloze- misverstand hiermee definitief de wereld uit.

Cathy Berx CD&V
Lid Commissie onderwijs.

Discussie:
http://forum.politics.be/showthread.php?t=93569

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons