Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

Opinie: Verslag vanop frontlijn Borgerhout

Voor de zoveelste maal in enkele maanden tijd stap ik richting Krugerplein in Borgerhout. De voorbije maanden zijn Vlaamse buurtbewoners er het slachtoffer geweest van inbraken, aanvallen, intimidaties; ook deze keer ga ik de schade opnemen. Maar deze keer is de omvang van de schade heel wat groter.
Lees dit opiniestuk van Rob Verreycken nu...

Voor de zoveelste maal in enkele maanden tijd stap ik richting Krugerplein in Borgerhout. De voorbije maanden zijn Vlaamse buurtbewoners er het slachtoffer geweest van inbraken, aanvallen, intimidaties; ook deze keer ga ik de schade opnemen. Maar deze keer is de omvang van de schade heel wat groter.

Het begon met de aankondiging van de racistische knokploeg Arabisch Europese Liga dat met burgerpatrouilles de sfeer in Borgerhout totaal zou verziekt worden. Een manifeste overtreding van de wet op de private milities, en in de Antwerpse gemeenteraad eiste het Vlaams Blok dan ook kordaat optreden; maar Detičge vond dat als onbekwame struisvogel met de kop in het multiculturele zand niet nodig.

Op dinsdag 26 november brak dan de hel los. Een dolle schutter zorgde voor de aanleiding, de AEL zorgde voor de milities. Twee dagen lang werd een anti-Vlaamse pogrom gehouden.

In het kleine appartementsgebouw aan het Krugerpark zijn alle ruiten van de inkomdeuren op het gelijkvloers aan diggelen geslagen. De bewoners zijn bang; als ik met een bewoner voor de deur de toestand bespreek, komen bejaarden snel kijken of er misschien weer nieuwe rellen zijn uitgebroken… Deze mensen kunnen niet verhuizen, het zijn sociale appartementjes van de stad, voor mensen met klein inkomen. De speeltuigjes in het plantsoen ervoor liggen verlaten. Wie laat hier zijn kind spelen?

Een straat verder stap ik een aloud volkscafé binnen in een 19e eeuws pand. Het is er donker; de vier grote zijramen zijn uitgeslagen, en voorlopig dichtgetimmerd met houten panelen. De uitbater strompelt binnen; een Vlaamse man van rond de 60, beide ogen dichtgeslagen, het hoofd vol blauwe plekken. Toen hij hoorde van de rellen, had hij alle klanten verzocht te vertrekken, de gordijnen gesloten, het licht gedoofd. Het mocht niet baten: 6 Noordafrikanen sloegen eerst alle ruiten in, beukten dan de deur in, sleepten hem de straat op en takelden hem zwaar toe. Zijn vrouw kwam hem ontzetten, en deelde ook in de klappen; pas toen ze hem kon binnenslepen stopte de aanval. Hij zit nu lusteloos op een stoel, naast de kachel. ‘ Ik heb altijd in Borgerhout gewoond’, zucht hij. ‘En nu, nu heb ik bang.’ Zijn verwondingen zijn erg. Nog erger is de angst in zijn ogen.

Aan de overkant een ander Vlaams café. De grote uitstalraam werd zonder aanleiding aan diggelen geslagen. De vaste klanten vloeken nog steeds na. De aanval was zo hevig dat het glas tot voorbij de toog vloog, zowat 10 meter verder. En toch zullen we niet vertrekken, klinkt het vastberaden.

Ik wandel in de richting van een tearoom; de uitbaatster verscheen op alle TV-schermen, bevend van de schrik. Vanop haar appartementje op de eerste verdieping moest ze toezien, hoe haar terrasje, met zorgvuldig onderhouden bloembakjes, door de allochtone knokploeg gesloopt werd. En nee, de verzekering betaalt dat niet. De zaak is verzekerd, de inboedel ook, maar niet het terras. Pech gehad…

Ik wandel voorbij electrozaak Roma, wat verderop. De zaak heeft recent miljoenen geďnvesteerd in stalen anti-inbraak-beugels; drie keer na elkaar werd immers met een gestolen wagen de vitrine ingebeukt om alle apparaten te roven. Nu prijken grote barsten in het gepantserde glas; hoelang houdt een middenstander dat vol?

De supermarkt, de Blokker, de bakker; overal zitten vuistdikke gaten in het glas. De allochtone stenen zijn raak gegooid. Maar opmerkelijk: er is racistisch gegooid met de stenen. Want er zit zelfs geen krasje op de vitrines van de allochtone VZW’s, de telefoonshops, de allochtone bakkers en fruitwinkels…

Ik wandel richting Drink, waar de waterkanonnen gisteren nog achter de hoek scheurden. Mijn vroegere wijkagent loopt toevallig 50 meter voor mij. Als hij een groepje allochtone meisjes met hoofddoek voorbijkomt, lachen die hem uit, schelden hem uit voor racist. Drie Marokkaanse jongens, wat verderop, knopen provocatief een Palestijnse sjaal voor hun gezicht als hij hen voorbijstapt. De man doet noodgedwongen alsof hij het niet merkt.

Bedrukt wandel ik terug naar mijn huis. Mijn Borgerhout is veranderd in een oorlogsgebied, waar de frontlijn loopt tussen onze Vlaamse en Europese beschaving, en een islamitische cultuur die de trein naar de 21e eeuw gemist heeft, en blijkbaar vastbesloten is ons haar leefregels op te leggen, ook met geweld. ‘Onze wijk’, noemt Jahjah Borgerhout. Ons Vlaamsnationale verzet zal nog lang, hard en vastberaden moeten zijn. Maar wij zullen winnen. Wij moeten winnen.

Rob Verreycken

Discussiëren over deze opinietekst kan hier

De redactie van politics.be is op geen enkele manier verantwoordelijk voor de inhoud van de stukken gepubliceerd onder de rubriek "columns en opinies"

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons