Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

Het contact met de burger

“De verkiezingen zijn zonder incidenten verlopen.” Dit was decennia het enige meldenswaardige nieuwsfeit. Wat kon je nog meer zeggen? Eén oogopslag op de uitslagen in de maandagkrant en de burger bladerde door tot bij het regionaal nieuws en de sport. Verkiezingen veranderden niet veel aan het bestuur. Een stemming was als een thermometer die men in zijn kont stak. Zij gaf de temperatuur aan. Dat was alles. Het land veranderde van kant zoals een zieke zich keert in zijn bed om een koelere plek te vinden op zijn kussen. Hierdoor geneest hij echter niet. Verkiezingen waren een farce, een vaudeville, een voorval dat voor enige afwisseling zorgde. Een vuurtje stoken en het zelf dood pissen om een uitslaande brand te voorkomen. Dat was ons handelsmerk. Geen enkele regering was bij machte om een vuur te doven dat ze zelf niet had aangelegd. Bij een onverwachte vuurhaard stond zij bouche-bée.

Het land besturen

“De verkiezingen zijn zonder incidenten verlopen.” Dit was decennia het enige meldenswaardige nieuwsfeit. Wat kon je nog meer zeggen? Eén oogopslag op de uitslagen in de maandagkrant en de burger bladerde door tot bij het regionaal nieuws en de sport. Verkiezingen veranderden niet veel aan het bestuur. Een stemming was als een thermometer die men in zijn kont stak. Zij gaf de temperatuur aan. Dat was alles. Het land veranderde van kant zoals een zieke zich keert in zijn bed om een koelere plek te vinden op zijn kussen. Hierdoor geneest hij echter niet. Verkiezingen waren een farce, een vaudeville, een voorval dat voor enige afwisseling zorgde. Een vuurtje stoken en het zelf dood pissen om een uitslaande brand te voorkomen. Dat was ons handelsmerk. Geen enkele regering was bij machte om een vuur te doven dat ze zelf niet had aangelegd. Bij een onverwachte vuurhaard stond zij bouche-bée.

Om een land te besturen is er meer nodig dan schouderklopjes uit te delen en moppen te tappen, markten af te schuimen en kinderen te aaien of op de arm te nemen. Evenmin heeft het land een boodschap aan ondergedoken dossiervreters. De politiek moet haar oor te luisteren leggen, luisteren naar de mensen, ook al kunnen zij zich niet behoorlijk uitdrukken. Bij opportuniteiten valse familiariteiten uitkramen en zich dan weer opsluiten in zijn ivoren toren van onkreukbaarheid, is bullshit.

Ja, hoe kon het zo ver komen? Het land liet zich nochtans op tijd en stond horen. Stakingen, betogingen, de significante resultaten van enquêtes vielen in dovenmansoren. Zij die regeerden vielen van hun sokkel, zij die zouden regeren klommen even hoog om het rumoer niet te horen. De verliezers wezen met een beschuldigende vinger naar hun omgeving. Hun nederlaag schoven zij in de schoenen van de kiezers. Het kabinet bleef wat het was: een paravent voor de minister om zelf niet te moeten zien, horen of voelen, om niet aangeraakt te worden. Dat was alles.

De opeenvolgende regeringen stelden zich zelfgenoegzaam op. Zelfgenoegzaam maar niet wijs. Van enig gezond verstand gaven zij geen blijk. Ik geef een voorbeeld. Het is verstandig zelf je tegenstanders te kiezen. De koningen van Frankrijk huurden tegen veel geld guiten en schalken in om met hen de spot te drijven. Ze gaven het volk een stem, een “vertrouwde” stem. Toen die stem echter aanzwol, moesten zij nog veel meer betalen om ze te smoren. Zij die ons 40 jaar hebben geregeerd, waren evenzeer en evenveel met hun carrière bezig als de Franse koningen. Zij moeten in onze moderne tijd echter rekening houden met het commentaar van mondige burgers, van schrijvers en journalisten. Om de polsslag van een samenleving te voelen, zijn columns en romans soms veel nuttiger dan rapporten. Maar dit kon je ministers niet wijsmaken die al decennia aan hun administratie vastzaten!

De experts hadden een nipte overwinning van de CVP voorspeld. Misleid begon de premier zich op te blazen. Van geen kwaad bewust. De waarheid drong te laat tot hem door, te laat om het tij te doen keren. Hij had geen rekening gehouden met de ongunstige peilingen. Die laatste waren toch nooit relevant geweest in het verleden. Hij kende de malcontenten. Die waren er altijd geweest. Geen haar op zijn hoofd dacht er dan ook aan om inderhaast zijn regering te herschikken en zijn beleid te hertekenen. De mensen verwachtten bovendien een ommezwaai, geen hopeloos sleutelen aan een sputterend bestuursapparaat. Dat had hij goed gezien! Dat wist de oppositie echter in haar voordeel om te buigen.

Het land heeft in 2000 zijn lot toevertrouwd aan nieuwe regeerders. Zij hebben geprobeerd lessen te trekken uit het verleden. In een democratisch land betaalt het volk altijd de rekening voor de vergissingen van zijn personeel. Het land heeft zich hersteld. Het volk heeft een stem. Misschien ligt daar de kiem van de verandering!

Zij die het voor het zeggen kregen, proclameerden de debatcultuur. In de eerste weken van de nieuwe regering gebeurde er niets behalve de finalisering van enkele kleine dossiers. Fopspenen voor de eerste mopperaars. Het serieuze werk was voor later. Het kwam er echter veel rapper dan verwacht.

Democratie bestaat hierin dat politieke beslissingen worden goedgekeurd door mensen zoals jij en ik die doorgaans hun eigen huishouden niet kunnen beredderen. Wij zijn niet bekwaam om een fatsoenlijk oordeel te vormen over de gevoerde of te voeren politiek. De mens is veel gevoeliger aan de manier waarop hij wordt bestuurd dan aan de getroffen technische maatregelen die hij maar voor de helft begrijpt. Hoe stemt de burger? Volgens zijn humeur. Of hij luistert naar mensen die het goed kunnen uitleggen of naar familie en goede vrienden. Hij stemt zonder veel oordeel. Trouwens, juist wanneer hij gaat nadenken, kan hij er geen touw meer aan vastknopen.

De burger moet zijn onvolkomenheden proberen om te zetten in een voordeel. De Oude Grieken kenden een geheime, quasi goddelijke, kracht toe aan dronkenschap en toeval. Zij namen hun grootste beslissingen na serieuze braspartijen. Nochtans hebben wij geleerd dat de Grieken de democratie hebben uitgevonden. Ook nu nog, geïnspireerd door de Oudheid, zijn er kiezers die in een roes van verdoving hun stembrief in de bus laten glijden. Onze politici, op deze wijze gekozen, maken zich wijs dat ze een aantal aanhangers tellen en de kiezers zelf hebben een gerust geweten. Ze hebben hun plicht vervuld.

Na de verkiezingen van 2000 begon ook de nieuwe regering poker te spelen terwijl het land behoefte had aan mensen die konden schaken. De nieuwe koning werd niet in diskrediet gebracht; hij was immers niet belangrijk; hij bleef gewoon op zijn troon. De nieuwe regering bleef echter de voorkeur geven aan technische intelligentie en administratieve knowhow boven bestuurskundigheid, omdat zij bang als de dood was voor talent. Daar wrong het schoentje! Toen herstelde de regering zich en de burger zag dat het goed kwam.

De rol van de schrijver

Schrijvers getuigen van het genie van de taal, terwijl hun klasgenoten, met academische titels, zich vergenoegen in annotaties en glossaria. Een kunstenaar hoeft geen goede leerling te zijn, of zich te bekommeren om het ordenen van zijn gedachten volgens gangbare regels. Zijn enige zorg is originaliteit, de eerste te zijn in wat hij creëert, zingen met een “onuitgegeven” stem, die niemand hem kan nadoen. Ons land heeft goede schrijvers. De politiek, waarvan men zegt dat het ook een kunst is, telt echter weinig knappe politici. Beste kerels, dat wel, maar zonder veel inspiratie of uitstraling. De politiek is gespeend van veel talent. De macht is in handen van mannen en vrouwen die hun intelligentie te danken hebben aan de moeilijke examens die zij na de middelbare school met succes hebben afgelegd, met andere woorden: aan het oefenen van hun hersenen in gehoorzaamheid, niet in het creëren. Zij missen instinct en inventiviteit. Hun geest is wel in staat om oude wetten te debiteren. De doctrinaire politici onder hen zijn bij machte het land in een keurslijf van regels te wringen, maar ze zijn niet bij machte om het hoofd te bieden aan nieuwe problemen.

Men kon hun hersenarbeid bewonderen, zoals je een vlot draaiende motor bewondert. Zonder meer. De fout die de regenten daarbij maakten, was dat zij de motoren aanzagen voor piloten. Zij volgden de mode in plaats van vooruit te lopen. Zij die, ondanks die harde leerschool, hun frisheid van geest hadden bewaard, waren verplicht de bureaucratie van de politieke partijen en de hoge administraties te trotseren. Zij streden een korte strijd, liepen vervolgens in de rij of haakten af.

Vele van de aanblijvende bestuurders hadden geen flauw idee van wat er onder de mensen leefde en toch bestuurden zij. Met hun neus in de dossiers zagen zij niet wat er op hen afkwam. Zij wisten alles maar ze begrepen niets. Waarom wilden zij kapitein spelen als zij in de wieg gelegd waren voor bewaker van het ruim? Zij hadden in de machinekamer moeten blijven. Goede mecaniciens waren toen (en nu nog altijd) schaars.

De meeste politici zijn nog altijd zo. Zij geloven het systeem te kunnen beheersen, waarvan zij het product zijn, alsof het ei zegt wat de kip moet doen. Zij geloven het systeem te kunnen reproduceren zoals uit het ei een nieuwe kip komt. Ik ken geen staatsman die het genie heeft om het systeem aan te passen aan zijn maat. Ik ken wel enkelen die een aanzet tot groot staatsmanschap vertoonden. Ik wens geen namen te noemen, maar die laatsten hadden de kinderlijke trots, de koppigheid, de wilskracht, die nodig zijn opdat een land zich aan hen zou optrekken. De anderen handhaven zich aan de top door veel misbaar te maken, door te complotteren, hun cliëntèle te vleien en vrienden te verraden. Ze zijn zo in de wolken met wat zij hebben bereikt dat zij zich af en toe laten gaan en profetische rimram uitkramen, zoals: “Het land zal Europa gidsen op het pad van de vrede!”

In 1000 jaar Westerse cultuur jaar hebben wij weinig graven, baronnen, hertogen gekend die bestuursonbekwaam bleken te zijn. In de laatste 150 jaar kunnen wij dit niet beweren van onze bestuurders. Ik verwacht weinig beterschap. De partijtucht gooit gretig parels voor de zwijnen. Zij die het hebben overleefd zijn ofwel slaafjes of cynici. De pletmachine van de media doet de rest. De minst schadelijke kandidaat wordt boven op de lijst geplaatst: “Ik stem voor de grootste domoor!” zei Clemenceau. Vandaag heeft men schrik van dit vies woord. Voor “domoor” gebruikt men nu “consensusfiguur”: hij die bekwaam wordt geacht om een breed debat te houden waarin iedereen zijn ding terugvindt.

Stel dat de Eerste Minister eerst ruim de tijd neemt om een consensus bereiken, waarbij hij rekening houdt met de pariteit man-vrouw, de verscheidenheid van een ieder en met de stemming in het parlement, voor hij een belangrijke beslissing neemt! Lach niet: zo draait het politieke leven. De bekwaamsten onder ons worden geëlimineerd. Zij die triomferen zijn de zacht gekookten of de uitgebeenden.

Wij kunnen het hun niet kwalijk nemen. Bereiken waar je een leven lang naar hebt gestreefd, is niet niets. Een beetje wat een verliefde man overkomt, als hij eindelijk de gunsten van de vrouw verwerft die hij fel begeert. Wanneer zij instemt, weet hij niet wat hem overvalt. Hij zal ervaren dat het achternalopen hem opwond en dat de sleur snel in de plaats komt. Ook de sportlui vallen in een gat na de overwinning en ook veel schrijvers hebben een nieuw boek nodig om zich aan op te trekken. Als men carrière wil maken, zijn de opeenvolgende posten die men bekleedt het doel, als men echter een werk wil voltooien, is het ambt slechts een middel. Door zich te verliezen in combines wordt de politieke ambitie een mengelmoes van middelen en doelstellingen waarin de kat haar jongen niet meer terugvindt.

Indien men de schrijvers zou verplichten een aggregaat te behalen en op zijn minst één prijs te winnen vooraleer te mogen publiceren, zou de literatuur haar doodvonnis tekenen. Zij die willen slagen in de politiek moeten zich echter eerst bekwamen in de partij. Dit is de reden waarom “vrije en eerlijke mannen”, gebeten door de politiek, zelden carrière maken: zij moeten de eer en de plaats laten aan hen die als hondjes de partij achterna kwispelen, van jongs af aan gewend om de hoelahoela te dansen. Het ergste is nog dat die keffertjes voor de rest van hun dagen aan het lijntje lopen. Zo verwerven zij een plaats, maken promotie, krijgen een goed rapport en mogen eindelijk deelnemen aan de verkiezingen. Spartaans opgeleid verliezen zij echter alle gevoel voor humor en relativiteit. Met hun verkiezing neemt nauwelijks de stress af. Wanneer François Mauriac de Nobelprijs won, riep hij uit: “Nu zullen zij naar mij luisteren!” Bevrijd van de race naar succes, blakend van vertrouwen, kon hij nu rustig omgaan met de verwaandheid van de jeugd en de pedanterie van de ouderen, met hen die staan te trappelen van ongeduld en zij die hun ding reeds hebben gedaan. Politici kennen geen gezegende leeftijd, ze verkommeren veeleer. De politiek is een zandbak voor de gekozenen.

Dit “kwispelend baasje volgen”, dat door hen als Olympische lenigheid wordt beschouwd, geeft politici een sterk verweer. Zich kunnen aanpassen is toch een vorm van intelligentie? Vallen en opstaan, succes en tegenslag, opgehemeld worden en verguisd, zijn zovele “ervaringen” die zij perfect aankunnen. Eenmaal je die vaste gewoonte hebt verworven, is het geen moeite om te gehoorzamen, je doet het als vanzelfsprekend: eerst aan de partij, daarna aan de publieke opinie en uiteindelijk aan de (slechte) raadgevers.

Een van de meest opvallende trends van de laatste decennia is het taalgebruik van de politici en hun wil om te communiceren met de burger. Eenvoudige taal die ook de burger begrijpt. Zo hoort het. Maar opnieuw stellen ze zich tevreden met “een afgekookte” (afgekochte) communicatie. Zij spannen zich zo hard in om het systeem onder de knie te krijgen, dat ze er tureluurs van worden. Naar bestvermogen voeren zij nummertjes op voor radio en TV, met een puberale voorkeur voor spelprogramma’s. Ze laten zich omringen door reclamejongens die hun TV-optreden voorbereiden met oog voor het kleinste detail, zoals witte tanden, haarsnit, netjes geschoren, mooi uitgedost. Opgesmukt naar de keuring! Het audiovisuele spektakel brengt de politiek geen baat bij en verbetert evenmin de kwaliteit van het leven. De staatsman heeft plaats gemaakt voor de politicien en de welsprekendheid voor fraaie, maar holle woorden. Onderworpen aan interviews, door de media opgevoerd als gesprekken “ter zake”, is hij geacht te antwoorden op oervervelende vragen. Een interview is géén gesprek. De aardigheid van een gesprek ligt in het wederzijds vertrouwen, in het onvoorspelbare, het ongestructureerde, in uitweidingen en rustpunten, in de woordspelingen om de druk van de ketel te nemen. Een interview echter verloopt volgens een vast stramien, zowel inhoudelijk als in duur. Indien de geïnterviewde aarzelt of te lang moet nadenken, is zijn TV-optreden mislukt. Tijdens het interview kan hij geen break vragen om even te kunnen nadenken over de gestelde vraag. Hij moet niet alleen op alle vragen antwoorden, maar liefst ook onmiddellijk. De media moedigen niet aan tot nadenken, maar zijn tuk op emoties. Het gaat er minder om de kijker te overtuigen maar hem te verleiden of hem te frapperen. Zij die iets te zeggen hebben, stellen zich geen kandidaat voor de verkiezingen en zij die het wel doen hebben doorgaans weinig te zeggen. Waarom zou het? De consument geilt niet op het talent en de kennis van de kandidaat, maar op de wijze waarop deze laatste zijn comfort en zijn gemak veilig stelt. De consument voelt zich onveilig? Juist, maar dit gevoel is niet wat de politiek denkt dat het is. De brug tussen de politiek en de burger is voor beiden anders: de eerste wil weer gerespecteerd worden, de tweede wil op zijn wenken bediend worden. De politici die deze politiek à la politicienne verkiezen, worden geestelijk aangetast, hun talenten sterven af, zoals spieren die niet meer worden gebruikt.

Politici van dit laatste soort zitten tijdens het interview zenuwachtig op hun stoel, zoeken naar een technische uitleg die ze niet beheersen of zoeken hun heil in nietszeggende woorden. Van dik hout zaagt men veel planken. De taal van het hout is in de laatste decennia toegenomen, hoewel de politiek het anders beweert. Een charmante nieuwigheid: de ministers doen hun statement, de leden van de meerderheid kwispelen, de oppositie reageert, niemand in de studio luistert, het publiek heeft oog voor de look van de acteurs, iedereen vergeet waarover het ging en na zeven dagen begint de vertoning opnieuw. Wat op de TV wordt gezegd, geldt niet als een referentie. De kijker filtert, hij houdt over wat hij graag wil horen, wat hij zelf denkt, hij bevestigt zijn gelijk. Bij al die praatjes voor de vaak is de stilte een weldaad. De stilte brengt rust en in rust kunnen wij beter (na)denken. De zon roept niet uit: “Ik schijn!”. Zij schijnt en wij zonnen. De actie is de beste communicatie. Indien de regering haar ministers verbiedt om nog op te treden als entertainers, zal het respect voor het ambt terugkeren. Indien de ministers bovendien hun verklaringen, mededelingen en toespraken reserveren voor Kamer en Senaat, zullen de leden gemotiveerd zijn om aanwezig te zijn. Om daar de degens te kruisen ten bate van het land en in overeenstemming met hun opdracht. De Vragen aan de Regering zullen opnieuw een belangrijke vaste afspraak worden. De gekozenen van het volk zullen zich opnieuw de ware vertegenwoordigers van het volk voelen. De media zullen terugkeren naar hun ware taak van informant en duidinggever en zich niet tevreden stellen met het stellen van afgesproken vragen. Het prestige van beiden zal er wel bij varen.

“Alles is politiek!”

Tijdens de jaren ’60 en ’70 maakte het dogma “Alles is politiek!” opgeld. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat, dag en nacht, van wieg tot graf, de politiek was overal. Als je appelsienen uit Zuid-Afrika kocht, was je voor apartheid, kocht je kaviaar uit Rusland, dan steunde je die arme mensjes aldaar, kwam je kaviaar echter uit Iran, dan was je voor het imperialisme. Je was wat je zei, naar wie je luisterde, wat je aanhad. De lengte van je haar en de mini van je rokje waren medebepalend voor je aanzien. De burger was geen vrij mens, maar een radertje van een systeem dat hij niet aankon, waartegen hij op z’n eentje niet kon protesteren. De burger was geconditioneerd door zijn opvoeding, zijn afkomst, zijn horoscoop, door de kleur van zijn haar en zijn huid, zijn auto, het merk van water die hij dronk. Om zich te bevrijden moest hij het systeem veranderen. Stem voor de verandering! Stem voor mij! Ik - en ik alleen - ben bij machte je leven te veranderen en je toekomst te waarborgen! En het lukte: de mensen stemden voor hen die het allemaal zouden veranderen. Ze gaven hun lot in handen van de verandering.

Veertig jaar later was er weinig veranderd. Of toch? De christen-democraten en de socialisten, en af en toe de liberalen, beheersten rustig het politieke landschap. Nu eens was het voordeel voor hen die het wilde kapitalisme zouden beteugelen en dan weer voor hen die de kiezer zou bevrijden van de dictatuur van het proletariaat. Resultaat: de strijd koelde, de armen werden gekruist en de burger wachtte weer gelaten op een nieuw decreet en een beloofde subsidie. De politiek als koopwaar aanbieden en de beste verkopers laten verkiezen, is een slechte manie. Dit heeft niets te maken met de kloof tussen de burger en de politiek of met de mondigheid van de burger en evenmin met democratie. Ik verdenk er deze politici zelfs van enerzijds de vrijheid van het individu aan banden te leggen en anderzijds steriel groepswerk aan te moedigen. Overleggen maar niet ageren. Denken zonder te handelen. “Een eigen buurtwacht, doktersbegeleiding ’s nachts, criminele jongeren opsluiten, neen, dit is niet het juiste optreden, dit is repressie!
Vooraleer men denkt aan straffen en ouders op hun verantwoordelijkheid te wijzen, moet men eerst de werkloosheid, de onveiligheid van de buurten en de onbewoonbaarheid van de huizen aanpakken.” Niets tegen! Daarvan werd echter niets gerealiseerd in de laatste vijfentwintig jaar. Wat heeft men met die jeugdcriminaliteit en voor die jonge criminelen gedaan? Overleg gepleegd, vergaderd, begrip getoond.

De vorige regeringen hadden het steeds over de economie. De regeringspartijen moeiden zich te veel in het huishouden van de burger en werkten daardoor letterlijk en figuurlijk op zijn systeem. Niet zo verwonderlijk dat zij die al veertig jaar het roer in handen hebben, schipbreuk leden. Zowel Links als Rechts kreeg klappen. Beide wilden zij iedereen een plaats geven in de samenleving. “Geven” is hier niet het juiste woord: “schenken” is een beter woord. De verandering die al decennia werd beloofd, kwam er niet. Zij die in 2000 de verkiezingen wonnen, waren het daarmee eens, op voorwaarde echter dat de burger een ernstige inspanning zou doen: indien u het wil, dan kan u het! De liberalen stelden een minimale inspanningsverplichting in. Samen een plaats verwerven, geen cadeautjes, maar begeleid zoeken naar zijn stek in de samenleving. Iedereen die gepassioneerd bezig is, sportlui, verliefden, ambitieuzen, anderen weten dat met wilskracht alles kan.

Rechts of Links?

Bij de geboorte hebben wij blauwe of bruine ogen, we zijn levendig of veeleer vadsig, blij of neerslachtig. Wij zijn geboren met een linker- of een rechtervoet. Het leven, het geluk, onze afkomst, de ontmoetingen met anderen doen de rest. Voor de politici komt daar nog bij: de carrière, de partij, de rivaal. De bezinning kan een rol spelen, maar het gebeurt zelden. De politieke aanpassing gebeurt even traag en moeilijk als de religieuze verandering. Bovendien is de politiek de kunst van het “arrangeren”. Zowel politieke als religieuze overtuigingen worden gevaarlijk als zij leiden tot fundamentalisme. “Trouw blijven aan zijn gedachtegoed is bekennen dat men niet veel gedachten heeft.” Wat is dan het verschil tussen Links en Rechts? Geen, behalve enkele technische oplossingen voor actuele problemen. Of toch, er is een verschil: de liberalen! Zij die voor liberalisering zijn. Zij maken het verschil. Dit uit zich in de wijze waarop de vrijheid wordt gekoesterd in de vrije gedachte, het vrij onderzoek, de vrije markt, het vrije Europa. De liberaal heeft een grondige hekel aan bedelen, hij verwacht weinig van de Overheid, hij houdt niet van veel regulering.

De rechtse mens gelijkt op de liberaal, maar die gelijkenis is maar schijn, schone schijn. De rechtse mens houdt van zijn kinderen, op voorwaarde dat zij zwijgen, goede resultaten behalen op school, hun neus snuiten en niet met om het even wie bevriend zijn. Hij vindt oudere mensen veel interessanter dan jonge. Wanneer hij schipbreuk lijdt, drinkt hij zich liever moed in dan te redden wat nog kan. Want alles verliezen maakt schoonschip en alles verloren hebben maakt een nieuwe start mogelijk. Hij is slechts geïnteresseerd in problemen die hij kan oplossen en lacht de andere weg. Hij houdt van de broederlijkheid, maar geïntegreerd in de hiërarchie. Het gezin is een toevluchtsoord tegen de slechte wereld. De man van Rechts wil niet overtuigen, maar verleiden, of duelleren. Hij spreekt slechts over politiek met mensen die zijn overtuiging delen. Hij doet alles opdat de rede zou voorgaan op het hart, en wanneer hij zijn gelijk niet haalt, spuwt hij liever zijn gal uit dan het gelijk van de andere te aanvaarden. De enige keren dat hij het goed vindt dat het individu zich moet schikken naar de groep, zijn die gevallen waar het individu het evenwicht en de reputatie van de groep in gevaar brengt. Deze rechtse mens heeft zich onder de liberalen gemengd, maar hij denkt niet liberaal.

Het verschil tussen Rechts en Links? Geen, of toch: ze hebben beide bloed aan hun handen, maar de rechtse mens trekt het zich niet aan, hij heeft koel bloed. Hij houdt van de arbeid, maar dan wel de arbeid die voor hem wordt verricht. Hij is voor sociale rechtvaardigheid, op voorwaarde dat de kassen vol zijn en dat de hulpbehoevenden beleefd om steun vragen en liefst in drie exemplaren. Hij gelooft dat de mens slecht is als hij op de wereld komt, maar dat hij door de samenleving beter wordt. Hij vindt dat de wetten de zwakke burger tegen zichzelf moeten beschermen, zoals het orthopedisch korset het lichaam van de vrouw insnoert. Hij geniet er echter van dit korset los te rijgen, op voorwaarde dat niemand het ziet. Hij houdt van traditie. Traditie maakt het leven eenvoudig, en omdat het traditie is, hoef je het ook niet te veranderen. Voor hem is Links niet het grootste ongeluk dat hem kan overkomen, maar het besef dat hij de wereld niet heeft gezien en niet van alle geneugten van het leven heeft kunnen proeven.

De man van Links draagt het hart op de juiste plaats. Bij de minste tegenslag krijgt hij tranen in de ogen. Van die linkse mens kent men wel zijn afkomst, nooit kan men zijn toekomst voorspellen. Zijn meest gebruikt statement luidt: “Wij zijn niet meer in de Middeleeuwen.” Hij is er van overtuigd dat de mensheid morgen een grote stap vooruit zal zetten, op voorwaarde dat alle mensen in dezelfde richting opstappen. Hand in hand. Zo beperkt hij echter de individuele vrijheid. De solidariteit komt voor het egoïsme. Wij zijn allen geconditioneerd door onze afkomst.

Om te kunnen overleven, is de liberale samenleving verplicht de kleine man (zo laat de linkse mens zich graag noemen) allerlei faciliteiten te verlenen. Daar alles morgen beter zal zijn, heeft hij het moeilijk om oud te worden. Hij doet alle moeite om er jong uit te zien. Kinderen vormen voor hem de toekomst van morgen. Links walgt van traditie, oorzaak van verval. Alleen het modernisme deugt. Daar ook de moderne wereld wordt getroffen door rampen, zowel economische als sociale, zoals werkloosheid, criminaliteit en verloedering, weet hij niet altijd raad. Velen van hen worden zwaar depri. De linkse politicus, in zijn bestaan bedreigd, stelt de rechtse regeringen aan de kaak of hij zoekt de schuld in het verleden toen Rechts nog aan de macht was. Hij bestrijdt hardnekkig het kapitalisme en ageert blindelings tegen hen die de arme mensen bedriegen en uitbuiten.

De man van Links is een bekeerde die graag anderen wil betuttelen. Een zendeling. Hij is romantisch, luistert liever naar het hart dan naar de rede. Hij heeft warm bloed. Ook hij heeft bloed aan de handen. Maar wat maakt dit uit als het “gegeven” bloed de waarheid doet triomferen? Aan de andere kant is hij bereid moord en brand te roepen bij iedere onrechtvaardigheid door Rechts begaan. Hij gelooft in de arbeid en wil dat iedereen aan het werk is. Indien wij elkaar de hand reiken, zal de wereld beter worden. Hij gelooft dat de mens goed ter wereld komt en dat de samenleving hem slecht maakt. Hij heeft discipline, is het gewoon te gehoorzamen aan zijn chef en het spoor te volgen dat hem wordt aangewezen. Zijn grootste verdriet is te moeten vaststellen dat “de grote dag” er niet aan komt, maar ook die tegenslag kan hij de baas. Klaart bovendien elke dageraad niet op de uit stralende schemering?

Bemoeizucht is een kwaal

Als een man een vrouw wil versieren, beperkt hij zich niet tot het geven van complimentjes. Hij vertelt haar over de wonderlijke wereld die hij voor haar zou creëren indien zij op zijn avances zou ingaan. Hij trakteert haar op een weekend aan zee, hij brengt haar het ontbijt aan bed, hij verrast haar om de haverklap met geschenkjes, hij gunt haar een dineetje met haar vriendinnen, hij kijkt niet naar voetbal op TV, hij viert haar verjaardag, hij declameert tienmaal per dag zijn liefde en demonstreert zijn liefde ook tienmaal per nacht, kortom: hij is attentievol en willigt haar kleinste verlangens in. Zonder haar zou hij immers sterven van verdriet. Slechts onnozele ganzen laten zich door zo’n man inpakken.

Ook deze manie heeft de politiek veroverd. De politicus wil de kiezer versieren. Ook hij belooft hem het paradijs op aarde. De wakkere burger reageert echter anders dan de ganzen. De burger reageert zoals de wakkere vrouw: hij laat zich het hoofd niet op hol brengen door holle frasen. De regeringspartijen hadden tijdens de vorige legislatuur alweer niet uitgevoerd wat zij hadden beloofd. De politici van de toenmalige meerderheid wisten niet eens wat er in het programma stond. Toch beweerden zij opnieuw dat ze het land zouden redden. Ze hadden de juiste diagnose gesteld. Na hun verkiezing zouden ze de juiste remedie toepassen. De kiezer koos echter voor een andere coalitie. De roergangers die het roer veertig jaar lang in handen hadden, werden naar de oppositiebanken verwezen. Men wint het hart van de kiezer niet door hem te zeggen dat het leven niet altijd rozengeur en maneschijn is, dat hij hard moet werken en mild bijdragen, dat het einde van de tunnel in zicht is. De kiezer droomt liever van zon en vakantie, van modieuze kleuren, van een kast van een huis met veel bloemen, van een grote hond en lachende kinderen.

De laatste decennia kwam het over alsof ons land zijn eigen graf aan het delven was. Hoge staatsschuld, werkloosheid, kapitaalsvlucht, hoge belastingen, verhoogde criminaliteit. De christen-democratie werd zelfgenoegzaam en nam de allure aan van onkreukbaarheid. Dit gevoel van onmisbaarheid dreef haar in de armen van het conformisme en de gemakszucht.

Het geluk van de andere willen realiseren is het begin van de tirannie. Het begint met goede raad en eindigt met de handboeien. De echte verdraagzaamheid is de andere laten leven zoals hij het wil, ook als zijn levensstijl jou niet zint. Iemand bij de hand nemen is tiranniek, een uitgestoken hand nemen is naastenliefde. Een genereus mens is iemand die niets van jou verlangt. Ieder mens moet kunnen leven volgens zijn temperament, zijn talent, zijn tempo. De Staat hoeft zich niet te moeien met die vorm van solidariteit die van oudsher leeft in de families, de religies, de scholen, de sportclubs. Solidariteit is een vorm van liefde en die liefde kan niet worden genationaliseerd.

Ook de cultuur kan niet worden bevoogd. Dat zou kunnen leiden tot keuring, censuur en boekenverbranding. Stel je voor dat de openbare bibliotheek en het cultureel centrum worden gefinancierd door een burgemeester die zegt welke boeken aangekocht kunnen worden en welke artiesten uitgenodigd kunnen worden… Cultuur wordt gemaakt door de kunstenaars. De taak van de Overheid bestaat erin de vrijheid van de kunstenaar te beschermen. De democratie verstaat zich niet altijd goed met de cultuur, want in een democratie is zij vaak in handen van ambtenaren of politici die mislukt zijn als artiest. Conclusie: een politicus moet zijn handen afhouden van de cultuur. Onder het mom zijn kunstenaars te helpen, onder andere via subsidiëring, probeert de Overheid haar kunstenaars te parkeren. Achter deze bemoeizucht zit natuurlijk de wil om de mens te “verbeteren”. Alsof Links de mensen kan veranderen door decreten en betoelaging. Dit probeert de Kerk al tweeduizend jaar maar tevergeefs. Men verandert de menselijke natuur niet. Hoogstens kan men het menselijk gedrag verbeteren op voorwaarde dat men de mens met rust laat.

Waarom kunnen zij die regeren, niet gewoon zeggen waar het op staat? België heeft een torenhoge schuldenlast. Hij die het geprobeerd heeft, kreeg van zijn eigen partij de ezelsstamp. Het verhaal van de tunnel werkt op het systeem. Beter het vertrouwen van de kiezer winnen door te zeggen dat het licht het heeft gehaald op de duisternis. Het is niet omdat je de blinde een slechtziende noemt dat hij weer kan zien! Waarom toch willen de regenten verhelen dat het leven niet altijd rooskleurig is? Waarom niet zeggen dat in ieder van ons voldoende talent aanwezig is om te overleven, dat wij creatief moeten zijn, innovatief, dat het geluk in grote mate van onszelf afhangt? Links verzwijgt en Rechts zwijgt. Is er een verschil tussen Links en Rechts? Is er een verschil tussen de linkse mens en de rechtse mens? De eerste weet dat hij alles kan krijgen, de tweede weet dat hij veel heeft verkregen en wil dit op zijn minst behouden. Dit is het verhaal van de verworven rechten.

De kiezer in 2000 had er genoeg van

Hoe was de situatie? De socialisten hadden, zoals altijd, heel veel haast om hun goed hart en hun zorg voor de “minderbedeelden” in daden om te zetten. Dat ze daardoor het regeringswerk hinderden, was geen punt. Met hen moeten de bestuurders altijd op hun tellen passen: zij geven tienmaal meer uit dan ze binnenrijven. De christen-democraten vonden dan weer dat hun coalitiepartner niet het monopolie van het hart bezat. Het hart is echter niet altijd het beste werktuig om uit de nesten te geraken. De koe bij de horens nemen is in een crisissituatie veel efficiënter. De Eerste Minister kreeg echter in zijn partij het grote gelijk niet. Voor die methode moet je kunnen rekenen op vriendschap, moet je zelf heel veel moed hebben, moet je je verkiesbaarheid op het spel durven te zetten. Af en toe, in de voorbije veertig jaar, kwamen de liberalen de puntjes op de i zetten en als die er geplaatst waren, mochten de socialisten weer aanschuiven voor een ministerportefeuille. In al die tijd werd de politiek door velen aangezien als een goudklomp. Iedereen die zich “goed genoeg” achtte, brandde van ambitie om aan politiek te doen. Zakenlieden, televisie-omroepers, acteurs, priesters, schrijvers, komieken, vrouwen, allen voelden ze zich geroepen. Vrouwen in de politiek? Voor of tegen? Een discussiepunt dat voor enig vermaak zorgde de voorbije jaren. De grote problemen werden opzij geschoven en de partijen, zowel meerderheid als oppositie, hadden een lekkere kluif gevonden om de mensen af te leiden van de schuldenberg.

Toen ik achttien was, kon ik het niet hebben dat iemand mij denigrerend een “jongske” noemde en mij parkeerde bij de vele anderen geboren tussen 1940 en 1950. Logisch, we deelden veel naoorlogse ervaringen. Konrad Adenauer, het referendum over Leopold, Korea, de verkiezing van Eisenhower, Chroesjtjov, de val van Dien Bien Phoe, de opstand in Algerije, de oorlog om het Suezkanaal, de Hongaarse opstand, Charles de Gaulle, Pasternak die de Nobelprijs wint, de schoolstijd, Fidel Castro, Mobutu, het schandaal rond Profumo, Kennedy in Dallas vermoord, de rock-and-roll, Elvis Presley, de Beatles… Wij behoorden tot de laatste generatie tegen wie de ouderen nog autoritair optraden en ons de les spelden. De leerkrachten overstelpten ons met lange dictees en geleerde verhandelingen. Onze leermeesters waren streng en stelden hoge eisen. Niemand van ons durfde eraan denken hun competentie in vraag te stellen. Sedert een paar decennia is de macht echter in handen van de ouders en de kinderen. De jeugd blijft leergierig, maar probeert de inspanningen te doseren. In de tweede helft van de jaren ’60 was het hek van de dam: de studenten kwamen op straat. De kiemen voor een grondige verandering waren gezaaid. Wie zou storm oogsten? Het onderwijs, de politiek, het gezin? Wie zou zijn eerste schrik omzetten in gejubel? Wie zou de oude gewaden afleggen?

Thierry Deleu

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons