Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

Interview met Willy De Clercq over het Europese project: verleden en toekomst

Dit jaar wordt Minister van Staat Willy De Clercq 75 jaar. Voor het Liberaal Vlaams Verbond is dit dé gelegenheid om deze éminence grise van de Belgische en Europese politiek een huldeboek aan te bieden. Willy De Clercq werd op 8 juli 1927 te Gent geboren. Na zijn studies in de rechten wordt hij advocaat bij het Hof van Beroep te Gent en docent aan de RUG, later ook aan de VUB. Hoewel een succesvolle carrière in de advocatuur in het vooruitzicht ligt, wenkt de politiek. Een volledig overzicht geven van de rijkgevulde politieke loopbaan van Willy De Clercq is echter een schier onmogelijke taak: actief bij de liberale jongeren, gemeenteraadslid, parlementslid, minister, vice-premier, voorzitter van verscheidene internationale monetaire instanties, partijvoorzitter, Europees Commissaris,... Sinds 1989 zetelt hij in het Europees Parlement, een mandaat dat hij nog steeds met groot enthousiasme uitvoert. Zaterdag 30 november om 10 uur werd in het Pand te Gent het huldeboek voorgesteld en overhandigd aan Willy De Clercq. Voor ons een reden voor een diepgaand interview.
Lees dit interview nu...

Dit jaar wordt Minister van Staat Willy De Clercq 75 jaar. Voor het Liberaal Vlaams Verbond is dit dé gelegenheid om deze éminence grise van de Belgische en Europese politiek een huldeboek aan te bieden. Willy De Clercq werd op 8 juli 1927 te Gent geboren. Na zijn studies in de rechten wordt hij advocaat bij het Hof van Beroep te Gent en docent aan de RUG, later ook aan de VUB. Hoewel een succesvolle carrière in de advocatuur in het vooruitzicht ligt, wenkt de politiek. Een volledig overzicht geven van de rijkgevulde politieke loopbaan van Willy De Clercq is echter een schier onmogelijke taak: actief bij de liberale jongeren, gemeenteraadslid, parlementslid, minister, vice-premier, voorzitter van verscheidene internationale monetaire instanties, partijvoorzitter, Europees Commissaris,... Sinds 1989 zetelt hij in het Europees Parlement, een mandaat dat hij nog steeds met groot enthousiasme uitvoert. Zaterdag 30 november om 10 uur wordt in het Pand te Gent het huldeboek voorgesteld en overhandigd aan Willy De Clercq. Voor ons een reden voor een diepgaand interview.

Bij de aanvang van de Tweede Wereldoorlog was je 13 jaar oud. Hoe heb je die oorlog persoonlijk ervaren?
Een emotioneel moment was alvast de dag waarop de oorlog begon en Duitse bommenwerpers boven de stad vlogen. Ik liep toen school aan de Atheneum aan de Ottogracht in Gent. Die morgen riep de prefect alle leerlingen bijeen op de speelplaats en hij vertelde ons dat ons land in gevaar was en deed een oproep om ons te gedragen als goede Belgen. Daar kregen we tranen in de ogen van. Intussen waren de eerste bommen gevallen op de Onafhankelijkheidslaan waar de eerste Gentse slachtoffers vielen. De bevrijding door de Poolse en Canadeese troepen was dan weer een formidabel moment.

Was je toen al politiek bewust?
Neen, niet echt. Mijn ouders hebben trouwens nooit aan politiek gedaan. Ook na de oorlog tijdens mijn studententijd was ik meer bezig met sport, basketball vooral. Maar ik ben toen beginnen militeren in het Liberaal Vlaams Studentenverbond en begon artikels te schrijven voor Neo-Humanisme en Volksbelang. In die periode was het LVSV een bloeiende organisatie, alhoewel de Liberale Partij toen niet veel voorstelde. In 1952 zochten ze een jongere als kandidaat op de lijst voor de gemeenteverkiezingen en werd ik verkozen. Na een jaar moest ik echter ontslag nemen omdat ik mijn militaire dienst moest doen. Maar toen had ik de politieke microbe goed vast en in 1958 kwam ik als opvolger van Henri Liebaert in de Kamer van Volksvertegenwoordigers terecht. Toen was ik amper 31 jaar.

In die periode werden de tegenstellingen tussen Oost en West in de wereld almaar scherper. In 1961 leidde dit zelfs tot de bouw van de Berlijnse Muur. Hoe heb je dat ervaren?
Ongeveer een maand voor de bouw van de Muur ben ik nog op reis geweest naar Berlijn. Ik heb die vlucht van honderden en honderden Duitsers naar het westelijk deel van Berlijn gezien. Zo heb ikzelf ook een ondervraging bijgewoond van een gezin dat op de vlucht was geslaan. De reden was eenvoudig, die mensen wensten een beter leven voor hun kinderen. Maar hun belangrijkste motief was toch de drang naar vrijheid. Na de bouw van muur is Kennedy naar Berlijn gekomen en heeft er zijn beroemde woorden 'Ich bin ein Berliner' uitgesproken. Dat was de tijd waarin de Sovjet-Unie de stad trachtte te isoleren van het Westen en Amerikaanse vliegtuigen dagelijks paketten voedsel invlogen.

Je hebt altijd een grote belangstelling gehad voor Europa en de Europese eenmaking. Eigenlijk is dat allemaal relatief snel gegaan, na die vreselijke oorlog.
Wat voor het Europese eenmakingsproces essentieel is geweest was de houding van de overwinnaars tegenover Duitsland. In 1945 heeft men gelukkig niet dezelfde fout gemaakt als na de Eerste Wereldoorlog. Toen heeft men de verliezers vernederd en via enorme schuldheffingen in de armen van het extremisme en Hitler gedreven. Na de Tweede Wereldoorlog heeft men via het Marshallplan de zaken veel verstandiger aangepakt. Er was geen revanchisme en bijgevolg ook geen anti-revanchisme, waardoor extreem-rechts geen kans meer kreeg. Daar is de basis gelegd voor de verzoening tussen Duitsland en Frankrijk en indirect ook van Europa. Daar was vanuit het standpunt van de Amerikanen ook een economisch en politiek belang bij. Ofwel een verarmd Europa dat opnieuw ten prooi kon vallen van extremisme of een bondgenoot in de strijd tegen het oprukkende communisme. In de loop van de jaren is het Europees project dan uitgegroeid tot een echt succesverhaal."

Europa is gestart met 6 landen, nu zijn we al met 15 en binnen enkele jaren gaan we naar 30 landen. Dat was en is toch een moeilijk proces geweest?
In feite hebben we vier uitbreidingsgolven gekend en dit ondanks veel tegenkanting. De uitbreiding met Groot-Brittannië, Ierland en Denemarken stuitte oorspronkelijk op veel verzet bij De Gaulle, althans wat Groot-Brittannië betreft. Dat was totaal verkeerd. Men kon toch geen Europa uitbouwen zonder een belangrijk Europees land als Groot-Brittannië. Dat was ondenkbaar. Ook de uitbreiding in 1981 met Griekenland en in 1986 met Spanje en Portugal kende veel tegenstand. De vrees bestond dat we overstelpt zouden worden met migranten uit die zuiderse landen die toen echt arm waren. Eenzelfde tegenkanting zien we trouwens nu tegenover de kandidaat-lidstaten van Oost Europa. Toen waren ook de landbouwers hardnekkig tegen omdat ze de concurrentie van die zuiderse landen vreesden. Gelukkig is die uitbreiding er toen gekomen. Landen als Spanje en Portugal zijn dank zij Europa welvarend geworden en van emigratielanden omgeturnd tot immigratielanden.

Maar is samen met de uitbreiding ook wel de politieke macht van Europa gegroeid?
Zeker en vast. Ik zat in het Europees parlement in 1979 gedurende twee jaar en nadien vanaf 1988 tot heden. Het Europees parlement heeft in die periode enorm veel macht bijgewonnen. Laat het mij illustreren met het volgende voorbeeld. Eind jaren zeventig waren er geen lobbyisten actief rond het Europees parlement, en hadden we inderdaad weinig of niets te zeggen. Vandaag zijn er 1.400 officieel geregistreerde lobbyisten. Alleen dat is al een bewijs dat haar macht enorm is toegenomen. Door de verdragen van Maastricht en Amsterdam heeft het Europees parlement nu zelfs een wetgevende bevoegdheid op ongeveer 80% van het legislatieve werk.

In 1989 viel de Berlijnse Muur. Was dat geen moment om verder te gaan met de uitbreiding van de Unie?
Dat gaf ons inderdaad een enorme hoop. We dachten in onze naïviteit dat Europa eindelijk verenigd zou worden. Dat is niet gebeurd. De Muur van het politieke, het ideologische en het militaire was gevallen, maar er is een andere Muur gekomen. Die tussen de 'haves' en de 'haves-not'. Vandaar het historisch belang van wat we nu meemaken met de uitbreiding naar de Oost-Europese landen. Misschien wel hét belangrijkste moment in de Europese geschiedenis om eindelijk één continent te zijn zonder barrières. En dat zonder geweld, zonder onderdrukking, maar op een vrijwillige en vreedzame manier.

Europa staat voor een vrij verkeer van kapitaal, goederen, diensten en personen maar sluit zich wel steeds meer af tegenover niet-Europeanen. Moeten we niet eerder onze deuren openzetten?
Ik denk niet dat we die politiek mogen voeren. We kunnen ons niet veroorloven de ganse wereld hier te herbergen. Het risico bestaat dat de Europese bevolking dit niet zou aanvaarden en dat daardoor het ganse Europees project op de helling zou komen te staan. Daarbij moeten we ook rekening houden met onze economische draagkracht. Ik denk dat we eerder de weg van de geleidelijkheid moeten volgen. Alhoewel ik niet zo hou van quota's denk ik dat dit misschien tijdelijk een oplossing kan zijn. In elk geval mogen we geen afgesloten fort worden. Het komt erop aan om een evenwicht te vinden tussen onze liberale principes en de noodzaak tot economische en sociale stabiliteit binnen Europa.

Hoe belangrijk is de Conventie die nu aan de gang is?
Die Conventie slaat misschien niet aan bij de burgers maar het is essentieel. Het is een trendbreuk en een unieke opportuniteit. Een trendbreuk omdat vroeger alle belangrijke beslissingen boven de hoofden van de burgers genomen werden. Voor het eerst zal dat nu gebeuren met het 'middenveld'. De regeringen, de Commissie, de nationale parlementen, het Europees parlement, regio's en sociale organisaties. Op die manier kan het Europees project een veel breder draagvlak krijgen.

Binnenkort komen er weer heel wat landen bij. Zijn die landen er klaar voor?
Ze zijn er alleszins toe in staat. Er is al enorm veel in geïnvesteerd. De vooruitgang die landen als Slovenië, Polen, Tsjechië en Hongarije hebben geboekt is indrukwekkend, niet alleen economisch, maar ook administratief, op het vlak van de rechtsbedeling en inzake democratisch functioneren. Natuurlijk is nog niet alles perfect, er zijn nog veel zwakke punten, maar ze hebben nog de tijd om die weg te werken. Ik denk dat ze zullen klaar zijn. Vergelijk nog eens met Spanje en Portugal. Toen die landen toetraden waren ze ook de zwakke broertjes, nu staan ze sterk. Maar het belangrijkste is het feit dat er geen alternatief bestaat. We kunnen Europa niet laten bestaan uit een rijk Westen en een arm Oosten, met dan in de rug een Russische beer waarvan niemand juist weet of hij niet opnieuw kan klauwen. Hen niet opnemen zet ook de deur open voor extremistische avonturen wat opnieuw de stabiliteit van Europa zou kunnen aantasten.

Wat zijn de grenzen van Europa? Volgens Giscard d'Estaing mag Turkije alvast niet meedoen.
Ik vind dat een dwaze uitspraak. Als voorzitter van de Conventie, waar de Turken trouwens zelf inzitten, was dit op zijn zachtst gezegd misplaatst. Maar hij zit vooral inhoudelijk verkeerd. In de eerste plaats omdat Turkije geografisch gezien met een weliswaar klein stukje in Europa ligt en derhalve voldoet aan de voorwaarde van het Europees verdrag dat alle landen in Europa kunnen toetreden. Weet ook dat op dat stukje grond 10 miljoen mensen leven. Evenveel als in ons land, meer dan in Portugal, Griekenland, Denemarken, Finland en natuurlijk Luxemburg. Ook vanuit zijn geschiedenis heeft het bindingen met Europa. Al de landen van de Balkan en nog verder zijn gegroeid onder de hoede van de Turken. Turkije is dus geen vreemdeling voor Europa. Maar in feite gaat het hier om de angst van het overwegend joods-christelijk Europa voor de islam. En dit is totaal fout. Willen we vermijden dat Turkije in het kamp van het fundamentalisme valt dan moeten we hen de kans geven om toe te treden, uiteraard mits ze voldoen aan de voorwaarden van Kopenhagen.

Mogen we niet dromen van een wereldburgerschap?
Dat zal alvast nog heel lang duren. Het Europees project is nog ver van perfect. Het Europees burgerschap bestaat zelfs amper. Laten we eerst daaraan werken.

Hoe staat u tegenover de antiglobalisten?
Ik ben voor de globalisering. Het beste voorbeeld van de globalisering is de Europese Unie. Tegen de globalisering zijn is alsof men tegen het schijnen van de zon is. De globalisering is nu eenmaal een realiteit. De wereld wordt steeds maar kleiner, alles is met elkaar verbonden, bedrijven zijn actief op diverse plaatsen op de wereld. Wat we moeten bestrijden zijn de misbruiken die er zijn. De antiglobalisten en andersglobalisten stellen wel de juiste vragen, maar geven de verkeerde antwoorden. Daarbij moeten we af van de illusie dat we iedere mens op aarde gelijk welvarend kunnen maken. Laten we vertrekken van het principe dat iedereen gelijke kansen krijgt, waarin de betere het ook beter doet, waarin de minder succesvolle voldoende geholpen wordt. De rest is theorie, is een mooi discours, maar is zelfs niet goed voor de mensheid.

Dank u voor dit gesprek.

Dit interview werd overgenomen van Liberales, met toestemming van de uitgever

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons