Advertentie
Waarom is het vonnis in zaak-Demoor onwettig?
ANTWERPEN - Een foute wet moet aangepast worden ipv verkracht door de rechter
Het Antwerpse parket gaat in beroep tegen het vonnis in de zaak Guido Demoor. Dat bevestigde woordvoerster Eva Herreman sms-gewijs. Volgens het parket en een aantal deskundigen in strafrecht, onder hen John De Wit van Gazet van Antwerpen, is dat vonnis onwettig. Als uitlokking aanvaard wordt als verschoningsgrond, dan kan de straf in dit geval geen twee jaar cel zijn, maar slechts drie maanden. Immers, het basismisdrijf was door de correctionalisering een wanbedrijf geworden in plaats van een misdaad en dan zakt de strafmaat mee.
In dit pijnlijke dossier speelt vooral het probleem van een door de achterhaalde wetgeving belachelijk lage strafmaat. Maar als de wet fout is, dan moet de wetgever ze maar veranderen, in plaats van ze door de rechters te laten verkrachten. Hetzelfde geldt voor bepaalde media die de piepjonge Redouan S. met naam en foto aan het publiek opvoeren. Dit terwijl ze zelf schrijven dat hij slechts drie maanden had mogen krijgen.
Rechtvaardigheidsgevoel
De rechtbank veroordeelde Redouan S. (19) donderdag tot twee jaar cel en een schadevergoeding van meer dan 300.000 euro voor de dodelijke schop die hij op 24 juni van vorig jaar op de Antwerpse bus 23 gaf aan Guido Demoor (54). De maximumstraf die de rechtbank, na correctionalisering, had kunnen geven, was twee jaar. Tenzij er sprake was van voorbedachtheid, zoals het parket voorhoudt, want dan is volgens de wet de maximumstraf vijf jaar. Maar die voorbedachtheid werd niet weerhouden. Integendeel: de rechtbank aanvaardde zelfs de uitlokking al verschoningsgrond (Demoor had de knaap bij de keel gegrepen, terecht, maar dat werd door de jongen aangevoeld als een zware geweldpleging op zijn persoon). En dn is de maximumstraf… drie maanden!
De fout is te verklaren door het feit dat een dergelijke lage straf niet gestrookt zou hebben met het rechtvaardigheidsgevoel van de publieke opinie. Maar juridisch kan en mag het dus niet. Het vonnis is ook dubbelzinnig en verwarrend voor de nabestaanden door te stellen dat Demoor niets verkeerds deed en tegelijk te zeggen dat er sprake is van uitlokking.
Verzachtende omstandigheden
“Demoor maakte geen enkele fout, hij beschouwde het als zijn burgerplicht om storende jongeren tot stilte aan te manen. Maar S. interpreteerde Demoors gedrag als een gewelddaad tegen zijn persoon. Daardoor verminderde diens zelfbeheersing en bracht hij ogenblikkelijk een trap toe op de borst en de kin van Demoor, wellicht van verbijstering of woede. De beklaagde verstoorde de rust op de bus en wilde er ondanks drie aanmaningen niet mee stoppen. Hij verloor totaal zijn zelfbeheersing en bracht Demoor een zware stamp toe. Maar hij had de fatale afloop van zijn daad niet gewild", aldus het vonnis.
De rechtbank had het juridische probleem kunnen omzeilen door de uitlokking niet te aanvaarden, maar door wel alleen verzachtende omstandigheden te aanvaarden voor Redouan S., wat ze trouwens ook deed. Maar ook dan had ze geen twee jaar kunnen geven want bij verzachtende omstandigheden kan je de maximumstraf niet opleggen.
Wraak en vergelding
Rechtbankwoordvoerster Leliard betreurt de voorbarige conclusie dat drie juristen een ‘onwettig vonnis’ zouden hebben afgeleverd. ”Er zijn echt wel twee interpretaties mogelijk, en het is interessant dat het hof de knoop kan doorhakken”. Het Hof van Cassatie bevestigde dat op 10 december 1973 en er is geen latere rechtspraak bekend. Het parket volgt nu die visie.
"Door het beroep van het parket wordt de discussie op een hoger niveau gebracht en als er ooit Cassatie van komt, herziet het Hof van Cassatie zijn rechtspraak misschien wel", zegt Walter Damen, advocaat van Redouan S. "In ieder geval zou het parlement uit deze zaak wel de conclusie mogen trekken dat de wetgeving rond verschoning van gewelddaden aan herziening toe is omdat de straffen die bij uitlokking moéten worden opgelegd, in bepaalde gevallen wat laag zijn."
Het diepere probleem is inderdaad dat sommige artikelen uit het strafwetboek niet meer van deze tijd zijn. Het systeem van verschoningsgronden dateert uit 1810 en werd ingevoerd in een heel andere context. "De publieke opinie roept soms heel onberedeneerd om wraak en vergelding zonder rekening te houden met de werkelijke inhoud van het dossier", beseft Damen. "De nabestaanden hebben het recht om dat te doen en voor hen heb ik alle begrip, maar de publieke opinie heeft dat recht niet."
Damen is blij dat de Antwerpse correctionele rechtbank "deze zaak tot zijn juiste proporties heeft herleid én de uitlokking heeft aanvaard, hoe zwaar dit ook moet klinken voor de nabestaanden".
Expertenpagina: Straf van twee jaar voor busincident is onwettig
Op de expertenpagina legt GvA-journalist John De Wit uit hoe de vork precies aan de steel zit. Hier volgt de integrale tekst.
De Antwerpse strafrechtbank veroordeelde Redouan S. (18), de meerderjarige dader van het busincident waarbij Guido Demoor op 24 juni 2006 de dood vond, donderdag tot twee jaar cel en 1.100 euro. Het vonnis is volgens deskundigen onwettig, want de maximumstraf voor de feiten zoals de rechter ze juridisch benoemde, is slechts drie maanden.
Op 24 juni 2006 ontstond op de Antwerpse bus 23 een dispuut tussen een zestal allochtone jongeren en treinbestuurder Guido Demoor, die als passagier was opgestapt op weg naar zijn werk. Het groepje jongeren was zeer luidruchtig en hun gedrag stoorde de andere reizigers. Demoor maande de jongeren tot drie keer toe aan om zich rustig te houden, maar daar trokken die zich niets van aan. Toen Demoor voor de derde keer opmerkingen maakte, zou hij volgens sommigen met zijn vinger naar Redouan S. hebben gewezen en volgens anderen zijn hand op de leuning voor Redouan hebben gelegd, waarna die de hand van Demoor wegsloeg.
Vrijwel alle getuigen zijn het erover eens dat Demoor daarop Redouan vastgreep. De meesten zeggen dat hij hem bij de keel greep, één zegt dat hij hem vastgreep aan de schouder of de nek en een getuige op de fiets zegt dat Demoor "een van de jongeren vast had". Voor de Antwerpse strafrechtbank stond gisteren vast dat Demoor, nadat zijn hand was weggeslagen, Redouan bij de keel greep, in zijn greep hield en hem pas losliet toen één van de minderjarigen hem een vuistslag gaf.
Daarna richtte Redouan zich op, greep zich vast aan de ijzeren stang in de bus en stampte met zijn voet op de borst en de kin van Demoor. Vervolgens gaf Redouan Demoor ook nog eens een vuistslag. Demoor viel neer, de jongeren duwden op de noodstop van de bus en vluchtten weg. De MUG kon Demoor niet meer reanimeren. Aanvankelijk was gezegd dat Demoor was overleden aan een hersenbloeding tengevolge van stress, maar later onderzoek wees uit dat de trap medeoorzaak was van deze hersenbloeding.
Enkel Redouan voor correctionele
Van de zes daders waren er drie meerderjarig. Twee werden buiten vervolging gesteld en slechts één, Redouan S., kwam voor de correctionele rechtbank. Hij werd beticht van slagen en verwondingen met de dood tot gevolg, maar zonder het opzet om te doden. Volgens het parket sloeg Redouan met voorbedachtheid. Daarmee zou de maximumstraf op 15 jaar cel komen en ging het dus om een misdaad. Maar omdat er verzachtende omstandigheden waren, werd de zaak naar de correctionele rechtbank verwezen en zakte de straf hierdoor tot maximum vijf jaar. De term "misdaad" wordt in zo'n geval niet meer gebruikt, men spreekt dan van een "wanbedrijf".
De rechtbank vond Redouan S. donderdag schuldig aan de slagen die Demoors dood veroorzaakten en ze volgde daarin de deskundigen. De (mede)oorzaak van Demoors dood is dus de bewuste trap op zijn borst en kin. Maar de rechtbank gelooft niet in de voorbedachtheid. "Redouan S. had geen goed doordacht voornemen om Demoor te slaan of te stampen", zo stelt ze.
En bovendien aanvaardden de rechters ook nog de uitlokking, als verschoningsgrond. In zo'n geval blijft het misdrijf zelf overeind, maar is de schuld van de dader verminderd. De straf wordt dan ook lager. Voor uitlokking is niet vereist dat het slachtoffer een fout maakte. Het slachtoffer moet wel "zwaar geweld plegen", maar dat geweld moet niet onterecht zijn. En het mag volgens de rechtspraak zelfs gaan om "moreel geweld". Doorslaggevend is niet de hevigheid van het uitlokkende geweld, maar wel de hevigheid van de reactie die zij veroorzaakt, zo stelt professor Chris Van den Wyngaert in haar handboek voor strafrecht.
Uitlokking
"Demoor maakte geen enkele fout, hij beschouwde het als zijn burgerplicht om storende jongeren tot stilte aan te manen. Maar Redouan interpreteerde Demoors gedrag als een gewelddaad tegen zijn persoon. Daardoor verminderde Redouans zelfbeheersing en bracht hij ogenblikkelijk een stamp toe op de borst van Demoor, wellicht van verbijstering of woede", aldus het vonnis. Dus: voor Redouan kwam het feit dat Demoor hem bij de keel greep over als een zware gewelddaad, terwijl Demoor zelf toch geen enkele fout maakte die in oorzakelijk verband staat met de schade. Juridisch gezien is er voor de rechtbank sprake van 'uitlokking' en dan vermindert de straf.
De rechtbank zegde dat ze erg zwaar tilt aan de feiten. "De beklaagde verstoorde de rust op de bus en wilde er ondanks drie aanmaningen niet mee stoppen. Hij verloor totaal zijn zelfbeheersing en bracht Demoor een zware stamp toe. Maar hij had de fatale afloop van zijn daad niet gewild of voorzien, hij is nog jong, hij begint een schuldbesef te krijgen en er zijn er zijn geen problemen meer sinds hij vrij is".
Toch veroordeelde de rechtbank Redouan tot de straf waarvan zij dacht dat het de maximumstraf was, namelijk twee jaar. Juridisch gezien is de redenering van de rechters echter fout, meent de Gentse professor strafrecht Philip Traest. "Het gaat hier om een gecorrectionaliseerde misdaad, om een wanbedrijf dus. En in dat geval is de maximumstraf slechts drie maanden, zo volgt uit het derde lid van artikel 414 van het strafwetboek en zo besloot het Hof van Cassatie al op 10 december 1973 in een zaak met een volkomen vergelijkbare qualificatie van de feiten."
Normaal gezien moet het parket in beroep gaan tegen een foute straf. De familie van Demoor kan dit niet, want als slachtoffer heb je niets te zeggen over de hoogte van de straf en op burgerlijk gebied werden haar eisen ingewilligd.
Redouan S. moet in totaal bijna 327.000 euro schadevergoeding betalen, waarvan 69.000 euro aan de NMBS, en de rest aan de familie. En dan ook nog de gerechtskosten van 16.000 euro. En dan kreeg hij nog een boete van 1.100 euro.
Strafwetboek niet meer van deze tijd
Deze straf schokt het rechtsgevoel. De afloop van de zaak-Demoor illustreert hoe sommige artikelen uit het strafwetboek niet meer van deze tijd zijn. De straffen voor slagen en verwondingen zijn te laag, die voor diefstallen te hoog. Het systeem van verschoningsgronden dateert nog van 1810 en het kwam er uitdrukkelijk omdat de verzachtende omstandigheden door Napoleon waren afgeschaft omdat de rechters ze te soepel hanteerden en de straffen te licht werden. Toen België in 1867 zijn strafwetboek kreeg, bleven de verschoningsgronden bestaan naast de -opnieuw ingevoerde - verzachtende omstandigheden.
Een ander probleem blijft de correctionalisering. Om de assisenhoven te ontlasten wordt steeds meer gecorrectionaliseerd. Dat systeem wordt al jaren als onzindelijk aangeklaagd door eminente professoren zoals Philip Traest en Raf Verstraeten (strafrecht, Leuven).
Denkfout
De afloop in de zaak-Demoor illustreert duidelijk dat de nieuwe Justitieminister dringend het strafwetboek moet herzien, zodat de strafmaten beter stroken met het rechtsgevoel van de burger in de eenentwintigste eeuw. Al in 1985 stelde Koninklijk Commissaris voor de Herziening van het Strafwetboek, Robert Legros, een moderner strafwetboek voor. Maar het parlement deed niets met zijn document, dat ondertussen trouwens al achterhaald is. Er is dus nog veel werk op de plank voor de nieuwe regering. Want duidelijk is dat vele mensen dit soort lichte straffen van drie maanden voor zulke feiten niet begrijpen, hoewel de rechters maar gewoon de wet toepassen die het parlement maakte. Deze rechters treft daarbij geen blaam, tenminste als ze de wet correct toepassen...
“De denkfout die de rechtbank maakte, hierin gevolgd door haar woordvoerster, is volgens John De Wit van Gazet van Antwerpen dat zij het correctionaliseren herleidden tot de simpele verwijzing naar de correctionele rechtbank. Zij gaan ervan uit dat een gecorrectionaliseerde misdaad een misdaad blijft die toevallig voor een lagere rechtbank komt. De essentie van correctionalisering is evenwel dat de straffen voor de feiten verlagen. Als je hun redenering doortrekt, dan kan je net zo goed de aanvankelijke straffen voor de misdaad behouden. Dat is eigenlijk wat zij deden: als ze de uitlokking NIET aanvaard zouden hebben, zouden ze dan werkelijk een straf van 10 jaar opgelegd hebben, want die straf stond op de feiten toen ze nog ‘misdaad’ waren. De redenering van de Antwerpse strafrechter is", nog steeds volgens JDW, "volledig krom. Deze zaak is een zware blunder die nog erger wordt naarmate je er over nadenkt”, voegde De Wit hier na de reacties van Leliard en Damen nog aan toe.
Jan Heuvelmans
Bron(nen):
PagiA-nieuwsgaring
GvA
Media Services (http://www.mediaservices.be/)