Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

Bluf en pokerface, of de Amerikaanse diplomatie in de Koreacrisis

Terwijl de aandacht van de wereld gericht was op de dreigende oorlog in Irak, speelde er zich achter de schermen van de Amerikaanse diplomatie een crisis af met mogelijk veel gevaarlijker gevolgen dan de vermeende wapens van Saddam Hoessein.

Op 4 oktober 2002, op een moment dat het Amerikaanse leger in gereedheid werd gebracht voor een mogelijke aanval op Irak, verklaarde in Seoul een Noord-Koreaanse delegatie aan Amerikaanse diplomaten dat hun land sinds 1995 een geheim nucleair bewapeningsprogramma onderhield. Enkele dagen lang werd de ontmoeting langs Amerikaanse kant ontkend, totdat het State department - het ministerie van buitenlandse zaken - toegaf.

Vanaf toen begon een diplomatiek blufpoker waarvan de spanning geleidelijk steeg. De inzet was een dreiging groter dan Irak of Iran : als het regime van Kim Jong Il erin slaagde een nucleaire bom ineen te steken, zou het heel Oost-Aze destabiliseren. Japan zou alles in het mogelijke stellen om zelf over nucleaire wapens te kunnen beschikken, en het regime in Noord-Korea zou militair sterker staan dan ooit tevoren. Een nucleaire aanval op de Zuid-Koreaanse hoofdstad Seoul, een stad met meer dan tien miljoen inwoners, was een reele mogelijkheid. En Rusland en China zouden bijna zeker hun nucleaire bewapening opdrijven.

Op 12 december liet Noord-Korea aan de wereld weten dat het zijn nucleaire reactor in Yongbyang terug had opgestart. Op 21 december werden VN-inspecteurs het land uitgezet ; enkele dagen later trok Noord-Korea zich terug uit het non-proliferatie verdrag, dat het land bond om geen nucleaire wapens te ontwikkelen. Op 24 februari 2003 vuurde het regime een testraket over Japan en in de Atlantische Oceaan, waarbij het liet zien dat het elk doel in Japan kon raken. En een maand later detecteerde een satelliet van de CIA dat een transport van nucleaire brandstof de Yongbyang-reactor had verlaten. Er was genoeg brandstof om 2 3 nucleaire bommen te fabriceren.

Ondertussen verklaarde Kim Jong Il dat hij zijn programma zou stopzetten als de VS een non-agressie pact zou tekenen. De VS weigerde resoluut, zeggend dat het niet toegaf aan " nucleaire chantage ". Alleen als gevolg van multilaterale gesprekken- met Japan, Zuid-Korea, China en Rusland- zouden VS een verdrag overwegen, iets wat Noord-Korea weigerde.

De administratie van Bush gaf voor de wereld de indruk niet al te zeer bezorgd te zijn over het dreigend Aziatisch gevaar. Steeds wees hij en zijn administratie op het veel gevaarlijker Irak en zijn massavernietingswapens. Als journalisten vroegen hoe de Korea-crisis werd aangepakt, liet de regering weten dat het de druk zou opvoeren, en voorlopig niet zou toegeven. Verder dan dat wilde de Bush-administratie niet gaan.

Terwijl Washington echter voor de wereld een pokerface opzette, ontwikkelde er zich achter de schermen een machtsstrijd tussen adviseurs over hoe nu feitelijk de crisis in Noord-Korea moest worden aangepakt. In het Witte Huis begon men zich met toenemende zorg bewust te worden dat Noord-Korea misschien wel een groter gevaar zou kunnen vormen dan Irak, dat ten slotte ontkende over nucleaire wapens te beschikken, terwijl Noord-Korea bijna van de daken schreeuwde dat het zijn best deed om er te maken. Het kamp van adviseurs onder leiding van vice-premier Cheney en defensieminister Rumsfeld was voorstander van een harde lijn : niet toegeven, en als het moest, een militaire invasie. Het tegenovergestelde kamp, onder leiding van de minister voor Buitenlandse zaken Powell, was voorstander van diplomatieke druk en regionale gesprekken.

Het gevecht centreerde zich rond de president, die als enigste de winnende partij zou aanduiden. George Bush echter, een president die meer dan zijn voorgangers afhangt van zijn adviseurs, kon geen partij kiezen. Vooral gebrek aan visie, of volgens critici intelligentie, en een obsessie met Irak en Saddam, verhinderden president Bush een duidelijke beslissing te nemen. Het resultaat was een administratie die voor het oog van de wereld en Noord-Korea stocijns kalm bleef, maar in feite besluiteloos afwachtte wat Kim Jong Il's volgende zet zou zijn.

Op 1 augustus kwam dan plotseling de doorbraak : Noord-Korea liet weten bereid te zijn tot multilaterale gesprekken met de VS, Japan, China, Zuid-Korea en Rusland. Het was een beduidende ommekeer voor het Noord-Koreaans regime, dat gedurende al die maanden had zitten schreeuwen voor " face-to-face " gesprekken met de VS. In ruil voor een nonagressiepact en economische hulp zou Noord-Korea zijn bewapenigsprogramma stopzetten.

Volgens de laatste berichten zouden de gesprekken in de eerste weken van september plaatsvinden, waarschijnlijk in Peking.

Na bijna 10 maanden blufpoker lijkt het erop dat Kim Jong Il gezwicht is voor de psychologische druk van een Washington dat zich niet al te veel zorgen scheen te maken en een gezond vetrouwen uitblaakte. Vooral de genadeloze overwinning van het Amerikaanse leger op het regime van Saddam Hoessein, moet Kim Jong Il met enige zorgen hebben aanzien. Waarschijnlijk is een crisis afgeweerd die gemakkelijk in een nucleair inferno had kunnen eindigen. Maar het echte gevaar, vooral in de nabije toekomst, schuilt niet zozeer in de wapens van Kim Jong Il, maar in de wijze waarop de Amerikaanse diplomatie wordt gevoerd, of beter gesteld, het gebrek ervan.

Hoofdoorzaak van dit gebrek is een president die geen leiding kan geven en alleen politieke dossiers begrijpt die zo simpel mogelijk worden opgesteld, in termen van goed en kwaad, zwart en wit. Diplomatie daarentegen is noodzakelijk grijs en vergt compromis en een doordachte wereldvisie. Iets waaraan het president Bush op dit moment lijkt te ontbreken. Elke beslissing in Washington zal een dubbeltje op zijn kant zijn, een wankelend gevaarernstig genoeg om een impact te veroorzaken over de grenzen heen van de Verenigde Staten.

Voorlopig kan president Bush misschien alvast dit onthouden : poker kun je niet altijd winnen.

Financial Times 02/08/03 ; Financial Times.com 08/08/03 ; The New York Times online 05/08/03 ; CNN.com archive :North-Korea, special report retrieved :10/08/03 ; BBC World Service gen.info site 10/08/03.

Georges Vanstreels

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons