Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

Interview met Patricia Ceysens: Op de bres voor thuis- en telewerken

Vorig jaar kwam Vlaams parlementslid Patricia Ceysens in de belangstelling met de toepassing van thuiswerken tijdens de laatste weken voor de bevalling van haar derde kindje. Daarbij kon ze via een webcam en een personal computer haar parlementaire werkzaamheden voortzetten. Dit systeem verliep uitstekend en tot ieders tevredenheid. Sindsdien is haar interesse voor systemen van thuis- en telewerken nog toegenomen en werpt ze zich op als een vurig verdedigster ervan. Thuis- en telewerken staat in Vlaanderen nog in de kinderschoenen. Wij vroegen Patricia Ceysens naar de mogelijkheden, de voor- en de nadelen ervan.
Lees nu...

Vorig jaar kwam Vlaams parlementslid Patricia Ceysens in de belangstelling met de toepassing van thuiswerken tijdens de laatste weken voor de bevalling van haar derde kindje. Daarbij kon ze via een webcam en een personal computer haar parlementaire werkzaamheden voortzetten. Dit systeem verliep uitstekend en tot ieders tevredenheid. Sindsdien is haar interesse voor systemen van thuis- en telewerken nog toegenomen en werpt ze zich op als een vurig verdedigster ervan. Thuis- en telewerken staat in Vlaanderen nog in de kinderschoenen. Liberales vroeg Patricia Ceysens naar de mogelijkheden, de voor- en de nadelen ervan.

Hoe ben je voordien in aanraking gekomen met het systeem van thuiswerken?
Tijdens de legislatuur 1995-1999 richtte ik samen met andere jonge parlementsleden de Digitale Coalitie op. Daarin bekeken we de mogelijkheden van de informatiesnelweg op alle domeinen. Op arbeidsvlak vond ik toen al dat telewerken gigantische mogelijkheden zou bieden. In mijn tekst 'liberaal gezin(d)' koos ik vanuit gezinsstandpunt resoluut voor telewerken. Het was echter tijdens mijn derde zwangerschap omwille van mijn fysieke beperkingen dat ik zelf koos voor een experiment tele-thuiswerk. Wat een verademing! Ik moest de energie die ik nog had op het einde van mijn zwangerschap niet in vermoeiende en stresserende verplaatsingen steken maar kon die tot de laatste dag aanwenden voor inhoudelijk werk.

Was het opzetten van zo een systeem van thuis- en telewerken een ingewikkelde en dure operatie?
Dat viel best mee. Ik beschikte thuis reeds langer over een personal computer, een modem, en een telefoon- en internetaansluiting. Er moest alleen nog een webcamera en koptelefoon geÔnstalleerd worden. Die kostte nog geen honderd euro. In het Vlaams Parlement was ook al een groot deel van de nodige infrastructuur aanwezig. Eťn commissiezaal werd nog wat beter uitgerust met extra-kabels en een webcamera. Ik heb niet veel gemerkt van de technische ingewikkeldheid van de hele operatie. Het Vlaams Parlement heeft een zeer goede dienst informatica. Die mensen hebben het hele systeem technisch rond gekregen. Voor mij was het zeer gebruiksvriendelijk. Men belde me 's morgens op om te zeggen op welk nummer ik moest inbellen en dan ging alles van start. Het beeld was prima, alleen de geluidskwaliteit was nogal wisselend.

Wat is eigenlijk het verschil tussen thuis- en telewerken? Betekent dit dat men elke dag thuis blijft?
Laat me eerst zeggen dat telewerken niet hetzelfde is als thuiswerken, en dat er tal van vormen van telewerken bestaan. Een echte thuiswerker werkt letterlijk bij hem thuis. Telewerkers kunnen dit doen vanuit een andere plek dan de centrale hoofdplaats. Soms gaan ze daarvoor naar een satellietkantoor waar ze met hun pc inloggen op een centraal computersysteem en van daaruit werken. Telewerken betekent ook niet dat men alle dagen weg blijft van de centrale hoofdplaats. Sommige telewerkers doen dit maar ťťn dag per week, andere dan weer twee tot vijf dagen. Daar bestaan heel wat verschillen in. Eigenlijk is het een vorm van werken op maat van de werkgever of de specifieke opdracht die men moet vervullen. Als men daarvoor ťťn dag of meerdere dagen op een satellietkantoor kan werken hangt af van zijn persoonlijke situatie en afspraak met zijn werkgever.

Hoeveel mensen komen in aanmerking voor thuis- en telewerk? Hoeveel thuis- en telewerkers zijn er momenteel?
Volgens de studie van 'Empirica' telewerken er in BelgiŽ 10,6% werknemers. Dit betekent dat er zowat 150.000 werknemers zijn die telewerken in BelgiŽ. Dit wordt ook bevestigd door de studie van Alcatel/InSites-studie van eind 2001. Een opmerking hierbij is dat dit cijfer gaat over 'tele-werken'. Wat dit cijfer nu precies is voor het 'tele-thuiswerken' weet men (nog) niet. De studie van Alcatel/InSides raamt het totaal aantal potentiŽle telewerkers op 1.500.000. Volgens de 'ArbeidskrachtenenquÍte 2001' van het NIS heeft BelgiŽ in totaal 3.875.331 personen met een betrekking waarvan 3.352.576 nooit, 218.540 soms, 93.340 gewoonlijk en 210.875 altijd thuis werken. Wie er nu precies onder thuiswerkers worden verstaan, is mij niet bekend.

Zijn thuis- en telewerkers even productief als werknemers die elke dag nar hun centrale werkplek gaan?
Tele-thuiswerkers zijn gemiddeld 10% productiever. Deze productiviteitsstijging komt omdat je ongestoord, beter geconcentreerd en rustiger dossiers kan afwerken zonder dat collega's om de haverklap in je kantoor binnenvallen. Je krijgt meer gedaan in minder tijd. Misschien voel je intuÔtief aan dat de fysieke verwijdering je kwetsbaar maakt en compenseer je dat door productiviteit. Misschien levert de efficiŽntie zoveel tijdswinst op dat je gerust nog wat tijd hebt om in je werk te investeren.

Ik veronderstel dat er ook voordelen zijn inzake mobiliteit.
Inderdaad. Tal van studies wijzen op de positieve effecten van tele-thuiswerk op het autoverkeer en het mobiliteitsgebeuren. Opmerkelijk is dat al deze studies niet alleen rekening houden met een gevoelige vermindering van het woon-werkverkeer maar ook met een behoorlijke toename van nieuwe verplaatsingen voor vrijetijd. Er is zelfs een grote eensgezindheid over het feit dat het fileprobleem in de spitsuren als sneeuw voor de zon zou kunnen verdwijnen. In Nederland spreekt men dan ook over een file-verdunningsplan door telewerken. De in BelgiŽ uitgevoerde studies houden het bij een reductie van 10% in de spitsuren. De vrees leeft ook bij ons dat de vrijgekomen tijd dankzij tele-thuiswerken zal worden gebruikt voor vrijetijd met tal van uitstapjes en verplaatsingen. Een aantal trendwatchers hebben het nu al over de vrijetijdsamenleving. Maar in elk geval zou het verkeer gebeuren op een meer gespreide manier, zowel geografisch als in de tijd.

Maar wat kan het effect concreet zijn?
Jammer genoeg hebben we geen gedetailleerde studie over wat telewerken in ons land en voor Vlaanderen op het vlak van mobiliteit zou betekenen. Voor Brussel beschikken we daar wel over. De studie Telewerken, een nieuw perspectief van Vivian Illegems en Alain Verbeke die de situatie in Brussel nauwkeurig analyseerde, toont aan dat die effecten enorm zouden meevallen. Alleen voor Brussel komt men tot een jaarlijkse besparing tussen 8,6 en 18,7 miljard BF inzake externe kosten verbonden aan verkeerscongestie, atmosferische vervuiling, geluidshinder en verkeersongevallen.

En wat zouden effecten zijn voor het milieu?
Elke winst op het vlak van de mobiliteit en het wegwerken van files laat zich gevoelen in belangrijke ecologische voordelen zowel op het vlak van pollutie, geluidshinder als energieverbruik. Concrete becijfering hierover bestaat nog niet.

Wat zijn de ervaringen van de telewerkers zelf?
Ik heb contacten gehad met verscheidene ondernemingen zoals Alcatel Bell Antwerpen, IBM-Brussel, Kind en Gezin Brussel, de Vlaamse administratie in Brussel, KBC-Bank en Verzekeringen en telkens kwam naar voor dat tele-thuiswerkers erg positief waren over de mogelijkheid tot het werken van thuis uit. Ik heb het gevoel dat steeds meer bedrijven, zowel profit als non-profit, proefprojecten tot tele-thuiswerken lanceren, hetgeen in mijn ogen een evolutie in de goede richting is. Telewerkers appreciŽren vooral de grote verantwoordelijkheid die ze ingevolge thuis- en telewerken krijgen. Ze kunnen hun werk verrichten op momenten dat ze het zelf willen. Bijvoorbeeld vroeg in de ochtend of later op de avond. Of er eens een dag tussenuit gaan en dan in het weekend doorwerken. Maar het belangrijkste pluspunt is wel dat ze niet langer door regen en wind naar het werk moeten gaan met auto of openbaar vervoer. Wie thuis- of telewerkt kent weinig of geen stress ingevolge de ochtend- en avondspits. Dat is een belangrijke tijdswinst die ze dan kunnen besteden aan hun eigen gezin en hobby's.

Toch hebben heel wat bedrijfsleiders bezwaren. Wat zijn hun argumenten?
Het verlies van controle blijkt voor de werkgevers de voornaamste reden te zijn om tele-thuiswerken niet in te voeren. Vertrouwen is dus toch wel een sleutelbegrip bij tele-thuiswerken. Daarom zal de werkgever altijd een stok achter de deur willen houden wanneer zijn vertrouwen geschaad wordt. Vandaar het belang van de vrijwilligheid, ook voor de werkgever. Net zoals het voor de werknemers dus geen verplichting mag worden zal het ook voor de werkgevers geen verplichting mogen worden. Anders gezegd tele-thuiswerken kan wellicht geen recht van de werknemer worden. Belangrijk om dat vertrouwen te kunnen behouden is dat je als tele-thuiswerker meetbare en concrete resultaten kan voorleggen. Dat vraagt dus om meetbare opdrachten. Een bureaucratische of sterk hiŽrarchisch gestructureerde organisatie waar de prikklok weelderig tiert is dus niet meteen geschikt voor het invoeren van tele-thuiswerken. Een bureaucratie werkt immers met meetbare input in plaats van output. Een sterke hiŽrarchie plaatst controle en niet vertrouwen centraal. Tele-thuiswerken kan wel een prima aanleiding zijn om verouderde werkprocessen in een organisatie te herstructureren.

Er zijn dus blijkbaar wel wat voordelen voor de werkgevers?
In ruil voor die modernisering krijg je als werkgever immers heel wat terug: minder absenteÔsme, een verhoogde produktiviteit en een meer flexibele organisatie. De werkgever kan daarnaast ook heel wat kosten besparen. Denk maar aan kantoor- en vervoerskosten. De kantoorruimte kan efficiŽnter benut worden. Dat bewijzen de projecten rond 'plaats en tijd onafhankelijk werken'. Het tele-thuiswerken maakt van een bedrijf een aantrekkelijke, moderne organisatie met een transparant, innovatief en milieuvriendelijk imago. Medewerkers in zo'n organisatie zijn doorgaans beter gemotiveerd en hebben een hogere arbeidstevredenheid. Een telewerkorganisatie kan makkelijker personeel recruteren en goed personeel langer houden. Wanneer een werknemer om de ťťn of andere reden verhuist, betekent dit niet automatisch het einde van de samenwerking.

Zal thuis- en telewerk niet leiden tot minder sociale contacten?
Toen ik me omwille van de nakende bevalling en daarna de gehechtheid aan de pas geboren baby helemaal niet meer naar Brussel begaf, raakte ik uiteraard wat vervreemd van de informele professionele contacten in het parlement en het partijhoofdkwartier. Van isolering zou ik niet durven spreken want via de webcamera had ik wel contact met de collega's. Ik verlegde mijn sociale contacten ook van de contacten met de mensen in en rond het parlement in Brussel naar de mensen uit mijn omgeving in leuven. Ik pleit graag voor een gezonde mix tussen vergaderingen en werken op kantoor en via het web. Het is echter ook sterk persoonsgebonden of men het tele-thuiswerken als een 'isolement' ervaart of niet. Maar de thuis- en telewerkers waar ik mee sprak waren heel positief. De tijd die ze uitspaarden met de dagelijkse verplaatsingen gebruiken ze nu voor meer contacten met hun kinderen, buren en ouders. En nogmaals, veel telewerkers blijven maar ťťn of enkele dagen weg van het hoofdkantoor. Zij behouden hun professionele contatcten maar doen nieuwe sociale contacten op op dagen dat ze geen tijd moeten verliezen in de file.

Is thuis- en telewerk verzoenbaar met een normaal gezinsleven?
Ik vind dat men dankzij het tele-thuiswerken juist beter in staat is om de combinatie tussen werk en gezin te maken. Dit heb ik zelf kunnen ervaren. Laat me een voorbeeld geven. Wanneer een vergadering om 17.45 uur gedaan is, zit ik dankzij het tele-vergaderen om 18.00 uur met de kinderen aan tafel. Zonder netmeeting sta ik meestal tot 19.00 uur in de file en liggen de kleinsten in bed als ik thuiskom. Dat spitsuur in de file is precies het spitsuur in het gezin. Avondeten, de kindjes wassen, hun pyjama's aan doen, een verhaaltje voorlezen, een dikke knuffel geven en de bedsprei toedekken. Het moet met kleine kinderen allemaal in die tijdsblok tussen 17.00 en 19.00 uur gebeuren. En dat geldt evenzo voor de ochtenden. Samen opstaan en ontbijten tussen 07.00 en 08.00 uur geeft kinderen en ouders nochtans een heerlijke start. Een moment om te koesteren. Net voor iedereen aan de slag gaat. Door de dagelijkse tijdswinst van om en bij de drie uur kreeg ik er naast een hechte band met de kinderen nog heel wat bovenop: sociale contacten aan de schoolpoort, een babbel met de buren, eens langs gaan bij een zieke kennis, tijd voor de mensen in Leuven.

Hoe kan men thuis- en telewerken aanmoedigen?
Op Vlaams vlak kan men thuis- en telewerken aanmoedigen via promotiecampagnes, het gratis verlenen van een adsl-aansluiting bij de werknemer thuis, en informatiecampagnes naar het voorbeeld van de campagne over de vermindering van het Vlaams registratierecht. De Vlaamse overheid, maar ook de federale, moeten zelf het goede voorbeeld geven door proefprojecten hieromtrent op te starten. Denk maar aan het project Proeftuin telethuiswerken binnen het Algemeen Secretariaat van het Vlaams Parlement. Ze kunnen ook ondersteuning verschaffen aan zelfstandige thuiswerkers via het oprichten van een soort 'helpdesk-onderneming' waar mensen praktische uitleg, eventuele opleiding, en assistentie krijgen in het papierwerk. De federale overheid zou de fiscale aftrekbaarheid kunnen verbeteren. Zo voorziet de programmawet van december 2002 een tussenkomst in de aankoop van een PC, perifere appparatuur, internetaansluiting, abonnement. Deze tussenkomst bedraagt maximaal 60% van de aankoopprijs (excl. BTW), is aftrekbaar voor de werkgever en belastingvrij voor de werknemer mits aan bepaalde voorwaarden voldaan wordt en dit tot een maximumbedrag van Ä 1 250.

Hoe is de situatie in het buitenland?
Er bestaat alvast een groot verschil tussen Europa en de Verenigde Staten. In Europa is Nederland koploper met 26,4% telewerkers als men alle vormen van mobiel telewerk meerekent. Na Nederland volgen Finland en Zwitserland met 21,8%, Denemarken met 21,5%, en Zweden met 18,7%. In BelgiŽ staan we op 10,6%, ItaliŽ op 9,5%, Frankrijk op 6,3%, Luxemburg op 5,6%, Spanje op 4,9% en Portugal als laatste op 3,4%. In Europa zijn er gemiddeld 13% telewerkers. In 2002 waren er volgens SIBIS 21 miljoen telewerkers. Maar dat is nog altijd veel minder dan in de Verenigde Staten. Volgens SIBIS zijn er daar 24,6% telewerkers. Dus bijna ťťn vierde van de werkende bevolking. We hebben in Vlaanderen en BelgiŽ dus nog een grote achterstand in te halen.

Dirk Verhofstadt

Overgenomen van Liberales, met toestemming van de uitgever.

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons