Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

Dams: "Justitie wilde niet tussenkomen in Fortis-proces"

BRUSSEL

Minister van Justitie Jo Vandeurzen heeft procureur-generaal van het Brusselse hof van beroep Marc de le Court niet gevraagd om tussen te komen in het Fortis-proces. Toen de minister weet kreeg van problemen tijdens de beroepsprocedure van het proces, heeft zijn kabinet die informatie alleen maar doorgespeeld aan de le Court. Dat verklaarde Herman Dams, toenmalig kabinetschef van Vandeurzen, vrijdag in de Fortis-onderzoekscommissie. Die moet nagaan of politici het gerecht probeerden te beïnvloeden om een gunstig Fortisarrest af te dwingen.

Vandeurzen kreeg van de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie Ghislain Londers het verwijt aan de le Court te hebben gevraagd om “te waken over de procedure”. Londers noemde dat “hoogst uitzonderlijk” in zijn ondertussen beruchte nota die op 19 december leidde tot het ontslag van de regering-Leterme.

Technische vragen

Volgens Dams is er geen vuiltje aan de lucht. Vandeurzen werd op 12 december door de kabinetschef van toenmalig premier Leterme op de hoogte gebracht van procedurele problemen en ruziënde rechters bij het hof van beroep. Die informatie werd gewoon doorgespeeld aan de le Court, met de mededeling dat hij maar diende te waken over het goede verloop van de procedure. "Het zou pas erg zijn mochten we die informatie hebben en er niets mee gedaan hebben", stelde Dams.

Dams is de persoon die de Brusselse procureur Bruno Bulthé contacteerde met vragen over het advies dat substituut Paul Dhaeyer in eerste aanleg zou uitbrengen in het Fortis-proces. Hij deed dat naar eigen zeggen na een aantal technische vragen die de advocaat van de Belgische staat in de zaak, Christian Van Buggenhout, aan hem had gesteld.

"Misschien wel ongelukkig"

Dams vond die vragen bizar, maar stelde ze toch aan Bulthé. Hij vroeg ook of hij het advies kon krijgen, maar Bulthé weigerde dat omdat het nog niet was uitgesproken. Dams ging er naar eigen zeggen vanuit dat zulks wél al was gebeurd, "anders had ik dat ook niet gedaan".

Dhaeyer had woensdag in de commissie verklaard dat Dams bij Bulthé had geïnformeerd naar zijn politieke kleur. Dat ontkende Dams vrijdag. "Ik wist wie Dhaeyer was: bij het samenstellen van het kabinet was hij één van de eerste kandidaten. Het is me een raadsel van waar die kwakkel komt", zegde Dams. Hij noemde de vraag van de kabinetschefs van Leterme en Reynders om via Pim Vanwalleghem Dhaeyer te contacteren "misschien wel ongelukkig".

In de Fortiscommissie zouden later op de dag serieuze meningsverschillen aan het licht komen tussen de drie kabinetschefs. Na Dams werden Hans Dhondt (kabinetschef van premier Leterme) en Olivier Hénin (van minister van Financiën Didier Reynders) gehoord. Alle drie waren ze het roerend eens dat zijzelf de Fortisrechtszaak niet of maar van heel ver volgden.

Geen confrontaties tusen de getuigen

Maar vooral op het vlak van wat er gebeurd was in eerste aanleg, liepen de meningen totaal uiteen: er was gezegd dat de regering had geprobeerd om de substituut die het advies in de Fortiszaak moest vellen, onder druk was gezet door een telefoontje van Pim Van Walleghem van het kabinet-Leterme, na inlichtingen van Olivier Hénin. Volgens Dams en Dhondt had Hénin gezegd dat het advies op drie vlakken negatief voor de regering zou zijn, maar Hénin ontkende dat hij iets wist van die inhoud. Volgens Dhondt zou Hénin samen met hem naar Van Walleghem gegaan zijn om de substituut die het advies had geschreven op te bellen. Maar Hénin zei dat hij die niet eens kende en ook niet de opdracht had gegeven om te bellen.

Op die manier kwam het tot een openlijke botsing tussen CD&V en de MR. De kabinetschef van minister van Financiën Didier Reynders beticht de kabinetschefs van de ex-CD&V-ministers Yves Leterme en Jo Vandeurzen van valse verklaringen. Ze schuiven de schuld in elkaars schoenen, maar de meerderheidspartijen weigeren confrontaties tussen de drie getuigen.

De controverse begint bij de telefoontjes die op 6 november plaatsvonden luttele uren voor de openbaar aanklager op het Fortis-proces in eerste aanleg zijn advies moest uitspreken. Toen heeft de veiligheidsadviseur van Leterme Paul Dhaeyer, de openbaar aanklager op het proces-Fortis en een ex-collega-magistraat, opgebeld over het negatieve advies dat hij wat later zou uitspreken. Tegelijk belde de kabinetschef van minister van Justitie Jo Vandeurzen met Bruno Bulthé, de procureur des Konings van Brussel, de overste dus van Dhaeyer. Zowel Dhaeyer als Bulthé ervoer de telefoontjes als misplaatste inmenging.

Grote onenigheid tussen de rechters

De kabinetschef van Leterme, Hans D'Hondt, gaf toe dat hij de veiligheidsadviseur de opdracht had gegeven om 'zijn vriend' Dhaeyer te bellen. Maar dat gebeurde na een vergadering van de kabinetschefs op verzoek van Reynders' kabinetschef, beweert D'Hondt. “Hij had concrete signalen gekregen dat het advies negatief zou uitdraaien. Hoe hij bijvoorbeeld wist dat Dhaeyer enkele uren later ging adviseren om de deal met BNP Paribas toch voor te leggen aan de aandeelhoudersvergadering is mij een raadsel”, stelt D'Hondt.

Ook in de beruchte brief van premier Leterme over de contacten staat duidelijk dat het kabinet-Reynders de aanleiding was om naar Dhaeyer te bellen. Maar Henin ontkent dat formeel. Hij had geen concrete informatie en zou enkel zijn collega's hebben gesignaleerd dat het advies die namiddag zou worden uitgesproken. Daarnaast geeft Henin toe dat hij met D'Hondt naar de veiligheidsadviseur is gestapt, maar hij beweert niet te weten dat zulks gebeurde om Dhaeyer op te bellen. Waarom dan wel? Henin geeft geen antwoord. Hij zou op dat moment nog nooit de naam Dhaeyer hebben gehoord, terwijl D'Hondt net beweert dat Henin hem de naam doorspeelde.

Ook tijdens het Fortis-proces in beroep moet Letermes kabinetschef toegeven dat hij telefoontjes en sms'jes kreeg van CD&V-apparatsjik Jan Degroof, de echtgenoot van Christine Schurmans, één van de drie rechters in de zaak die zich vanaf dan had ziek gemeld, die hem tipte “dat er grote onenigheid was tussen de rechters”. Die contacten vinden al plaats sinds woensdag 10 december, twee dagen voor het Fortis-arrest is geveld. De Groof praat over een dramatische wending in het dossier en vraagt zelfs een andere job voor zijn vrouw. “Ik heb in eer en geweten nooit beseft dat er sprake was van een schending van het geheim van het beraad van de rechters”, meent D'Hondt.

Louter over procedureproblemen

D'Hondt heeft de informatie wel al donderdagmiddag doorgespeeld aan Reynders' kabinetschef Henin. Opmerkelijk is dat Henin net op dat moment de advocaten van de staatsholding FPIM de opdracht heeft een dagenoud document in te dienen waardoor de debatten heropend moeten worden en de afwezigheid van de zieke rechter Christine Schurmans een uitspraak zou uitstellen. Ook de topman van de FPIM, Koen Van Loo, kon niet afdoende uitleggen waarom het naar eigen zeggen zo belangrijke document, dat al sinds 3 december was opgesteld, pas dan, op 11 december, was ingediend en waarom de advocaten van de FPIM altijd een snelle uitspraak wilden.

Er doken nog meer elementen op die het kabinet-Reynders in opspraak brengen. Hoewel het kabinet altijd ontkende gelijk welk contact te hebben gehad met Fortis-magistraten, moest kabinetschef Henin toegeven net voor het arrest tweemaal te hebben gebeld met Pierre Morlet, de openbaar aanklager van MR-signatuur op het proces in beroep. 'Maar dat ging louter over de procedureproblemen in de uren voor het arrest', beweert Henin.

Stilaan wordt ook duidelijk dat Jo Vandeurzen na het Fortis-arrest door Reynders onder druk is gezet om als minister van Justitie het arrest te laten verbreken. De CD&V-fractie laat de oppositie gewillig Reynders onder vuur nemen, terwijl de MR-fractie ook slagen incasseert van meerderheidspartners PS en cdH.

Jan Heuvelmans

Bron(nen):
PagiA-nieuwsgaring
Kamer van Volksvertegenwoordigers
Media Services (http://www.mediaservices.be/)

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons