Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

Opvallend hoofddoekenverbod

Dit land heeft in de naoorlogse periode hevige schoolstrijden gekend tussen het katholiek onderwijs en het officieel (of gemeenschaps)onderwijs. De ondertekening van het Schoolpact in 1958 heeft een einde moeten maken aan de kwestie. Dat het verbod op het dragen van opvallende religieuze symbolen pas in april 2005 werd gesteld, doet daarom een aantal vragen rijzen. Want is het niet heel toevallig dat België tussen die twee tijdspannes een grote immigratiegolf van vooral moslims heeft gekend?

De scholengroep Brussel van het Gemeenschapsonderwijs lijkt een lont in het kruitvat geworpen te hebben door twee moslimleerkrachten met hoofddoek te ontslaan. De reden van hun ontslag zou het niet naleven van het reglement zijn. In dat reglement zou sprake zijn van een verbod op het dragen van opvallende religieuze symbolen door zowel leerkrachten als leerlingen. Die beslissing zou er pas gekomen zijn in april 2005.

Dit land heeft in de naoorlogse periode hevige schoolstrijden gekend tussen het katholiek onderwijs en het officieel (of gemeenschaps)onderwijs. De ondertekening van het Schoolpact in 1958 heeft een einde moeten maken aan de kwestie. Men zou dus redelijkerwijze mogen verwachten dat principes die als fundamenteel beschouwd worden voor het gemeenschapsonderwijs, zoals de neutraliteit van de instelling, toen al beslecht geweest zouden zijn. Dat het verbod op het dragen van opvallende religieuze symbolen pas in april 2005 werd gesteld, doet daarom een aantal vragen rijzen. Want is het niet heel toevallig dat België tussen die twee tijdspannes een grote immigratiegolf van vooral moslims heeft gekend?

Het verwijt dat met een dergelijk verbod vooral de moslimvrouwen worden geviseerd, werd door de algemene directeur van de scholengroep onmiddellijk van de tafel geveegd. De scholengroep zou immers een leerkracht die een racistische mail had gestuurd naar leerlingen onmiddellijk ontslagen hebben. Hierdoor zou de scholengroep dus bewezen hebben tegen discriminatie te zijn. Het ontslag zou dus niets te maken hebben met moslimvrouwen die een hoofddoek dragen, maar enkel het gevolg zijn van een niet naleving van het reglement.

Van een scholengroep die het zo nauw lijkt te nemen met de regels zou men een absolute en eenduidige naleving van de regels verwachten. Dat is echter niet het geval. Er wordt een pragmatische oplossing aangeboden door de directeur die zegt dat de hoofddoek in de islamlessen wel mag gedragen worden. Enige relativering van de na te leven regels is dus voorzien voor diegenen die ze aanvaarden, maar wat is dan het doel van het verbod? Dat is zoals zeggen dat je door het rood mag rijden zolang de politie het niet kan zien.

Het verbod treedt dus in werking wanneer het opvallend wordt. Aan de bewoordingen van het verbod is bovendien af te leiden dat onopvallende religieuze symbolen wel door de beugel kunnen waardoor de zo hoog aangeprezen neutraliteit van de scholengroep alsnog in vraag gesteld kan worden. Want wat bepalend lijkt te zijn voor deze scholengroep is de opvallendheid van het religieuze symbool en niet het religieuze symbool op zich.

Is het dragen van een hoofddoek dan plots zo opvallend geworden in een pluralistische en democratische samenleving die Vlaanderen meent te zijn? Is het niet de taak van een onderwijsnet die zogezegd de religieuze, filosofische of ideologische overtuiging van de mensen respecteert om pluraliteit in stand te houden in plaats van de zichtbaarheid van deze pluraliteit te elimineren?

Özgür Balci

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons