Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

Professor Hendrik Vos (UG) over euroscepticisme en de uitbreiding van de EU

‘’Europa is niet sexy genoeg om erover te praten’’
1 mei 2004 wordt de belangrijkste dag in de geschiedenis van de Europese Unie. 10 nieuwe landen vervoegen dan 15 huidige lidstaten van de Unie. Niet alleen kwantitatief wordt het de grootste stap voorwaarts voor de Europese constructie, ook kwalitatief. De tien nieuwe landen hebben zich de voorbije jaren ernstig moeten inspannen om hun staatsinstellingen, rechtsorganisatie, economie en wetgeving op te tillen naar het vereiste niveau dat de Unie vroeg. De weg van Kopenhagen ’93 naar Kopenhagen ’02 was lang en hard, maar de feestvierders op 1 mei laten dat even niet aan hun hart komen. Toch is nog lang niet alles koek en ei binnen de EU na 1 mei. Zowel bij de besluitvormers als bij de bevolking, zowel bij de oude als de nieuwe lidstaten blijven er vragen omtrent werkbaarheid en doel van een Unie met 25 (en meer). De Eurobarometer vertoont sinds enige tijd opnieuw een zekere vorm van euroscepticisme bij de burger in Europa. Kunnen we dan spreken van een kloof tussen Europa en zijn burgers? Met deze en andere vragen gingen we te rade bij Hendrik Vos, professor Europese Politiek aan de Universiteit Gent.
Lees verder...

‘’Europa is niet sexy genoeg om erover te praten’’
1 mei 2004 wordt de belangrijkste dag in de geschiedenis van de Europese Unie. 10 nieuwe landen vervoegen dan 15 huidige lidstaten van de Unie. Niet alleen kwantitatief wordt het de grootste stap voorwaarts voor de Europese constructie, ook kwalitatief. De tien nieuwe landen hebben zich de voorbije jaren ernstig moeten inspannen om hun staatsinstellingen, rechtsorganisatie, economie en wetgeving op te tillen naar het vereiste niveau dat de Unie vroeg. De weg van Kopenhagen ’93 naar Kopenhagen ’02 was lang en hard, maar de feestvierders op 1 mei laten dat even niet aan hun hart komen. Toch is nog lang niet alles koek en ei binnen de EU na 1 mei. Zowel bij de besluitvormers als bij de bevolking, zowel bij de oude als de nieuwe lidstaten blijven er vragen omtrent werkbaarheid en doel van een Unie met 25 (en meer). De Eurobarometer vertoont sinds enige tijd opnieuw een zekere vorm van euroscepticisme bij de burger in Europa. Kunnen we dan spreken van een kloof tussen Europa en zijn burgers? Met deze en andere vragen gingen we te rade bij Hendrik Vos, professor Europese Politiek aan de Universiteit Gent.

Een tweede Moskou?
‘’Er is zeker op dit moment sprake van een vorm van euroscepticisme bij de bevolking in Europa,’’ valt Vos onmiddellijk met de deur in huis. ‘’Alleen wordt ze te vaak verkeerd voorgesteld en vooral verkeerd uitgelegd.’’ Tijd dus voor een juiste uitleg en verklaring dus. Te beginnen bij de nieuwe lidstaten. Ondanks de massale ja-stemmen bij de referenda in de loop van vorig jaar, krijgen anti-Europese strekkingen en lobbygroepen nu in bijna alle nieuwe lidstaten een enorme aanhang. Professor Vos? ‘’De fout ligt voor een deel bij Europa zelf. Dat heeft jarenlang een verwarrend signaal gezonden naar de kandidaat-lidstaten. Enerzijds een signaal van, ja, jullie zijn welkom. Anderzijds bleef Europa ook hameren op de enorme inspanningen die verwacht werden en worden van nieuwe lidstaten. Dat zorgt voor nogal wat ongerustheid.’’ Dat verklaart volgens Vos echter nog maar voor een deel de aanhang van eurosceptische partijen. ‘’De vrees dat Brussel als een soort regelneef een nieuwe administratieve dictatuur wordt net als Moskou vroeger is er ook. Dat leeft vooral in de Baltische staten.’’ Vos relativeert echter meteen lachend: ‘’Er zijn weinig redenen om aan te nemen dat de EU op dezelfde manier de geschiedenisboeken zal ingaan dan de Sovjet-Unie.’’

Besluitvorming
Ook in de 15 landen, die voor 1 mei al lid waren van de Europese club, is er zowel bij de politieke, economische elite als bij dezelfde bevolking dezelfde ongerustheid. Bij de politieke elite is er volgens Hendrik Vos vooral vrees voor een nog loggere besluitvorming in de toekomst. ‘’Terecht en onterecht,’’ meent de specialist. ‘’Enkel voor de domeinen waarbij met unanimiteit moet worden beslist verwacht ik grotere discussies dan voorheen. Het overgrote deel van de besluitvorming in de Europese Unie wordt genomen met gekwalificeerde meerderheid en daar zullen er precies minder problemen zijn door de vastgelegde bepalingen in het Verdrag van Nice. Het is alleen jammer dat het enkel de domeinen met unanimiteit zijn die vaak in de media komen, zoals bijvoorbeeld het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid. Europa doet echter zoveel meer en dat wordt te vaak onderschat.’’

Economie
De vrees bij de bevolking in de huidige lidstaten richt zich vooral op economische factoren: de angst voor een grote migratiestroom uit het Oostblok en voor een delokalisatiegolf van eigen bedrijven naar ginder. Over dat eerste is Vos formeel: ‘’Niets wijst op een grote migratiegolf naar hier. Wel zal een beperkt aantal arbeiders naar onze contreien willen afzakken in bepaalde sectoren, zoals de bouwsector, de horeca, maar nooit in overdreven mate. Met de toetreding van Spanje en Portugal in 1986 zagen we zelfs een vorm van omgekeerde migratie.’’ De vrees voor delokalisatie weerlegt Vos met economische argumenten: ‘’De bedrijven die wilden vertrekken, zijn al lang vertrokken. En dat zijn er dus niet overdreven veel. Elke lidstaat zal zich in de toekomst bovendien specialiseren in die sectoren waarin ze een voorsprong kunnen behouden en voor België zullen dat geen arbeidsintensieve sectoren mogen zijn.’’

Communicatie
Er is dus vandaag sprake van een vorm van euroscepticisme. Zoveel is duidelijk en dat ontkent Hendrik Vos ook niet. ‘’Maar vaak worden de verklaringen voor die kloof tussen burger en politiek verkeerdelijk uitgelegd in de media.’’ Wat zijn dan wel juiste verklaringen? Vos onderstreept twee belangrijke punten: ‘’Ten eerste is er onmiskenbaar de miserabele communicatie van de Europese instellingen. Soms weten Europese burgers niet waar de Unie mee bezig is, gewoon omdat ze de communicatie niet begrijpen.’’ De professor staaft zijn bewering met twee concrete voorbeeldjes: ‘’Europa stelt in zijn wetgeving enkele eisen omtrent de verkoop van spades. Dat heet dan in Europees jargon een ‘single bladed mono handled digging instrument’. Zelfde probleem bij een richtlijn over achteruitkijkspiegels. Dat heet een ‘supplementair systeem voor indirect zicht’. Geen mens die er iets van begrijpt,’’ vertelt Vos lachend. De professor legt echter ook een groot deel van de verantwoordelijkheid voor het eurosceptische gevoel bij de burger bij de nationale overheden zelf en de oppositie. ‘’Als het goed is, dan steekt de eigen overheid de pluimen op haar hoed. Maar als er iets slecht gebeurt of wordt beslist, dan is Europa de pispaal. Dat bevordert natuurlijk de beeldvorming van de EU bij de bevolking niet.” Voorbeelden genoeg volgens Vos: ‘’Enkele weken geleden iedereen blij met een maatregel van Freya Vandenbossche over ouderschapsverlof. Iedereen vol lof over Freya, maar nergens was te lezen dat het hier eigenlijk ging om de uitvoering van een EU-richtlijn, nota bene één waar België al anderhalf jaar te laat mee was.’’

Hendrik Vos verklaart het eurosceptische gevoel vooral door een verkeerde beeldvorming. En hij legt daarbij de verantwoordelijkheden zowel bij Europa zelf als bij de nationale overheden én de media. Volgens hem is er dringend nood aan een sensibilisering die moet tonen waar Europa allemaal mee bezig is en wat er zo noodzakelijk is aan de Europese Unie. ‘’Maar dat is natuurlijk niet sexy,’’ beseft de professor. ‘’Geen politicus zal zich daaraan wagen. De uitbreiding van de Europese Unie met tien nieuwe leden is goed voor ons en voor Europa.’’

Ivy Vanhaecke & Wim Pauwels

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons