Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

Politics.be sprak met minister Jef Tavernier (Agalev)

Aandoenlijk waren de beelden van Agalev-fractieleider Jef Tavernier op weg naar het paleis om er de eed af te leggen in de handen van Zijne Majesteit.Ovidius had deze metamorfose niet kunnen bedenken. Jef stond zelf versteld toen hij zich in een autoruit in het vizier kreeg: een gardiaan van de Ongeschoeide Karmelieten die zijn kap over da haag had gegooid en zich door Boss had laten kleden, een boskabouter die de weg was ingeslagen naar de grotemensenwereld. (De Standaard 15 september 2002)
Als je zoiets over iemand leest smaakt dat naar meer, we trokken naar de heer Tavernier z’n kabinet en ontmoetten een aimabele, groene econoom.
Lees verder...

Aandoenlijk waren de beelden van Agalev-fractieleider Jef Tavernier op weg naar het paleis om er de eed af te leggen in de handen van Zijne Majesteit.Ovidius had deze metamorfose niet kunnen bedenken. Jef stond zelf versteld toen hij zich in een autoruit in het vizier kreeg: een gardiaan van de Ongeschoeide Karmelieten die zijn kap over da haag had gegooid en zich door Boss had laten kleden, een boskabouter die de weg was ingeslagen naar de grotemensenwereld. (De Standaard 15 september 2002)
Als je zoiets over iemand leest smaakt dat naar meer, we trokken naar de heer Tavernier z’n kabinet en ontmoetten een aimabele, groene econoom.

Meneer Tavernier, vindt U zelf dat U veranderd bent sinds U minister bent?
Neen dat denk ik niet. Uiteraard moet je jezelf hier en daar vestimentair aanpassen, als je naar de koning gaat. Want ik weet dat er twee mensen een das mee hadden voor mij, voor het geval ik er zelf geen bij zou gehad hebben. Daar maakt men natuurlijk een in de pers een hot-item van, de pers zat van die middag al te vissen of ik zou voorgedragen worden als kandidaat- minister en een VTM-journalist maakte er dan de ultieme vraag van of ik een das zou dragen of niet.

U wist zelf ook niet of U voorgedragen zou worden of niet?
Neen, ik wist het wel. De pers mocht dat natuurlijk niet weten. Het is als volgt gegaan: de fractie droeg iemand voor, daarna moest het partijbestuur ook iemand voordragen, als die 2 voordrachten dezelfde zijn dan is het nogal logisch dat degene die de officiële voordracht moest doen, de politieke raad, die adviezen volgt, maar natuurlijk is het de koning die beslist. De pers wilde dus voor de politieke raad al de naam hebben en dan gaat men dus spelletjes spelen, andere namen noemen enz., best wel plezant eigenlijk.

Dat de keuze op U viel was blijkbaar nogal vanzelfsprekend?
Neen, helemaal niet, daar is 2 keer over gesproken en dat ging nogal in dezelfde richting, er was geen ideale oplossing en uiteindelijk was dit dan de beste noodoplossing.

Heeft Mevrouw Aelvoet U raadgegeven toen U minister werd, bv. Om beter op te letten tijdens de kernkabinetten?
Ze heeft gezegd, “Doe je ding”. Het is een moeilijke periode geweest en ik, Agalev en zeker Mevrouw Aelvoet hebben daar lessen uit getrokken. Ik zie haar nog regelmatig en ik consulteer haar dan wat normaal is want zij heeft een grote ervaring.

Vindt U niet dat Agalev door heel de Nepal-crisis een stuk van z’n geloofwaardigheid is verloren?
Nee, ik stel vast dat wij eigenlijk de enige partij zijn die heel die wapenverkoop ter discussie gesteld hebben. De andere meerderheidspartijen hebben, ook in intern debat, weinig hierover gezegd en dat heeft geleid tot een zeer moeilijk debat.
Twee, je moet begrijpen dat de besluitvorming zeer onzorgvuldig gebeurd is. Hiermee bedoel ik het volgende: een zeer late agendering van het punt op de kern. Dat betekent: ’s avonds wordt er een agenda punt toegevoegd dat ’s anderendaags ’s morgensvroeg om 08.00u besproken wordt en heel dikwijls in een chaotische besluitvormingssfeer op een moment dat er zeer veel parlementaire debatten bezig waren. Van zo’n kernkabinetsvergadering wordt er geen verslag gemaakt, de ministers in kwestie worden verondersteld alles te onthouden en dit wil ik veranderen. Wat mij betreft moet dat kernkabinet een beleidsvoorbereidend iets zijn, waar besproken wordt in welke richting we gaan, maar niet waar er beslissingen genomen worden die ook de partijen en de fracties onmiddellijk binden. Hoe kan je mensen binden die je niet hebt kunnen raadplegen, die dus ook de orde van de dag niet op voorhand kennen. Ik stel daarom de werking van het kernkabinet in vraag. Op dat vlak denk ik dat men nu iets zorgvuldiger de discussies voert, in ieder geval wat mij betreft. Zo heb ik al een paar dossiers die laattijdig aankwamen laten verdagen en schrijf ik nu onmiddellijk de genomen beslissingen op en communiceer ik dat ook intern, zodanig dat men weet welke punten zijn aangeraakt en dat men zich niet alle vergaderingen van maanden geleden moet herinneren.
De andere leden van het kernkabinet doen dat misschien ook intern, maar zij noteren waarschijnlijk andere besluiten dan ik, het is toch de bedoeling van een vergadering dat er een verslag wordt opgesteld en dat dat wordt goedgekeurd, en dat gebeurt daar dus niet.
Er zijn natuurlijk informele momenten dat je elkaar wat aftast, maar op formele momenten moet je van beslissingen akte nemen.

Hoe komt een econoom zoals u eigenlijk terecht bij een partij als Agalev, met een, in mijn ogen onrealistisch programma?
Ik denk dat groenen echte economen zijn. Economie is de wetenschap om met zo weinig mogelijk middelen, zoveel mogelijk resultaat te krijgen. Op ecologisch vlak doe je dat dus ook, zo veel mogelijk resultaat boeken door zo weinig mogelijk beroep te doen op de productiefactoren.1 van die productie factoren is de natuur, de grondstoffen; de lucht, het water, enz.
Wat is het verschil tussen klassieke economen, liberale economen, en de groene economen? Dat is dat de definitie van economie bij de groene econoom niet wordt beperkt tot het nu, het onmiddellijke resultaat. Ik kijk niet alleen naar het effect nu, maar ook naar het effect binnen afzienbare tijd, maar mijn doelstelling blijft dezelfde. Bovendien kijk ik niet alleen naar wat het voor mij betekent, maar ook naar wat het voor de gemeenschap betekent en voor andere landen. Dus als je de definitie neemt en je beperkt je niet alleen tot het individu en het materiële maar je neemt ook de volgende generaties en de andere landen erbij, dan zit je in een perfect economisch verhaal.

Dan maak ik de bedenking dat deze aanpak nefaste gevolgen kan hebben bij verkiezingen, de burger wil immers resultaten zien.
Dat is dus het probleem. Daarom is de groene boodschap ook zo moeilijk over te brengen. Bepaalde handelingen kunnen nu wel een positief effect hebben, maar de burger moet ook kijken naar de eventuele negatieve gevolgen voor later, voor de volgende generatie. Bv.: Om je van punt A naar punt B te verplaatsen is dat het gemakkelijkste met de auto, dat is juist als je als individu denkt, maar als 10.000den individuen er zo over denken, dan sta je in de file en is het openbaar vervoer sneller. Met luchtvervuiling hetzelfde, het gevolg is niet dat je nu doodvalt, maar wel dat je misschien generaties gaat krijgen met enorme problemen zoals astma en neus-keel-oor problemen. Fabrieken die 15 jaar geleden failliet zijn gegaan en die alles in de grond steken, hebben daar geen moeilijkheden mee, maar 15 jaar later zitten we met vervuilde industriegronden, de zogenaamde brown fields. Het onmiddellijk winstbejag primeert dus op de vervuiling, wat ervoor zorgt dat je later meer betaalt aan zuivering dan dat je zou betaald hebben indien je ineens dat afval op een grondige manier zou verwijderd hebben.

Wat is uw standpunt omtrent de Ijzeren Rijn in dat geval?
Je krijgt ondanks een perfect economisch verhaal ongetwijfeld conflicten. Je krijgt zelfs binnen de milieubewegingen conflicten, bv. Hetgeen dat voor het transport en de luchtvervuiling is voor de ene goed voor de fauna en voor de ander voor de flora, zo’n botsingen krijg je dus. Er is dus zelfs binnen de groene jongens afweging van belangen. Tussen Agalev en Ecolo lopen de belangen gelukkig vrij gelijk, maar zij hebben bv. ook minder aandacht voor de aanplanting van bossen, omdat er in Wallonië nu eenmaal nog veel bosgebieden zijn.

In uw achterban zitten er veel anti-globalisten, hoe denkt U persoonlijk over de vrijhandel, wat volgens mij een oplossing zou zijn voor veel noord-zuid problemen, want daar vind ik in het anti-globalistische discour niks van terug?
Ten eerste vind ik het belangrijk dat je niet moet spreken van een anti-globalistische beweging maar van een anders- globalistische beweging, dat wil zeggen dat dat zeer internationaal ingestelde mensen zijn. Waarbij het belangrijk is dat je bij internationale handel ook de milieueffecten ten volle in rekening brengt.1 van de belangrijke milieukosten die niet in rekening gebracht wordt is het transport, men subsidieert de haven en de dokken die gebouwd worden, dat wordt allemaal niet verrekend in de kostprijs van een product, da’s één ding.
Ten tweede, je moet er rekening mee houden dat internationalisering van de handel, zeker van de productie, dat dat niet tot doel heeft van bepaalde dingen die in het ene land niet meer mogen, in een ander land wel te doen. Hierbij verwijs ik naar sommige productieprocessen, vormen van kinderarbeid, ook van sociale uitbuiting. Dan krijg je dus absolute en relatieve kostenverschillen tussen producten uit verschillende landen maar dat men geen rekening houdt met de verschillende reglementeringen omtrent productieprocessen. Zulke toestanden lukt een reactie uit van bv. de anders-globalisten.
In West Europa kennen we een sociaal gecorrigeerde markteconomie, waar de uitwassen uit zijn gehaald, maar in andere werelddelen stelt men vast dat die uitwassen nog wel aanwezig zijn; dat multinationals in verschillende landen ook een verschillend beleid voeren.

Uw partij is voor de migrantenquota, bv. dat men in bedrijven een verplicht aantal allochtonen moet aannemen, hoe staat U daar tegenover? Volgens mij werkt dit de integratie tegen, positieve discriminatie leidt niet tot een gemakkelijkere integratie.
Ik denk dat de quota die voorgesteld worden eigenlijk een noodoplossing zijn. Een noodoplossing niet in de zin van positieve discriminatie, maar in het tegengaan van discriminatie. Je moet vertrekken van de realiteit, dan zie je dat jongens, meisjes hebben daar blijkbaar minder problemen mee, niet aan de bak komen, voor een deel omdat ze gediscrimineerd worden. Als je dit als overheid vaststelt dan moet je dat rechttrekken door positieve discriminatie, die quota dus. Ik beschouw dit dus niet als een ideaal maar als een noodoplossing.

Er is toch wel een oplossing, men bericht in de krant dat er meer en meer allochtone jongeren een vak gaan leren in het beroepsonderwijs, tegelijk promoot men overal het aanleren van een stiel, omdat er mensen in het ASO zitten die daar niet thuishoren. Kunnen die migranten dan dat gat in het beroeps niet opvullen en in die sector gaan werken?
Dat kan je doen op voorwaarde dat de maatschappij hen daarna een eerlijke kans geeft en op voorwaarde dat de maatschappij het beroeps en technisch onderwijs niet als minderwaardig beschouwt. Het cascadesysteem kent iedereen toch, van mij mogen ze een stiel leren, maar dan moeten ze ook de kans krijgen om later door te kunnen stoten naar andere studies. Eigenlijk zouden ook heel wat “blanken” in het beroepsonderwijs moeten zitten, die in het algemeen onderwijs niet thuishoren. Het komt erop neer dat het gevaarlijk is om in de maatschappij groepen mensen te discrimineren. Pas het economisch principe op deze materie toe; op korte termijn geen enkel probleem, maar vroeg of laat komen er tekorten in bepaalde sectoren en zijn er wel problemen. Ik denk ook dat fabrieken waar zogezegd veel racisten werken, na het aannemen van enkele allochtonen er al veel minder zullen tellen. Natuurlijk zijn er uitzonderingen, men moet ook geen problemen gaan zoeken. Je moet die dingen begeleiden, het is niet automatisch opgelost door wat meer allochtonen aan te werven, ik denk dat je zowel bij de Belgen als bij de allochtonen smeerlappen en goede gasten vindt.

Wat is uw visie op het terugbetalen van medische kosten aan mensen die duidelijk ongezond leven?
Het probleem is dat je daar geconfronteerd wordt met de gevolgen van een ongezonde levenswijze, en op het moment dat iemand ziek is kan ja een terugbetaling dan moeilijk weigeren. Je moet daar preventief werken en proberen mensen te overtuigen om gezonder te gaan leven, te eten en te drinken. Als ik kijk naar het studentenmilieu denk ik dat er nog veel werk aan de winkel is. Men aanvaardt het dikwijls maar achteraf als het te laat is.

Hoe reageert U dan op het protest van de medische wereld op de campagne van Mieke Vogels ervoor pleit dat een maatje meer kan?
Het gaat hem daar over je psychologische welzijn, laat je niet vastpinnen op een ideaal beeld dat men geeft. Ik zal het zo stellen: één maatje meer, daar kan je met leven, maar 2 maatjes meer, dan begint het een probleem te worden.

Beschouwt U het als een triomf tegenover Pieter De Crem om de eerste minister uit Aalter te zijn?
De CD&V heeft al jaren een absolute meerderheid in Aalter, in de jaren dat ik in de politiek zit is die meerderheid al afgekalfd van 65 naar 52 percent. Met Agalev halen we in Aalter de hoogste score van Vlaanderen, 18 percent. Dus ik beschouw dat helemaal niet als een slecht resultaat en ik triomfeer dus ook niet. Ik ben blij minister te zijn en vind de uitspraak van De Crem, liever grote baas in Aalter dan kleine dienaar in Brussel, dan ook niet juist. Ik dien graag het algemeen belang en ik vind niet dat je in de politiek moet stappen met de motivatie om “grote baas” te worden. We hebben gezien tot wat dat kan leiden, dit weekend op het CD&V congres. Als het is om grote baas te worden dan moeten de mensen niet op mij stemmen.

U heeft al bekend gemaakt dat U enkel op de lijst voor de kamer zal staan en niet opkomt voor de senaat, hoe ziet U de evolutie waar veel collega’s van U dat wel doen?
Ik denk dat de provinciale kieskringen goed zijn, maar dat hoe dan ook de partijen beslissen wie er verkozen wordt. Of men nu het opvolgerssysteem gebruikt of niet, de partijen zullen altijd de lijsten samenstellen op zo’n manier dat er verkozen wordt wie men wil. (Tavernier legt ons ook uit waarom, maar doet dit zo uitvoerig dat er een ander artikel aan zou moeten gewijd worden)Ik vind wel dat men consequent moet zijn en ofwel overal het opvolgerssysteem moet toepassen ofwel nergens.

Meneer Tavernier, hartelijk bedankt voor dit interview…

Gilles Van der Stuyft & Patrice Cop

Dit interview werd overgenomen, met toestemming van de auteurs, uit "blauwdruk"

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons