Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

CD&V moet niet kiezen tussen links of rechts

Velen schrijven de nederlaag van CD&V toe aan drie structurele handicaps. Eén: de katholieke achterban vervliegt. Twee: veertig jaar deelnemen aan de macht maakte de kritiek op paars-groen vaak ongeloofwaardig. Drie: de christen-democraten kunnen niet kiezen tussen links of rechts. Het succes van SP.A toont aan dat de eerste handicap niet meer een probleem hoeft te zijn. Na nog eens vier jaar oppositie verdijwnt de tweede vanzelf. De derde handicap biedt CD&V precies een uitgelezen kans om zich te profileren. Verrechtsen om Vlaams Blok-kiezers te strikken zou een vergissing zijn.

1e handicap: de christen-democratische structurele achterban vervliegt langzaam maar zeker. De structurele achterban van de christen-democraten sterft, zelfs letterlijk, uit. Er is nog een harde kern van mensen die hun politieke overtuiging laten afhangen van hun levensovertuiging of sociaal-economische status. Maar deze kern krimpt jaar na jaar in. Daar tegenover staat een steeds groter wordende groep die tot één of andere sociaal-economische categorie behoort of zich inschrijft in een algemeen christelijk waardepatroon, maar daar haar kiesgedrag niet noodzakelijk nog op af wil stemmen. Sociale, ideologische of levensbeschouwelijke affiniteiten verliezen hoe langer hoe meer een structurele aantrekkingskracht.

Deze vaststelling geldt echter niet alleen voor CD&V, maar ook voor de socialisten. Ook zij hebben af te rekenen met een afkalving van de structurele achterban. Ook zij worden geconfronteerd met een ineenkrimpende kern van mensen die hun stemgedrag laten afhangen van hun sociaal-economische status. Om maar één voorbeeld te geven: in 1999 stemden meer arbeiders voor CD&V en Vlaams Blok dan voor de SP. Dit heeft de SPA (in kartel met SPIRIT) niet belet om bij de jongste verkiezing 8,5% vooruit te gaan. Omdat structurele achtergronden hoe langer hoe minder belangrijk zijn voor alle politieke partijen. En wanneer dit geldt voor SPA, waarom zou dit dan niet kunnen gelden voor CD&V? De Nederlandse christen-democraten hebben alvast aangetoond dat dit mogelijk is. Sociologische analyses over de christen-democraten die op een dalende roltrap zitten mogen dan wel juist zijn, ze zijn in toenemende mate irrelevant omdat de mensen steeds minder op basis van de roltrap en steeds meer via de vlottende lift kiezen. Dit wordt door de verkiezingsuitslag van SPA-SPIRIT en AGALEV zeer duidelijk gemaakt.

2e handicap: het jarenlang aan het bewind zijn speelt haar in de oppositie parten Veertig jaar machtsdeelname maakt kritiek op de regering vaak ongeloofwaardig. Bij elke kritiek op het regeringswerk krijgt CD&V, zowel van de meerderheidspartijen als van de media, als antwoord dat ze veertig jaar tijd gehad heeft om het anders te doen. Dat de socialisten tijdens deze veertig jaar, ongeveer dertig jaar en de liberalen een kleine twintig jaar het land mee bestuurd hebben, wordt hierbij al snel vergeten. Het lijkt of België voor 1999 gedurende veertig jaar in een éénpartijregime heeft geleefd en dat paarsgroen voortdurend heeft moeten rechttrekken wat de CVP heeft krom gemaakt. Van deze handicap zal CD&V door de feiten worden verlost. Een nieuwe (waarschijnlijke) oppositieperiode zal maken dat de meerderheidspartijen de christen-democraten niet kunnen blijven nawijzen en zich op die manier van elke inhoudelijke argumentatie onttrekken.

3e handicap: de christen-democraten kunnen niet kiezen tussen links of rechts De winst van SPA wordt door de Gentse politoloog Carl Devos toegeschreven aan de centrumstrategie die de partij heeft gevolgd. De modale Vlaming houdt van het midden, zo stelt hij. Nochtans wordt CD&V links en rechts aangepord om dit midden te verlaten want inhoudsloos en achterhaald. Waarom zou de modale Vlaming een centrumstrategie van SPA wel smaken en die van CD&V niet?

De centrumstrategie of de derde weg die de christen-democraten sinds de Tweede Wereldoorlog steeds hebben bewandeld, is deze van de sociaal markteconomie dat via overleg voorziet in de winstgevendheid van bedrijven, in ruil voor een eerlijke sociale herverdeling. Dit idee wordt door liberalen en socialisten vertaald in de actieve welvaartstaat. Toch is er een verschil tussen dit paars concept en de vertaling ervan door de christen-democraten. In het concept van de Actieve Welvaartsstaat zit niet alleen een verzoening tussen markt en staat, het bepaalt ook de rol die de markt en de staat vervullen. Maar vooral wordt er iets niet gezegd, namelijk over de rol die het middenveld in dit concept kan vervullen. De Actieve Welvaartsstaat zorgt voor een afruil in maatschappelijke verantwoordelijkheden tussen markt en staat en laat weinig ruimte voor de civiele maatschappij. Dit wordt duidelijk in een aantal domeinen, zoals onderwijs en de zorgsector, waar de paarsgroene regering deze sectoren vooral als onderdelen van de staat heeft beschouwd, terwijl de christen-democraten de autonome rol van deze instellingen beklemtonen.

Hiermee gepaard gaat het verschil in aanpak in ethische kwesties. Waar de christen-democraten een grote terughoudendheid aan de dag leggen om het individu een volledige zelfbeschikking te geven, is de paarsgroene meerderheid hier ten volle voor gegaan. De goedkeuring van de wet met betrekking tot de toelating tot euthanasie is hier een sprekend voorbeeld van. Maar meer algemeen wordt elk geloofspunt verdrongen naar de persoonlijke levenssfeer en ontdaan van zijn gemeenschapsdimensie. Dit doet de christen-democraten ideologisch nogal nauw aansluiten bij de communautaristische stroming en doet het afzetten tegen het libertaire liberalisme. Dit wil zeker niet zeggen dat de christen-democraten zich volledig verzetten tegen een aantal ontwikkelingen. Zo hebben zij een eigen voorstel dat euthanasie in uitzonderlijke gevallen mogelijk maakt, maar dus minder verregaand is. Ook hebben zij de openstelling van het huwelijk voor paren van gelijk geslacht mee goedgekeurd.

De echte brede politieke keuze is er één tussen een liberale of een communautaristisch geïnspireerde politiek, gericht op gemeenschapsvorming, en hier heeft CD&V reeds een duidelijke keuze gemaakt. Hierbij hoeven zij zich niet te positioneren als een uitdrukkelijk conservatieve partij. Ook al worden zij vanuit verschillende hoeken aangespoord om zich wat uitdrukkelijker als een democratisch rechtse en conservatieve partij te profileren. De afwezigheid van zon partij langs Vlaamse zijde op dit ogenblik, geeft het Vlaams Blok vrij spel en een dergelijke profilering zou het Blok de wind uit de zeilen halen en voor de christen-democraten zelf opnieuw een eenduidigepositionering opleveren. Er zijn echter verschillende redenen, zowel van ideologische als van strategische aard, waarom de Vlaamse christen-democraten hier niet op ingaan. Vooreerst zijn links en rechts, conservatief en progressief, slechts containerbegrippen die verschillend worden ingevuld, naargelang het gaat om sociaal-economische kwesties, waardenkaders, etc. Links of rechts is men niet omwille van het etiket dat men zichzelf aanmeet of dat wordt opgekleefd, maar door het concrete programma dat wordt aangebracht.

Bovendien blijkt uit de cijfers van de exitpolls van de verkiezingen van 1991, 1995 en 1999 (de grote doorbraak van het Vlaams Blok) dat de CVP/CD&V pas op de vierde plaats komt als stemmentoeleverancier van het Vlaams Blok. In eerste instantie heeft de SP in drie verkiezingen netto 127.000 kiezers verloren aan het Vlaams Blok, gevolgd door de Volksunie (96.000), de VLD (74.000) en pas dan de CVP/CD&V (63.000). De christen-democraten zijn niet de grootste stemmenaanbieder van het Vlaams Blok. Dit blijkt ook uit de analyses over het stemgedrag van gelovigen, ongelovigen en vrijzinnigen. Zowel in 1991, 1995 als in 1999 is vastgesteld dat het Vlaams Blok zeer hoog scoort bij ongelovigen en vrijzinnigen. Kerkse katholieken, zelfs met een sterke etnocentrische houding, stemmen veel minder op het Vlaams Blok. Ook inzake waardenoriëntaties scoort de gemiddelde christen-democratische kiezer op verschillende vlakken niet gelijk met de gemiddelde Vlaams Blok-kiezer. Zo is de gemiddelde christen-democratische kiezer minder dan gemiddeld geneigd harde repressie van criminelen te aanvaarden en scoren zij laag inzake politieke aliënatie. Ook is het onveiligheidsgevoelen er lager.

Feit is dat de secularisatie en ontzuiling de natuurlijke achterban van de christen-democraten doet inkrimpen. Willen de christen-democraten dit omkeren, zullen zij zich meer moeten richten op de vlottende kiezer. En waarom zou de vlottende kiezer gevoeliger zijn voor het verhaal van de liberale burgerdemocratie, met als doelstelling een zo groot mogelijke autonomie voor het individu en een rechtstreekse link met de overheid? Waarom zou de vlottende kiezer zich niet aangesproken voelen door een partij met een duidelijke communautaristische inslag, als antwoord op de toenemende eigen-ik-eerst en alles-moet-kunnen-maatschappij?

In het onderzoek van de Belgen en hun waarden, overtuigingen en houdingen kan CD&V alvast bevestiging van haar programma zien. Niet alleen toont Elchardus in zijn onderzoek aan dat er tekenen zijn die erop wijzen dat het ethisch aanvoelen rond alles wat met burgerzin te maken heeft, eerder verscherpt is en er een vermindering van de permissieve moraal plaats heeft. Ook bevestigt het onderzoek dat gezin, vrienden, arbeid en vrije tijd als domeinen die de Belgen in hun leveren belangrijk achten, nog steeds bovenaan staan. Het gezin (met 96 %) is er in 1999 in vergelijking met 1999 zelfs nog een procent op vooruitgegaan.

De vlottende kiezer maakt echter dat in toenemende mate de wijze waarop dit gecommuniceerd wordt, belangrijk wordt. En de verkiezingsuitslag heeft duidelijk gemaakt dat Steve Stevaert hier een grote voorsprong in had. Stefaan De Clerck heeft ongetwijfeld de verdienste gehad als coach van de christen-democraten het interne debat aan te zwengelen, een jonge equipe in de startblokken te zetten en een duidelijk ideologisch geïnspireerd programma uit te tekenen. Het is aan zijn opvolger(s) om dit in hedendaagse termen, dichtbij de mensen, te communiceren. Dan hoeft CD&V niet langer op een dalende roltrap, maar kan zij in de lift te zitten.

Wouter Beke

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons