Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

Interview met Marleen Vanderpoorten (Vlaams Minister van Onderwijs)

Het valt ons steeds weer op: heel wat mannelijke studenten zijn plots ontzettend geÔnteresseerd in politiek als de politiek correcte 'babe' Freya van den Bossche in de media verschijnt. Maar smaken kunnen verschillen: Renaat Landuyt, bijvoorbeeld, denkt daar anders over. Tijdens een aflevering van 'De Zevende Dag' noemde hij onze gespreksgast "de meest sexy politica van BelgiŽ". Een compliment dat kan tellen en dat Marleen Vanderpoorten, onze Vlaamse minister van onderwijs, ongetwijfeld plezier moet doen in tijden van aanhoudende kritiek.
Lees dit interview nu...

Het valt ons steeds weer op: heel wat mannelijke studenten zijn plots ontzettend geÔnteresseerd in politiek als de politiek correcte 'babe' Freya van den Bossche in de media verschijnt. Maar smaken kunnen verschillen: Renaat Landuyt, bijvoorbeeld, denkt daar anders over. Tijdens een aflevering van 'De Zevende Dag' noemde hij onze gespreksgast "de meest sexy politica van BelgiŽ". Een compliment dat kan tellen en dat Marleen Vanderpoorten, onze Vlaamse minister van onderwijs, ongetwijfeld plezier moet doen in tijden van aanhoudende kritiek: de vakbonden riepen op tot staking toen zij leerkrachten langer dan hen lief was voor de klas wilde laten staan, het Bologna-akkoord woog op haar schouders en zelfs de wagenbouwers van het carnaval van Aalst vonden in haar een dankbaar onderwerp van spot.
Hoe gaat minister Vanderpoorten hiermee om? Hoe houdt ze stand in een regering die hoofdzakelijk uit mannen bestaat?En was ze eigenlijk een voorbeeldige studente? Student M/V ging het haar zelf vragen: een interview vol girl-power!

U heeft geschiedenis gestudeerd aan de Gentse universiteit, hoe verliep de studententijd?
De periode waarin ik studeerde, verliep toch wel anders dan nu bij de meeste studenten het geval is. Ik ben in de eerste kandidatuur getrouwd. In april van datzelfde jaar ben ik bevallen van mijn eerste kindje. Mijn studentenleven was dus niet het leven van iemand die vrij en onbezorgd kan uitgaan. Ik heb steeds mijn verantwoordelijkheid opgenomen en heb het kind altijd zelf verzorgd. Ook mijn echtgenoot studeerde toen, maar vond dat hij zich na twee jaar in de faculteit rechten wel bewezen had en heeft zijn studies niet afgemaakt. Zelf ben ik nooit echt een uitgaanstype geweest, maar ik onderhield welk veel sociale contacten met vrienden en vriendinnen.

Het is niet echt evident om in zo'n situatie verder te studeren, waarom heeft u dat toch gedaan?
Het waren in de eerste plaats mijn ouders die er op aandrongen dat ik verder zou studeren. Ik was eigenlijk al aan het uitkijken naar een job, bijvoorbeeld bij de krant, zonder veel aan de gevolgen te denken, maar onder hun invloed heb ik dan toch voor studeren gekozen. Op dat moment had ik geen uitgesproken voorkeur voor een bepaalde studierichting, Ik twijfelde tussen communicatie, geschiedenis, kunstgeschiedenis en psychologie. Toen heb ik voor geschiedenis gekozen, maar bij nader inzien was psychologie of pedagogie misschien meer aan mij besteed, Ik ben in het onderwijs gestapt, niet zozeer om geschiedenis te geven, maar om met jonge mensen te kunnen werken.

"Ik heb mij serieus de vraag gesteld of het liberalisme wel mijn ideologie was"

Hoe kwam u dan van het onderwijs in de politiek terecht?
Hoewel ik van thuis uit wel politiek geÔinteresseerd was (de vader van Marleen Vanderpoorten was ook minister, nvdr), heeft het lang geduurd voor ik mij geŽngageerd heb. Ik was reeds in mijn studententijd eerder sociaal dan politiek gericht, zoals heel wat van mijn medestudenten, Zo herinner ik mij dat er toen ik studeerde een aantal winters waren met heel veel regen, waardoor de landbouwers met problemen te kampen hadden. Er werd in die periode een actie georganiseerd waarbij de studenten de oogst hielpen binnenhalen. Ik heb mij serieus de vraag gesteld of het liberalisme wel mijn ideologie was, of ik het niet in een meer linkse hoek moest zoeken. Ik ben dan ook pas lid geworden van de liberale partij toen ik al dertig was. Dat ik zo lang getwijfeld heb, had ook wel te maken met de yuppiebeweging uit de jaren '80, ook binnen mijn partij, waar ik mij niet in kon vinden. Ik ben er mij nu bewust van dat ik echt een liberaal ben, maar dat er ook binnen het liberalisme een brede waaier van meningen en gradaties is. In 1985 heeft men mij gevraagd om op de kieslijst te staan. Dat was een goed moment: de naam van mijn vader was nog vrij levendig - je moet soms een beetje een opportunist zijn - en ik besefte ook wel dat het tijd werd om aan een carriŤre te beginnen, wou ik mijn politieke interesses in de praktijk omzetten. Campagne voeren en vechten voor een doel bevielen mij wel. Als kind al vond ik de verkiezingsperiode een heel plezierige tijd; lekker spannend... Hoewel het resultaat soms tegenvalt, vind ik het nog altijd een prettige periode en heb ik sinds 1985 aan alle verkiezingen deelgenomen. De vaardigheid om te organiseren die ik uit mijn studententijd als moeder meedroeg, is mij in de politiek goed van pas gekomen.

En waarom minister van onderwijs, ambieerde u geen andere portefeuille?
Ik wou in ieder geval enkel de portefeuille van onderwijs toen de regering gevormd werd. Ik wilde iets dat ik kende. Ik kan mij niet indenken dat een andere ministerjob boeiender zou zijn dan deze. Het is uiteraard niet altijd even gemakkelijk omdat je met zo veel mensen te maken krijgt, maar ik zou tijdens een volgende ambtstermijn zeker en vast nog minister van onderwijs willen zijn. Het is een uitdaging om te proberen de zaken te verbeteren. Ik krijg ook veel respons, niet alleen wanneer ik scholen bezoek - dat zijn er gemiddeld twee per week - maar ook via brieven of e-mail.

Er zijn nog steeds niet zo veel vrouwen in de politiek. Gedragen uw mannelijke collega's zich daardoor anders ten opzichte van u?
Ik denk dat dat niet alleen in de politiek zo is. Ik heb dikwijls een probleem met mannen in het algemeen, althans op een bepaald niveau. Het hanengedrag van veel mannen is een doorn in mijn oog. Ik merk dit vaak in vergaderingen met topambtenaren of kabinetsmedewerkers. Dat zit gewoon bij mannen ingebakken. Als ik een vergadering heb met uitsluitend vrouwen, leggen we meestal elk onze mening op tafel en daarna praten we erover. Er wordt op gelijke basis gewerkt. In een gesprek met hoofdzakelijk mannen voelt het vaak alsof ik mij in een gevecht bevind. Een bepaalde journalist omschreef het voor mij als: 'mannen willen voortdurend scoren'. Dit is inderdaad een goede samenvatting van wat ik voel in het verloop van een dergelijk gesprek.

"Ik denk dat we eerst nog een aantal mannelijke premiers krijgen."

Vindt u het goed dat partijen verplicht worden om een derde tot zelfs de helft van hun lijst uit vrouwen te laten bestaan?
Ik ben daar vrij lang tegen geweest omdat ik het een kunstmatige situatie vond, maar ik heb mijn mening genuanceerd. Het is immers zo dat, als je een lijst wil samenstellen, je steevast mannen op overschot hebt en vrouwen te weinig. Je moet die vrouwen echt gaan zoeken, maar als je ze vindt, doen ze het vaak heel goed in de politiek. Vrouwen twijfelen meer voor ze een dergelijke beslissing nemen. Ze vragen zich af of ze wel tijd hebben voor politiek, of ze er wel tijd voor willen maken en of ze wel bekwaam genoeg zijn. Voornamelijk dat laatste , het zichzelf in vraag stellen, is een attitude die ik vaker aantref bij vrouwen dan bij mannen. Daarom vind ik dat men moeite moet doen om die vrouwen te overtuigen.

Wanneer mogen we de eerste vrouwelijke premier verwachten?
Dat zie ik nog niet zo direct gebeuren. Ik merk zelf dat, wanneer ik in teamverband werk, bijvoorbeeld met mijn kabinetsmedewerkers, er weinig problemen opduiken. Die komen er pas wanneer je je als vrouw moet profileren als de leidende figuur. Dan wordt de tegenstand ineens veel groter. Vandaar dat ik denk dat we eerst nog een aantal mannelijke premiers krijgen.

Het beroep van onderwijzer(es) of leerkracht, wordt niet zo veel meer gekozen. Wat kan hier de reden voor zijn?
Volgens mij heeft het vooral te maken met het imago van het vak. Het beroep komt niet positief aan bod in de media. Dit is uiteraard een algemene trend: de pers komt pas kijken als er conflicten zijn. Daarom krijgen heel veel mensen het idee dat lesgeven toch wel iets heel vreselijks moet zijn. Dit schrikt jongeren af. Wanneer je daar nog de verhalen over een te hoge werkdruk aan toevoegt, is de conclusie snel getrokken. Als ik daarentegen zeg dat 95% van de mensen die nu in het onderwijs staan, terug voor het onderwijs zouden kiezen moesten ze een tweede kans krijgen, dan heeft dat nauwelijks een invloed.

Zou het anti-sociaal gedrag van leerlingen, het verbale geweld ook een oorzaak kunnen zijn?
Ik denk dat de maatschappij daar in zijn totaliteit in veranderd is. Mensen zijn veel vlugger brutaal tegen mekaar dan vroeger. De manier waarop kinderen tegen hun ouders praten is totaal gewijzigd. Vroeger moesten kinderen van hun ouders zwijgen aan tafel, terwijl het nu vaak omgekeerd is. Men moet hiervan een punt maken in de school: leerlingen hebben rechten, maar ook plichten zoals beleefdheid. Ouders zijn daar blijkbaar veel nonchalanter in geworden, wat uiteraard zijn consequenties heeft.

Naar welk onderwijsnetwerk heeft u uw eigen kinderen gestuurd?
Mijn kinderen hebben het grootste deel van de tijd les gevolgd in het gemeenschapsonderwijs. Als minister heb ik goede ervaringen met het gemeenschapsonderwijs, het stedelijk onderwijs en ook met het katholiek onderwijs. In elk net zijn er goede en minder goede scholen. Een groot probleem met het onderwijs is dat je niet kan spreken over 'het net', zodat je moeilijk voor alle scholen een zelfde maatregel kan treffen. Een dergelijke maatregel is altijd oneerlijk en liefst zou ik voor elke school apart een regeling uitwerken.

Vindt u het hoger onderwijs in Vlaanderen democratisch?
In vergelijking met andere landen zeker, zowel wat de inschrijvingsgelden als de studiebeurzen betreft. Natuurlijk kan het altijd beter. Wat er voornamelijk verkeerd gaat in het hoger onderwijs is dat niet iedereen een gelijke kans krijgt om daar te geraken. Volgens mij wordt de fout hierin al gemaakt in het basisonderwijs. Als je daar een schakel mist, is het moeilijk om die gemiste kans nog te boven te komen. Daarom hecht ik prioritair belang aan dat basisonderwijs.

Wil u omwille van die gelijke kans het ingangsexamen burgerlijk ingenieur aan de universiteiten afschaffen?
Dat heeft voornamelijk te maken met het tekort aan mensen met die opleiding, maar dat neemt niet weg dat ik principieel tegen ingangsexamens ben. zo'n examen is te zeer een momentopname. In een eerste jaar moeten studenten nog volwassen kunnen worden, hun mogelijkheden aftasten en een kans krijgen om zich te herpakken als ze wat voorkennis missen. Ik ben wel voorstander van een verplichte maar niet bindende oriŽnteringsproef die aan de student een beeld geeft van waar hij of zij op dat moment staat.

U krijgt nogal wat negatieve reacties. Hoe gaat u daarmee om?
Ik heb het geluk dat ik met de mensen van mijn kabinet en uit mijn omgeving over die zaken kan praten en dat helpt. Als je in de politiek gaat, weet je waaraan je begint. Je weet dat je sowieso kritiek zal krijgen. Alle politici zeggen toch eigenlijk: "Ik weet het beter op dit of dat vlak". Als je dat zegt, moet je ook met je hoofd tegen de muur kunnen lopen en die kritiek aanvaarden. Dat wil niet zeggen dat ik het er nooit moeilijk mee heb.

Wat zijn de belangrijkste eigenschappen van een goed politicus?
Ik denk dat ik daarover een andere mening heb dan de publieke opinie. Ik vind het nog steeds belangrijk dat men binnen het werk solidair is, dat men respect opbrengt voor elkaar. Dat is iets wat men vanuit de buitenwereld niet kan zien. Verder is een goed politicus noodzakelijk iemand die eerlijk is. Iemand die op oneerlijkheid betrapt wordt of zijn woorden niet nakomt, die kan voor mij gewoonweg niet in de politiek blijven. Je vervult immers in grote mate nog steeds een voorbeeldfunctie. Politici moeten ook bereid zijn om aan inhoud te werken. Hierin zie ik wel een gunstige evolutie: er wordt veel minder aan dienstbetoon gedaan dan pakweg twintig jaar geleden. Men haalt meer en meer stemmen op basis van inhoud. Het is een taak van onder andere de pers om hier ook kritisch mee om te gaan.

"Probeer rechtdoor te gaan. Kijk niet teveel achter je. Doe vooral de dingen waar je zelf achterstaat"

Ergert u zich soms aan het beeld dat de pers schetst?
Ja, vooral omdat onderwijs een vrij technische materie is, waardoor ik geconfronteerd word met een dilemma. Ik wil een boodschap correct overbrengen, maar vaak verwacht de pers van mij dat ik mij uitdruk in slogans, dat ik alles heel eenvoudig voorstel. Het is veel gemakkelijker als ik zeg "Ik wil alle scholen geld geven", dan als ik vertel dat ik scholen geld wil geven als zij aan bepaalde voorwaarden voldoen.

Is het mogelijk om in het parlement vrienden te maken?
Soms kan je heel goed met collega's overweg, maar een belangenconflict is nooit ver weg. Ais je tegen elkaar moet strijden voor een plaats op de kieslijst, dan maak je mij niet wijs dat die vriendschap daar niet onder lijdt. Ik ben nogal zuinig met het woord vriend. Het is voorbehouden voor mijn familie en enkele mensen daarbuiten, maar niet voor goede kennissen uit het parlement.

Wat is uw persoonlijke motto?
Probeer rechtdoor te gaan. Kijk niet te veel achter je. Doe vooral de dingen waar je zelf achter staat.

K.G.
Dit artikel werd, met toestemming van de auteurs, overgenomen uit Student M/V

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons