Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

Naar een Europees privaatrecht?

Europa is voor veel mensen een wespennest van vreemde regels en instellingen. De euro en de schengenverdragen zijn enkele van de weinige verwezenlijkingen die alle mensen duidelijk kunnen zien. De EU is echter met veel ingewikkelder zaken bezig. Aan de studiegroep SGECC (Study Group for a European Civil Code), waar onder andere Mathias Storme deel van uitmaakt, gaf ze de opdracht een manier uit te werken om het privaatrecht van de lidstaten beter op elkaar af te stemmen. Voor alle duidelijkheid: het privaatrecht is dat deel van het recht dat niet op de organisatie van de staat of het strafrecht slaat. Het privaatrecht is het recht van mensen onderling. Contractenrecht, schadevergoedingsrecht, familierecht (!) zijn allemaal elementen van het privaatrecht. En dat moet volgens de EU worden ‘geharmoniseerd’. De redenen zijn vooral economisch.

De eengemaakte Europese markt heeft een infrastructuur nodig die, net zoals de markt zelf, eengemaakt is. De chaos van wetten die nu bestaat in de verschillende lidstaten is een obstakel van de handel. Ze spreken elkaar tegen, lossen problemen op verschillende manieren op en leiden zeer dikwijls tot de verstoring van de economische beginselen die aan de basis van de eengemaakte markt liggen. Bovendien leidt het tot rechtsonzekerheid en misverstanden. Onderandere hierdoor zijn kleine en middelgrote bedrijven in de intereuropese handel ondervertegenwoordigd. Ze hebben niet het nodige kapitaal, durf of ervaring. Een leverancier kan oordelen dat grensoverschrijdende aanbiedingen van goederen en/of diensten niet interessant zijn of dat de voordelen niet opwegen tegen de nadelen. Ook het vrij verkeer van mensen, goederen en diensten wordt er door beperkt. (Dit is nochtans één van de hoekstenen van de eengemaakte markt) Als de eengemaakte markt in de rechtbanken beroep moet doen op niet-eengemaakt recht dan is de uitkomst onzeker en dit werkt de markt juist tegen. Het betekent een belemmering van de goede rechtsgang. Dat was natuurlijk niet de bedoeling van de EU. De eenmaking van de markt eiste sowieso een harmonisering van het commerciële recht (waaronder we handelsrecht, vennootschapsrecht, contractenrecht en andere verstaan). We mogen ook niet vergeten dat we in een globalistische samenleving leven en we dus ook rekening moeten houden met wat buiten de Europese grenzen gebeurt. De Verenigde Staten hebben een markt die onderworpen is aan een grotendeels eengemaakt recht. De Aziatische wereld is via de Tijgereconomiën aan een spontane commerciële zelforganisatie bezig. Dit zijn de grote concurrenten voor de Europese eengemaakte markt en deze kan pas écht de concurrentie aangaan als hij over krachtige wapens beschikt (eengemaakt commercieel recht en een 'regering' die de handel ondersteunt).

Naast het economische aspect mogen we het maatschappelijke aspect niet vergeten. De Europese burgers beschouwen elkaar nog altijd deels als tegenstanders. Nationale gevoelens staan een verdere toenadering in de weg. Nu zijn de nationale wetgevingen versnipperd en sterk verschillend. Sommige rechtstakken zijn goed uitgewerkt terwijl andere de rechtszoekende in de kou laten staan. Een eengemaakt privaatrecht zou aan de Europese burgers gelijke rechten en plichten geven. Dit zou het gevoel van eenheid, van gezamenlijke identiteit, sterk vergroten. Bovendien zal de wet het resultaat zijn van onderzoek door experts en grote rechtsgeleerden. Het recht zal dus objectiever en wetenschappelijker worden waardoor het misschien niet makkelijker te begrijpen maar wel efficiënter zal worden. Bovendien zal men ook veel sneller geneigd zijn om zich eventueel in een ander land te gaan vestigen, werken of studeren.

De eengemaakte markt is een weldaad voor Europa en niemand zal er aan twijfelen dat een eengemaakt commercieel recht een goede ondersteuning is voor de eengemaakte markt. Dat onderdeel van het privaatrecht kan dus zonder veel problemen via verdragen en richtlijnen geregeld worden en daarbij kan het werk van de SGECC een zeer interessante richtlijn vormen. Het vakmansschap van de experts heeft een zeer grote overtuigingskracht. Ik twijfel er niet aan dat het economische luik van het privaatrecht dat betrekking heeft op de goede werking van de markt zonder veel problemen eengemaakt zal kunnen worden van bovenaf. Personen- en familierecht is echter een ander paar mouwen. Dit wordt veelal aanzien als nationaal recht dat ontspringt uit cultuur en traditie. Hier kan men best niet van bovenaf veranderingen gaan doorvoeren. De mensen zullen het niet pikken dat Europa plots zaken gaat veranderen die al eeuwen gebruikt worden. Dergelijke veranderingen moeten rustig doorgevoerd worden. Iedereen moet de logica ervan kunnen inzien. De better law approach werkt slechts als de wet die in de plaats komt door iedereen ook wordt aangevoeld als beter. Zelfharmonisatiekan slechts met de medewerking van de nationale overheden. Maar als het economisch recht één wordt en dit de economie ten goede komt zal men de eenmaking van het privaatrecht als een logische stap beschouwen.

Mijn conclusie is dat een eenmaking dus zeker mogelijk is voor het economische luik van het privaatrecht. Voornamelijk omdat dit een discussie is die men best aan experts overlaat en anderzijds ook omdat men duidelijk zal merken dat de markt er voordeel van ondervindt. Maar de andere luiken van het privaatrecht zijn een zaak van de hele gemeenschap, regels zijn dikwijls het gevolg van diepgewortelde culturele of religieuze overtuigingen. Een garantie dat men dit zal kunnen eenmaken kan niemand geven. Maar het is wel zeker dat dit makkelijker zal worden naarmate de markt sterker wordt en het economische privaatrecht meer geharmoniseerd.

Dit artikel is gebaseerd op: “Naar een Europees Privaatrecht. Noodzaak en Methode.” door Chris Demeyere.

Bron voor het feitenmateriaal: http://www.sgecc.net

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons