Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

Interview met Patrick Dewael (VLD)

De regeringspolitiek ten aanzien van vluchtelingen, asielzoekers en illegalen roept veel emoties op. De hongerstakingen van de Afghanen en de IraniŽrs en de beelden van opgepakte illegalen in Zeebrugge beroeren heel wat mensen. In het volgende interview bespreekt Minister van Binnenlandse Zaken, Patrick Dewael (VLD), de problematiek van vluchtelingen, asielzoekers en illegalen niet alleen op Belgisch niveau maar ook op Europees en zelfs mondiaal vlak. Daarbij heeft hij het ook over de demografische evolutie in Europa en de enorme impact hiervan op de toenemende vergrijzing van onze bevolking. Tenslotte gaat hij ook na wat de ware oorzaken van migratie zijn en hoe we daar structureel aan kunnen verhelpen.

Lees verder...

De regeringspolitiek ten aanzien van vluchtelingen, asielzoekers en illegalen roept veel emoties op. De hongerstakingen van de Afghanen en de IraniŽrs en de beelden van opgepakte illegalen in Zeebrugge beroeren heel wat mensen. In het volgende interview bespreekt Minister van Binnenlandse Zaken, Patrick Dewael (VLD), de problematiek van vluchtelingen, asielzoekers en illegalen niet alleen op Belgisch niveau maar ook op Europees en zelfs mondiaal vlak. Daarbij heeft hij het ook over de demografische evolutie in Europa en de enorme impact hiervan op de toenemende vergrijzing van onze bevolking. Tenslotte gaat hij ook na wat de ware oorzaken van migratie zijn en hoe we daar structureel aan kunnen verhelpen.

Kunnen echte asielzoekers nog steeds terecht in ons land?
Ja, natuurlijk. BelgiŽ volgt onverkort de Conventie van GenŤve. Elke aanvraag van een asielzoeker wordt onderzocht op zijn gegrondheid. Mensen die omwille van politieke redenen, ras, godsdienst of nationaliteit ernstig gevaar lopen moeten een onderdak kunnen vinden in een ander land. Elke aanvraag terzake wordt grondig onderzocht en mensen die aan de voorwaarden voldoen krijgen asiel in ons land. Het probleem is evenwel dat naast deze terechte aanvragen ook een veelvoud van aanvragen komen van personen die geen geldige reden hebben om op basis van de Conventie van GenŤve asiel te verkrijgen.

Hoe zit het met het aantal asielzoekers?
In het jaar 2000 waren er nog meer dan 40.000 personen die asiel aanvroegen in ons land. Dit is gedaald tot 24.549 in 2001 en 18.809 in 2002. En alles wijst erop dat het aantal nog verder daalt. Voor 2003 tellen we momenteel 13.650 aanvragen (cijfer 24/11/03). Het doel is om in 2004 het aantal verder terug te dringen tot minder dan 1.000 personen per maand. Deze terugloop was maar mogelijk door een geheel van maatregelen zoals de afschaffing van de financiŽle steun door de OCMWís, door kortere procedures waardoor asielzoekers sneller antwoord krijgen op hun aanvraag, door een kordater en efficiŽnter terugwijzingsbeleid en door terugname-akkoorden met de landen van herkomst.

Toch krijgen we de voorbije maanden steeds meer beelden en informatie over mensen die illegaal in ons land verblijven. Zijn er meer illegalen?
Het aantal asielzoekers is fors gedaald maar heel wat uitgeprocedeerde asielzoekers die een bevel tot uitwijzing kregen, blijven verder illegaal in ons land. Het aantal illegalen is volgens diverse studies de voorbije jaren zelfs toegenomen. Daarvoor zijn er drie oorzaken. Ten eerste de uitwijzingsprocedure. De politiediensten konden de uitgeprocedeerde asielzoekers tot voor kort alleen betrappen en hen een nieuw bevel tot uitwijzing geven. Men rekende er dus op dat die mensen spontaan en op eigen kracht het grondgebied zouden verlaten. In de praktijk doken die mensen onder in de illegaliteit, vooral in grotere steden als Brussel, Antwerpen en Gent. De tweede reden heeft te maken met het gebrek aan coŲrdinatie tussen de diverse lidstaten van de Europese Unie. Met de sluiting van het opvangcentrum in het Noord-Franse Sangatte trokken honderden, misschien wel duizenden vluchtelingen naar andere havensteden in Frankrijk, BelgiŽ en Nederland om daar hun kans op een overtocht naar Groot-BrittanniŽ te wagen. Tenslotte, maar allicht een heel belangrijke reden ligt in het feit dat landen als Groot-BrittanniŽ en Canada geen identiteitspapieren willen opleggen aan hun burgers. Het gevolg is dat die landen als een magneet werken op mensen uit alle mogelijke landen buiten de Europese Unie. Zij hopen Groot-BrittanniŽ of Canada te bereiken om zich daar te vestigen, te wonen en te leven. Het feit dat in die landen geen identiteitspapieren nodig zijn, geeft hen de kans om er illegaal aan het werk te gaan zonder veel kans dat ze betrapt worden. Een bijkomend element is dat grote groepen landgenoten er reeds verblijven en dat naarmate meer mensen erin slagen om die landen te bereiken, hun familieleden, vrienden of gewoon landgenoten geneigd zijn dezelfde stap te zetten.

Is de Britse regering zich bewust van deze situatie? Uiteindelijk ondervinden BelgiŽ, Frankrijk en Nederland de lasten.
De Britse minister van Binnenlandse Zaken David Blunkett beseft het probleem en wil een systeem van identiteitskaarten invoeren maar dat kan omwille van interne oppositie, ook binnen de Britse meerderheid, nog tien jaar duren. Intussen tracht Groot-BrittanniŽ de instroom illegalen in te dijken door strenge grenscontroles, zware boetes voor transporteurs en druk op Frankrijk, BelgiŽ en Nederland om die mensen voor de inscheping op te pakken. Maar dit is geen structurele oplossing. Zolang men in Groot-BrittanniŽ geen systeem van identiteitskaarten kent zullen mensensmokkelaars vluchtelingen tot in de Noord-Franse, Belgische en Nederlandse havensteden brengen.

Is het dan geen dweilen met de kraan open?
Ik ben me heel goed bewust van dit probleem. Ondanks het feit dat het structureel probleem, namelijk de aantrekkingskracht van landen die geen identiteitspapieren willen opleggen, blijft bestaan, zullen we geconfronteerd blijven met vluchtelingenstromen naar die landen. Wat we wťl kunnen doen is de mensensmokkelaars in kaart brengen, hen opsporen en aanhouden. We kunnen illegalen ontraden om naar de Belgische havensteden te komen door illegalen duidelijk te maken dat ze hier niet kunnen blijven. Een maatregel die ik intussen nam was de bevoegdheid geven aan de politiediensten om illegalen die al twee uitwijzingsbevelen hebben gekregen om ons grondgebied te verlaten en die hieraan duidelijk geen gevolg hebben gegeven, op te sluiten in een gesloten centrum in afwachting van hun repatriŽring.

Het opsluiten van illegalen stuit op heel wat kritiek. Kan je die kritiek begrijpen?
Sommige politici en actievoerders vinden dit een verkeerde maatregel die getuigt van weinig begrip voor het lot van die mensen. Ze pleiten er zelfs voor om die mensen die hier illegaal ronddolen op te vangen in tenten of open centra. Die houding is totaal verkeerd en wel om drie redenen. Het zijn juist de mensen die we niet oppakken en op ons grondgebied gedogen die leven in mensonwaardige omstandigheden. In Zeebrugge hebben we gezien hoe vrouwen, kinderen en ouderlingen leefden in een krot dat al lang gekend stond als bouwvallig en onbewoonbaar. Zonder drinkbaar water, zonder verwarming, zonder de meest elementaire sanitaire voorzieningen. En daarenboven zonder voedsel. In het gesloten centrum waar ze nu vertoeven hebben ze een degelijke plaats om te slapen, voedsel en kleding. Hen laten rondhangen zou ook betekenen dat we er ons bij neerleggen dat illegalen uiteindelijk de illegale maar vooral uiterst gevaarlijke oversteek naar Groot-BrittanniŽ wagen. Dat ze over afsluitingen en prikkeldraad kruipen en zich op het dak of onder het chassis van een vrachtwagen letterlijk urenlang vastklampen tijdens de overtocht. Dat we aanvaarden dat ganse families zich verstoppen in zuurstofarme containers of in laadruimtes van boten en vrachtwagens. In het verleden zijn daarbij al tientallen mensen om het leven gekomen. Het is juist inhumaan om die mensen aan hun lot over te laten en hen, door niets te doen, juist aan te zetten tot roekeloosheid. Een tweede reden waarom we illegalen beter opnemen in gesloten centra is het ontradend effect ervan ten aanzien van hun familieleden, vrienden en landgenoten. Tegenover al wie klaar staat om op zijn of haar beurt veel geld te betalen om zich door mensensmokkelaars naar hier te laten brengen. Indien we illegalen hier op straat, in tenten of in open centra zouden gedogen, zou dit een enorm aanzuigeffect hebben in de landen van herkomst. Dat zagen we gebeuren in het Noord-Franse Sangatte waar binnen de kortste tijd duizenden vluchtelingen bijeenkwamen. Onze havensteden zijn hier niet voor uitgerust en eerlijk gezegd, er bestaat ook geen maatschappelijk draagvlak voor. De derde en belangrijkste reden is echter dat we de mensensmokkelaars niet in de kaart mogen spelen. Het was mooi en ontroerend dat mensen uit Zeebrugge spontaan eten en kleding kwamen brengen aan de illegalen. Maar hun menslievende houding staat lijnrecht tegenover het cynisme en de geldzucht van de mensensmokkelaars die alleen geld willen verdienen op de kap van mensen die dromen van een betere toekomst. Ik weiger mensensmokkelaars te belonen. Ze verdienen duizenden euroís om mensen tot in onze havensteden te brengen. We mogen dit niet toelaten. De beste manier om ze te treffen is door hun potentiŽle klanten te overtuigen dat ze via onze havensteden geen kans maken om Groot-BrittanniŽ te bereiken. Door hen te overtuigen dat hun geld weggesmeten is aan immorele smokkelaars die hen bedriegen.

Kunnen we op die manier mensen ontraden om via BelgiŽ naar Engeland te vluchten?
Ja, maar dan moeten we ook de juiste signalen sturen naar die mensen. Als we zouden pleiten voor een goede opvang, tenten en open centra, en over de eventuele mogelijkheden om toch Groot-BrittanniŽ te bereiken, wat niet het geval is, dan spelen we juist in de kaart van die criminele organisaties. Het is nuttig om te herhalen dat die bendes goed georganiseerd zijn, plannetjes verdelen over mogelijke vluchtroutes en fotoís van de intussen afgebroken krotwoning in Zeebrugge meegeven teneinde mensen naar hier te lokken. Wie denkt dat mensensmokkelaars handelen uit altruÔsme heeft het verkeerd voor. Het zijn gewetenloze criminelen die pakken geld verdienen door de naÔviteit van mensen die alleen hunkeren naar een beter bestaan. Het probleem van de vluchtelingen is complexer dan velen het willen voorstellen. Ik verwees reeds naar de weigering van landen om een identiteitskaart in te voeren of om hun eigen onderdanen terug op te nemen. Daarover voeren we momenteel onderhandelingen met de betrokken partijen. En om zoveel mogelijk gewicht in de schaal te werpen moeten we hierbij zoveel mogelijk de krachten tussen Frankrijk, BelgiŽ en Nederland bundelen. Die samenwerking moeten we ook gebruiken voor de opsporing, identificatie en uitzetting van illegalen. Momenteel duurt het gemiddeld drie uur om een illegaal te ondervragen en de meest elementaire gegevens te verzamelen en op te slaan. Via digitale fotografie, vingerafdrukken en vertalingen van verklaringen moeten we erin slagen heel veel tijd en inspanning te vermijden. Daarom pleit ik voor een betere coŲrdinatie tussen de politiediensten van de diverse havensteden waarbij dergelijke informatie efficiŽnt wordt uitgewisseld. En om mogelijk te maken om illegalen in een gesloten centrum op te nemen nadat ze reeds in een ander buurland een bevel tot verlating van het grondgebied, inclusief de buurlanden, naast zich neerlegden.

Maar wat moet er uiteindelijk met die mensen gebeuren? Blijkbaar zijn niet alle landen van herkomst bereid om hun burgers terug te nemen.
Er moet inderdaad een efficiŽnt en humaan terugnamebeleid komen. Samen met onze andere EU-partners moeten we overleg plegen met landen als Afghanistan, Rusland, Turkije, Nigeria, Kongo om hun onderdanen terug te nemen. Een mogelijke hulp daarbij is financiŽle en logistieke steun aan landen die meewerken aan repatriŽringen. Dit moet leiden tot opvangcentra voor gerepatrieerden waar ze de eerste weken kunnen doorbrengen, een basisbedrag ontvangen en eventueel een opleiding kunnen volgen die hen toestaat om zich snel in te schakelen in de maatschappij. Dit bedrag moet voldoende zijn om in het thuisland te kunnen leven, maar uiteraard minder om een nieuwe poging tot vlucht naar het Westen te kunnen betalen. Toen ik dit idee enkele weken geleden lanceerde en verwees naar het geval van Kongo interpreteerden sommigen dit als een aanval op ontwikkelinghulp. Dat klopt niet, ik wil die landen juist helpen. Het is trouwens in die zin dat we financiŽle en logistieke steun zullen verlenen voor de opmaak van een bevolkingsregister dat moet dienen voor hun verkiezingen en voor een vlottere identificatie van hun eigen burgers. Samen met een terugnamebeleid moeten ook ontradingcampagnes gevoerd worden in die landen van herkomst, waarbij in de taal van dat land informatie wordt verspreid over onze manier van aanpak van illegalen in de EU in het algemeen en in Frankrijk, BelgiŽ en Nederland in het bijzonder. Aangezien deze problematiek van belang is voor alle EU-landen zal ik, in overleg met de Eerste Minister en de Minister van Buitenlandse Zaken, bij onze Ierse en Nederlandse collegaís, die in 2004 het voorzitterschap van de EU waarnemen, pleiten voor het centraal stellen van een terugnamebeleid in onze relaties met andere landen.

Ondanks al die maatregelen zullen mensen toch naar hier blijven komen. Is dit alles wel een echte oplossing van het migratieprobleem?
Dit alles zijn noodzakelijke maatregelen op korte termijn. Op middellange en lange termijn moeten we de ware oorzaken van migratie aanpakken en mee helpen oplossen. Ik heb het dan niet over die mensen die het slachtoffer zijn van terreur, oorlogsconflicten en religieus fanatisme en die omwille van puur levensbehoud hun toevlucht zoeken tot onze landen. Zij moeten altijd bescherming genieten. Ik heb het wel over diegenen die om economische redenen hun land ontvluchten en hier een beter bestaan zoeken. De problematiek van deze migratie is direct gelinkt met de politieke, economische en maatschappelijke situatie in de landen van herkomst. Het gaat om mensen die in eigen land een uitzichtloos bestaan kennen omdat ze geen werk vinden en derhalve geen inkomen genieten. Miljoenen mensen, vooral in het Zuiden, moeten rondkomen met amper 1 dollar per dag.

Hoe kunnen we migratie ontraden?
Een goed middel is alvast ontwikkelingshulp. Internationaal is al lang afgesproken dat ieder land minstens 0,7% van zijn BNP zou besteden aan ontwikkelingshulp, zoals overeengekomen in het Pearson-rapport van 1969. Behalve Denemarken en Nederland voldoet geen enkel land daaraan. BelgiŽ zat vijf jaar geleden aan nauwelijks 0,27%. Onder de paarsgroene regering is dit intussen gestegen naar 0,44% en de regering heeft in de programmawet van 2002 een parcours uitgestippeld waardoor we tegen 2010 eindelijk de 0,7% zullen bereiken. Het is pas onder de paars-groene regering en nu onder de paarse regering dat het bedrag voor ontwikkelingshulp jaar na jaar is gestegen. Sommigen vinden dit groeiritme te traag maar het blijft een groei, zelfs in deze economisch moeilijke tijden. Ondanks de budgettaire krapte zal ook in 2004 het budget voor ontwikkelingshulp verder toenemen, en ik verheug mij daarover. Een tweede middel is de kwijtschelding van de schulden van de Derde Wereld in het algemeen en van de ĎHeavily Indepted Poor Countriesí (HIPC) in het bijzonder. Het IMF neemt daartoe wel al initiatieven in het kader van de zogenaamde ĎPoverty Reduction and Growth Facilityí, maar dit is al bij al een beperkte vermindering. Het probleem is dat de bestaande schuldaflossingprogrammaís die werden opgelegd door het IMF een zware last leggen op de economie van deze landen. Meer nog, de prioritaire afbetaling van schulden leidt ertoe dat weinig of geen geld overblijft voor het voeren van een intern beleid op het vlak van onderwijs, gezondheidszorg en landbouw. Onder druk van het IMF worden die landen ertoe verplicht vooral exportproducten te produceren. Hierdoor ontstaat een vicieuze cirkel. De inkomsten die de export genereert vloeien weg en zijn niet beschikbaar voor binnenlandse voorzieningen. Een ander zeer is dat in het verleden heel wat leningen en zelfs kwijtscheldingen werden toegestaan aan dictators of corrupte regimes. Dat geld, of die verminderde terugbetaling, kwam zelden of nooit ten goede van de lokale bevolking. Het is een belangrijk argument dat door de schuldeisers nog steeds wordt aangehaald in hun verzet tegen een totale en onvoorwaardelijke kwijtschelding. Vaak is kwijtschelding van schulden pervers omdat het in die landen leidt tot calculerend gedrag en dus tot een minder efficiŽnte besteding van de ontleende middelen. Toch blijf ik een pleitbezorger van de kwijtschelding van schulden en ontwikkelingshulp maar dan alleen onder voorwaarden die moeten verhinderen dat de hierdoor vrijgekomen middelen verkeerd zouden gebruikt worden.

Is ontwikkelingshulp het beste middel om de welvaart in die landen te verzekeren?De kritiek op ontwikkelingshulp is vaak dat het in het belang van de rijke landen zelf is.
Kwijtschelding van schulden en ontwikkelingshulp moeten losgekoppeld worden van de economische belangen van het donorland. De hulp moet dus Ďongebondení zijn. Het geld moet specifiek gaan naar basisinfrastructuur zoals scholen, ziekenhuizen en bestuurlijke diensten. Het kan niet gebruikt worden om de lokale economie kunstmatig in stand te houden want dit is nefast voor de lokale producenten. Het mag immers niet leiden naar een vorm van afhankelijkheid of concurrentievervalsing want daar wordt op termijn niemand beter van. Meer nog, ondoelmatige Ďhulpí zou ertoe kunnen leiden dat noodzakelijke veranderingen in de derdewereldlanden juist worden uitgesteld of dat plaatselijke producenten in de problemen komen. Veel ontwikkelingshulp wordt gekenmerkt door paternalisme, zelfoverschatting of een absurd geloof in de maakbaarheid van de samenleving en de mens. Een dergelijk uitgangspunt is verkeerd. De steun moet er hoofdzakelijk voor zorgen dat arme landen de broodnodige basis krijgen om met succes deel te kunnen nemen aan de geglobaliseerde wereldeconomie. Maar ontwikkelingshulp en kwijtschelding van schulden zijn enkel hulpmiddelen en lossen het essentiŽle probleem van de armoede in de Zuiderse landen niet op. Een van de voornaamste oorzaken hiertoe is het protectionisme dat de rijke landen van de Europese Unie, de Verenigde Staten en Japan toepassen. Terwijl de rijke landen met woorden de vrijhandel prediken en van minder ontwikkelde landen eisen dat ze hun grenzen openstellen voor de westerse producten, blijven ze in de praktijk zelf vasthouden aan protectionisme, importheffingen, productiesteun en exportsubsidies. Het is gewoon waanzin dat we via ontwikkelingshulp mensen in arme landen helpen om hun eigen producten aan te maken, maar die nadien op onze markten te weigeren. In die zin was de houding van de VS en de EU op de WTO-top in Cancun dan ook een ware schande. Het voorstel van de Verenigde Staten en de Europese Unie om hun eigen subsidies op landbouwproducten en heffingen op industriŽle goederen slechts langzaam en op middellange termijn af te bouwen is ruim onvoldoende. Hoe nefast de belemmeringen zijn blijkt uit recente cijfers van de Wereldbank. Een echte vrije wereldhandel zou meer dan 520 miljard dollar opleveren tegen 2015 en ruim 144 miljoen mensen uit de armoede halen. De Zweedse historicus Johan Norberg berekende dat elke koe in de Europese Unie dagelijks gesubsidieerd wordt voor 2,5 dollar. Dat is meer dan het gemiddeld inkomen van 3 miljard mensen in de minder ontwikkelde landen vandaag. Het neerhalen van de handelsbarriŤres zou volgens de UNCTAD leiden tot een verhoging van de jaarlijkse export van de ontwikkelingslanden met 700 miljard dollar als ze maar toegang zouden krijgen tot de markten van de rijke landen. Dit bedrag is 14 maal meer dan wat ze jaarlijks aan ontwikkelingshulp krijgen.

Waarom worden die handelsbarriŤres dan niet afgebouwd?
De belangrijkste reden waarom de VS, de Europese Unie en Japan hun subsidies, heffingen en andere concurrentievervalsende praktijken niet opheffen is omdat vakbonden, landbouworganisaties en andere machtige drukkingsgroepen zich hiertegen verzetten en grote politieke partijen hen daarin steunen. De houding van de VS en de EU kan dan wel gunstig zijn voor de drukkingsgroepen en hun leden, voor haar gewone burgers is ze dat niet. Door de subsidies en heffingen betalen de westerse consumenten een hogere prijs en blijven de inwoners in de minder ontwikkelde landen in de kou staan. Dit zorgt op zijn beurt voor meer migratiestromen met toenemende spanningen tussen allochtonen en autochtonen. Voor de lokale producenten in de arme landen is het gewoon een drama. De oneerlijke concurrentie via productiesteun en exportsubsidies maakt het voor de landbouwers aldaar onmogelijk om te werken. Als men weet dat landbouw in de derde wereldlanden de belangrijkste activiteit is en de voornaamste bron van inkomen, beseft men hoe schadelijk het protectionisme is.

Maar hoe schadelijk is protectionisme eigenlijk?
Geen enkele natie zal nog onbekommerd van overvloed en welvaart kunnen genieten zolang andere naties daar ook geen kans toe krijgen. De Amerikaanse politicoloog Benjamin Barber schrijft dit treffend in zijn boek Jihad vs McWorld. ďOok het lijden is gedemocratiseerd en de mensen die het het moeilijkst hebben, zullen middelen vinden om de mensen die het verst verwijderd zijn in hun pijn te laten delen. Als de rechtvaardigheid niet gelijk kan worden verdeeld, zal de onrechtvaardigheid gelijk worden verdeeld; als niet iedereen kan delen in de welvaart, zal verpaupering - in materiŽle en spirituele zin - ons allen ten deel vallen. Dat is de harde les die wederzijdse afhankelijkheid ons leert.Ē De Ďdemocratisering van het lijdení is in feite al bezig. Ik ben geen antiglobalist maar ook geen marktfundamentalist. Eerder een andersglobalist die beseft dat de protectionistische politiek van zowel de VS, de Europese Unie als Japan mee zorgt voor migratiestromen van Zuid naar Noord, van Noord-Afrikanen die met waggele bootjes wanhopig de Zuid-Europese kusten trachten te bereiken, van Oost-Europeanen die in vrachtwagenscontainers het rijke Westen opzoeken, van Zuid-Amerikanen die een gat zoeken in de zwaar bewaakte muur tussen Mexico en de VS in de hoop op een beter bestaan.

Ligt de fout dan alleen bij de rijke landen?
Neen. Ook de ontwikkelingslanden zelf moeten een belangrijke bijdrage leveren tot de aanpak van de armoede. De kern ligt hier in de uitbouw van een efficiŽnt en democratisch openbaar bestuur en een onafhankelijk rechtssysteem. Het is een aspect dat al te zeer onderbelicht blijft wanneer we het hebben over ontwikkelingshulp en kwijtschelding van schulden. Pas als de leiders van de arme landen zelf het voorbeeld geven van een eerlijk en rechtvaardig gedrag kunnen ze dit ook afdwingen van hun burgers. Een van de grootste kwalen is de corruptie en de privileges in die landen. Het Westen kan geen democratie opleggen maar kan wel ondemocratische leiders aanpakken waar ze het meest gevoelig zijn, namelijk in hun persoonlijke rijkdom en bewegingsvrijheid.

Wat kunnen die landen zelf nog meer doen om de armoede te bestrijden en op die manier een reden voor migratie weg te nemen?
De Peruviaanse econoom Hernando de Soto wijst erop dat het huidige kapitalisme in de ontwikkelingslanden en voormalige communistische landen op het verkeerde spoor zit omdat het de meeste mensen buitensluit. Dat komt volgens hem omdat tot nu toe geen werk werd gemaakt van het verlenen van eigendomsrechten en het afbreken van bureaucratische belemmeringen in de ontwikkelingslanden zelf. De vele miljoenen armen die zich vestigen in de bidonvilles rond grootsteden stappen direct in een informele wereld, zonder officiŽle wetten. Daar heersen eigen sociale regels. Maar dat betekent niet dat ze niet actief zijn, integendeel. Nergens is er zoveel activiteit en ondernemingszin als onder de armen. En de armen werken niet alleen voor andere armen, ze vullen ook gaten in de legale economie. Met bussen en taxiís zonder vergunning, met zwartwerk in de bouwsector en de horeca, of als werker in niet-geregistreerde winkels, kantoren en fabrieken. Dat leidt tot de verrassende conclusie van de Soto dat de legale wereld marginaal is en de informele wereld de norm. En tot de nog belangrijker conclusie dat de armen niet het probleem zijn, maar de oplossing. Volgens de Soto hoeven ďleiders van de derde wereld niet alle regeringen en internationale financiŽle instellingen af te lopen. Middenin hun eigen arme buurten ligt kapitaal te wachten om gebruikt te worden.Ē

Maar hoe kunnen armen een oplossing zijn voor de problemen in de arme landen? Ze bezitten toch niets?
We moeten de piste dat kapitaal gewoon geld is verlaten. Kapitaal is veel meer dan dat, het is het potentieel om nieuwe productie op gang te brengen. Maar je kan kapitaal wel in geld uitdrukken. De Soto en zijn team berekende de waarde van alle eigendommen van de armen in de Derde Wereld en de voormalige communistische landen aan de hand van de marktprijzen voor bakstenen, hout, vensters, en dergelijke en komt aan de fabelachtige som van 9.300 miljard dollar! Bijna zoveel als de waarde van alle bedrijven die aan de belangrijkste beurzen van de twintig rijkste landen staan genoteerd. Of 46 keer meer dan alle leningen van de Wereldbank en het IMF aan ontwikkelingslanden. Of 93 keer zoveel als alle ontwikkelingshulp die alle ontwikkelde landen sinds 30 jaar hebben gegeven. Het probleem zit hem dus in het feit dat armen geen toegang krijgen tot formele eigendomssystemen. In sommige landen duurt het bijna een jaar om legaal een zaak te kunnen opstarten. We moeten dus inzien dat niet de armen het probleem vormen maar de wet, die de mensen ontmoedigt en weerhoudt van een productief bestaan. Miljoenen armen leven in illegaal gebouwde huizen, bewerken stukken grond die niet hun formele eigendom is of werken in het zwart in de legale economie. Het toekennen van eigendomsrechten, een puur liberale operatie, zou uitvloeien in bezit dat juridisch vastgelegd kan worden in contracten, aandelen, registers. Dit is nodig voor onderpand, het hebben van adressen voor het innen van belastingen, schulden, als vestigingsplaats, als aansluitpunt voor water, riolering en elektriciteit. Het zou hun bezit verplaatsbaar, toonbaar en gemakkelijk verhandelbaar maken. Formele eigendommen stimuleren andere legale producenten zoals leveranciers van water, electriciteit en telefonie, en er zou een legale relatie ontstaan tussen burger en overheid. Een goede wetgeving in de minder ontwikkelde landen moet eigendomsrechten toekennen en beschermen. Het zal ondergrondse economieŽn vermijden, het zal corruptie, instabiliteit en kapitaalvlucht verminderen en het zal mensen ertoe aanzetten om hun leven uit te bouwen in hun landen van herkomst zelf.

Migratie wordt in zowat alle Europese landen beschouwd als een negatief begrip. Vooral rechtse partijen jagen de mensen vrees aan voor vreemdelingen. Is die vrees dan niet terecht?
De toevloed van vreemdelingen in westerse landen en de daaruit voortvloeiende confrontatie met andere religies, culturen en gewoontes, zorgt voor spanningen. Dit leidt vaak tot onbehagen, angst en een vorm van zelfbehoud waar politieke en andere organisaties op inspelen. Dergelijke gevoelens kan een overheid wel temperen maar niet oplossen, laat staan onderdrukken. De beelden van illegalen die rondzwerven in onze steden roepen bij heel wat Europeanen gevoelens van angst en onzekerheid op. Die gevoelens worden nog versterkt door extreem-rechtse en populistische partijen die de indruk wekken dat vreemdelingen ons werk komen afnemen, profiteren van onze sociale zekerheid en de oorzaak zijn van alle criminaliteit en overlast die we kennen. De roep om een Fort Europa wordt dan ook steeds sterker. Nochtans is dit een illusie. Het is onmogelijk om de duizenden kilometers buitengrenzen van de Europese Unie, zeker na de uitbreiding ervan in de komende maanden en jaren, volledig en waterdicht af te sluiten. Het is niet alleen fysiek onmogelijk, het lijkt me ook onwenselijk. Het wordt hoog tijd om het probleem van de migratie op een meer genuanceerde manier te bekijken en ook de voordelen ervan in te schatten.

Wat bedoel je met die genuanceerde kijk op migratie?
Migratie is van alle tijden. In het verleden migreerden honderdduizenden Europeanen, waaronder heel wat Vlamingen, naar de Verenigde Staten en Canada. Het heeft die landen niet verzwakt, integendeel. Het is geen toeval dat de VS, de meest dynamische samenleving in de geschiedenis, gebouwd werd door immigranten. Migranten uit ItaliŽ, Marokko en Turkije hebben in het verleden ook bijgedragen tot de ontwikkeling in ons land. Ze deden het werk dat de autochtone bevolking niet meer wou doen. Ook vandaag worden vele lageloonbanen ingevuld door nieuwkomers. Dat is in bepaalde sectoren zoals de seizoenarbeid (denk aan de fruitpluk) zelfs wettelijk voorzien. Daar is in tegenstelling tot wat sommigen beweren niets schandelijks aan. Integendeel, het betekent voor die mensen een start in een nieuwe samenleving waarin ze steeds beter af zijn dan hun precaire situatie in hun land van herkomst.

Wat is dan de meerwaarde van migratie en migranten?
Belangrijk is dat die mensen zelf goederen en diensten produceren, een zaak opstarten, belastingen betalen en consumeren. Op die manier dragen ze bij tot de economische ontwikkeling van onze westerse landen. Het stimuleert de groei en heeft aldus ook een positief effect op de werkgelegenheid, ook voor onze eigen mensen. Het probleem vandaag is dat we immigranten niet wettelijk toelaten tot onze grondgebieden waardoor ze in de illegaliteit terechtkomen en aldus de concurrentie vervalsen tegenover diegenen die werken met legaal ingeschreven arbeiders. Het is een feit waarvoor we vandaag teveel de kop in het zand steken of waarvoor we dure controlediensten in het leven roepen die er uiteindelijk op neerkomen dat bepaalde economische activiteiten niet langer gebeuren. Het zorgt er ook voor dat momenteel migranten in mensonwaardige omstandigheden worden uitgebuit als werknemers maar ook als slachtoffers van huisjesmelkers. Moesten we migratie wel toestaan, liefst op een gecontroleerde manier, dan kunnen we beter dan vandaag gebruik maken van de productiviteit en specialisatie van de nieuwkomers. De Zweedse historicus Johan Norberg wijst er terecht op dat nieuwkomers niet enkel een aanbod vertegenwoordigen maar ook een vraag. Ook zij zullen nood hebben aan huizen, voeding, telefoons, televisies, kleding en andere consumptieproducten. Ook zij zullen diensten en structuren nodig hebben voor henzelf en voor hun kinderen, denk aan onderwijs. Meer mensen zien als een probleem of als een bron van werkloosheid is te vergelijken met het zien van de geboorte van meer kinderen als een probleem, aldus Johan Norberg.

In onze westerse landen worden steeds minder kinderen geboren. Zal dit in de toekomst voor problemen zorgen?
Migratie moeten we bekijken in het licht van de toenemende vergrijzing van onze bevolking. Als de vruchtbaarheid (in Vlaanderen 1,7 kinderen per gezin en in ItaliŽ zelfs maar 1,2) en de immigratie op hetzelfde peil blijven, zakt het bevolkingsaantal in Europa op 50 jaar tijd met 40 miljoen mensen van 376 naar 336 miljoen inwoners. Het aantal 60-plussers maakt tegen dat ogenblik 30% van de bevolking uit hetgeen al te raden geeft voor de betaalbaarheid van de sociale zekerheid, de pensioenen in het bijzonder. Vandaag hebben wij 35 gepensioneerden per 100 werkenden in de EU, in 2050 zullen we 75 gepensioneerden hebben per 100 werkenden. De gemiddelde leeftijd zal 53 jaar zijn. Meer immigratie is dus een noodzaak om onze economie leefbaar te houden en een sociale zekerheid te verzekeren voor de volgende generatie.

Hoeveel nieuwkomers hebben we dan nodig om onze bevolking op peil te houden?
Het United Nations Population Fund (UNPF) schat dat om de bevolking in de EU tot 2050 op zijn huidig niveau te houden, er jaarlijks 1,6 miljoen immigranten moeten bijkomen. Maar om een stabiel evenwicht te krijgen tussen werkenden en gepensioneerden zou de EU elk jaar 13,5 miljoen immigranten moeten binnenlaten! Immigratie alleen kan het structurele probleem van onze sociale zekerheid, pensioenen en lage tewerkstelling niet oplossen, maar een instroom van gastarbeiders zou het overschakelen naar een alternatief systeem dat verschillende hervormers hebben voorgesteld wel vergemakkelijken. Daarbij komt nog dat onze industrie schreeuwt om mensen met een specifieke vaardigheid en die we hier niet vinden zoals informatici, technici, lassers, mechanici en elektriciens.

Gaat dit niet leiden tot een vorm van braindrain in de arme landen?
Andere landen zoals de VS, Canada, Zuid Korea en Japan zijn volop bezig met mensen met specifieke vaardigheden aan te trekken. En Engeland en Duitsland staan op het punt hetzelfde te doen. Wat gaan wij doen? Gaan we toelaten dat alleen die landen migranten opnemen en op die manier hun economieŽn versterken of gaan we hetzelfde doen? Ik weet dat een moreel tegenargument de zogenaamde braindrain is, maar ook dit wil ik nuanceren. Jaarlijks studeren tienduizenden hindu's af aan de hightech-universiteiten van IndiŽ terwijl er maar voor een deel van hen een arbeidsplaats is. Hen werk geven in onze Westerse landen is bijgevolg een goede zaak: voor de werknemer zelf, voor het gastland en voor het land van herkomst. Ik geef toe dat de situatie niet hetzelfde is in Afrika. Maar ook daar heeft migratie naar rijke landen een positief effect, namelijk via de bedragen die teruggestuurd worden naar de landen van herkomst. Volgens de Wereldbank zenden buitenlandse arbeiders elk jaar 70 miljard dollar naar familieleden. En het echte cijfer kan veel hoger zijn aangezien een groot deel ervan via informele kanalen wordt verzonden. Sommige studies suggereren 200 miljard dollar, jaarlijks. Dit is viermaal meer dan alle westerse landen elk jaar in ontwikkelingssamenwerking investeren.

Wat stel je dan voor? Moeten we dan meer migranten toelaten in de westerse landen?
Ik stel een globaal plan van aanpak voor op Europees vlak. We moeten de migratiestop van de jaren '70 opheffen en een systeem van gecontroleerde migratie mogelijk maken. Die moet dan wel samengaan met een verstrengde controle op illegale instroom en een verbeterde opvang en inburgering in onze westerse samenlevingen. Momenteel bestaan er problemen inzake taalkennis, werk en huisvesting. Binnen een gecontroleerde migratie kunnen we dit opvangen. Jaarlijks zou de Europese Unie aangeven hoeveel migranten elk EU-land kan (en moet) opnemen teneinde de verhouding tussen actieven en inactieven op peil te houden. Elke persoon buiten de EU kan zich dan kandidaat stellen. De voorwaarden zijn de volgende: de kandidaat verbindt er zich toe om een taalcursus te volgen in zijn land van herkomst (de kost hiervoor wordt gedragen door het land van herkomst en de EU) en zich daarna te onderwerpen aan een taaltest (in het land van herkomst door examinatoren uit de betrokken EU-landen). De kandidaat heeft op basis van werkaanbiedingen uit het betrokken opvangland een arbeidsvoorstel gekregen. Het land van herkomst voorziet in de opvang van de voorziene migranten. Kandidaten die toegelaten worden mogen hun echtgenoot of echtgenote en kinderen meebrengen en zij worden dan meegerekend in het contingent legale migratie.

Wat zijn de voordelen van een dergelijk systeem van gecontroleerde migratie?
De voordelen zijn legio. Er wordt een einde gemaakt aan de vaak mensonterende vormen van illegale migratie via bootjes en vrachtwagens. De bevolking in de EU-lidstaten weet perfect hoeveel migranten zullen binnenkomen. De kandidaten zijn voorbereid, kennen de taal en hebben uitzicht op huisvesting en tewerkstelling. De migratie verloopt volledig legaal (in tegenstelling tot de bestaande illegale praktijken die de asielzoekers trouwens handenvol geld kosten). Het ontvangstland krijgt gemotiveerde mensen binnen die inzetbaar zijn in het economisch systeem. Toch is dit niet hetzelfde als een greencard-systeem van de VS dat arbitrair is omdat het enkel slaat op hoogopgeleiden. In dit systeem ligt de nadruk veeleer op zelfontplooiing en een vorm van engagement van de migranten. Dit engagement is trouwens wederzijds aangezien de overheid zich garant stelt voor een goede opvang inzake huisvesting en werk.

In welke mate is uw visie in overeenstemming met het liberalisme?
De illegalen die vanuit Zeebrugge naar Groot-BrittanniŽ wilden trekken vormden maar een klein aspect van een complex en wereldwijd probleem. Maar het is wel een direct gevolg van een conservatieve, populistische en extreem nationalistische politiek die ons blijkbaar allemaal in de greep heeft. De hiervoor staande argumenten steunen op progressieve liberale waarden. Ze doorbreken het eigenbelang van vele Europeanen die hun ogen sluiten voor de mistoestanden in de rest van de wereld. Met mijn visie wil ik een discussie op gang brengen over de situatie van veel asielzoekers en vooral over de belemmeringen die er vandaag bestaan voor hun ontwikkeling. Ik ben ervan overtuigd dat het wegwerken van het protectionisme in de VS, de EU en Japan kan leiden tot een forse verbetering van de situatie in de minder ontwikkelde landen. Alleen op die manier kunnen we de prikkel om naar onze landen te emigreren wegnemen en hen stimuleren om te helpen aan de ontwikkeling van hun eigen land.

Overgenomen van Liberales, met toestemming van de uitgever.

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons