Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

Tweedelijnsbijstanders zwijgen een minuut

ANTWERPEN

Maandag om 10.00 uur zullen zich in het overdekte wandelplein van het Antwerpse Vlinderpaleis alle advocaten verzamelen voor één minuut oorverdovende stilte. Door deze actie willen ze aandacht vragen voor de gevolgen van de hervormingsplannen van de minister van Justitie inzake de tweedelijnsbijstand. "Deze actie wordt mee gedragen door de magistraten van het hof en de rechtbank", zeggen stafhouder Kati Vertrepen en haar staf.

"Wij maken ons ongerust omdat er momenteel nog totale onzekerheid bestaat over de vergoeding die een BJB-vrijwilliger zal ontvangen voor zijn pro deoprestaties. De minister weigert (voorlopig) zekerheid te verschaffen en zweert (voorlopig) bij een gesloten enveloppe. Dit is voor ons onaanvaardbaar".

Remgeld beperkt toegang tot het recht

"De hervormingen die aangekondigd worden door de minister baren ons zorgen omdat we vrezen dat zij er zullen toe leiden dat de bijstand van een advocaat, en bij gevolg de toegang tot het recht, voor heel wat rechtzoekenden moeilijker zal worden".

"Zo is er de invoering van een remgeld. In artikel 508/17 §1 wordt voorzien in een eigen bijdrage te betalen door de rechtzoekende. Zo zou elke aanstelling, behoudens een aantal uitzonderingen, aanleiding geven tot de inning, door de advocaat, van een forfaitaire bijdrage te betalen door de begunstigde. Deze bijdrage zou tussen de 10 en de 50 euro bedragen. Dit zijn kleine bedragen, maar wie recht heeft op de bijstand van een pro deo advocaat heeft uiteraard slechts zeer beperkte bestaansmiddelen. Een bedrag van 50 euro per procedure en per aanleg kan voor velen dan ook een onoverkomelijke drempel zijn".

"Gelukkig zal het bureau voor juridische bijstand wellicht over de mogelijkheid beschikken om aanvrager vrij te stellen indien de betaling de toegang tot de rechter ernstig zou belemmeren. Maar wat gaat de advocaat doen als de termijn binnen dewelke een rechtshandeling dient gesteld te worden verstrijkt en de bijdrage nog niet betaald is? Gaat de advocaat dan weigeren op te treden, wetende dat de termijn waarbinnen kan gehandeld worden onherroepelijk verstrijkt? Of gaat de advocaat toch optreden en zelf de financiële last van het remgeld dragen?"

Vergoeding voor ondernemers

De OVB en de OBFG maakten aan de minister een nieuw voorstel van nomenclatuur over. Deze nieuwe nomenclatuur is gebaseerd op het gemiddeld aantal uur dat een advocaat aan een bepaald soort zaak besteedt.

Verstrepen: "Thans stellen we vast dat de minister deze nomenclatuur heeft opgenomen in een ministerieel besluit, doch zonder de garantie van een vaste waarde per uur. Het gevolg is dat advocaten prestaties zullen moeten leveren zonder er enig idee van te hebben welke vergoeding hier tegenover staat".

De stafhouder noemt dit onaanvaardbaar. "Advocaten zijn ondernemers en om een onderneming gezond te houden dient men te weten op het moment dat men diensten levert, aan welke prijs men die levert. Het is al erg genoeg dat in vele gevallen bijna twee jaar moet gewacht worden op de uitbetaling van de vergoeding".

Salduz II en asielzoekers

"Geconfronteerd met deze bezorgdheid probeert de minister ons gerust te stellen door te verwijzen naar de invoering van het remgeld en de oprichting van een fonds ter financiering van de tweedelijnsbijstand. Hoeveel dit zal opbrengen en hoe het fonds zal gefinancierd worden is evenwel totaal onduidelijk".

"Wat wel al heel duidelijk is, is dat de Salduz II en de bijstand aan de vele asielzoekers aanleiding zal geven tot een belangrijke verhoging van het aantal zaken. Onze bezorgdheid is dan ook dat advocaten die hun werk ernstig nemen en hun kantoor op een correcte wijze organiseren niet langer in staat zullen zijn te werken in het kader van de tweedelijnsbijstand en zullen afhaken".

Om advocaten in staat te stellen kwaliteitsvolle bijstand te verlenen vraagt de stafhouder dan ook aan de minister om de wettelijke garantie te voorzien dat advocaten vergoed worden voor de door hen geleverde prestaties aan een bruto bedrag van 75 euro per uur, te vermeerderen met 20 % administratiekosten.

Weerlegbare vermoedens van onvermogen

De hervorming van de juridische tweedelijnsbijstand voorziet voorlopig in de afschaffing van het onweerlegbaar vermoeden van onvermogen ten aanzien van alle categorieën van rechtzoekenden. Dit kan ernstige gevolgen hebben. Het best kan dit worden aangetoond met het voorbeeld van de juridische bijstand voor minderjarigen.

"Op dit moment heeft elke minderjarige op onvoorwaardelijke wijze, ongeacht de inkomenssituatie van zijn ouders, recht op gratis juridische bijstand van een daartoe bijzonder opgeleid jeugdadvocaat. Dit is ook logisch: een kind wordt steeds geacht tot zijn 18 jaar leerplichtig te zijn, kan dus geen eigen inkomsten hebben en is evenmin stempelgerechtigd".

"Het is essentieel dat een jongere zowel in een MOF- als in een VOS dossier bijstand kan genieten van een volstrekt onafhankelijk advocaat die, los van het meestal tegenstrijdige - standpunt van zijn ouders, diens stem kan laten klinken bij de jeugdrechter en zijn standpunt kan verwoorden en verdedigen".

Tegenstrijdige belangen

"Als evenwel rekening zal gehouden worden met het inkomen van de ouders of opvoeders bij wie het kind in huis woont, dan zou dit betekenen dat minderjarigen, in het geval de ouders over voldoende inkomsten beschikken, geen recht meer hebben op de kosteloze bijstand van een advocaat. Dit is onaanvaardbaar gelet op de eerder aangehaalde mogelijke tegenstrijdigheid van belangen".

De tweedelijnsbijstand verzekert aan de rechtzoekende een omstandig juridisch advies én bijstand en vertegenwoordiging, al dan niet in het kader van een procedure. Deze "pro deo" bijstand betekent dat de toegewezen advocaat geheel of gedeeltelijk kosteloos is. Deze bijstand kan verleend worden in het kader van een gerechtelijke procedure. Ze kan ook betrekking hebben op een advies, een administratieve procedure, een fiscale aangelegenheid en op bijstand buiten procedure, enz...

Automatisme voor minderjarigen en arrestanten

Het recht op bijstand van een advocaat in het kader van de tweedelijnsbijstand is afhankelijk van het inkomen van de rechtzoekende. Sommige categorieën van personen hebben automatisch recht op kosteloze bijstand: minderjarigen, personen in hechtenis e.a.

Dat de advocaat niet of slechts gedeeltelijk voor zijn prestaties moet vergoed worden, betekent niet automatisch dat de zaak de rechtzoekende niets zal kosten: er zijn immers nog andere kosten, zoals de gerechtsdeurwaarder, administratieve kosten, enz... u verder meer.

Info

Het Bureau, bestaande uit twee advocaten, zetelt elke werkdag in het gerechtsgebouw, Bolivarplaats 20/15, 2000 Antwerpen, van 14.30 tot 16.00 uur.

Info: Stafhouder Kati Verstrepen: n: +32 (0)3 260 72 50, Stafhouder@balieantwerpen.be; BJB: +32 (0)3 62 72 74, bjb@balieantwerpen.be

Jan Heuvelmans

Bron(nen):
Woordvoerder Balie
PagiA-nieuwsgaring
Media Services (http://www.mediaservices.be/)

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons