Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

Vrouwen in de politiek: 'Vrouwen moeten zich gedragen als mannen'

Aline Lucas, een toekomstige Master Sociaal Werk, schreef een scriptie over het glazen plafond, en meer bepaald hoe dit tot uiting komt in de politiek. Het aantal vrouwelijke politici mag dan toegenomen zijn de laatste jaren, er zijn nog steeds heel wat uitdagingen. Vrouwen voelen zich ook vaak geviseerd, dat bleek deze week nog in het Vlaams Parlement. Ten onrechte? Vrouwen stoten ook nog steeds zelden door naar topfuncties? Is er sprake van discriminatie of zijn vrouwen hier zelf ook schuldig aan? Een interview.

U hebt een scriptie gemaakt over het glazen plafond, en meer bepaald hoe dit tot uiting komt in de politiek. Ik zie echter veel vrouwelijke ministers in de Vlaamse en Federale regering. Om nog maar te zwijgen van het succes van Angela Merkel in Duitsland. Ik vraag mij dus af: is er nog wel een probleem?
Er zijn inderdaad meer vrouwelijke ministers, maar als je het totaalbeeld bekijkt is dit slechts 1 op 5. Het aantal vrouwen in de politiek is toegenomen, maar het aantal vrouwen in politieke topfuncties is nog altijd veel te laag.
Hoe komt het volgens u dat dit glazen plafond overeind blijft?
Na gesprekken met vrouwenorganisaties blijkt dat politiek toch nog altijd een mannenwereld is, met een bepaalde cultuur en mentaliteit. Ook de organisatiestructuur in de politieke is op mannen afgestemd. De combinatie werk – gezin is vaak moeilijk, men vergadert vaak laat en eist veel flexibiliteit van de vrouw.
In uw scriptie spreekt u over een dubbel glazen plafond. Wat bedoelt u daar precies mee?
Dit wijst op het feit dat er enerzijds een laag aantal vrouwen actief is in de politiek, al neemt dit de laatste jaren toe, en dat we anderzijds veel te weinig vrouwen op topfuncties aantreffen. Dit zijn dan de twee lagen van het glazen plafond.
Dan vindt u quota waarschijnlijk een goed idee. Of hebt u toch enige bedenkingen daarbij?
Quota worden algemeen gezien als een goed idee, maar er zijn inderdaad bedenkingen bij te maken. De quota zijn eigenlijk een tijdelijke maatregel, en men vreest dat deze over een tiental jaar, wanneer het aantal vrouwen in de politiek en op het hoogste niveau is toegenomen, ze weer afgevoerd zullen worden. Hierdoor zou de problematiek na de achtergrond kunnen verdwijnen en het aantal vrouwen een terugval kennen.
Bent u zelf van mening dat die quota op lange termijn zullen verdwijnen?
Ik denk het wel, ik denk dat vrouwen na een tijd het beu zijn geviseerd te worden, met het achterliggend idee van “ik mag op de lijst staan omdat ik een vrouw ben”. Ik zie de quota wel vervangen worden door wetgeving waarin een aantal zaken worden vastgelegd inzake vrouwelijke vertegenwoordiging in de politiek.
Is het geen probleem dat mannen met ambities nu van de lijst verdrongen worden door vrouwen die men heeft smeken om op de lijst te komen staan, of die totaal geen politieke plannen hebben?
Inderdaad, ik heb dit zelf ook al ervaren in mijn eigen gemeente. Vrouwenorganisaties ervaren ook dat vooral jongere vrouwen gevraagd worden om de lijst te staan, zonder enige verplichtingen tot het voeren van een campagne. Bij de CD&V probeert Vrouw en Maatschappij deze praktijken te vermijden, maar in andere partijen is dit volgens mij wel een vaste praktijk.
Zouden er eigenlijk ook quota moeten zijn voor allochtonen? Want die zijn ook ondervertegenwoordigd in de politiek.
Dit is inderdaad ook een probleem. Binnen enkele weken zal minister van Gelijke Kansen Kathleen van Brempt, in het kader van haar diversiteitsbeleid een campagne voeren waarbij ze in plaats van de traditionele “stem vrouw” diversiteit centraal plaatst. De centrale boodschap is dat er nog steeds te weinig jongen mannen, vrouwen en allochtonen politiek actief zijn.
Bedankt voor deze primeur. Welke effecten denkt u overigens dat een verhoogde vrouwelijke politieke participatie zal hebben op het beleid?
Dat is een heikel punt natuurlijk, want meer vrouwen in de politiek betekent niet noodzakelijk een beter beleid. Er zijn ook voorbeelden van vrouwen die te snel zijn doorgestoten tot de top, zoals Freya Vandenbossche. Dit erkent men zelf ook bij de SP.A. Men zal dus niet noodzakelijk een beter beleid krijgen, maar aangezien iets meer dan vijftig procent van onze bevolking vrouw is, lijkt het me niet meer dan logisch dat dit een verlengstuk krijgt in de politiek. Ik denk wel dat vrouwen een andere visie hebben op een aantal zaken en een meerwaarde kunnen betekenen. Maar dat een verhoogde vrouwelijke deelname een garantie is voor een beter beleid durf ik niet te zeggen.
Vrouwen hebben het niet alleen moeilijk in de politiek, ook de arbeidsmarkt zijn er nog heel wat uitdagingen. Is het kostwinnersmodel volgens u nog steeds van toepassing op de meeste gezinnen? Of hebben fenomenen als “de nieuwe man” de zaken veranderd?
Ik denk dat de nieuwe man eerder een mediahype is. Het kostwinnersmodel is er nog altijd. Vanuit de vrouwenbeweging en ook wel de politiek streeft men naar “contractplanning”, waarbij mannen en vrouwen op hetzelfde moment en een gelijk aantal uren arbeid verrichten en men dus het kostwinnersmodel tracht weg te werken. Dit is echter een proces van lange termijn, want het is ook een mentaliteitskwestie. Men verwacht nog altijd dat de vrouw indien nodig een stapje terugzet in plaats van de man, al nemen tegenwoordig meer mannen vaderschapsverlof op of kiezen ze voor een tijdelijke loopbaanonderbreking. Maar we moeten niet expliciet van het kostwinnersmodel af. Het is vooral de periode tussen 25 en 35 jaar die verlicht moet worden. Nu kennen vele koppels in die periode een zware belasting door het feit dat men in die levensjaren bezig is met het bouwen van een huis, opvoeden van kinderen, carrière maken,…
Vandaag verschijnt er een boek van twee professoren van de KUL, waarin het bestaan van een loonkloof nogmaals bewezen wordt. Vrouwen verdienen gemiddeld 30 % minder dan mannen. Wat zijn volgens u de belangrijkste verklaringen daarvoor?
Ik zag onlangs een reportage over de baas van De Lijn, een vrouw. Zij vertelde dat zij bij haar loononderhandelingen niet zo ver is gegaan als een man zou doen. Maar zij nam daar vrede mee, wat door vrouwenorganisaties wel betreurd werd. Ik denk dat mannen in het algemeen beter kunnen onderhandelen over hun loon.
Men zegt ook wel eens dat vrouwen meer mannelijke trekjes moeten overnemen, ambitieuzer zijn, meer loonopslag vragen,… Maar zou het kunnen dat vrouwen andere zaken belangrijker vinden: een goed evenwicht tussen werk en gezin, een aangename job…
Ik denk inderdaad dat die stelling wel opgaat. Maar het is ook zo dat meisjes eerder voor een sociale richtingen kiezen, terwijl jongens eerder opteren voor marketing of economie. Er zijn nog altijd typische jongens- en meisjesrichtingen, net zoals er beroepen zijn waar één geslacht bijna volledig gedomineerd. Daar zou men in het onderwijs aan moeten werken.
Bent u het met mee eens als ik zeg dat vrouwen zich meer moeten gedragen als mannen om succesvol te zijn op de arbeidsmarkt?
Ik zou liever het tegendeel beweren, maar ik denk het wel. Vrouwen zouden harder moeten zijn en minder emotioneel. Het blijft natuurlijk jammer dat vrouwen zich moeten aanpassen. Langs de andere kant zie je dat de vrouwen met een topfunctie zich ook aanpassen, die durven op tafel slaan en hun stem verheffen als het nodig is.
Dus als de vrouwen iets meer man worden en de mannen iets meer vrouw hebben we de ideale samenleving.
Dan hebben we inderdaad een perfecte samenleving.

Auteur: Bert Fraussen

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons