Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

Politics.be sprak met Vlaams Minister van Wonen, Sport & Media Marino Keulen (VLD)

Politics.be sprak met Marino Keulen, Minister van Wonen, Sport en Media. We worden, na een helse verkeerschaos op z'n Brussels, verwelkomd op het kabinet van de Minister aan de Kreupelenstraat. We spraken hem o.a. over de vele ministerwissels in de Vlaamse regering en we hadden ook heel wat vragen over zijn 3 verschillende bevoegheden: wonen, sport & media. Een onthullend interview!
Lees nu...

Politics.be sprak met Marino Keulen, Minister van Wonen, Sport en Media. We worden, na een helse verkeerschaos op z'n Brussels, verwelkomd op het kabinet van de Minister aan de Kreupelenstraat. We spraken hem o.a. over de vele ministerwissels in de Vlaamse regering en we hadden ook heel wat vragen over zijn 3 verschillende bevoegheden: wonen, sport & media. Een onthullend interview!


Marino Keulen: "Alle dagen is het een marathon lopen, maar elke dag gaat het weer een beetje beter"



Meneer de minister, u bent nu een kleine twee maanden in functie. Valt het mee of is het tot dusver een tegenvaller?
Natuurlijk valt het mee. In feite ben je bevoordeeld als je minister mag worden en ik denk dat iedereen die zetelt in het parlement wel altijd een beetje de stille ambitie heeft om minister te worden. Alleen is het vrij onverwacht gebeurd. Valt het mee? Eergisteren zei ik nog tegen mijn vrouw toen zij dezelfde vraag stelde: 'Alle dagen is het een marathon lopen, maar elke dag gaat het weer een beetje beter'. Het is een vrij hoog ritme van werken, het zijn ook lange dagen. En het meest opvallende is dat plots een heel deel mensen zeggen: 'ja, zeg jij het nu maar'. Vroeger als parlementslid was je diegene die ideeën aanbracht. Dan was je één van de velen die met een voorstel kwam, maar dan moest de minister maar de keuze maken. Je draagt ook de volle verantwoordelijkheid. Je kan je daardoor laten verlammen maar je kan het ook beschouwen als een kans. En ik beschouw het vooral als een kans om dingen te kunnen doen, om projecten te realiseren.

Een paar maanden terug toen u minister werd, heeft uw partij, de VLD, een paar wissels doorgevoerd. Ook AGALEV heeft dat gedaan. Uw andere coalitiepartner, de sp.a, heeft besloten om haar ministers op post te laten. Vindt u dat een goede keuze of bent u daar niet zo mee bezig? Hoe staat u over het algemeen tegenover die wissels?
Ten eerste leer je in de politiek heel snel dat iedereen voor eigen deur moet vegen. Dus ik zal over sp.a en AGALEV weinig uitspraken doen. Ik weet alleen dat bij sp.a dat ook gepland was. Het stond eigenlijk in de sterren geschreven. Zij hebben dat niet gedaan of gelaten omwille van de eenvoudige reden dat er sterke reacties zijn gekomen op de wissels die de VLD heeft doorgevoerd. Toen hebben ze plots besloten om met de bestaande ploeg verder te gaan, maar dat is hun zaak en daar heb ik voor de rest geen waardeoordeel over te geven.

De vorige minister-president Patrick Dewael is nu overgestapt naar de federale regering en is daar minister van Binnenlandse Zaken. In oppositiekringen wordt smalend in voetbaltermen gesproken over een transfer van 2de naar 1ste klasse. Hoe staat u daar tegenover?
Dat is een typisch staaltje van de "Calimero-reflex " waarbij we onszelf altijd in de positie van de underdog plaatsen. Je kent dat wel: "Zij zijn groot en wij zijn klein." Dat moeten we niet doen. Vergeet niet: de Vlaamse regering heeft veel meer bevoegdheden dan de federale regering. Budgettair hebben wij ondertussen een portefeuille van een 700 miljard oude Belgische franken. Dat is gigantisch veel geld. Bij de federale regering is dat inderdaad nog altijd 3 keer zo veel. Dat heeft te maken met de sociale zekerheid, maar op Vlaams niveau heb je alle bevoegdheden die dicht bij de mensen staan. Denk maar aan onderwijs, openbaar vervoer, het economisch beleid, welzijn, openbare werken. Dit zijn allemaal dingen die belangrijk zijn voor de mensen en daar heb je op federaal niveau niemand meer voor. Dus ik voel mij zeker geen minister in 2de klasse, of een minister zonder bevoegdheden. Ik denk dat wonen, media en sport bijvoorbeeld heel belangrijk zijn voor de mensen. Mensen een dak boven het hoofd geven. De communicatie in onze huidige mediamaatschappij en de plaats van de mensen daarin. Of sport, 1 miljoen mensen doen wekelijks aan sport. Als je ergens praat over een breed draagvlak, dan is het daar wel.

Het feit blijft: ministers verkiezen om de overstap te maken naar de federale regering. Is daar dan een verklaring voor?
Dat is dus heel simpel. Ik ben destijds mijn carrière begonnen op het kabinet van Patrick Dewael. Ik denk dat Patrick voor een stuk altijd die federale kriebel heeft gehad. Hij heeft ook lang in de federale kamer gezeten, waar hij een tijd lang zetelde als lid van de commissie justitie. Toen hij Vlaams minister-president werd, paste dat in de toenmalige 'configuratie', zoals dat heet. Ik denk dat het trouwens een minister-president is geweest met inhoud en met stijl. Ook iemand die op zijn eigen manier een stempel heeft gedrukt op die regering, maar die nu de kans heeft om dingen te doen waar hij heel sterk mee bezig is. Dat is inderdaad justitie en veiligheid, dus als minister van Binnenlandse Zaken zit hij daar op zijn stoel. Moest die materie behoren aan de regionale regering dan kan ik mij perfect voorstellen dat hij dat ook op regionaal vlak wel had gedaan.

U zegt: zeker en vast iedereen op zijn domein en het Vlaamse niveau is zeker niet ondergeschikt aan het federale?
Kijk, als Guy Verhofstadt zegt dat de regionale regering moet helpen om de begrotingsnormen te halen om van Europa groen licht te krijgen en verder te gaan met ons beleid, dan weet je meteen hoe belangrijk wij zijn. Wij zijn dus onmisbaar in het grote geheel en op dit ogenblik durf ik zelfs te zeggen dat wij budgettair en financieel diegenen zijn die in feite de zaak op dit ogenblik trekken.

Misschien een vraag over één van uw bevoegdheden. Huisvesting mag ik niet zeggen, heb ik begrepen?
Wonen! Minister van Wonen.

Eén van uw belangrijkste streefdoelen als minister van Wonen is dat u nog 15.000 sociale woningen wil bouwen. Zeg daar eens iets meer over. Hoe belangrijk zijn deze woningen?
We weten allemaal dat de Vlaming geboren is met een baksteen in de maag. Iedereen droomt wel van een eigen huisje, tuintje en boompje. Dat is eigen aan ons volk. 72% van onze mensen hebben een eigen woning of zijn bezig bij de bank een lening af te betalen om mettertijd eigenaar te worden van de woning waar ze in verblijven. Een deel van de mensen is niet in staat om aan een eigen woning te geraken via de sociale huisvesting. Zij komen dan terecht bij de minister van Wonen. Vandaag staan er 68.000 mensen op de wachtlijst voor een sociale woning. 68.000 mensen moet je eigenlijk maal 3 of 4 doen. Want het gaat hier om 1 persoon en die staat meestal aan het hoofd van een heel gezin. Het was dus eigenlijk stilaan nodig om op een geforceerde manier die wachtlijsten te verkorten. Vroeger spendeerde men om en bij de 2,5 miljard oude bef voor huisvesting nu is dat 12.5 miljard bef. Het is ons doel om tegen het einde van de legislatuur deze 15.000 woningen te bouwen. Dan staan er nog altijd veel mensen op de wachtlijst. We proberen ook extra middelen te vinden door ook de privé-sector te laten investeren in de sociale huisvesting. Dat heet de PPS (publiek-private samenwerking). In onze sector betekent zoiets dat je dus privé-investeerders zo ver gaat krijgen om te investeren in iets wat vroeger exclusief het domein was van de overheid: de sociale huisvesting. Hoe komt dat? Wij zijn bereid om die mensen 5 tot 6% rendement te geven op hun investering door het minder goed floreren van de beurs, maar ook door het feit dat de rente iets minder opbrengt op de bank. Er is dan ook wel wat belangstelling voor en ook omdat de mensen aanvoelen dat wanneer je daarin investeert je ook nog altijd een woning hebt. We proberen op deze manier 1000 woningen extra te bouwen. Dan zitten we aan 16.000 woningen. Maar als we dat nu op jaarbasis kunnen aanhouden, 1000 woningen via PPS naast het volume dat de overheid realiseert, dan krijg je dus weer een surplus. Dat is een extra die je anders niet had. Een goede wisselwerking tussen de publieke en de privé-sector.

Gaat een beleid rond sociale woningen er niet voor zorgen dat er procentueel minder privé woningen zijn? U sprak zich namelijk met enige trots uit over dat percentage van 72%.
En dat moet nog omhoog.

Ok, maar nu spreekt u zichzelf tegen. Enerzijds wil u privé-investeerders in een PPS (publiek private samenwerking) waardoor deze reële eigenaars worden van de woningen. En anderzijds bent u erg trots op het percentage van de bevolking dat een eigen woning heeft.
Nee, het zit als volgt. De overheid moet massaal blijven investeren, het is haast onmogelijk om zo'n grote bedragen alleen op te hoesten en de nood gaat groot blijven. Bij een crisis wordt er vaak beroep gedaan op de sociale huisvesting. Bijvoorbeeld de éénoudergezinnen. Mannen hebben vaak veel problemen bij een scheiding, maar vrouwen in de regel nog net iets meer. Vroeger werden zij opgevangen door de familie. Vandaag is dat allemaal voor de gemeenschap. Dat zijn het soort fenomenen waarmee we blijven zitten. De bedoeling is om zoveel mogelijk woningen te realiseren maar ook de mogelijkheid te geven tot het verwerven van een woning. De huurder krijgt dan recht op kopen. Met het geld dat de overheid daarvan krijgt kan men dan nog meer woningen aankopen. De mensen krijgen hierdoor ook perspectief waardoor ze het pand beter gaan onderhouden, ze krijgen de kans om zich op te werken en het stigma wordt doorbroken. Men moet zeker blijven investeren maar ook zoveel mogelijk mensen eigenaar maken. Dat is de beste verzekering voor de oude dag. Als wij in iets afwijken van de rest van de wereld, dan is het wel in onze eigendomsverhoudingen. Nergens zijn er zoveel huiseigenaars als hier, als in Vlaanderen specifiek. En daar moeten we trots op zijn. En we moeten er inderdaad voor zorgen dat we zoveel mogelijk Vlamingen eigenaar maken van hun huisje.

Ik heb hier iemand bij mij gehad en die kende mij nog uit mijn vroegere schooljaren. En die zei : "Jij bent nu bezig om de erfenis van mijn peettante te verbrassen". Waarmee hij bedoelde: "ik moet nu zoveel van die leegstandbelasting betalen dat mijn erfenis niets meer waard is"

Nu nog een andere belangrijke vraag over wonen, die gaat over de krotbelasting. Het is ook alom geweten dat er ieder jaar verwaarloosde woningen bijkomen. Waarom wordt er nu in sommige gevallen gesuggereerd om die krotbelasting te laten wegvallen?
Het verhaal is eigenlijk zo: in heel Vlaanderen is iedereen het ermee eens dat als je een grote woning hebt, dat leefbaarheid in de stad belangrijk is. Woningen mogen niet leegstaan, want er is een te grote behoefte aan. Daarnaast moeten die woningen fatsoenlijk worden onderhouden. Want in een buurt die proper is krijgt criminaliteit minder kans, dan heb je ook een stuk sterkere weerbaarheid. Wat zeggen wij dus: vandaag de dag moet je verkrotting, huisjesmelkerij, tegengaan maar vandaag stel je dus vast dat de reglementering zoals ze nu bestaat veel onrechtvaardigheden veroorzaakt. Bijvoorbeeld: er komt een inspecteur langs die zegt dat de woning er slecht onderhouden uitziet en zet deze woning op de lijst. En binnen de kortste keer krijgen deze mensen de mededeling dat ze op de leegstandslijst staan en dat ze een leegstandsbelasting gaan moeten betalen. Die mensen kunnen daar dan tegen in beroep gaan en worden daardoor op die lijst gezet en met die belasting geconfronteerd terwijl ze op dat moment bijvoorbeeld bezig zijn om die woning aan te passen. Ik heb hier iemand bij mij gehad en die kende mij nog uit mijn vroegere schooljaren. En die zei : "Jij bent nu bezig om de erfenis van mijn peettante te verbrassen". Waarmee hij bedoelde: "ik moet nu zoveel van die leegstandbelasting betalen dat mijn erfenis niets meer waard is". Die woning waarin hij leefde, had hij geërfd en die had een tijd leeggestaan en was behoorlijk op leeftijd gekomen. Er moest een nieuw dak op, er moest nieuw sanitair komen, een nieuwe elektrische bedrading er moest ook het één en ander aan het binneninterieur gedaan worden. Die man dacht: "ik doe dat voor tussen en na mijn uren en ook als ik geld heb want ik heb drie kinderen en een echtgenote die niet gaat werken om voor onze kinderen te zorgen. Dus ik heb een inkomen waarmee ik een gezin van 5 onderhoud, redeneerde hij. Zijn broers staken hem een hand toe. Maar hij kreeg dat niet op 1 jaar tijd in orde. Nochtans was er hard gewerkt want er kwam een nieuw dak, het sanitair werd aangepast en er werd een nieuwe elektrische bedrading gestoken. Maar ondertussen wordt hij wel gestraft. Dit zijn onrechtvaardigheden waarbij je het draagvlak dat voor zo 'n belasting zou moeten bestaan helemaal wegneemt. Ik denk dan: je moet vooral het kind met het badwater niet wegsmijten, met name verkrotting en leegstand tegengaan, maar je moet onrechtvaardigheden vermijden en zo zijn er nogal wat.


"Eigenlijk zouden we de materie van de krotbelasting moeten toekennen aan steden en gemeenten, omdat die beter vertrouwd zijn met de materie."

Bij het afschaffen van de krotbelasting streeft u een hogere rechtvaardigheid na. U gaat daar in een aantal gevallen de krotbelasting afschaffen. Maar vreest u dan niet dat het paperassenwerk naar omhoog gaat? Zoiets vraagt toch een hele reeks nieuwigheden rond aanvragen en toekenningen. Hoe wil u dat realiseren?
In de toepassing zitten heel veel dingen fout. Bijvoorbeeld dat men gewoonweg foute eigenaars aanduidt, voornamelijk omdat het allemaal niet zo heel goed geadministreerd is. In plaats dat men dat direct in orde brengt duurt dat soms twee tot drie jaar vooraleer dat allemaal weer op punt staat. Mensen gaan ondertussen door een hel, want ze krijgen ondertussen boeteclausules. Dat is Kafkaiaans.

Blijkbaar is er dus al een systeem waarbij een eigenaar een bezwaarschrift indient en spreken we dus niet over méér paperassen…
Ja, ja! Maar het werkt dus niet goed. Eigenlijk zouden we dat moeten toekennen aan steden en gemeenten omdat die beter vertrouwd zijn met de materie. Die weten ook heel snel of iets echt leeg staat. Ik krijg daar dus iedere dag briefwisseling over. Bijvoorbeeld iemand die door omstandigheden in de psychiatrie terechtgekomen is, dan komt daar zo'n ambtenaar voor bij en die zegt: "leegstand!". Natuurlijk geen reactie van de bewoner, aangezien die er niet is, en niemand die de briefwisseling opvolgt.

Om het nu eens over één van uw andere bevoegdheden te hebben: sport. Er wordt gevreesd voor de fysieke conditie van onze jeugd. Hebt u daar een actieplan of iets dergelijks voor?
Het is eigenlijk één van de twee dingen die ik nog wil doen in de elf maanden die me resten. Bij mijn aantreden was ik blij verrast: 1 100 000 Vlamingen doen al elke week aan sport in een club: dat is 1 op 5. Dat is goed, maar het is niet genoeg als we zien naar Nederland waar 1 op 3 aan sport doet. Eigenlijk willen we een grotere doorstroming krijgen van de scholen naar de sportclubs, daar zit het grootste potentieel.
Vandaag stel je vast dat veel kinderen in de lagere school al afhaken omdat ze weten dat ze toch nooit Kim Clijsters of Lance Armstrong zullen worden. Dat is fout, je moet kinderen duidelijk maken dat sport ook gezelligheid en ontspanning is. Dat sport je in contact brengt met mensen en goed is voor je gezondheid. Aan sport doen moet zoiets worden als een gezond ontbijt of je tanden poetsen.


Om dat beeld mee te vormen krijg ik hulp van Marc Herremans, die hiervoor de scholen zal afschuimen. We willen ook de clubs zover krijgen om dit te zeggen, want tenslotte is dit voor hen belangrijk om te kunnen putten uit een grotere groep. Op die manier ontdekken ze gemakkelijker talent en kan dat ook hun werking ten goede komen.
Verder willen we vooral investeren in gewone lokale infrastructuur, dus alles wat de mogelijkheden van de gemeente overstijgt. Ik bedoel dan bijvoorbeeld een wielerbaan voor pisterenners in het wielrennen. Dat zijn baanrenners, gebeurt meestal indoor. Of bijvoorbeeld een aangepaste gymnastiekhal voor mensen die aan gymnastiek op topniveau doen. Dat is een beperkte groep van mensen maar er is daar publiek voor. We hebben in Vlaanderen talent en willen zorgen dat dit ook naar boven komt.

Dus wat u eigenlijk zegt is dat u niet enkel oog wil hebben voor de meer populaire sporten...
We moeten zowel het topniveau als de brede basis ondersteunen.

En dat gaat u dus doen door sensibiliseringsmaatregelen?
Ja, en de infrastructuur zullen we moeten uitbouwen. Daar zijn we nu mee bezig. Er wordt geld voor uitgetrokken. Aan de baan wordt momenteel hard gewerkt, ze zou volgend jaar klaar moeten zijn.

"Wij willen daarom niet persé een Vlaamse voetbalcompetitie maar je zou wel een Vlaamse voetbalbond kunnen hebben en dan toch rustig een Belgische competitie behouden."

Sommige mensen of groeperingen zeggen dat de voetbalbond Vlaams moet worden. Zijn er volgens u nog veel zaken die op het vlak van sport verkeerd lopen omdat ze federale bevoegdheden zijn?
De grondwetgever, niet de wetgever, heeft gezegd dat sport een materie is van de gemeenschappen. Die zijn daarvoor bevoegd. Nu eerlijk gezegd, mij is het vooral te doen om de sporter en de sportvereniging. Wij hebben ondertussen de expertise en een stuk ervaring om met die mensen op een goede manier om te gaan. Wij willen daarom niet persé een Vlaamse voetbalcompetitie maar je zou wel een Vlaamse voetbalbond kunnen hebben en dan toch rustig een Belgische competitie behouden. In de praktijk denk ik dat er al meer Vlaamse competities bestaan op het provinciale niveau en ook voor een stuk op het nationale niveau. Men voert daar dus een schijndiscussie. Men stelt de vraag: tegen wie moet Anderlecht dan spelen? Of kan Genk niet meer spelen tegen Standard? In Limburg heb je een uitgebreide derby omdat je daar naast een grote schare Genk-supporters ook een grote Standard-kern hebt. Maar daar gaat het helemaal niet over, het is belangrijk dat je de structuur aanpast aan de politieke besluitvorming, zodat iedereen er enkel beter van wordt. Nogmaals, dat sluit niet uit dat men competitie speelt op Belgisch vlak. Men maakt daar vaak een symbolische discussie van om de échte discussie niet te moeten voeren. Je stelt vast dat de basketbalbond wel gedefederaliseerd is en er toch een Belgische competitie bestaat. Kan perfect!

Dus u zegt dat dit ook perfect zou kunnen bij de voetbalcompetitie.
Absoluut! Ik wou daar eigenlijk nog mee naar buiten komen. Iedereen zegt: Vlaamse competitie, daar moet je niet aan beginnen. Want inderdaad, we zijn maar klein en sommigen praten van een BeNe-competitie of zelfs een Europese competitie. Als je dan ook nog gaat versplinteren tot een Vlaamse competitie dan ben je eigenlijk echt met een tegendraadse beweging bezig. Dat hoeft dus niet maar je kan wel je bonden organiseren langs het niveau van Vlaanderen, Franstalig België en Duitstalig België.

U hebt al een uitgesproken visie over sport. Hebt u ook goede contacten kunnen leggen? Want uw voorganger, Guy Vanhengel, had goede contacten in de sportwereld. Is dat bij u ook het geval?
Ik moet nu heel eerlijk zeggen, ik probeer iedere week twee, drie keer op sportactiviteit aanwezig te zijn en dan krijg ik van iedereen de vraag: 'Gaat ge naar de Tour?'. Ik ben daar niet naartoe gegaan, maar ik ben wel gisteren naar Aalst geweest, en morgen naar Peer. En dat is enorm, er stond 50 000 man en er was geen geweld of hooliganisme te bespeuren. Mensen stonden soms in vijf rijen dicht, ik heb me daar enorm geamuseerd. Wat we wel hebben vastgesteld: Antwerpen en Aalst krijgen elk 2 500 euro sponsoring van de Vlaamse Gemeenschap en Peer en Limburg krijgen niets. Dat hebben we nu rechtgetrokken. Ik ben er erg mee bezig, zowel met de structuur als op het terrein aanwezig zijn. Omdat dat meestal wel goed samenloopt maar je soms toch vaststelt dat de sporter anders tegen dingen aankijkt dan de bestuurder. En dat is daarom niet altijd in het voordeel van de ander. Maar ge moet ze allebei zien. Ik heb ook altijd gezegd: mijn portefeuille is budgettair gezien gewoon het zwaarste. Maar ik heb géén stiefkinderen als bevoegdheden. Ze zijn me alledrie dierbaar en ik wil voor alledrie mijn best doen.

Dat zit wel goed met een topsporter als Marc Herremans.
Marc is ook zo iemand: als je moe bent en je ziet het niet meer zitten en je hebt er een tijd bijgezeten. Dan denk je: wie ben ik om te klagen. Die man is altijd optimist. Is ook heel beleefd en hij heeft een uitstraling. En dan denk je soms: komaan mensen, niet flauw doen, doordoen!

"Een krant lezen is iets zoals tanden poetsen en elke dag een beetje sporten, dat moet ingebakken worden".

Nu even over uw andere bevoegdheid: media. U bent een bezige bij blijkbaar want ik heb onlangs gelezen dat u mee in het project 'krant in de klas' stapt. U gaat scholen bevoorraden met kranten. Is het dan zo erg gesteld met het leesgedrag en de informatiewaarde?
Dan komen we naar jullie toe natuurlijk (naar Politics.be, red). Maar we stellen vast dat het aantal jonge krantenlezers alsmaar afneemt. Ik heb vroeger altijd in de commissie media gezeten en daar heb ik gezien dat krantenuitgevers een moeilijke periode doormaken. Zij zoeken naar een manier om wat steun te krijgen van de overheid, maar Europa verbiedt steun aan bedrijven. Dat is tegen de principes van de vrije markt en als orthodoxe liberaal wil ik mij daar zeker naar schikken. Aan de andere kant stel je vast dat er vooral een structureel probleem is. Er is geen instroom of onvoldoende instroom van jonge lezers. Een krant lezen is iets zoals tanden poetsen en elke dag een beetje sporten, dat moet ingebakken worden. Net zoals een boek lezen kan het zeer gezellig en ontspannend zijn. Dat kan ook betekenen dat je de human interest-bladzijden leest om te zien met wie pakweg Kylie Minogue op dit moment een koppel vormt. Gaandeweg ga je uitbreiden, begin je ook al eens de sportbladzijden te bekijken en nadien misschien een andere katern. Aan de hand van een werkboek gaan we proberen jongen mensen te motiveren tijdens de lessen en het in hun programma te laten opnemen.

"Als je iemand alle dagen frieten laat eten, dan zal die bij God niet weten hoe rijst smaakt. Nochtans kan kip curry met rijst best lekker zijn!"

Dus de filosofie is jongeren in contact te brengen met kranten en wat interesse op te wekken. Denkt u dat ze effectief dan in hun vrije tijd de krant zullen lezen?
Kijk, als je iemand alle dagen frieten laat eten dan zal die bij God niet weten hoe rijst smaakt. Nochtans kan kip curry met rijst best lekker zijn als dat goed is klaargemaakt. Je moet mensen op zeker ogenblik met het aanbod confronteren. Twee: de scholen mogen zelf beslissen in welke vakken ze de lessen geven. Het is dus eigenlijk een vorm van toegepast onderwijs. De meeste krijgen toch in hun laatste jaar, zowel in ASO als in TSO, met de media te maken. In Limburg leest 80 % van de mensen het Belang van Limburg. Het is al heel wat als je jongeren kunt duidelijk maken dat het Laatste Nieuws, de Standaard, de Morgen, … De Financieel Economische Tijd ook bestaan! We gaan ook eens kijken rond een bepaald thema. Dan kom je tot de ontdekking dat sommige kranten bepaalde thema's heel uitgebreid aan bod laten komen terwijl andere er een stukje van 10 regels van maken, maar die andere hebben dan weer andere thema's die ze heel uitgebreid brengen. Zo leer je mensen hoe kranten nieuws brengen, wat ook een beetje toont wat kranten belangrijk vinden. Zo zien ze dat men over hetzelfde soms heel anders kan schrijven. Het ideologisch profiel van een krant en hoe je op die manier jonge mensen daarmee kan confronteren. Niet enkel 'die hebben een liberale inslag, die zijn christen-democratisch' - alhoewel wat betekent dat vandaag de dag nog? - Maar dat je dat wat opentrekt en desnoods ook journalisten zelf laat langskomen om te tonen wat hun vak inhoudt, hoe ze aan hun nieuws komen zodat jonge mensen begrijpen dat je nieuws niet moet ondergaan, het is niet de bijbel. Het is informatief belangrijk verschillende kranten te lezen, dan krijg je een heel veranderend beeld.

U zegt dat we jongeren een beetje kritisch moeten leren denken?
Ja, inderdaad. We moeten de jongeren opvoeden tot actieve burgers.

Wat de pers betreft: het is zo dat veel media-initiatieven geld toegestopt krijgen door de overheid. U wil die winst nu gaan groeperen in het bedrijfsfonds voor de pers. Wat houdt dit concreet in?
Eigenlijk is dat gewoon de vorm. De inspectie van Financiën heeft me op het idee gebracht, in Nederland bestaat het al langer. Je hebt het project krant in de klas, opleiding van jonge journalisten die wij mee subsidiëren en eigenlijk stond dat allemaal los van elkaar. We hebben dat nu samengebracht in één "begrotingsruimte", om het jargon te gebruiken. En dat is het bedrijfsfonds voor de pers geworden. Ook economische steun aan de persbedrijven, bijvoorbeeld voor het plaatsen van een nieuwe drukpers kunnen ze steun krijgen. Bedrijven zoals Opel Antwerpen en Ford Genk krijgen dat ook als ze nieuwe productiemachines installeren. Door dat samenwerken wordt het overzichtelijker en transparanter. De notie van goed bestuur is ook belangrijk. Ik wil niet dat dit versnipperd geraakt zodat we uiteindelijk een klantvriendelijk systeem bekomen. En het is ook beter controleerbaar.

Dan nu een iets moeilijker vraag. Onder Dirk van Mechelen is de VRT opnieuw uitgegroeid tot een slagvaardige publieke omroep. Nu wordt er wel gezegd door VTM dat de strijd wat ongelijk is aangezien de VRT drie keer zoveel middelen krijgt. Hoe gaat u die houding nu benaderen?
Op de twee nieuwe creatieve managers van VTM na, heb ik iedereen al ontvangen. De VRT werkt met een bestaande beheersovereenkomst die nog geldt tot 2005. Ik moet er mij dus sowieso aan houden want het parlement heeft daar destijds over beslist. Je moet altijd zorgen voor 'fair competition', gelijke kansen voor alle twee. De VRT heeft tien miljard oude Belgische franken die hij krijgt om te werken en dan nog twee miljard sponsoring, reclame. VTM moet het énkel doen met reclame. Eigenlijk is het geen gelijke strijd. VTM heeft een dubbel probleem. Eerst en vooral het creatief deficit. In de beginjaren was zij de creatieve omroep en de VRT wat verstard terwijl het nu eerder omgekeerd is. Ten tweede zijn er door de crisis minder reclamebudgetten, de bedrijven besparen en VTM voelt dat. Verder is het interessant om bij de VRT te adverteren want zij werken met weinig adverteerders. Als je daar een blokje plaatst, wordt dat iets beter opgemerkt. De VRT beschikt over enkele creatieve geesten die ervoor zorgen dat ze die grote sprong voorwaarts konden maken, wat ze vroeger met dezelfde middelen niet konden. Het is dus vaak een kwestie van mensen. Maar ik denk dat het zeer belangrijk is dat de twee blijven bestaan en kunnen bestaan. Ik heb veel respect voor VTM omdat zij dat op eigen kracht doen en ook veel respect voor VRT omdat ze uit een diep dal zijn teruggekeerd. Een goede verhouding is belangrijk zodat ieder zijn plaats vindt in het raamwerk dat er de dag van vandaag is. Het is zo dat de VRT verbeterd is dankzij het bestaan van VTM en door het bestaan van de VRT moet VTM ook altijd op de kwaliteit blijven letten. Een ding is duidelijk: de kijker in Vlaanderen geeft de voorkeur aan Vlaamse producten. We krijgen dertig kanalen op de kabel, maar de drukst bekeken zijn onze twee Vlaamse zenders. VT4 hoort er ook bij, dat is ondertussen ook een Vlaamse zender geworden, maar als we praten over de strijd gaat het altijd over de twee groten.


"Drie kwartier nieuws! Dat is te lang. We zijn op dat gebied in Absurdistan terechtgekomen."

Enkele jaren geleden zei uw voorganger dat er voor grotere Vlaamse producties weinig budgetten beschikbaar zijn. Ruimte voor een prestigieuze serie als 'Ons Geluk' blijkt er niet meer te zijn...
Dat heeft ook met het crisisverhaal te maken, er komt weinig binnen. Dat was inderdaad een heel prestigieuze reeks. De vraag is of VTM als commerciële omroep en als familieomroep wel moet blijven wedijveren om prestige. Het probleem in het verleden en vandaag misschien ook nog is dat de twee kampen met elkaar wedijveren over de terreinen waar de andere moet scoren. De VRT zou dat soort reeksen moeten brengen terwijl de populaire quizzen en het infotainment meer bij VTM thuishoort. Eigenlijk moeten ze stoppen zich proberen te bewijzen op het terrein van de ander. Als ze dat doen hebben ze beiden hun plaats, moeten ze niet vrezen voor de toekomst en zal er minder verstarring optreden. Het zal op termijn misschien leiden tot een wisselwerking. Want eigenlijk is het zo dat men momenteel op VTM niet kan vermelden dat men een primeur van de VRT heeft als men dat een uur later overneemt. Dat is toch kinderachtig.

Om daar iets dieper op in te gaan: laten we het nieuws nemen. Het VRT-nieuws biedt nu kwaliteit en haalt ook meer kijkcijfers dan vroeger juist omdat ze de VTM-stijl hebben overgenomen. Dat druist toch in tegen wat u juist zei?
Dat heeft vooral te maken met de tijdsduur. Drie kwartier nieuws! Dat is te lang. We zijn in op dat gebied in Absurdistan terechtgekomen. Veel te lang. Maar het 'Hart van Vlaanderen' op VTM was een absolute publiekslieveling, dus probeerde men het zolang mogelijk te trekken om de mensen bij zich te houden. Zo wilde men voorkomen dat mensen wegzapten naar 'Man Bijt Hond'. Eigenlijk is het te gek voor woorden. 20 minuten algemeen nieuws en dan 5 minuten sportnieuws, met natuurlijk de nodige flexibiliteit, zou beter zijn. Wat moet je er dikwijls niet allemaal bijnemen, zeker in de komkommerperiode. Burenruzies kunnen heel interessant zijn en een oplossing nodig hebben, maar zodra je dat op het nationale nieuws gaat aanpakken, beginnen mensen zich toch vragen te stellen over de impact en de draagwijdte van dat nieuws. Een gevoel voor verhoudingen is heel belangrijk en ook om goed te kunnen samenleven. Ik denk dat als je naar een half uur nieuwsuitzending gaat, je een korter maar kwaliteitsvoller nieuws kan aanbieden. En desnoods doe je er nog een extra uitzending bij. De dag van vandaag duurt een televisieavond voor de meeste mensen heel lang. Je kan gaan naar een hoofdbrok om 19 uur en dan later op de avond nog enkele kleinere brokken. De Nederlandse TV doet dat ook. Maar drie kwartier blijft teveel.

"We vergeten te vaak dat 99% van de wereld meteen met ons wil ruilen, met alle onvolkomenheden en beperktheden die in dit gezegende koninkrijk bestaan. Dat wil niet zeggen dat we zelfvoldaan in de zetel moeten kruipen en genieten, neen dat wil dan zegen dat we dat ene procent ook nog moeten zien te realiseren."

De kijkers die meer duiding wensen die kunnen dan naar een programma zoals Ter Zake kijken.
En intussen stellen we vast, en gelukkig maar, dat al die zenders ook meer duidingprogramma's hebben. Iedere dag is er zo een duidingprogramma. Dat is op zich ook niet slecht, dat is goed zelfs, dus wat daar kan je dan dingen in uitdiepen en kan je ook achtergrondinformatie brengen, en bijvoorbeeld uw buitenlandberichtgeving ook een stukje compenseren omdat dat toch ook niet onbelangrijk is. We vergeten te vaak dat 99% van de wereld meteen met ons wil ruilen, met alle onvolkomenheden en beperktheden die in dit gezegende koninkrijk bestaan. Dat wil niet zeggen dat we zelfvoldaan in de zetel moeten kruipen en genieten, neen, dat wil dan zegen dat we dat ene procent ook nog moeten zien te realiseren. Het is soms goed om eens alles in de breedte te plaatsen en ook eens aan te geven hoe relatief het één en ander is.

Vindt u dat de media daarin een belangrijke voortrekkersrol zouden moeten spelen? Om komaf te maken met die mentaliteit?
De media van vandaag zijn alles. Alles wat er op tv komt is de waarheid voor de mensen. Je merkt dat ook voor jezelf, als je een paar keer in het nieuws komt zeggen ze 'hè, ik heb je gezien'. Voor de mensen ben je plots politiek au sérieux vanaf de dag dat je een keer live in de nieuwsuitzending komt of je in De Zevende Dag zit. Ik heb dat zelf een paar keer meegemaakt. Opeens heb je dan een niveau, een statuur bereikt. De impact van de media is alles, en het gaat niet geringer worden, het wordt alleen meer. Je ziet het ook met de verkiezingen, het kastje bepaalt alles. We hebben vier weken kiescampagne op televisie gehad. De beeldmedia namen 75% voor hun rekening en de kranten waren goed voor 15 tot 20% en dan was er nog 5% voor de radio. Misschien hier en daar nog enkele procentjes voor de multimedia, dat moet je dan maar ergens van de tv in mindering brengen. Maar de tv is dus gewoon alles. Ik kan er over meespreken als organisator van de VLD-campagne. 'Doe de Stemtest' heeft in feite voor een groot stuk de verkiezingsuitslag al bepaald.

Tot grote spijt van de oppositie ...
Ja inderdaad, maar je ziet daar toch de impact. Een programma als bijvoorbeeld dat van Luk Alloo, die dat trouwens heel erg goed gedaan heeft, was heel fris. Bijvoorbeeld Bracke & Crabbé was op een zeker ogenblik het ultieme. Als je daar in zat, dan was je ook politiek voor een stuk bij de eerste ploeg. Dan was je lid van het netwerk van de grote jongens. Dus dat gaat alleen maar belangrijker worden. En voor de mensen is dit dé referentie. En daarom is het ook goed dat het die impact heeft, dat hoeft niet slecht te zijn, dat is dat men zichzelf ook af en toe eens kritisch bekijkt in de spiegel, en ook af en toe naar verdieping gaat om alles in een groter verband te plaatsen.

"Ik denk dat op het vlak van sociale zekerheid en sociaal recht Europa absoluut meer bevoegdheden moet krijgen. Precies om oneerlijke concurrentie tegen te gaan, om sociale bescherming in heel Europa op een identieke wijze te organiseren. Europa wordt alsmaar belangrijker en alsmaar machtiger."

Bent u voorstander van verdere splitsing van bevoegdheden naar Vlaams niveau, of zijn er bevoegdheden waarvan u zegt dat ze beter op een federaal niveau blijven?
Op welke manier kan je goed besturen, op welke manier kan je een dienstverlening verlenen die het nauwste aansluit bij wat de mensen willen? Dat kan in het ene geval betekenen dat je in het ene geval meer bevoegdheden naar de gemeenten moet brengen, in het andere geval meer bevoegdheden naar Vlaanderen en weer in een ander geval meer bevoegdheden naar Europa. Ik denk dat op het vlak van sociale zekerheid en sociaal recht Europa absoluut meer bevoegdheden moet krijgen. Precies om oneerlijke concurrentie tegen te gaan, om sociale bescherming in heel Europa op een identieke wijze te organiseren. Ik zeg dat als geharnaste liberaal. Ik kom uit een gewoon neutraal gezin. Ik ben niet tegen België, maar ik denk dat een stuk van het verloop van de geschiedenis nu eenmaal is dat een stuk verdampt in de richting van Europa. Europa wordt alsmaar belangrijker en alsmaar machtiger. En ook een stuk naar Vlaanderen, want het niveau van de regio - en dat geldt overigens ook voor Wallonië en Brussel - wordt alsmaar belangrijker. En dat zal niet afnemen. De tegenbeweging zal niet meer komen. Als je vandaag ziet dat landbouw en buitenlandse handel wordt geregeld op het niveau van de regio's, dat zelfs op termijn verkeersveiligheid en ook ontwikkelingssamenwerking naar de regio's gaat komen, dan is dit een onherroepelijke beweging. Maar de notie blijft dat we niet moeten kijken naar het aantal portefeuilles dat we krijgen, maar eerder hoe kunnen we met de bevoegdheden die we hebben een goed bestuur organiseren in functie van de mensen.

Over de radiolicenties: "De Francité, de Franse taal als cultuurmiddel bij uitstek, die in heel het koninkrijk te horen moet zijn. Tot in Antwerpen toe. Dat zit er nog altijd in. (…) Dat is hun beeld van een stuk cultuurpolitiek, waarbij ze de taal bij uitstek als cultuurproduct gebruiken."

Welke raakvlakken zijn er vanuit uw bevoegdheden met het federale niveau?
Wat betreft media: op het gebied van de radio. Daar is een structureel probleem met de zenders in het Waalse Gewest. Zij hebben veel meer 'wattage'. Zij blazen ons daar weg. Maar het heeft ook te maken met een andere traditie. Zij hebben meteen gekozen met radio's met een groter vermogen dan hier in Vlaanderen. Je mag hier maar 8 km ver gaan. Dat noemden wij, toen we in de oppositie zaten, de 'walkie-talkies'. In Wallonië heb je altijd meteen vier groten gehad. RTBF is daar één van de groten, maar ook Energy, Nostalgie, Contact. Wist u dat Contact in Franstalig België 25% van de markt heeft? Als Elio Di Rupo gevraagd wordt voor een interview bij Contact, dan is die meteen beschikbaar. Terwijl zij in Vlaanderen nog geen 2% hebben. Dat is dus, punt één, het probleem van het vermogen. Maar ten tweede heeft het ook te maken met de mentaliteit. Zij durven dat niet te zeggen, maar dat menen ze wel: de Francité, de Franse taal als cultuurmiddel bij uitstek, die in heel het koninkrijk te horen moet zijn. Tot in Antwerpen toe. Dat zit er nog altijd in. Het Frans is voor hen de cultuurtaal bij uitstek. Dat is hun beeld van een stuk cultuurpolitiek, waarbij ze de taal bij uitstek als cultuurproduct gebruiken. De VRT kan je niet meer eens ontvangen zodra je in de Ardennen bent. Zij hebben nog een bijkomend voordeel door het feit dat Wallonië hoger ligt dan Vlaanderen. Daardoor zitten zij in een betere uitvalspositie als wij.
En dan wat sport betreft heb ik niet zo veel te maken met het federaal niveau. Het BOIC is wel zo'n laatste bastion. Nobele mensen, waarmee ik goed kan samenwerken, maar die nog wel nationaal gestructureerd zijn.

Dus geen federaal contact op overheidsvlak, maar wel met een organisatie …
Inderdaad. Maar wij hebben daar echt geen vragen over. Het enige waar ik wel eens problemen mee heb is op het vlak van media. En dan situeert zich dat niet als een probleem met de Franstalige Gemeenschap, maar wel met de Belgische Overheid omdat die moet optreden bij inbreuken. De Belgische overheid is verantwoordelijk voor de 'etherpolitie'. Maar onder Franstalige druk opereert die etherpolitie niet.

Over de radiolicenties: er zijn heel wat persberichten over de nieuwe aanpak. Wat is exact de nieuwe aanpak en de impact van ervan?
We gaan overgaan tot de erkenning van regionale radio's. In iedere provincie gaat er ook een privé-initiatief komen als een tegenhanger tegen de VRT2 radio's. Vandaag is daar nog een feitelijk monopolie. Als liberaal ben ik daar tegen en Europa is daar eveneens tegen. En de lokale radio's, die ondertussen al meer dan 10 of 15 jaar aan het aanmodderen zijn met erkenningen voor 1 jaar, willen we nu een erkenning geven voor negen jaar. Die zijn altijd miskend geweest en we willen die nieuwe kansen geven. Naast de erkenning van 9 jaar is hier en daar ook een groter vermogen mogelijk. Je kan dan een nieuw élan geven aan die lokale radio's en stadsradio's. Ik vind lokale radio's nog altijd heel belangrijk omdat die toch een gemeenschapsfunctie vervullen. Het brengt verenigingen en mensen dichter bij elkaar. We starten de procedures begin augustus en tegen het einde van het jaar moet alles afgerond zijn. Het is een moeilijk dossier omdat er heel wat concurrentie is. Er zijn maar een beperkt aantal zenders mogelijk. En vroeger was stond het VCM (nvdr: Vlaams Commissariaat voor de Media) in voor de erkenning, nu doet de minister dat.

U wordt dan ook geconfronteerd met de kritiek op uw beslissingen.
Jazeker.

Eén van de kritieken uit de radiowereld was dat de grote provinciale frequenties worden toegekend aan de 'grote jongen' zoals Roularta en VUM en …
Dat is toch goed?

Ah?
Er zijn voor lokale frequenties 8 of 9 frequenties minder beschikbaar dan vandaag, maar als je weet dat sommige van die radio's gaan voor een licentie voor een provinciale of stadsradio, dan komt dat mooi gelijkmatig uit. In die zin zullen ook een aantal dingen verduidelijken. Nu zitten mensen op het lokale niveau te klooien omdat ze niet kunnen groeien. En omgekeerd zijn er ook een aantal lokale radio's die niet goed functioneren en die al sinds jaar en dag dezelfde muziekband spelen waar geen enkele stem op te horen is, waar ook niets gebeurt op het gebied van lokale berichtgeving. Daar willen we eerlijk gezegd ook in uitzuiveren. Wie kan daar nu tegen zijn? Ik vind het goed dat de sector opkomt voor zijn eigen belangen, maar ik vind dat ze ook niet diegenen moeten verdedigen die al jaar en dag dezelfde muziekband spelen. Zondag namiddag ben ik al eens een keer thuis - ik probeer dat toch, dat is ook belangrijk voor de 'Pax Media' op het thuisfront (lacht) - en dan blader ik eens in de krant en kijk wat tv. Op een zeker moment zeg ik tegen mijn vrouw 'nu komt dit of dat nummer' omdat ik wist dat ze op dat ogenblik altijd die muziekband draaien.
'Klant is Koning' is een heel leuk programma op Donna, of het 'Foute Uurtje' op Q vind ik ook heel leuk. Maar het moet niet 24 op 24 en 7 op 7 hetzelfde zijn. Er moet afwisseling in komen. Om die reden moet er ook wat gezuiverd worden in de sector.

Door dus de grote frequenties toe te kennen aan de grote jongens met meer geld hoopt u eigenlijk om een betere kwaliteit te bekomen in het radio landschap?
Ik vind uw vraag zeer tendentieus, meneer de interviewer.

Dat is nochtans de kritiek vanuit de sector. Het zal inderdaad een mooie vooruitgang zijn om grotere frequentiegebieden te voorzien. Het is prachtig om zo'n provinciale zender uit te baten. Maar lopen de groepen zoals Roularta en de VUM daar niet mee weg?
Dat is niet erg. Ik kom van Lanaken, bij Maastricht. Er is toch geen probleem. Er is genoeg plaats op de frequentieband voor die kleintjes. Dat hoeft hen toch geen pijn te doen. Want als grotere spelers zoals Contact, weg zijn van het lokale niveau, dan geeft dat toch meer mogelijkheden voor andere lokale radio's?

Het gaat dus om een verbetering die maakt dat een aantal van de bestaande grotere spelers op een betere manier kunnen gaan werken.
Correct. Nu zitten die grotere te klooien op het lokale niveau. Die pakken het terrein in van de anderen. Voor het lokale niveau moet je de echte lokale zenders hebben.

Een combinatie van twee bevoegdheden kunnen we misschien in deze vraag samenvatten: komen er initiatieven om meer aandacht te genereren voor kleinere competitieve sporten?
Er is daar in mijn ogen een specifieke opdracht weggelegd voor de openbare omroep. Nu wordt vooral aandacht besteed aan wie er nu specifiek voor bepaalde uitzendingen van voetbalwedstrijden kan instaan. De ene heeft de Champions League en de andere de nationale voetbalcompetitie. Ze vragen nog liever een mening aan een toevallig passerende politicus dan dat ze het (beeld)materiaal van een ander gebruiken. Vlaanderen kent een rijkdom aan allerlei sporten die écht leven. De liggende wip bijvoorbeeld. Er zijn ook nogal wat schutterijkringen. Of volkssporten zoals kaatsen. Dát soort dingen. Dat leeft allemaal nog in Vlaanderen. Er is daar duidelijk een opdracht weggelegd voor de openbare omroep. Zij kunnen zich daarin onderscheiden van de private zenders.

Meneer de minister, bedankt voor dit interview.

Interview: Harold van der Kraan en Maarten Malaise
Redactie: Chris Demeyere, Sarah Linten, Tamara Schraenen, Maarten Malaise, Frederik Misplon
Eindredactie: Kristof De Backer, Harold Van der Kraan, Peter Malaise

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons