Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

Forumsessies: De burger sprak met Anja Deschoemacker (LSP)

"Deze 34-jarige alleenstaande moeder is sinds 1986 actief in de toenmalige voorganger van de LSP: Militant Links. Begin jaren negentig stond ze ook in voor het opzetten van de Blokbuster-campagnes. Ze is verantwoordelijk voor de vrouwenwerking van de LSP, de beweging die zichzelf Trotskistisch noemt."
Een week lang konden al onze bezoekers vragen afvuren op Anja Deschoemacker, ťťn van de "leading lady's" van de LSP. U maakte veelvuldig gebruik van deze mogelijkheid. Politics.be brengt u de samenvatting.
Lees nu...

"Deze 34-jarige alleenstaande moeder is sinds 1986 actief in de toenmalige voorganger van de LSP: Militant Links. Begin jaren negentig stond ze ook in voor het opzetten van de Blokbuster-campagnes. Ze is verantwoordelijk voor de vrouwenwerking van de LSP, de beweging die zichzelf Trotskistisch noemt."
Een week lang konden al onze bezoekers vragen afvuren op Anja Deschoemacker, ťťn van de "leading lady's" van de LSP. U maakte veelvuldig gebruik van deze mogelijkheid. Politics.be brengt u de samenvatting.

Is er geen gulden middenweg mogelijk tussen het communisme en luxe?
Overal worden diensten geprivatiseerd. Dat daarmee de levensnoodzakelijke levering van energie, water, voedsel,... voor ganse regio's in de wereld onmogelijk wordt gemaakt (privť-investeerders investeren enkel wanneer daar winst mee gemaakt kan worden), kan hen niet schelen. De privatisering leidt er ook in de ontwikkelde kapitalistische landen toe dat arme mensen steeds minder toegang hebben tot die diensten. De kapitalisten zullen uiteraard niet zomaar toestaan dat de arbeiders die potentieel winstgevende markten uit hun handen rukken, daar zal een serieuze klassenstrijd voor moeten worden gevoerd. Als je dan een klassenstrijd van dat niveau moet voeren, dan is je voorstel geen gemengde economie (Zweden was hiervan lang een voorbeeld, maar ook daar heeft het neoliberale beleid de overheidssector afgebroken) maar een socialistische economie waarin alle sleutelsectoren van de economie beheerd worden door de echte producenten.

Bovendien heb ik het altijd een beetje moeilijk met het begrip "luxe". De vraag is wat luxe is. Is een jaarlijkse vakantie met de kinderen bijvoorbeeld een luxe? Is het bezit van een televisie en een computer een luxe? Een GSM? Een auto? Vandaag is het voor veel mensen niet mogelijk of niet doenbaar (wegens teveel tijdverlies) om met het openbaar vervoer naar het werk te gaan. Als er ook kinderen zijn die naar school moeten worden gebracht, is de auto vaak de meest logische keuze voor mensen - anders raken ze er gewoon niet. In een socialistische samenleving zou het openbaar vervoersnet stevig worden uitgebreid om aan de mobiliteitsbehoeften (voor werk, vrijetijdsbesteding,...) te voldoen. In zo'n geval kan een privť-auto als een luxe worden gezien, vandaag is het vaak noodzakelijk. Wij beschouwen mobiliteitsbehoeften als basisbehoeften om volop te kunnen participeren in de huidige samenleving. Om dezelfde reden is ook telecommunicatie geen "luxe".

We kunnen akkoord gaan als het gaat om peperdure en exclusieve auto's, kledij, juwelen,... Het is absoluut luxe om zich daarvan een ganse collectie bijeen te kopen. Feitelijk kunnen enkel mensen met kapitaal dat. In een klassensamenleving zie je verschillende productielijnen ontstaan: zeer goedkope massaproductie voor de grote hoop van de bevolking en exclusieve productie voor de rijken. Het kwaliteitsverschil is immens. Onder het socialisme zouden we toch ook van de "brol" willen afkomen en enkel goede, kwaliteitsvolle producten afleveren. De meeste mensen willen helemaal geen kast vol exclusieve avondjurken of kostuums, maar velen willen wel een mooie jurk of iets dergelijks voor een speciale gelegenheid. Ik herinner me de naam van de film niet meer, maar een van de films van Ken Loach gaat over een arbeider die geen geld heeft om voor zijn dochtertje een jurk te kopen voor haar communie en er uiteindelijk zelfs voor gaat stelen. Ik kan daarin komen - het is "luxe" als je het moet betalen van de veel te kleine inkomens van vandaag, maar het zou geen luxe mogen zijn. Het zou toegankelijk moeten zijn.

Ik heb er eigenlijk alle vertrouwen in dat de arbeidersklasse na een succesvolle revolutie veel menselijker met die zaken zou kunnen omspringen dan het kapitalisme dat enkel op de winst van enkelen is belust. Ik heb er ook vertrouwen in dat we, eens we de controle over wetenschappelijke en technische ontwikkeling uit de handen van de kapitalisten hebben geslagen, in staat zullen zijn voor iedereen op de wereld een degelijke levensstandaard te produceren, zonder daarmee het milieu de vernieling in te helpen.

Wat is het verschil tussen de LSP en de sp.a: toch beiden linkse partijen volgens mij? En waarom moeten de mensen de LSP verkiezen boven de sp.a?

Heel wat mensen zullen zich wellicht afvragen of LSP de linkse kiezers niet eerder verdeelt dan ze te versterken.
Velen zullen het met ons eens zijn betreffende een aantal kritieken op het door de SPa gevoerde beleid, maar tegelijk zullen ze zich afvragen of een "nuttige stem" voor het minste kwaad op 13 juni niet meer oplevert dan een stem voor LSP.

Voor alle duidelijkheid: LSP bestaat als onafhankelijke partij slechts sinds 1995, eerst als Militant Links (Militant in het Franstalig landsgedeelte) en vanaf 2001 als LSP, Linkse Socialistische Partij (Mouvement pour une Alternative Socialiste langs Franstalige kant).

Voordien waren we de marxistische linkervleugel binnen de SP onder de naam Vonk (nu werkt er nog een klein groepje onder die naam) en vanaf 1992 onder de naam "Militant". Wij waren toen immers van oordeel dat arbeiders (daarmee bedoelen we alle loontrekkenden, zij die van hen afhankelijk zijn en mensen die moeten leven van een vervangingsinkomen) en jongeren, zodra ze in actie komen tegen het besparingsbeleid, zich eerst zouden richten naar hun "traditionele" organisaties. Op syndicaal vlak zijn dat het ABVV en het ACV en op politiek vlak was dat in het verleden de SP, de voorloper van SPa. Dat verklaart bijvoorbeeld waarom LSP en haar voorlopers nooit hebben voorgesteld aan arbeiders om hun lidboekje van ABVV en/of ACV te verscheuren en een nieuwe "revolutionaire" vakbond te stichten, zoals AMADA (nu Partij van de Arbeid) destijds bepleitte.

Uiteraard is LSP niet blind voor het verraad van de vakbondsleidingen, maar in plaats van zich af te scheuren en te isoleren ten opzichte van de twee grote bonden en daarmee van de meerderheid van de syndicaal georganiseerde arbeiders, vinden wij het nuttiger dat strijdbare arbeiders zich verenigen in een linkervleugel die strijdt voor strijdbare en democratische vakbonden.

Destijds was de SP een arbeiderspartij met een leiding die liever aan tafel zat met het patronaat dan met de arbeiders. Hoe ver dat kon gaan, is gemakkelijk te illustreren met enkele historische voorbeelden. Laat ons beginnen met De Man, auteur van "de psychologie van het marxisme" waarin hij als academicus probeert het marxisme te weerleggen. Deze intellectueel, die net als Frank Vanden Broucke enkele jaren studeerde in het buitenland, ontbond op 28 juni 1940 de Belgische Werkliedenpartij en riep de arbeiders op met de nazi's te collaboreren.

Achiel Van Acker, de onbetwiste na-oorlogse BSP-leider, werd Achiel Charbon genoemd door de manier waarop hij de kolenslag had georganiseerd. De kolenslag bevatte de verplichte tewerkstelling van Duitse krijgsgevangenen, een loonstop en een feitelijk stakingsverbod met de dreiging om leger en rijkswacht in te zetten tegen "werkonwilligen".

Na de grote Algemene Staking tegen de Eenheidswet van '60-'61 boekten socialisten en vooral communisten een verkiezingsoverwinning. In ruil voor het behoud van een aantal hoofdstukken van de eenheidswet en verstrengde maatregelen van ordehandhaving verkregen de socialisten sleutelposten in de regering LefŤvre-Spaak o.a. Economische Zaken, Buitenlandse Zaken en Sociale Zaken. Op het zogenaamde "onverenigbaarheidscongres" van december '64 werden de radicalere Mouvement Populaire Wallon en La Gauche uit de partij gezet.

In december '79 ondertekende SP-minister Willy Claes het NAVO-dubbelbesluit dat onder meer de installatie van de Pershing II en de Cruise-misssile op Belgische bodem toestond. In de jaren '80 nam de SP nochtans massaal deel aan de anti-rakettenbetogingen.

Kortom: LSP en haar voorgangers hebben nooit illusies gekoesterd in de burgerlijke leiding van de SPa en haar voorlopers, de BWP, de BSP en de SP.

Toch werkten we lange tijd binnen de SP omdat die partij historisch en inzake sociale samenstelling nog steeds een arbeiderspartij was. De partij was niet ongevoelig voor druk van de basis. Ondanks het verraad van de leiding sloten arbeiders bij de partij aan zodra ze een politiek verlengstuk zochten voor hun sociale strijd. Wij wilden in dat proces aanwezig zijn met een programma dat breekt met de kapitalistische logica om de meest bewuste arbeiders te winnen.

Een dergelijke taktiek heeft vandaag echter geen enkele zin meer. Na 30 jaar besparingsbeleid blijft van de "arbeidersbasis" van de SPa nog weinig overeind. Niet dat er geen arbeiders stemmen op de SPa. Aangezien volgens de Nationale Bank 88% van de bevolking op actieve leeftijd bestaat uit loontrekkenden, werklozen inbegrepen, haalt zowat iedere partij in BelgiŽ en dus ook in Vlaanderen, haar stemmen hoofdzakelijk bij arbeiders.

In het verleden stemden arbeiders echter slechts op ťťn partij met het specifieke argument dat ze arbeiders waren nl. voor de SP - "ik ben arbeider, dus ben ik socialist" - voor andere partijen stemden ze omdat ze christen, nationalist, vrijzinnig of wat dan ook waren. Vandaag is de laag arbeiders die SPa stemmen omdat ze arbeiders zijn, echter flinterdun geworden. Voooral de jongere generaties hebben nooit meer meegemaakt dat de SP of de PS reŽle verbeteringen voor de arbeiders "afdwongen".

De laatste hervorming in het voordeel van de arbeiders dateert al van 1964 met de wet Leburton (een speciaal statuut voor werklozen, invaliden, gehandicapten en wezen). Bovendien verlaten de weinige arbeiders en jongeren de SPa net op het moment dat ze in actie treden, net op het moment dus dat ze zich meer bewust worden van hun positie als arbeider.

De SPa leiding verbergt nu niet meer dat ze dikke vriendjes is met het patronaat. Oud-SP-minister Luc Vanden Bossche is de grote baas bij BIAC, de SP.a kandidaat-burgemeester van Antwerpen is de patroon van de grootste publiciteitsfirma van het land, SP.a voorzitter Stevaert is eigenaar van een cafťketen.

Geen wonder dat Stevaert vindt dat wat goed is voor liberalen, dat ook is voor socialisten. De liefde van de SPa-top voor het patronaat blijft niet onbeantwoord. Bij de patroons staan Vande Lanotte en Vanden Broucke bovenaan in de populariteitspoll. De SP.a is steeds minder een arbeiderspartij en steeds meer de zogenaamde progressieve variant van de dominante burgerlijke partijen, naar het model van de Democratische Partij in de VS.

Zijn SPa en LSP beide "linkse partijen"? "Links" is een subjectief begrip. voor sommigen is zelfs Verhofstadt "links". Links is naar ons oordeel een populaire term om uit te drukken dat men op politiek vlak de kant van arbeid kiest tegen het kapitaal, terwijl rechts net op het tegendeel wijst. In die zin hebben wij het moeilijk om de SPa en ook Groen! vandaag nog "links" te noemen. "Links" in de naam van LSP moet erop wijzen dat we willen breken met de rechtse, pro-patronale politiek van de SPa. Die politiek is naar ons oordeel een rechtstreeks gevolg van de reformistische ideologie die de SPa leiding aannhangt.

In periodes van recessie of economische stagnatie leidt dit onvermijdelijk tot tegenhervormingen die ingaan tegen de belangen van de arbeiders. Vandaag voert de SPa getrouw de politiek uit van het patronaat: de verkoop van gemeenschapsbezit aan privť-kapitalisten, privatisering van overheidsdiensten, liberalisering of opengooien voor de markt van voormalige universele diensten als electriciteitsdistributie e.a. Inzake sociale zekerheid voert de SPa loyaal de door het patronaat gewenste ontmanteling door.

Het schrikbeeld van de baby-boom generatie die binnenkort op pensioen gaat, wordt voortdurend opgeroepen. De sociale zekerheid zou daardoor onbetaalbaar worden. Om dat te vermijden moet volgens de SPa de "sociale fraude" bestreden worden en de activiteitsgraad worden opgedreven. Dat laatste is een mooie uitdrukking die moet verdoezelen dat men de pensioenleeftijd wil optrekken. Het Zilverfonds is eigenlijk niets anders dan een instrument om het wettelijke pensioen op termijn te ondermijnen en op de markt te gooien. Als die baby-boom generatie zo'n probleem is, waarom heeft men dan destijds, toen al die baby-boomers nog bijdragen betaalden, niet de nodige reserves aangelegd in plaats van de overschotten in de sociale zekerheid systematisch af te romen om er woekerinteresten op de overheidsschuld mee te betalen? De SPa wil de "sociale fraude" bestrijden. Kortom, in een periode van snelle toename van de werkloosheid, wanneer het land meer dan een half miljoen officiŽle werklozen telt en het aantal officiŽle armen volgens het kansarmoederapport snel is gestegen tot 14% van de bevolking, wil de SPa de werklozen eens flink aanpakken, alsof die daar allemaal vrijwillig voor kiezen.

Als de SPa de sociale fraude even doortastend aanpakt als de fiscale fraude kunnen de werklozen op beide oren slapen. Helaas, wij vrezen dat de werklozen er minder goedkoop zullen afkomen dan de grote fraudeurs.

Waarom LSP en niet SPa? Na de verkiezingsnederlaag van de SP in '95 lanceerde Louis Tobback de campagne "de SP is nodig". Heel wat linkse intellectuelen hebben die campagne toen onderschreven. Heel wat arbeiders en jongeren hebben daarna SP gestemd om de afbraak van de sociale zekerheid tegen te gaan. Twee jaar na datum namen een aantal van die linkse intellectuelen ontgoocheld afstand van die campagne in een open brief aan de pers.Op 13 juni zal opnieuw het blauw-zwarte doembeeld opgewekt worden om op te roepen voor een nuttige stem. Stevaert heeft nu al aangekondigd dat wie progressief is en niet op SPa stemt, de linkerzijde verdeelt en "wie links verdeelt, stemt conservatief". We weten dus waar we aan toe zijn.

Heel wat linkse intellectuelen en ook arbeiders zullen in de komende maanden toch maar het zekere voor het onzekere nemen. Deze keer zal het echter geen twee jaar duren vooraleer men ontgoocheld zal terugblikken op 13 juni. De plannen van de regering en die van de SPa-top zijn duidelijk: de massale overdracht van middelen van arm naar rijk zal niet enkel doorgezet, maar nog versneld worden.

Het is een illusie dat men de besparingen verzacht door vandaag SPa te stemmen. Integendeel: het patronaat weet heel goed dat met de SPa in de regering het ABVV en vooral het FGTB veel beter in de pas gedwongen kan worden. De SPa zal dezelfde politiek voeren als haar Duitse sociaal-democratische collega SchrŲder die probeert het zwaarste saneringsplan uit de Duitse geschiedenis door te voeren, onder meer door de pensioenleeftijd op te trekken tot 70 jaar.

De LSP wil hiertegen een tegenkracht opbouwen. Er is nood aan een echte, linkse oppositie, die zich verzet tegen de uitverkoop van gemeenschapsmiddelen, tegen ondermijning van de arbeidscontracten, tegen de verdere afbouw van de sociale huurmarkt etc... Is het programma van LSP betaalbaar? Met het enorme vermogen van BelgiŽ (1000 miljard euro), een fiscale fraude die door de senaat geschat wordt op 15 miljard euro, een woekerrente van 15 miljard euro op de overheidsschuld en een jaarlijkse gezamenlijke bedrijfswinst van 25 miljard euro is ieder programma betaalbaar. De vraag die we ons moeten stellen, luidt: bestaat de politieke wil daartoe? Het is duidelijk dat het patronaat de werkende bevolking de broeksriem zo strak mogelijk wil aanspannen. Daaraan toegeven in de hoop dat het later wel zal beteren, leidt tot bittere ontgoocheling. LSP wil proberen een krachtsverhouding op te bouwen die het mogelijk maakt te breken met de kapitalistische waanzin. Wij staan voor een democratisch socialistisch systeem waarin volkeren zich op vrijwillige basis aaneensluiten en iedere vorm van uitbuiting en onderdrukking bestreden wordt.

Hoe zie jij de perfecte staat?
In een volledig ontwikkeld socialisme zien wij een systeem waarin iedereen aan de samenleving bijdraagt naar mogelijkheid (kinderen, gehandicapten, zieken, ouderen,... kunnen bijvoorbeeld niet op dezelfde manier bijdragen als volledig gezonde volwassenen; mensen met een wiskundeknobbel doen dat anders dan mensen die graag buiten werken en daar een fysiek zware job doen;...) en krijgt naar behoefte (opnieuw dus: zieken kunnen bijvoorbeeld behoefte hebben aan een groter deel van de gezamenlijk geproduceerde rijkdom omdat ze medicijnen, rolstoel, operaties,... nodig hebben). Onder het kapitalisme is het zo dat wie dure en lange studies betalen kan, later ook het meeste kans heeft op een goed betaalde job met groot aanzien in de samenleving te krijgen. Wie dan niet kan, is vaak veroordeeld tot vuil werk dat laagbetaald is, gevaarlijk soms, en een lage status heeft. In een arbeidersstaat is er geen reden om aan te nemen dat een dokter op zich meer waard zou zijn dan bijvoorbeeld een vuilnisophaler: zonder vuilnisophalers zit je in onze steden meteen met epidemieŽn, over hoeveel dokters je ook beschikt. In een overgangsperiode zouden we in onze visie de loonspanne zoveel mogelijk moeten beperken tot de samenleving in staat is het bovende te verwezenlijken: van iedereen werk naar mogelijkheid, voor iedereen een deel van de productie naar behoefte.

Nationalisme is moord" is ťťn van de vele simplistische slogans waarmee extreem-links graag uitpakt. Dat wil zeggen: iedere Vlaams-nationalist is een nazi, en Vlaamse onafhankelijk kan en mag niet. Maar onafhankelijkheid en nationalisme van en voor linkse Basken, Koerden, ... dat kan wel allemaal. Vanwaar die hypocriete houding?
Hier mijn opvatting over nationalisme. Je zult zien dat wij inderdaad niet achter een slogan als "nationalisme is moord" staan, maar dat ons standpunt genuanceerd is en vooral concreet: het ene nationalisme is het andere niet. Nationalisme is dikwijls een tegenstrijdig fenomeen. Als marxisten zijn we tegen elke vorm van onderdrukking van etnische minderheden. Zo hebben we in de jaren '90 de onderdrukking door Milosevic en het Servische nationalisme van de Kosovaarse bevolking bestreden. De LSP is, net als Lenin, voor het recht op zelfbeschikking van naties.

Dit is echter een recht - geen plicht, zoals voor burgerlijke nationalisten (die de arbeiderklasse willen verdelen) - en geldt in de eerste plaats als er sprake is van reŽle onderdrukking. Een voorwaarde hiervoor is ook dat de meerderheid van de arbeidersklasse van een onderdrukte natie achter de eis van zelfbeschikking staat. We voegen er echter wel aan toe dat onafhankelijkheid op kapitalistische basis geen oplossing is: de meerderheid van de bevolking zou blijven lijden onder de kapitalistische crisis en achteruitgang van de levensstandaard.

Om een concreet voorbeeld te geven: IsraŽl-Palestina. LSP verdedigt het recht van de Palestijnse bevolking op een eigen staat, wat duidelijk de wil is van de meerderheid van de Palestijnse arbeiders en arme boeren. We voegen er echter onmiddellijk aan toe dat - op kapitalistische basis - de bevolking zou blijven leven onder het corrupte gezag van de Palestijnse Autoriteit, waarvan het machtsmisbruik en de zakkenvullerij van de leiding in vele rapporten is bewezen. Recent nog kondigden honderden jongeren van Fatah - een belangrijke fractie binnen de PLO - aan dat ze eruit zouden stappen, omwille van het gebrek aan interne democratie. We roepen dus op voor een onafhankelijk socialistisch Palestina, naast een socialistisch IsraŽl, met Jeruzalem als gedeelde hoofdstad.

Dit was ook de manier waarop Lenin de onderdrukte volkeren van tsaristisch Rusland wist te winnen voor een vrijwillige federatie van sovjetstaten. De erkenning van het recht op zelfbeschikking is een toegeving aan het bewustzijn van de arbeiders van een onderdrukte natie, om met hen de band niet te verliezen, en hen uiteindelijk te winnen voor een vrijwillig aaneensluiten in een socialistische federatie.

Nog een concreet voorbeeld: voor de Servische arbeiders was het cruciaal om zich te onderscheiden van de onderdrukkende politiek tegenover de Kosovaarse arbeiders vanwege hun eigen nationale burgerij (Milosevic). Als ze het recht op zelfbeschikking van de Kosovaarse arbeidersklasse (de meerderheid van de bevolking) niet zouden respecteren, zou dit de eenheid van de arbeidersklasse in de regio enorme schade toebrengen. Jammer genoeg was er langs Servische zijde geen belangrijke arbeiderspartij die dit standpunt naar voor bracht. Dit toont aan hoe, in een situatie van onderdrukking, het verdedigen van het recht op zelfbeschikking (tot en met het recht om een eigen staat op te richten), maar ook van de culturele en taalrechten van een minderheid cruciaal is net om de eenheid van de arbeiders te behouden.

Marxisten zijn in principe voorstander van assimilatie, maar dan niet in de heersende burgerlijke cultuur, maar - op vrijwillige basis - in de cultuur van de arbeiderklasse van een bepaald land. Dat arbeiders met een verschillende afkomst dezelfde taal kennen en spreken is een belangrijke stap vooruit in de strijd tegen hun gemeenschappelijke tegenstrever: het patronaat. Maar er mag nooit ook maar ťťn element van dwang aanwezig zijn bij de assimilatie in de cultuur van de grotere arbeidersgroep. Bovendien hebben arbeiders van een minderheidsgroep, in BelgiŽ bijvoorbeeld de Turkse of Marokkaanse arbeiders, wel het recht om hun cultuur te behouden - de burgerlijke elementen in die cultuur zullen marxisten echter bestrijden ten voordele van de arbeiderselementen in een cultuur.

Wij hebben als Belgische werkenden of werklozen veel meer gemeen met Poolse, Turkse, Argenstijnse of Nigeriaanse werkenden of werklozen dan met Andrť Leysen of een andere Vlaamse grootkapitalist (omgekeerd geldt hetzelfde, natuurlijk).

Om naar het concrete geval van "Vlaamse onafhankelijkheid" te gaan. Ook hier gaat de LSP uit van de eenheid van de arbeiders, Vlamingen, Walen en Brusselaars. Op dit moment bestaat er geen reŽle culturele onderdrukking van de meeste Vlaamse of Waalse arbeiders in dit land. Voor Vlaamse arbeiders in Brussel verdedigen wij echter wel het culturele recht om in de eigen taal bij de administratie te woord gestaan te worden - ook al is het er maar ťťn die dit in een bepaalde gemeente vraagt. Elk element van achterstelling, van discriminatie van arbeiders omwille van hun taal of herkomst moet worden bestreden.

Wat kan dan de basis zijn voor "Vlaamse onafhankelijkheid"? De wil van kleinburgerlijke parvenus om zich in te beelden dat ze dan zelf rijker zouden zijn? Het zou in ieder geval nadelig zijn voor zowel Vlaamse als Waalse loontrekkenden: de Belgische arbeidersklasse zou in haar strijd tegen de afbraak van de sociale zekerheid worden verdeeld - alleen het patronaat zou er wel bij varen.

In het theoretische geval dat een meerderheid van de Vlaamse arbeiders BelgiŽ en de sociale zekerheid zou willen splitsen, zouden we dit geen stap vooruit vinden. We zouden dit ook publiek zeggen. Het zou onze strijd tegen het patronaat verzwakken, we zouden zeggen dat dit een grote fout is. Maar het recht op zelfbeschikking - om in dit geval door een slechte ervaring te gaan - zou nog altijd gelden. Dit was ook zo voor de Kroatische arbeiders toen zij zich (begin jaren '90) blijkbaar in meerderheid achter hun eigen burgerlijke nationalisten schaarden - hun levensstandaard is er op kapitalistische basis niet op vooruitgegaan. Ze hebben flink hun broek aan dat nationalistische avontuur gescheurd.

Anderzijds zijn wij ook voor het recht op zelfbeschikking in een meer positief scenario: bijvoorbeeld als de klassenstrijd in BelgiŽ sneller in Vlaanderen dan in WalloniŽ een opgang kent (of omgekeerd) en de meerderheid van de Vlaamse bevolking voor een socialistisch Vlaanderen ijvert: een Vlaamse arbeidersstaat gebaseerd op democratisch verkozen raden in de bedrijven, wijken, scholen en universiteiten. Natuurlijk zou de LSP dan voor een onafhankelijk SOCIALISTISCH Vlaanderen opkomen. We zouden zelfs in de voorste rangen staan. Omgekeerd geldt dit ook. Als in WalloniŽ de klassenstrijd een sneller verloop kent, zoals met de staking in '60-'61, en de meerderheid van de arbeiders klaar is om de macht te grijpen, dan zullen we hen daarin aanmoedigen en de oprichting van een Waalse arbeidersregering zien als een opstap naar een socialistische federatie met een - hopelijk snel volgende - Vlaamse arbeidersstaat. Dit alles in het kader van de strijd voor een socialistisch Europa en een socialistische wereld.

Wat is uw persoonlijke mening over Vlaanderen en de Vlamingen? Graag had ik een algemeen antwoord maar spreek u gerust ook uit over Vlaamse onafhankelijkheid en al wat daarrond hangt.
LSP laat zich niet vangen aan enige vorm van communautair opbod. Wij zijn voor het respecteren van het zelfbeschikkingsrecht van Vlamingen, Walen en Brusselaars zonder in de val te trappen van diegenen die de arbeiders door communautair opbod willen verzwakken (cfr. splitsing sociale zekerheid).

Hoe tolerant en democratisch is de LSP en het trotskisme/communisme in het algemeen? Aangezien zowel solidarisme als kapitalisme mateloos gecriminaliseerd wordt -door woord en daad van jullie-, mogen we ons toch wel afvragen in hoeverre de LSP respect heeft voor de mening van de andere, als deze afwijkt van de zijne. Indien ik mij vergis, waar uit blijkt dat respect dan?
"Mateloos gecriminaliseerd"? Solidarisme is een hoeksteen van het fascistisch denken, van een bloed en bodem ideologie. Volgens het solidarisme moeten de arbeiders van een welbepaalde regio zich aaneensluiten met het patronaat van die regio (hun bazen en uitbuiters, degenen die hen onderdrukken als ze tegen die uitbuiting in actie komen) om zo de nationale staat uit te bouwen en die te stellen tegenover andere staten. Maar die arbeiders en dat patronaat hebben niets gemeen, behalve de regio waar ze wonen. En dan nog, wat hebben de chique villawijken in bijvoorbeeld Knokke Zoute gemeen met bijvoorbeeld de Brugse Poort in Gent? De arbeiders en het patronaat leven veel meer in verschillende werelden dat de arbeiders van verschillende landen. En bovenal, waar de belangen van de arbeiders van verschillende landen in essentie gelijklopend zijn (een groter aandeel van de door hen geproduceerde rijkdom in handen krijgen - een strijd die ze voeren met hun eigen nationale burgerij), zijn de belangen van arbeiders en patronaat van ťťn land onmiddellijk tegengesteld. Het kapitalisme is een systeem dat leeft op uitbuiting van de arbeidskracht en is dus essentieel een systeem van winnaars en verliezers. Het solidarisme probeert het voor te stellen alsof het mogelijk zou zijn enkel winnaars te hebben, maar geen uitbuiters zonder uitgebuitenen, geen onderdrukking zonder onderdrukten. We hoeven het solidarisme niet te "criminaliseren", dat hebben de fascistische regimes uit het verleden reeds gedaan.

En "criminaliseren" we het kapitalisme? Het stalinisme is op enkele minieme stuiptrekkingen nagenoeg dood - daarover zijn we het toch eens? Wie is dan verantwoordelijk voor de enorme daling van de levensstandaard in de voormalige stalinistische landen? Voor het feit dat steeds meer vrouwen en kinderen uit die regio's in de prostitutie belanden? Vandaag is er voor de ellende in de wereld slechts ťťn systeem aan te duiden, namelijk het kapitalisme. Het is de werking van het kapitalisme 2,8 miljard mensen veroordeelt tot het leven in armoede (met een inkomen van 2$ of minder per dag). Wij hoeven dit systeem niet te criminaliseren. De antiglobaliseringsbeweging is ontstaan uit die feiten die open en bloot geanalyseerd kunnen worden. De strijd van de massa's in Latijns Amerika toont de criminele realiteit van het kapitalisme dagdagelijks aan. Je moet de feiten natuurlijk ook nog willen zien...

Hoe staat de LSP tegenover de kiesdrempel waarop zij misschien gaan stranden? Een noodzakelijk kwaad of afschaffen die handel?
Wij zullen niet stranden op de kiesdrempel - we zullen er zelfs niet in de buurt komen! Onze deelname aan de verkiezingen is niet zozeer vanuit electoraal perspectief: wij nemen deel om met een grote groep mensen over socialistische ideeŽn te kunnen praten en onze strijdbeweging uit te bouwen. In andere landen is radicaal links sterker ingeplant en gaat de strijd wel om het halen van een verkozene. Echter niet omdat we denken dat een geÔsoleerde verkozene van de arbeidersbeweging een groot verschil zou maken voor wat betreft de beslissingen die in dat parlement genomen worden, maar omdat het enorme kansen biedt aan strijdbewegingen een publiek en nationaal karakter te geven en die bewegingen verder uit te bouwen. In ieder geval gelden in verschillende Europese landen verschillende kiessystemen en het Britse meerderheidssysteem heeft de verkiezing van Dave Nellist (van onze zusterorganisatie in Groot-BrittanniŽ, de Socialist Party) niet tegengehouden.

Maar los daarvan is de kieshervorming een ondemocratische maatregel. De kiesdrempel maakt het nieuwe partijen moeilijker om verkozenen te winnen en speelt in het voordeel van de grote partijen. Wat echter nog veel ondemocratischer is, is de vergroting van de kiesdistricten. Zo worden de verkiezingen een populariteitspeiling voor enkele bekende gezichten en wordt het nieuwe partijen opgelegd zich in een volledige provincie uit te bouwen vooraleer ze een verkozene kunnen krijgen, hoewel ze bijvoorbeeld in een bepaalde stad zeer sterk kunnen staan. Dat speelt in het voordeel van de grote partijen, die van de belastingbetaler (u en ik) massa's geld ter beschikking krijgen om ons te overdonderen met goed uitgekiende maar meestal nietszeggende verkiezingsfolders, -affiches,...

Hoe het met de kieswetgeving ook is gesteld, radicaal links zal een bredere basis in de samenleving moeten uitbouwen om vertegenwoordigd te kunnen worden in de politieke instellingen. De komende periode zal daar nieuwe mogelijkheden voor creŽren. De paarse regering kan haar algemene besparingsplannen niet blijven uitstellen, na de zomer ligt ons waarschijnlijk een Globaal Plan te wachten met een verdere fundamentele afbraak van de sociale zekerheid en de openbare diensten. De arbeidersklasse zal daartegen reageren en in die strijd zal het bewustzijn ook toenemen. LSP zal in die strijd zeker niet ontbreken om er.

Hoe dicht staat de LSP bij zijn leden?
LSP organiseert wekelijkse afdelingsvergadering waarop telkens een politieke discussie gehouden wordt. Iemand bereidt een inleiding voor van een half uurtje (soms iets langer) waarna over dit thema gediscussieerd wordt door de aanwezige leden en sympathisanten. Dergelijke afdelingsvergaderingen zijn essentieel in het uitbouwen van een partij, een echte partij in plaats van een kiesmachine zoals vele traditionele partijen.

Voor LSP is een partij een vereniging van leden die gezamenlijk een politiek project uitwerken en uitvoeren op basis van een gezamenlijk perspectief. Ieders bijdrage is dan ook belangrijk en er wordt niet gewerkt met reclame-bureau's die de inhoudelijke posities en/of de campagnes bepalen en/of uitvoeren.

Samengesteld door Thomas Heynderickx

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons