Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

"Justitie maakt zich schuldig aan economische uitbuiting"

- Gerechtstolken grijpen de kans om eens te meer de alarmbel te luiden

De BBVT-UPTIA (Belgische Beroepsvereniging van Vertalers en Tolken-Union Professionnelle des Traducteurs et Interprètes Assermentés), zal op dinsdag 16 juni deelnemen aan een studiedag van het NICC (Nationaal Instituut voor Criminaliteit en Criminalistiek) over "Het nationaal register van gerechtsdeskundigen, en dat van vertalers en tolken". Van de gelegenheid wordt, niet voor het eerst, gebruik gemaakt om aan de alarmbel te trekken war de vergoedingen betreft voor de geleverde prestaties.

Als bijlage kreeg PagiA een tekst bezorgd waarin de problematiek die door de BBVT-UPTIA zal worden aangekaart op de studiedag, verder wordt uitgediept. Daarin wordt zwaar uitgehaald naar de economische praktijken van de FOD Justitie inzake de vergoeding van de gerechtsvertalers en tolken, onder de titel „Justitie maakt zich schuldig aan economische uitbuiting".

Juridisch vacuüm en de gevolgen voor de BVT'en

"Op die studiedag werden verschillende actoren binnen het gerechtsapparaat op wie de nieuwe registerwet betrekking heeft, uitgenodigd voor een debat. Sinds kort hebben ook wij, beëdigde vertalers en tolken, met de BBVT-UPTIA een beroepsvereniging. Die zal op de studiedag de tolk zijn van alle gerechtsvertalers en -tolken, in de hoop dat er gehoor wordt gegeven aan de vaak schrijnende toestanden waarmee we in ons dagelijks leven als GVT/BVT (Gerechtsvertaler tolk/Beëdigd vertaler tolk) te kampen hebben", aldus de mededeling.

„Vermits de BBVT slechts tien minuten krijgt om de problematiek uit de doeken te doen, en gezien het feit dat de presentatie kadert in de registerwet, is het voor ons niet mogelijk om sommige zaken, die zeer belangrijk en alarmerend zijn, aan te kaarten. Toch zouden we willen dat er wordt stilgestaan bij bepaalde terugkerende patronen, om niet te zeggen praktijken, die de FOD Justitie toepast. Wanneer deze toestanden al eerder de media kunnen halen hebben we een steviger bodem om op te staan bij ons pleidooi in aanwezigheid van de minister van Justitie en andere beleidsmakers, die hun aanwezigheid hebben toegezegd op het symposium van 16 juni".

DE TEKST DIE ZAL WORDEN VOORGELEZEN

Het feit dat we ons vandaag in een juridisch vacuüm bevinden maakt dat griffies van verschillende rechtbanken de ruim interpreteerbare wetten die ons werk regeren, telkens op een andere manier gaan toepassen. Zo gaan verschillende rechtbanken een eigen interpretatie geven aan het woord "prestatie". Algemeen wordt aanvaard dat een tolk die opgeroepen is, zich aanbiedt maar niet kan optreden door overmacht of door afwezigheid van de rechtzoekende, een wachtvergoeding van 34,05 (bruto) kan factureren (één keer in de ochtend en één keer in de namiddag). Dit werd in het verleden op sommige rechtbanken niet toegepast en de tolk kon hooguit facturen voor pakweg 5 minuten wachtvergoeding opstellen. Toen collega's dit hebben aangeklaagd, besloot men uiteindelijk toch dat er voor dat ene uur wachtvergoeding kon gefactureerd worden.

Dit werd bevestigd in een officiële brief naar de collega die het probleem als eerste heeft aangekaart. Toch deed hetzelfde probleem zich enkele maanden geleden opnieuw voor, namelijk aan de REA Brussel. Het kwam er op neer dat men er van uitging dat een en tolk die door omstandigheden buiten zijn/haar wil niet heeft kunnen optreden tijdens een zitting (wat door andere structurele problemen heel vaak voorkomt), niet vergoed werd en in het beste geval een paar minuten wachtvergoeding kon aanrekenen, omdat de betrokkene volgens de lokale interpretatie niets zou hebben „gepresteerd". Deze situatie heeft maandenlang aangehouden. Een week geleden slaagde een collega er in dit te laten rechtzetten.

Budgettaire beperkingen

Hierbij dient men voor ogen te houden dat een tolk die 's anderendaags moet tolken, er de avond voordien voorbereidingswerk in heeft gestoken. De tolk in kwestie zal zich de dag van de zitting een weg moeten banen doorheen de ochtendspits en in veel gevallen ook de parkeermeter voeden, meestal in het centrum van de stad. Kostelijke affaire. Als men opgeroepen wordt door de REA Brussel, dan komt men best anderhalf uur eerder aan, om nog eens aan te schuiven aan de metaaldetector. Dit maakt dat de BVT'en die - ondanks de erbarmelijke werkcondities - Justitie tot nu toe zijn trouw gebleven, zelfs geld moeten toeleggen om voor Justitie te komen werken. Een bruto bedrag van 34,05 euro is al onvoldoende om uit de kosten te geraken voor de verplaatsing en het parkeren, terwijl hij/zij een halve dag geen andere opdracht kan aanvaarden waarvoor hij/zij wél vergoed worden.

Collega's die deze wantoestanden hebben aangeklaagd bij de Dienst Gerechtskosten, kregen te horen dat het een kwestie van "budgettaire beperkingen" is. Vergelijken we dit even met de loodgieter die is opgeroepen maar ter plekke vaststelt dat de werken om welke reden of door welke oorzaak dan ook niet kunnen worden uitgevoerd, te horen krijgt dat er geen betaling zal plaatsvinden omdat de klant krap bij kas zit.

Economische uitbuiting

Bovendien hebben de tolken in de periode waarin ze zelfs die 34,05 euro voor een halve dag niet hebben mogen factureren, op dit ogenblik zelfs geen mogelijkheid hebben om de schuld van Justitie op retroactieve wijze terug te vorderen. In heel deze periode heeft Justitie mooi bespaard, ten koste van KMO's, ten koste van burgers, ten koste van gezinnen, die hun kinderen binnen deze maatschappij waarden en normen trachten bij te brengen.

Vermits wij zelfstandige ondernemers zijn gespecialiseerd in deze sector, en er dus heel veel in geïnvesteerd hebben, willen we nog een poging ondernemen om het werken voor Justitie voor ons leefbaar te maken. Op informele wijze hebben wij een sectorstudie gehouden. We kunnen dus in deze in naam van alle BVT'en pleiten.

In de privésector worden tolken geboekt voor een volledige dag of voor een halve dag. Niet omdat er in die sector geld op overschot is, maar omdat men mee moet zijn met de evolutie van de marktprijzen en de kosten die zelfstandige ondernemers anno 2015 dragen binnen deze maatschappelijke structuur, als men een beroep wil kunnen doen op een professionele tolk. Als we de FOD Justitie als bedrijf zouden beschouwen, dan zouden er al voldoende bewijzen verzameld zijn om het bedrijf schuldig te laten verklaren aan economische uitbuiting. Maar t.o.v. de FOD Justitie zijn er weinig drukkingsmiddelen voorhanden, wat maakt dat praktijken als eerder beschreven ongestraft kunnen voortbestaan. En dit komt dan van een orgaan, dat zelf dergelijk onrecht moet bestraffen.

"Niet langer liefdadigheidswerk!"

Er liggen momenteel bij het beleid voorstellen op tafel die op papier kwamen zonder enige kennis van zaken. Daaruit blijkt dat de tolk nog steeds gezien wordt als een formaliteit of een noodzakelijk kwaad, als een wettelijke vereiste, waarop dan ook op beschamende wijze bespaard wordt.

Een voorbeeld van de mentaliteit waarmee beslissingen omtrent de arbeidsomstandigheden van BVT'en worden genomen, is de manier waarop men meent een BVT die gespecialiseerd is in telefoontap te willen vergoeden. Men geeft toe dat deze vorm van vertalen en tolken voor een BVT heel arbeidsintensief is. Het beschamende aan de redenering van de FOD Justitie is dat men nu overweegt om de BVT die aan een tap werkt vanaf het vierde uur minder te betalen, vanuit de redenering en vaststelling dat je bij een dergelijke inspanning na drie uur minder zou gaan presteren!

Dit is eens te meer een voorbeeld van hoe FOD Justitie haar trouwe werkkrachten uitbuit. Als een uit te voeren taak te zwaar is voor een BVT, dan moeten de arbeidsomstandigheden verbeterd worden in plaats van een verminderde vergoeding toe te kennen. Vandaag zijn er nog BVT'en die kiezen voor deze sector en daar ook ondanks de mensonwaardige werkomstandigheden in investeren. Dit doen wij alleen omdat wij graag voor het gerecht en de politiediensten werken en omdat wij voeling hebben met de sector. Ons scherp maatschappelijk bewustzijn maakt dat we ondanks de wanhopige situatie toch binnen deze sector blijven werken.

Maar WIJ ZIJN NIET LANGER BEREID OM LIEFDADIGHEIDSWERK te verrichten.

Namens de BBVT-UPTIA:

Robert May, Voorzitter van de tuchtraad Albina Demaku, Secretaris Dahlia Irom, bestuurslid Tuchtraad

Jan Heuvelmans

Bron(nen):
PagiA-nieuwsgaring
Meegedeeld
Media Services (http://www.mediaservices.be/)

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons