Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

Politics.be sprak met Norbert De Batselier (sp.a)

Norbert De Batselier, notoir sp.a-politicus, lijkt al sinds jaar en dag de voorzitter te zijn van het Vlaams Parlement. Onze redactie vond het dan ook hoog tijd om hem even aan de tand te voelen over de werking van dat Vlaamse parlement, onze huidige staatsstructuur en zijn verwachtingen naar de toekomst toe.

Hoelang bent u nu al voorzitter van het Vlaams Parlement? Wat is volgens u de meest opvallende gebeurtenis in de geschiedenis van dat parlement?
Ik ben voorzitter van het Vlaams Parlement sinds 13 juni 1995.
De gebeurtenis met de meeste impact voor Vlaanderen is ongetwijfeld de evolutie van de Vlaamse assemblee tot een volwaardig Vlaams Parlement na de afschaffing van het zogenaamde dubbelmandaat in 1995. Daardoor konden de Vlamingen op 21 mei 1995 voor het eerst 124 Vlaamse volksvertegenwoordigers kiezen. Het eerste rechtstreeks verkozen Vlaams Parlement ging van start op 13 juni. Samen met de ingebruikname van een eigen Vlaams parlementsgebouw in maart 1996 was dit de effectieve start voor de verdere uitbouw van de Vlaamse deelstaat in het federale België.
In welke opzichten verschilt het Vlaams Parlement van het federaal parlement?
Het Vlaams Parlement verschilt wezenlijk met de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat. Zo is het Vlaams Parlement een unicameraal systeem: ontwerpen en voorstellen van decreet worden uitsluitend in deze assemblee behandeld. Het federale niveau kent daarentegen een tweekamersysteem, dat maakt dat elk wetsvoorstel of wetsontwerp zowel in de Kamer als de Senaat moet besproken en gestemd worden.
Ook de manier van debatteren is verschillend. Er wordt vaak gezegd dat de debatten op het Vlaamse niveau technischer en inhoudelijk meer onderbouwd zijn, daar waar in Kamer en Senaat de discussies vaak een meer politiekere inslag hebben. Ik meen dat de debatten die in het Vlaams Parlement worden gevoerd meer interesse wekken bij de burgers, omdat Vlaanderen nu eenmaal bevoegd is voor aangelegenheden die rechtstreeks een impact hebben op het leven van de burgers in Vlaanderen zoals onderwijs, leefmilieu, wonen, mobiliteit, sport, cultuur, … . Het zijn zaken die de mensen direct aanbelangen en ik denk dus dat mede daardoor het Vlaams Parlement dichter bij de mensen staat dan de federale assemblee.
Ik realiseer me dat voor de media een debat in het Vlaams Parlement vaak minder spitant is en daardoor minder attractief. Dit heeft zeker ook te maken met het feit dat er in de Vlaamse assemblee geen alomtegenwoordige franstalige ‘tegenhanger’ aanwezig is.
Bovendien zijn wij een heel open huis: wij verwelkomen jaarlijks duizenden bezoekers en organiseren allerhande culturele en educatieve activiteiten. Denk bijvoorbeeld maar aan de prestigieuze tentoonstelling over Vlaamse design en de alom gesmaakte expositie van werken van Panamarenko.
Wat vindt u van de huidige staatsstructuur? Is deze niet te ingewikkeld om efficiënt te zijn?
Ik erken ten volle dat de staatsstructuur van België zeer complex is. Dat heeft ook zijn historische gronden. Maar toch heeft het federaliseringsproces van de laatste dertig jaar zijn efficiëntie bewezen en heeft het geleid tot een beter beleid. Zo heeft het onder meer de politici toegelaten beter in te spelen op de eigen verschillende behoeften van de bevolking in de deelgebieden. In vele landen is deze defederaliseringsbeweging trouwens vaak samengegaan met geweld. In België niet. Dat op zich is al een grote verdienste. Maar het systeem zou transparanter moeten, door de bevoegdheden maximaal op één niveau te plaatsen.
Wat verwacht u van de volgende staatshervorming die er waarschijnlijk zit aan te komen? Moet het de laatste zijn? Welke bevoegdheden zou u graag Vlaams zien worden? Zijn er regionale bevoegdheden die u liever federaal zou willen zien?
Er is inzake staatshervorming de voorbije decennia al heel wat gerealiseerd. De uiteindelijke doelstelling is dat we moeten komen tot homogene bevoegdheidspakketten, en dat het beleid op dàt niveau wordt gevoerd dat daarvoor het best geschikt is. Of de volgende communautaire onderhandeling de laatste moet zijn, hangt uiteraard af van het succes van de onderhandeling.
Alleszins zijn er zaken die dringend een oplossing behoeven. Denken we maar aan de uitbreiding van de constitutieve autonomie van de deelgebieden met inbegrip van ambtenarenzaken, de verdere autonomie met betrekking tot de personenbelasting, de gezinsbijslag en het mobiliteitsbeleid. In mijn boek ‘Dynamiek of dynamiet, concrete voorstellen voor een nieuwe staatshervorming’ in 2003 heb ik vooral gepleit voor meer fiscale autonomie en verder klaarheid inzake bevoegdheid over tewerkstelling, verkeersbeleid, buitenlandse handel, ontwikkelingshulp en wetenschappelijk onderzoek.
Wat betreft de gezondheidszorg ben ik ondubbelzinnig gewonnen voor een communautarisering van de kostenvergoedende sociale zekerheid, met uitzondering van de financiering ervan. Het gaat mij daarbij over de noodzakelijke keuzes die men in de gezondheidszorg moet maken om een kwaliteitsvol, betaalbaar en toegankelijk geheel te behouden. Indien het beleid inzake gezondheidszorg wordt overgeheveld naar de gemeenschappen, kan Wallonië en Vlaanderen zijn eigen klemtonen leggen al naargelang de specifieke behoeften. Dat doet geen afbreuk aan het behoud van een volwaardige objectieve solidariteit met Wallonië, waarvan ik als socialist een groot voorstander ben.
Met toenmalig Vlaams minister-president Bart Somers heb ik eind mei 2004 een prioriteitennota opgemaakt voor een volgende staatshervorming als insteek voor het nieuwe regeerakkoord.
Is de huidige regionalisering niet overbodig nu we op weg zijn naar een ééngemaakt Europa?
In het Europa van vandaag en morgen krijgen de regio’s een steeds belangrijkere rol te spelen. Een Europese beleid dat mee wordt bepaald door de inbreng van de regio’s zal ontegensprekelijk efficiënter, duurzamer en van onderuit, dus steviger, gedragen zijn. Het Europese Grondwetsverdrag en de aangehechte protocollen over subsidiariteit en de rol van de regionale parlementen maakt het mogelijk dat de parlementen en regionale entiteiten meer impact krijgen op de Europese besluitvorming. Niet om de besluitvorming te vertragen, maar om de intrinsieke kwaliteit ervan te verbeteren, om belangenconflicten te vermijden en de verschillende wetgevingsniveaus beter op elkaar af te stemmen. Dat is van kapitaal belang voor de totstandkoming van een sterk Europa. Centralisering moet samengaan met opbouw van onderuit, anders komt de democratisering in gevaar.
Wat was volgens u de boodschap van de kiezers op 13 juni?
Die boodschap was zeer diffuus. Alleszins heeft de kiezer het signaal gegeven dat de politieke partijen meer duidelijkheid moeten verschaffen over waar de politiek vandaag voor staat. Meer en meer lopen partijprogramma’s door mekaar wat tot verwarring zorgt. Alleszins heeft een overgrote meerderheid van de kiezers resoluut te kennen gegeven dat zij het democratische project steunen en geloven in een tolerante en solidaire maatschappij alhoewel in Vlaanderen toch bijna 20% daaraan twijfelt.
Na 13 juni kwamen er veel nieuwe gezichten bij op de parlementszetels, is dit een goede zaak? Is de ‘politieke jeugd’ even ambitieus als de ‘oude garde’?
Het is een feit dat in 1999 een Vlaams parlementslid gemiddeld 48 jaar oud was, terwijl dat bij het begin van deze legislatuur net geen 47 jaar was. Bovendien zijn het de vrouwelijke leden (met een gemiddelde leeftijd van 41jaar) die voor de verjonging zorgen. Belangrijker dan de leeftijd is dat voor 46 leden van de 124 dit mandaat het allereerste uit hun politieke carrière is. Ik denk echter niet dat de werklust, de ambitie en invloed van een parlementslid bepaald wordt door zijn leeftijd, maar wel door zijn of haar intrinsieke kwaliteiten en karakter.
Waar is het parlement op dit moment allemaal mee bezig?
Momenteel wordt in de plenaire vergadering de beleidsnota’s van de Vlaamse regering voor de legislatuur 2004-2009 besproken.
Wat zou u nog willen realiseren als parlementsvoorzitter?
In mijn Beleidsplan 2004-2009, dat door het parlement eind februari 2005 is goedgekeurd, tracht ik aan de hand van concrete initiatieven een antwoord te geven op de vraag hoe een parlement zich vooruitstrevend moet opstellen en zich kan aanpassen aan ingrijpende maatschappelijke veranderingen. Uit deze finaliteit vloeit voort dat dit beleidsplan geen zuiver politieke initiatieven bevat, maar vooral praktische voorstellen om de werking van onze instelling verder te moderniseren en de parlementaire werkzaamheden op een meer moderne leest te schoeien. Ik heb in mijn plan voorstellen gedaan om de kwaliteit van de decreetgeving en het parlementaire debat te optimaliseren en er is een hoofdstuk gewijd aan de herdefiniëring van de plaats van het parlement ten aanzien van de regering. Andere hoofdstukken gaan over de publiekswerking van het parlement, de rol van de volksvertegenwoordiger als directe schakel tussen beleid en burger, de Europese rol van het Vlaams Parlement en een modern informatie- en personeelsbeleid.

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons