Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

Interview met Rik Coolsaet: het oude Europa heeft gelijk

Professor Rik Coolsaet doceert aan de Universiteit Gent een aantal vakken inzake buitenlandse politiek, met name de geschiedenis van de internationale betrekkingen vanaf het begin van de negentiende eeuw tot en met wat de dag van morgen brengen kan. Van 1988 tot 1995 werkte hij op de kabinetten van de ministers van defensie en buitenlandse zaken. Sedert eind 2002 is hij ook directeur bij het Koninklijk Instituut voor Internationale Betrekkingen in Brussel, waar hij het departement Veiligheid & Global Governance mag leiden. Hij schrijft regelmatig columns voor het weekblad Knack en beschikt nog altijd over een grote autoriteit inzake buitenlandse betrekkingen. Wij hadden een interview met Rik Coolsaet.
Lees nu...

Professor Rik Coolsaet doceert aan de Universiteit Gent een aantal vakken inzake buitenlandse politiek, met name de geschiedenis van de internationale betrekkingen vanaf het begin van de negentiende eeuw tot en met wat de dag van morgen brengen kan. Van 1988 tot 1995 werkte hij op de kabinetten van de ministers van defensie en buitenlandse zaken. Sedert eind 2002 is hij ook directeur bij het Koninklijk Instituut voor Internationale Betrekkingen in Brussel, waar hij het departement Veiligheid & Global Governance mag leiden. Hij schrijft regelmatig columns voor het weekblad Knack en beschikt nog altijd over een grote autoriteit inzake buitenlandse betrekkingen. Wij hadden een interview met Rik Coolsaet.


Ik herinner mij dat u in één van uw lessen eens zei dat de Amerikaanse wereldorde onstabiel is. Wie zou dan volgens u de nieuwe uitdager kunnen zijn? China misschien?

Wanneer je vraagt wie de nieuwe uitdager is redeneer je alleen in termen van militaire macht, maar het is niet alleen dat. Wanneer ik zeg dat die onstabiel is dan bedoel ik dat er ook een hele reeks niet-militaire elementen zijn waar de Verenigde Staten over onvoldoende macht beschikken om alleen te handelen en waarvan zij ook niet bereid zijn om zich te engageren en te ondersteunen. Ik denk bijvoorbeeld aan de hele problematiek van leefmilieu versus ontwikkeling. Dat is een heel belangrijk dossier - terzake mag een internationale instelling dat gaan versterken om dat te beheren - maar de Verenigde Staten in de huidige omstandigheden zijn daar niet in geïnteresseerd. Ik geef nog een voorbeeld: het uiteengroeien van de rijkste en de armste mensen ter wereld. Op een bepaald moment wordt dat verschil dermate groot - en dat is ook dermate groot geworden - dat het riskeert om net zoals in de jaren ’30 in hun gezicht uiteen te spatten. Dus je hebt een aantal transnationale dossiers die moeten beheerd worden en waarvoor in de Verenigde Staten momenteel geen belangstelling is maar die op termijn nochtans heel belangrijk zijn voor de legitimiteit en stabiliteit van deze wereldorde.

Neem nu de grondoorzaken van terrorisme bijvoorbeeld. Als er niets gebeurt en er gebeurt ook niets aan de marginalisering of het gevoel van marginalisering van de moslimwereld dan gaat dat op termijn negatieve effecten met zich meebrengen. Dat is dat wat ik bedoel met een wereldorde die enkel gebaseerd is op de militaire macht van de Verenigde Staten en die bijgevolg onstabiel is. Wat men dus nodig heeft zijn een aantal grote mogendheden, ook de Verenigde Staten, maar ook Rusland, de Europese Unie, China, India, enz… die net zoals in de 19de eeuw verantwoordelijkheid nemen in het beheer van de wereldpolitiek, niet alleen militair maar ook sociaal, economisch, enz.

In zijn boek De crisis van de islam stelt Bernard Lewis dat we dringend steun moeten verlenen aan de democratische oppositiebewegingen die in sterk anti-Amerikaanse landen als Irak en Iran bestaan. En dat de westerse landen ook hun relaties met dictaturen als Saoudi-Arabië en andere Arabische landen in vraag moeten stellen. Volgt u die mening?
Dat is een heel moeilijk probleem. Hoe kan je democratisering stimuleren binnenin die landen waarmee je ‘bevriend’ bent? Vorige week had ik een conferentie met het Koninklijk Instituut voor Internationale Betrekkingen. Eén van onze sprekers was de Egyptenaar Nader Ferghani. Hij was één van de hoofdauteurs van het Arab Development Report, één van de belangrijkste rapporten uit 2002, over het gebrek aan democratisering, over het gebrek aan vrijheid voor de vrouwen, over het gebrek aan kennis in de Arabische samenleving,… Zijn standpunt kwam er eigenlijk op neer dat we moesten afstappen van redeneringen in ‘wij en zij’, het Westen en de Arabische wereld. Dat we als het ware vanuit het Westen, en dat is de hoofdverantwoordelijkheid van het Westen, een kader creëren waarin beide elkaar niet beschouwen als een vijand. Waarbij met andere woorden ook de Arabische regimes van Egypte, Iran, Saoedi-Arabië,… zich als het ware niet meer kunnen verschuilen achter het vijandgevoel en de oorlog tegen het terrorisme, om de ontwikkelingen en democratiseringen in die landen te stimuleren. Wat wij in het Westen moeten doen is een beleid uittekenen, voorstellen en verdragen ontwerpen en al wat je maar wil inzake ‘global governance’. Dus helpen aan het uitbouwen van een harmonieuze wereldorde, dat als een soort omgeving kan dienen voor de Arabische hervormers om aan hun hervormingen toe te kunnen komen zonder dat zij worden beschuldigd van het ondergraven van solidariteit of consensus in eigen land.

In principe vind ik dat dit de weg is die moet bewandeld worden. Je moet de vijandigheid uit het ‘wij en zij’ – denken halen. Je moet die vijandigheid, dat gevoel van confrontatie dat toeneemt en dat Osama Bin Laden heeft aangewakkerd, vermijden en een context creëren die veel meer inclusief is om aan de hervormers de ademruimte te geven die zij nodig hebben. Maar er bestaat één groot gevaar en dat heeft Ferghani ons ook gezegd op de conferentie. Het kan niet gebeuren op de manier waarop George Bush dat gedaan heeft. Namelijk door een grote speech te houden waarin dat hij stelde dat er’ nu gedemocratiseerd moet worden’.

Want in de huidige context van het ‘wij en zij’-denken betekent dat voor mensen zoals ik, aldus Ferghani, dat diegenen die in de Arabische wereld hervormingen willen doorvoeren er onmiddellijk van worden beschuldigd bondgenoten te zijn met de Verenigde Staten. Dus ook op die manier kan het niet gebeuren. Het is dus een héél moeilijke oefening en de eerste taak lijkt mij te zijn die angel van de vijandigheid uit de relatie tussen het Westen en de Moslimwereld te halen. Dat is één van de dingen bijvoorbeeld waar Louis Michel heel veel aandacht aan besteedt onder de noemer van dialoog tussen beschaving en culturen. Ondermeer met Iran voert hij een vrij consistent beleid van discussie, van openheid en van debat, precies vanuit datzelfde perspectief.

Tijdens het imperialisme van de 19de eeuw bestond de legitimiteit erin van in de derde wereld zogezegd beschaving te brengen. Zou men met de huidige mondialisering kunnen stellen dat de legitimiteit erin bestaat van daar nu zogezegd welvaart te brengen?
Wel, de huidige legitimering is de slogan ‘vrijhandel is goed voor iedereen’. De vrijhandel van vandaag creëert op zich wel welvaart maar niet voor iedereen. Er is dus een systeem nodig voor de herverdeling van deze welvaart. De vrijhandel is wel het meest efficiënte economische systeem, dat weet ongeveer iedereen, maar die creëert op zich niet die welvaart die de advocaten van de mondialisering voorhouden. Gebaseerd op het verleden constateer je inderdaad dat daar een heel belangrijke rol is weggelegd voor de politiek.

Dat is iets wat nu ook sterk benadrukt wordt door Guy Verhofstadt. Met de conferenties die hij gehouden heeft in Gent en Leuven heeft Verhofstadt het standpunt ingenomen dat je mondialisering moet begeleiden, diezelfde mondialisering waarvan men in het begin van het vorige decennium dacht dat het zonder enige moeite en op basis van eigen wetmatigheden welvaart voor iedereen zou meebrengen. Men beseft nu - en de premier heeft dat heel sterk willen uitdragen door de Naomi Klein’s, de Clinton’s en anderen uit te nodigen - dat je politieke steun nodig hebt om datgene wat je gecreëerd hebt ook op een dermate manier te verdelen dat de kloof tussen de armsten en de rijkstne niet vergroot. Ook de mondialisering verwerft legitimiteit door tegemoet te komen aan de armsten in de internationale samenleving. Het is bijna een sociaal-democratisch principe dat premier Verhofstadt verkondigd heeft.

De Amerikaanse minister van Defensie Rumsfelt verweet Frankrijk, Duitsland en België zich in de kwestie Irak te gedragen als het oude Europa. Hij verweet ons als het ware dat we laf waren en niet durven te vechten tegen dictaturen?
Ik vind dit een vrij hypocriete uitspraak want hoe heeft Saddam Hoessein een begin kunnen maken aan die bewapening? Dankzij de samenwerking met de Verenigde Staten ten tijde van Ronald Reagan toen Rumsfelt nog de tussenpersoon was tussen Reagan en Saddam Hoessein. Dus ik vind het een heel hypocriete houding die de Amerikanen nu aannemen tegenover het ‘Oude Europa’ wat dus als een soort geuzenaam wordt gebruikt door de Oude Europeanen.

De waarheid is dat die drie landen - België, Frankrijk en Duitsland - gezegd hebben dat de redenen die de Amerikanen aangehaald hebben om oorlog te voeren niet klopten. Wat men nu constateert is dat precies door de combinatie van economische sancties, politieke sancties en het sturen van inspecteurs ter plaatse in de loop van de jaren ’90, men Saddam Hoessein meer heeft ontwapent dan via welke aanval ook. Nu blijkt dat er geen massavernietigingswapens waren. Nu blijkt ook dat er geen relaties waren met Al-Qaeda. Met andere woorden, al de officiële redenen om de oorlog aan Irak te verklaren, zoals de Belgen, de Fransen en de Duitsers gezegd hebben, waren niet valabel. En dus was die houding van deze drie landen niet ingegeven door het feit dat men tegen oorlog was maar door het feit dat in dit geval een oorlog op basis van de redenen die gegeven werden niet gerechtvaardigd was.

Maar zit er toch geen kern van waarheid in het feit dat Europa steeds met woorden pleit voor democratie en mensenrechten maar als het erop aan komt dan willen en kunnen ze niet optreden?
Dat hangt ervan af hoe je dat bekijkt. Ik herinner mij toen ik zelf op het kabinet van Defensie zat in het begin van de jaren ’90, dat wij toen doodsbang waren voor minderheidsproblemen, grensconflicten in Centraal- en Oost-Europa na het vallen van de Berlijnse muur. Wij waren daar doodsbang voor omdat wij dachten men daar een situatie bestond die heel explosief was. Wat is er uiteindelijk gebeurd? Deze heel explosieve situatie waar mensenrechten met de voeten werden getreden, minoriteiten werden gemarginaliseerd enz… hebben we uiteindelijk kunnen stabiliseren. Niet met wapens maar door perspectieven te bieden via de Europese Unie. Oorlogen zijn heel gemakkelijke instrumenten. Het is heel gemakkelijk om iemand de oorlog te verklaren. Het probleem met oorlogen is dat je weet wanneer je begint en waarom je begint maar dat vanaf de tweede dag die oorlog zijn eigen wetmatigheden creëert zodat je op het einde van een oorlog in een situatie terechtkomt die je op voorhand nooit hebt kunnen inschatten. Dus je moet heel omzichtig omspringen met het instrument oorlog omdat dat een eigen leven gaat leiden dat je niet meer onder controle hebt.

De beste manier om deze insinuatie tegen te spreken is dat precies die landen, die zo sterk positie hebben genomen tegen de Amerikaanse plannen om oorlog te voeren, nu ook die landen zijn die nu het sterkst aansturen op een militaire versterking binnen in de Europese Unie. Ik vind dat nog het mooiste antwoord op de insinuatie van Amerikaanse zijde dat de Europeanen pacifistisch geworden zijn. En als we dat toch doen dan zijn de Amerikanen niet tevreden, dat is wat we de laatste weken ervaren.

Guy Verhofstadt pleit al lang voor een gemeenschappelijk buitenlands- en defensiebeleid. Is dit wenselijk en is dit haalbaar?
Ik zou inderdaad zeggen dat dit wenselijk en haalbaar is. Waarom is dit wenselijk? Omdat je geen politieke unie kan hebben zonder defensiemacht. Dat is een heel oud standpunt dat bijvoorbeeld Leo Tindemans in 1975 heeft neergeschreven in zijn Tindemans-rapport. Meer recent, in de Golfoorlog van 1991 heb ik geconstateerd dat de Europese Gemeenschap van bij het begin een rol heeft gespeeld in de politieke, economische en diplomatieke sancties en wat je maar wil. Maar vanaf het moment dat het dossier in militaire richting ging werd de toenmalige Europese Gemeenschap opzijgeschoven omdat ze niet over militaire middelen beschikte. Ik heb dus voor mezelf beslist dat de uitbouw van een Europese defensiemacht een wenselijke zaak is.

De Europese Unie heeft een veel genuanceerder, veel multilateraler buitenlands beleid dan de Verenigde Staten. In het buitenlands beleid van de Europese Unie is het militaire maar een klein onderdeel, maar als je dat niet bezit word je terzijde geschoven. Om het meer harmonieuze model van de Europese Unie te realiseren heb je dus ook een machtsinstrument nodig. En eigenlijk – als je de geschiedenis bekijkt – is dat ook logisch. Je kan pas politieke invloed hebben als je de structurele bronnen van de macht bezit, dat betekent economische macht. De Europese Unie heeft dat, maar je hebt ook militaire macht nodig om politieke invloed te kunnen uitoefenen. En als je dus één van die bronnen mist ben je een onvolmaakte grootmacht. Er zijn veel mensen die daar argwanend naar kijken omwille van het argument ‘als de Europese Unie als een economische grootmacht ook militaire bevoegdheden zal krijgen, wat zal haar dan verhinderen om naar een buitenlands beleid te evolueren zoals dat van de Amerikanen?’

Mijn argument daartegen is het volgende. De Europese Unie is een heel bijzondere constructie. De Europese Unie zal nooit een superstaat worden zoals de Verenigde Staten. In de Europese Unie verloopt de besluitvorming heel moeizaam. Er bestaat geen centraal besluitvormingsorgaan. Dat is de zwakte van de Europese Unie maar tegelijkertijd ook de sterkte. Met een dergelijke institutionele set-up is het niet mogelijk om een expansief neo- imperialistisch buitenlands beleid te gaan voeren gebaseerd op militaire macht alleen. Dus ik zou zeggen, ingeënt door ons vrij tragisch en dramatisch verleden enerzijds, maar anderzijds door de specifieke besluitvormingsstructuur die typisch Europees is denk ik dat er heel belangrijke remmen zijn opdat wij het militaire er niet zouden uithalen als het primaire instrument zoals de Amerikanen dat doen. Dat is toch een zekere garantie. Tot zover de wenselijkheid.

Is dit mogelijk? Waarom niet? Als ik constateer hoe dat men in 1990 de woorden ‘Europa’ en ‘defensie’ niet met elkaar kon verbinden, en hoe wij nu geëvolueerd zijn, dan denk ik dat dit op een zodanig hoge snelheid gebeurt dat dit niet meer te stuiten is.

Gregory Wauters

Overgenomen van Liberales, met toestemming van de uitgever.

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons