Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

Interview met Gust Van Dongen (Christelijke Onderwijscentrale - COC)

Op 9 september 2001 liet Vlaams minister van Onderwijs Marleen Vanderpoorten (VLD) de leraren weten dat de uitstapleeftijd in het systeem van de terbeschikkingstelling voorafgaand aan het rustpensioen (TBS) zou worden verhoogd van 55 naar 58 jaar. De vier onderwijsbonden (COC, COV, ACOD en VSOA) schreeuwden meteen moord en brand en zouden de maatregelen met alle mogelijke middelen bestrijden. We spraken met Gust Van Dongen, secretaris-generaal van de Christelijke Onderwijscentrale COC.

Op 9 september 2001 liet Vlaams minister van Onderwijs Marleen Vanderpoorten (VLD) de leraren weten dat de uitstapleeftijd in het systeem van de terbeschikkingstelling voorafgaand aan het rustpensioen (TBS) zou worden verhoogd van 55 naar 58 jaar. De vier onderwijsbonden (COC, COV, ACOD en VSOA) schreeuwden meteen moord en brand en zouden de maatregelen met alle mogelijke middelen bestrijden. We spraken met Gust Van Dongen, secretaris-generaal van de Christelijke Onderwijscentrale COC.

Men sprak zelfs van “weken-, maanden-, járenlange acties”. Zijn vakbond had toen al laten weten niet akkoord te gaan met de overgangsmaatregelen die de minister had uitgewerkt, en later lieten ook COV en VSOA een ‘njet’ horen. De onderhandelingen hervatten begin januari, en voor de COC staat het vast: ze gaan door tot er voldoende overgangsmaatregelen zijn voor iedere leerkracht, met minder nemen ze geen voldoening.

Niets voor min-vijftigers

Waarom is het zo moeilijk om over de TBS-maatregel tot een akkoord te komen? Wat houdt uw vakbond nog tegen om ermee in te stemmen?
“Wat ons nu tegenhoudt, is het feit dat de regering wel een stap vooruit gezet heeft voor de vijftigplussers, maar nog niks geregeld heeft voor de min-vijftigers. De min-vijftigers vormen natuurlijk pas in 2007 een probleem, misschien dat men het daarom niet zo belangrijk vindt om daar nu al rekening mee te houden. Het wantrouwen van het personeel ten opzichte van deze regering is zó fundamenteel groot dat het nationaal comité van COC stelt dat wij een oplossing willen, niet alleen voor de 50-plussers, maar ook voor de min-vijftigers. Door de manier waarop de regering de beslissing van de 55+ genomen heeft, hebben niet het minste vertrouwen meer in deze regering.”

Wat vindt u van de overgangsmaatregel, die zegt dat 52-plussers anderhalf jaar loopbaankrediet kunnen krijgen?
“Het voorstel van de minister was oorspronkelijk inderdaad voor de 52-jarigen. Door onderhandelingen zijn we gekomen tot een overgangsmaatregel voor de 50-jarigen. Daar is dus al twee jaar bovenop gedaan. Het uitstapkrediet is niet de drie jaar die we gewenst hadden, maar er is dan toch enige tegemoetkoming. Men kan nu ongeveer op de leeftijd van 56 jaar op een of andere manier toch uitstappen. Op 55 jaar kan men zelfs deeltijds uitstappen. Dit is zeker en vast positief, maar ik kom terug op het eerste puntje, doordat er niks inzit voor de min-vijftigers, vervaagt dit eigenlijk.”

U zegt 50, maar dan kun je bij wijze van spreken gaan tot 20?
“Er is een brug geslagen tussen 55 en 58, waar een aantal modaliteiten de mensen die het niet meer zien zitten de kans geven om uit te stappen. Eigenlijk vragen we loopbaanperspectieven. Ook voor de jongeren, omdat de mogelijkheid om uit te stappen op 55 één van de aantrekkelijke aspecten van het lerarenberoep was. De loonstudie van Hay van vorig jaar heeft dit aangetoond. Als je dit nu onderuit haalt, dan haal je dat niet alleen voor de 50-jarigen onderuit, maar ook voor de 30-jarigen. Ofwel houdt men het onderwijs aantrekkelijk, ofwel maakt men het minder aantrekkelijk.”

Op de site van de COC stellen jullie dat de TBS55+-regeling deel uitmaakt van het sociaal en geldelijk statuut van het onderwijspersoneel. Is dat wel zo? De maatregel werd indertijd toch als crisismaatregel ingevoerd omdat te veel jongeren zonder baan zaten?
“We moeten toegeven dat wanneer die maatregel tot stand is gekomen, in het jaar 1985, dat het toen inderdaad een maatregel was om ouderen aan te sporen uit te stappen om jongeren in de plaats te zetten. Dit is duidelijk. Ondertussen is die tewerkstellingsmaatregel geëvolueerd tot een sociale maatregel. De personeelsleden van vandaag realiseren zich niet meer dat dit in 1985 tot stand is gekomen als een tewerkstellingsmaatregel en men gaat ervan uit dat men, eens men 55 is, dan ook kan uitstappen indien men dat wil. Ik blijf erbij dat het een sociale maatregel is, om de eenvoudige reden dat je ziet dat heel veel mensen er gebruik van maken, niet omdat ze te lui zijn om te werken, maar wel omdat ze het eigenlijk niet meer zien zitten in de huidige omstandigheden, hetzij om fysische moeilijkheden om het lerarenberoep nog uit te oefenen, hetzij om de psychische druk van de steeds moeilijker wordende klassen die op de leraren gaat wegen.”

We spraken met Gust Van Dongen, secretaris-generaal van de Christelijke Onderwijscentrale COC over de uitstapregeling voor leerkrachten. Het tweede van drie delen.

Kent u concrete cijfers van leerkrachten die op hun 55ste zeggen dat ze uitgeblust zijn?
“Wat is ‘uitgeblust’? Ik voel me niet geroepen om te zeggen wie er uitgeblust is en wie niet. Ik heb nu de getallen ook niet bij me liggen, maar er is een onderscheid tussen het basisonderwijs en het secundair en het hoger. Dat is ook niet abnormaal. Er zal ook wel een onderscheid zijn tussen BSO en ASO, maar de vraag is: wie is uitgeblust? Is dat fysisch moe, psychisch moe, dat kan je nooit uit statistieken halen. In het debat met minister Vanderpoorten zegt zij, dat er onder die uitstappers op 55 zijn die dat niet nodig hebben. ‘Nodig’ tussen aanhalingstekens. Dat kan ik moeilijk weerleggen. Het zal wel zo zijn. Maar als ik zeg: er zijn er even veel die dat wél nodig hebben, dan kan zij dat evenmin weerleggen. Dit is de moeilijkheid. Wie als buitenstaander kan oordelen over het individu? Wanneer men streng is om mensen te laten uitstappen of als men dat gaat verhinderen, dan gaan we terug een pak mensen krijgen die op 55 jaar ziek zouden worden. Die zeggen nu eerlijkheidshalve gewoon ‘het gaat me niet meer, ik ga op 55+’. Maar in de toekomst, als ze niet meer kunnen uitstappen op 55, zullen ze naar de dokter stappen. De dokter zal zonder al te veel moeilijkheden schrijven dat die meneer of die mevrouw het om fysische of psychische redenen niet meer aankan in het onderwijs. Dit zal onvermijdelijk zo zijn.”

Luc Van den Bossche wou daar in 1995 al tegen reageren door de controle op ziekte bij leerkrachten in handen te geven van een privé-controlebureau… Hoe zit dat nu?
“Dat is nog altijd hetzelfde. Het controlebureau is wel eens veranderd, van de ene firma naar de andere, maar het systeem blijft hetzelfde. Het gaat om een privé-firma die dokters uitstuurt om te zien of ziek gemelde mensen inderdaad ziek zijn. Ik kan u zonder enig probleem garanderen dat mensen van 55 die er psychisch tegenopzien om naar de klas te gaan, zonder enige moeilijkheid van die controlerende geneesheer de toelating zullen krijgen om thuis te blijven.”

Vindt u dat dat privé-controlebureau zijn werk doet?
“Ja, we hebben in het begin wat klachten gehad dat die dokters van die privé-instelling al te drastisch waren, om niet te zeggen draconisch. Ze stuurden mensen die echt niet meer konden toch terug naar de klas. Maar de laatste tijd lijkt dit herleid te zijn tot gewone proporties.”

Mogen kleuterleidsters volgens u uitstappen op 56 jaar terwijl de andere personeelsleden pas op 58 hun kap over de haag mogen gooien?
“Neen. Wij verwerpen dit totaal. Niet dat die leeftijd van 56 slecht is, maar we verwerpen wel élke uitzondering. Er zullen kleuterleidsters zijn die er absoluut uit willen als ze 56 zijn, en terecht, maar zo kennen wij in het secundair onderwijs ook een heel pak mensen die er op hun 56 ook uit willen. Het afzonderlijk zetten van de kleuterleidsters is onaanvaardbaar.”

U kunt er niet inkomen dat mensen in het kleuteronderwijs, die dag in dag uit tussen kleine kinderen van 3 tot 5 en hun kabaal zitten, er vroeger genoeg van kunnen hebben dan hun collega’s in het secundair onderwijs?
“Ik kan daar heel goed inkomen, en ik kan er bovendien even goed inkomen dat een leerkracht van 56 in een beroepsklas met nogal wat migranten, evenzeer snakt naar het uitstappen als die kleuterleidster. Dat is voor ons het probleem.”

1,1 miljard besparingen

Denkt u echt dat de overheid de maatregel nam uit besparingen?
“Ik zou daar duidelijk in willen zijn. Op 10 september zei de minister dat het ging om een besparingsmaatregel, eigenlijk om een heroriënteringsmaatregel. Met het geld dat vrijgemaakt werd door de uitstapleeftijd te verhogen, zou men drie dossiers van centen voorzien. Het ging met name om het gelijke kansendecreet, het ICT (informatie- en communicatietechnologie, ll) en het levenslang leren. Om dat te realiseren, had men 1,1 miljard nodig. Wanneer dan nogal sterk gereageerd werd op die ‘besparingsmaatregel’, schakelde men over. Het was dan niet langer om besparingen te doen, de maatregel kaderde nu in de algemene problematiek om mensen langer aan het werk te houden. In de actieve welvaartstaat moeten mensen langer aan het werk gehouden worden. Wanneer wij dan stelden waarom het onderwijs daar als eerste en enige voor moest dienen, schakelde men over naar een derde reden, en dat was het acute lerarentekort. Maar door de maatregel zo plots in te voeren, schep je niet meteen leerkrachten. Mijn standpunt is: mensen die moe zijn, zet je niet meer voor de klas. De stelling van Vanderpoorten is: ‘liever een uitgebluste leerkracht voor de klas dan gene’. Ik zou liever klassen samenzetten en noodoplossingen zoeken.”

Er zijn toch wel degelijk leerkrachten te kort?
“Momenteel situeert er zich een lerarentekort in het lager onderwijs. Het situeert zich ook wel een beetje in het secundair, maar het is moeilijk te bepalen waar precies. De situatie in het zuiden van West-Vlaanderen is misschien wel helemaal anders dan de situatie in de noordhoek van de Kempen. In de Westhoek zijn er misschien leraren aardrijkskunde te kort, in de Kempen misschien leraren Frans. Maar we kunnen zeker en vast niet ontkennen dat er een lerarentekort op til is. In het lager onderwijs is dat al zo, in het kleuteronderwijs hoegenaamd niet, in het secundair een beetje. Maar om het tekort op te lossen moet men andere structurele maatregelen gaan nemen: het lerarenberoep aantrekkelijk maken. Door deze 55+-maatregel af te schaffen, maakt men het lerarenberoep juist minder aantrekkelijk. Men ondergraaft zijn eigen stelling.”

Hoe komt het denkt u dat de minister de maatregel in juli nog officieel invoerde voor het hoger onderwijs, en 2 maanden later het hele stelsel afbouwt?
“Ik ga zelfs iets meer zeggen. In de onderhandelingen rond de cao (collectieve arbeidsovereenkomst over loonsverhoging, ll), in het voorjaar, hebben wij gevraagd om de uitstapregel zoals die nu bestond, uit te breiden tot deeltijdse mogelijkheden. De maatregel zoals die bestond, was alles of niks. We hebben toen gepleit om leerkrachten halftijds te laten uitstappen, dan is er kans dat het totale kwantum dat blijft lesgeven, hoger zal zijn dan hetgeen je nu hebt. Het antwoord daarop was neen. Radicaal neen. Op 29 juni ondertekent de minister een omzendbrief waarin zij zegt dat de terbeschikkingstelling voorafgaand aan het rustpensioen onverminderd van kracht blijft in het volgend schooljaar. Dat staat zwart op wit, he. Begin juli wordt er onderhandeld over de 55+-maatregel in het hoger onderwijs met een nieuw besluit, waardoor er in de hoofden van de vakbonden en ook van de inrichtende macht niet de minste twijfel bestond over de bedoeling van de regering. Dan mag men ons niet kwalijk nemen dat we ons op 9 september wel heel erg verwonderd, verbaasd, verbolgen voelden wanneer men zo’n maatregel op zo’n botte manier decreteert.”

We spraken met Gust Van Dongen, secretaris-generaal van de Christelijke Onderwijscentrale COC over de uitstapregeling voor leerkrachten, maar ook over creatief staken en hostessen voor de klas. Het laatste en langste van drie delen.

SP.A en Agalev mee in het bad

U zegt dat de cijfers er al waren. Hebben de vorige regeringen niets tegen dat dreigende tekort ondernomen?
“In de vorige regeringen is er herhaaldelijk gezegd dat het lerarenambt geherwaardeerd moet worden. Dat is over het algemeen bij holle woorden gebleven. Je kan de herwaardering van de leerkrachten op een aantal manieren aanpakken. Je kan de taak verlichten en zo de job herwaarderen. Je kan ook een frank beter betalen. Je mag niet vergeten dat de voorgaande regering uit de recessie kwam. We kropen stilaan uit de put. Toen was een pak mensen geneigd om het onderwijs te verlaten en naar de privé-sector te gaan, waar men beter betaalde. Als de huidige economische recessie zal aanhouden - hopelijk niet - dan zullen er mensen zijn met een onderwijsdiploma die niet in het onderwijs maar in de in de privé staan, die willen terugkeren naar het onderwijs. Daardoor krijg je al een zekere input. Je kan er ook voor zorgen dat mensen die geen onderwijsdiploma hebben maar wel in het onderwijs aan de slag willen, er mits bijscholing aan kunnen beginnen. Men aanvaardt dat zonder enig probleem van een licentiaat. Iemand die zijn licentie gedaan heeft, kan in het onderwijs. Misschien heeft die persoon in eerste instantie geopteerd voor de privé, maar na tien jaar kan die opteren voor het onderwijs. Waarom zou iemand met een diploma van het hoger onderwijs van het korte type, het één-cyclus-onderwijs van vandaag niet geïnteresseerd kunnen zijn om voor de klas te staan? Ik geloof nog altijd dat dat kan, maar dan moet de regering met centen over de brug komen, en dat is uitgerekend het probleem. Wanneer een licentiaat Germaanse tien jaar in de privé-sector gewerkt heeft, en die persoon gaat dan naar het onderwijs, dan moet hij of zij in het onderwijs van nul beginnen. Dan krijg je geen kandidaten natuurlijk. Als je die tien jaar niet meeneemt in de anciënniteit, dan gaat niemand dat doen. Dat hebben we ook al in alle duidelijkheid gesteld maar de regering doet alsof ze doof is op dat gebied.”

Bent u voorstander om ex-werknemers van bijvoorbeeld Sabena en Lernout & Hauspie in het onderwijs te engageren?
“Ik heb dat zelf gelanceerd tijdens een van de debatten. Waarom zouden de slachtoffers van Sabena mits omscholing niet voor de klas kunnen? Je kan dat dan gaan ridiculiseren door te zeggen ‘morgen een airhostess voor de klas’, zoals Guy Polspoel deed. Ik kan daar moeilijk mee lachen, airhostess is voor mij een degelijk beroep. Als die dame het goed uitgelegd kan krijgen in het vliegtuig, waarom zou ze het dan niet uitgelegd krijgen in de klas? Ik geloof daar in, maar niet iedereen is geschikt om voor de klas te staan, het is ook geen verplichting, maar het zou een mogelijkheid kunnen zijn. In de Westhoek zal zich dat inderdaad ook voordoen. Een aantal mensen die een goede job hadden bij Lernout & Hauspie en die nu op zoek moeten gaan naar een nieuwe job, moeten voor mijn part ook naar het onderwijs kunnen. Stel dat open, maar bezoldig die mensen ook! Dat is het probleem natuurlijk.”

Wat vindt u van de houding van de meerderheidspartijen SP.A en Agalev, die het voorstel mee goedkeurden, maar dan toch tegen Vanderpoorten ingingen en zeiden dat ze opnieuw aan de onderhandelingstafel moest gaan zitten?
“Ik vind dat een goede vraag. De regeringsleider en de onderwijsminister, Dewael en Vanderpoorten, zeggen altijd dat ‘dé regering bij unanimiteit beslist heeft dat…’ En dan steekt men meteen de SP.A- en Agalevministers mee in het bad. Zij zijn mede verantwoordelijk voor hetgeen beslist wordt. In een parlementaire democratie, heb ik altijd geleerd, moet het parlement toch het een en het ander kunnen bekijken. Als je nu een aantal parlementairen hebt, geen ministers maar parlementairen, die vraagtekens hebben bij die maatregel, en die dat dan ook verwoorden, dan zie je dat ze nogal brutaal behandeld worden door deze regering. De VLD-voorzitter (Karel De Gucht, ll) zegt dan dat ze beter hunne bek houden, dat de regering beslist heeft, en dat zij moeten volgen wat de ministers beslisten. Dit is de politieke wereld en de besluitvorming op hun kop zetten. Ik vond het heel moedig, zowel van Agalev als van enkele SP.A-parlementairen, destijds van de VU, om toch te luisteren naar de vakbonden. Maar de manier waarop ze teruggefloten zijn, is nogal brutaal, maar dat typeert deze regering. De huidige regering heeft het met parlementaire democratie niet te erg hoog op.”

Niet meer creatief staken

Denkt u niet dat de publieke opinie haar begrip voor de acties in het onderwijs dreigt te verliezen als er nog vaak creatief of net vóór de vakantie zal worden gestaakt?
“Wij moeten dit inderdaad vaststellen. In het begin van de actie was de publieke opinie heel erg met ons. Iedereen vond dat de manier waarop de onderwijsmensen nu weer werden aangepakt, niet kon. Die brutale manier van 9 september, dat kan dus niet. Na de eerste staking was er eigenlijk ook nog wel begrip. Toen de regering dan de poot stijf gehouden heeft, waren wij verplicht om een nieuwe staking te lanceren en die is inderdaad bij een aantal mensen in het verkeerde keelgat geschoten. Iedereen zegt dat men het in het onderwijs al zo goed heeft: men heeft zo veel vakantiedagen, men heeft geen druk… Wij moeten telkens weer zeggen dat twintig uur lesgeven wel iets méér dan twintig uur werken betekent! Je moet voorbereiden, en je moet ook nawerk doen, de vakantie hebben wij meer dan nodig… Als de job dan toch zó interessant is zoals iedereen wel beweert, waarom zijn er dan zo weinig kandidaten? Dit is een dooddoener natuurlijk, ik weet dat wel, maar het ís wel zo! Iedereen zegt dat men het goed heeft in het onderwijs, maar heel, heel weinig mensen zetten de stap naar het onderwijs. Zo goed is het immers niet betaald, en werken met levend materiaal, met kinderen tussen 3 en 18 jaar, is toch ook niet altijd van het gemakkelijkste. Dit is een bedenking van onze kant, maar daar hebben we publieke opinie niet mee kunnen overtuigen. Het is duidelijk dat de publieke opinie zich tegen ons heeft gekeerd. Het creatief staken heeft bij een aantal werknemers kwaad bloed gezet. We hebben eigenlijk nooit bedoeld ‘creatief staken’, we hebben destijds bedoeld ‘creatief actie voeren’. Dat is alternatief actie voeren: misschien eens een uur staken, een halve dag staken,… Dat is iets anders dan hoe het in een aantal scholen is geëvolueerd. Ik denk dat het hoofdstuk ‘creatief staken’ afgesloten is.”

Kunt u erin komen dat de liberalen voorstellen een beperking van het stakingsrecht in te voeren als er hinder voor de dagelijkse gang van zaken kan ontstaan, bijvoorbeeld bij de NMBS, De Post of Sabena?
“Ik heb dat ook vernomen, en als vakbondsverantwoordelijke kan ik dat uiteraard hoegenáámd niet onderschrijven. Dat dat komt uit de liberale hoek van De Gucht en compagnie, verwondert mij langs geen kanten. Al wat hij kan doen om de vakbonden onderuit te halen, zal hij zeker niet nalaten. Dus als hij morgen iets kan gestemd krijgen waardoor de vakbonden nog minder kunnen opkomen voor het belang van de werknemers, dan zal De Gucht dat zeker en vast doen. Verwonderen doet het me niet, en dat we ertegen in actie gaan, dat zal duidelijk zijn. Dit is de problematiek van de brede vakbeweging én het ACV, én het ABVV, niet alleen van de onderwijsbonden.”

Jullie leggen zelf heel wat alternatieven voor de maatregel op tafel: het afschaffen van het inschrijvingsgeld voor de lerarenopleiding, het aantrekken van hulpleerkrachten die tegelijkertijd opleiding volgen, maar ook al een handje toesteken in de klas, of andere taken voor leerkrachten die het niet meer zien zitten om dagelijks voor de klas te gaan staan. Zijn die voorstellen momenteel haalbaar?
“Dit zijn maatregelen op lange termijn. Dit kan je niet van vandaag op morgen, maar dat is ook gezegd geweest. Dit zijn maatregelen om op termijn het lerarentekort op te vangen. Daar geloven we in en daar blijven we ook bij. Het presteren van overuren moet zo veel mogelijk beperkt worden. Maar om uit de nood geholpen te worden, waarom niet? Maar het andere aspect, het structurele, mensen aantrekken om naar het onderwijs te komen, daar geloven we inderdaad in, maar daar hebben we tijd voor nodig. En we blijven erbij dat de tijd niet zo dringend is als de minister nu voordoet.”

Meer concreet ziet professor Steven Janssens (KUL) baat in een ingroei- en uitloopfase in de carrière van leerkrachten, waarbij ze een gewijzigd takenpakket krijgen, voor kleinere klassen komen te staan en dergelijke. Ziet u daar een mogelijkheid in?
“Absoluut. Dat zat ook in ons pakket maatregelen om de aantrekkelijkheid van het beroep te verhogen. Waarom zou een vijfenvijftiger bijvoorbeeld niet halftijds les kunnen geven, en halftijds begeleider zijn, coach van jonge leerkrachten? Maar je kan ze natuurlijk niet allemaal coach maken. Maar er zijn ook nog andere jobs te doen op school. Daar geloven wij ook in. Maar ook dat zal centen kosten. En daar wil de regering niet over praten. Want als je die 55’er maar halftijds laat lesgeven, moet je een andere halftijdse in de plaats zetten.”

Hoe komt het volgens u dat de vervangingspool maar gering succes heeft? Dat was een mogelijke oplossing voor het lerarentekort geweest…
“Ik denk dat de vervangingspool wel zijn werk gedaan heeft, ik heb momenteel wel geen goed zicht op wat er dit jaar wel en niet is gebeurd. Er zullen zeker een paar scholen zijn die buiten de vervangingspool gaan werken. Als je een vacature hebt, en je weet een leraar zitten die bereid is naar je school te komen, dan ga je niet eerst naar de pool gaan om dan weer terug te keren? Dan is dat rechtstreeks veel eenvoudiger. Die pool was bedoeld om mensen zekerheid te geven. Wat ga je nu krijgen? Die kleine interims gaan ook weer overschieten want men gaat natuurlijk opteren voor een volledige job van iemand die uit het onderwijs stapt of op pensioen gaat. Het poolwerk om van de ene school naar de andere te gaan depanneren, dat is veruit het minst aantrekkelijk van allemaal.”

Daar kan ik inkomen, maar als een school nu met een tijdelijk zieke leerkracht zit, en men kan dat gaatje moeilijk opvullen doordat er al leerkrachten te kort zijn, dan kan zo’n pool misschien wel een oplossing bieden?
“Het zou kunnen, maar in die pool moet je ook nog mensen hebben natuurlijk. Ik ga ervan uit dat er te weinig mensen in de pool gaan zitten omdat die al langs een andere kant een job gevonden zullen hebben.”

De koppigheid van de VLD

Stel dat u minister van Onderwijs was, zou u het voorstel van het optrekken van de leeftijd voor TBS ook zomaar lanceren, of zou u vooraf overleg hebben gepleegd met de bonden?
“Ewel, dit zou het laatste zijn dat ik ooit in mijne kop zou gestoken hebben. Op zo’n brutale manier… De minister heeft niet nagedacht, hoegenaamd niet. Een sociale maatregel breek je niet unilateraal af, bovendien moest zij heel goed weten dat raken aan de 55+-regeling eigenlijk een uitnodiging tot weerstand was. De Franstalige minister van Onderwijs Hazet heeft in Ter Zake een heel duidelijke verklaring gedaan. ‘Toucher 55+, c’est évoquer la révolution.’ Dat is heel duidelijk. Dit is een stommiteit van jewelste, van zowel de onderwijsminister als de Vlaamse regering.”

Tot slot nog een hypothetische vraag: stel dat Vanderpoorten de maatregel alsnog zonder het akkoord van de vakbonden zou doorduwen, zoals ze eerder al dreigde te doen, wat staat er dan te gebeuren? Jullie dreigen met weken, maanden, desnoods zelfs jaren actievoeren. Menen jullie dat?
“Het antwoord is ja. Dit is al beslist. Als de regering niet tegemoetkomt aan onze vraag om voor de min-vijftigers een volwaardige oplossing te bieden, dan zijn er opnieuw acties vanaf januari. Maar we gaan er wel voor zorgen dat de publieke opinie goed ingelicht is, dat ze weten waarover het gaat. We moeten duidelijk maken dat het sociaal element van die 55+ niet zomaar onderuit kan worden gehaald.”

Zou bij aanhoudende acties minister Vanderpoorten ontslag nemen, of ziet u de hele regering vallen?
“(lacht) Dat is nogal een hypothetische vraag natuurlijk. De regering van vandaag hangt met haken en ogen aan elkaar. In vroegere tijden zou je gedacht hebben dat de regering overmorgen zou vallen. De ervaring in de laatste weken leert ons dat er wel veel gebakkeleid wordt onder elkaar, maar dat ze als puntje bij paaltje komt, dan toch overeind blijft. Ik zie de regering dus nog niet meteen vallen. Wat mij betreft mag Vanderpoorten morgen opstappen. Ze heeft ondertussen duidelijk laten voelen dat ze geen goeie onderwijsminister is. Maar of ze dat zal doen omdat ik dat nu zeg, dat is een andere vraag. In de politiek van vandaag zie ik haar ook nog niet te vlug opstappen, want ze moet nu de koppigheid van de VLD belichamen, en ik heb de indruk dat ze bereid is dat te doen.”


Auteur: Lien Leroy
Met dank aan: De Middag

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons