Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

Franse presidentsverkiezingen 2007

De Franse kiezer trekt voor de eerste maal op 22 april 2007 naar de stembus. Hoogstwaarschijnlijk komt er een tweede rond aan te pas en dan worden de Fransen opnieuw paraat verwacht op 6 mei 2007. In principe als een kandidaat de absolute meerderheid (50% + 1) behaalt, zijn de verkiezingen onmiddellijk afgelopen. Het meest voor de hand liggende scenario is dat er een tweede rond dient te komen, dan is een gewone meerderheid genoeg om het presidentiële ambt te bekleden.

In 2007 zit de eerste korte termijn van een Franse president erop. In 2000 bepaalden de Fransen na een referendum dat een ambtstermijn niet langer 7 jaar, maar slechts 5 jaar kan duren. Bij de laatste (voorlopig) legislatuur van Chirac, die inging in 2002, werd de nieuwe wet van kracht.

Wie het ook wordt voor de volgende vijf jaar, hij of zij moet voldoen aan enkele voorwaarden. De kandidaat moet de leeftijd hebben bereikt van 23 jaar, de Franse nationaliteit hebben en nog in het bezit zijn van al zijn/haar politieke en burgerlijke rechten. Daarenboven moeten er 500 handtekeningen gevonden worden van verkozenen uit 30 departementen. Dit peterschap lijkt vooralsnog problemen op te leveren voor enkele kandidaten. Elke kandidaat-president heeft tot 22 februari de tijd om hun “peters” te vinden.

Kandidaten

Voor 2007 zit er een record aan te komen. Tot nu toe zal de Franse kiezer de keuze hebben tussen maar liefst 23 kandidaten (de lijst is echter pas definitief wanneer ze door de regering vrijgegeven wordt, ongeveer twee weken voor de eerste verkiezingsronde). Van namen als Sarkozy, de Villepin, Le Pen en Royal kijkt niemand op. Dat José Bové erbij is, is dan wel weer een verrassing. Voor we de grote lijnen uittekenen van de jongste presidentiële campagne even een kort portret van de belangrijkste deelnemers.

1. Nicolas Sarkozy (UMP)


Deze zoon van Hongaarse vluchtelingen maakte een steile opgang in de politieke wereld. Op zijn 28ste was hij al burgemeester van een Parijse voorstad. Tien jaar later beheerde hij een ministerportefeuille. Zijn ster schoot de hoogte in dankzij zijn goede banden met Chirac. In 1995 valt hij echter uit de gratie van de Franse president. Pas in 2002 maakt Sarkozy zijn heroptreden onder premier Raffarin. De jonge hond is intussen een geslepen vos.

In 2005 werpt hij zich op als de Minister van Binnenlandse Zaken waarmee niet gesold wordt. Tijdens zijn bezoek aan de Parijse voorsteden, die toentertijd in lichterlaaie stonden, noemde hij de rebelleerde jongeren uitschot. Een uitspraak die hem naast de bekendheid ook heel wat tegenwind opleverde. Meer dan ooit tevoren is hij het boegbeeld van gematigd rechts. Hij is dan ook de enige voorgedragen partijkandidaat.

2. Ségolène Royal (PS)


Een frisse wind waait door de socialistische partij. Royal haalde het in de voorverkiezingen binnen de eigen rangen van Dominique Strauss-Kahn en Laurent Fabius, niet van de minsten. 60% van de socialisten schaarden zich achter het nieuwe boegbeeld van de partij. Samen met François Hollande , haar echtgenoot, vormt ze een gezin waar de Fransen gek op zijn. Ze is niet de harde politica maar spreekt het woord van het volk. Desondanks leek het koppel even voor problemen te zorgen toen ook Hollande ambities koesterde voor de komende verkiezingen.

In de aanloop naar de presidentiële verkiezingen profileert ze zich vooral op het terrein van het onderwijs, gezin en milieu. Hoewel ze het rechtse vocabularium schuwt, deint ze er niet voor terug om voorstellen uit de eigen partij kritisch te bekijken. Zo gaf ze uitgebreid commentaar op de 35-urenweek wat haar op fronsende blikken van partijgenoten kwam te staan. Verschillende peilingen roepen Royal uit als de te kloppen favoriet. Verwacht wordt dat het op 6 mei een nek-aan-nekrace zal zijn met Sarkozy.

3. Jacques Chirac (UMP)


Voormalig burgemeester van Parijs, ex-minister, ooit nog premier en nu al sinds 1995 president van Frankrijk. Bij zijn herverkiezing in 2002 won hij de tweede ronde met ruim 80% van Le Pen. In een bikkelharde eerste ronde werd hij door de oppositie meedogenloos aangepakt en voortdurend ‘supermenteur’ (superleugenaar) genoemd.

Het is absoluut nog niet zeker of Chirac zich kandidaat zal stellen. In eerste instantie wees hij een nieuwe ambtstermijn van de hand maar de jongste tijd laat hij vaker uitschijnen dat hij toch nog eens meedingt. Nu zijn uit de gratie gevallen poulain, gesteund door de UMP, een gooi doet naar het ambt, denkt Chirac alles nog eens over. Het is geen geheim dat het water tussen partijgenoten Chirac en Sarkozy erg diep is. Enerzijds zou een ideologisch verschil aan de basis liggen maar anderzijds zou het verraad van 1995 nog diepe wonden hebben nagelaten (toen koos Sarkozy ervoor om de tegenkandidaat van Chirac te steunen).

Erg populair is Chirac niet. In een laatste opiniepeiling, het Franse publiek houdt nu eenmaal erg van de sondages, was maar liefst 80% van het publiek tegenstander van een nieuwe ambtstermijn van Chirac. Hoewel zijn deelname niet zeker is, en bij een eventueel kandidaatstelling de kans klein is dat hij potten zal breken, is Chirac een niet te onderschatten tegen- of medestander. Voor alle duidelijkheid: Chirac zou, volledig onder voorbehoud, deelnemen als onafhankelijke kandidaat. De UMP ondersteunt enkel de kandidatuur van Sarkozy.

4. Dominique de Villepin (UMP)


Eind oktober 2006 begon ook de Villepin mysterieus te doen over een eventuele kandidatuur. Toen beloofde hij in het eerste trimester van 2007 een definitieve verklaring af te leggen. Tot nu toe blijft alles stil rond de Franse premier.

Net zoals Chirac heeft ook de Villepin een ietwat aparte relatie met partijgenoot Sarkozy. Beide heren hebben een compleet verschillende politieke strategie. Chirac staat ideologisch veel dichter bij zijn premier dan bij Nicolas Sarkozy.

Hoe de kaarten precies liggen is voor niemand geheel duidelijk. Zijn eigen kandidatuur houdt hij net als de president in beraad. Tegelijkertijd roept hij wel zijn partij, de UMP, op om de rangen te sluiten als het gaat om Sarkozy. Verdeeldheid wil hij naar eigen zeggen niet zaaien. Voorlopig ziet premier de Villepin geen tegenstrijdigheden in zijn verklaringen.

5. José Bové


Sinds jaar en dag is José Bové het uithangbord van de burgerlijke ongehoorzaamheid in Frankrijk. Vooral zijn protestacties tegen het genetisch modificeren van gewassen deed heel wat stof opwaaien. Nu neemt hij het ook op tegen de neoliberale globalisering en wat heet “la malbouffe”, de eetcultuur met fastfoodrestaurant McDonalds als exponent.

Eind vorig jaar had Bové er nog op gehoopt om als enige het uithangbord van de antiliberale beweging te worden. Daar is hij (voorlopig) niet in geslaagd. Zijn deelname is voorlopig nog niet officieel wel maakte hij bekend dat hij zijn kandidaatstelling op 1 februari 2007 officieel zal bevestigen.

Voorlopig worstelt Bové nog met een richtlijn waaraan hij moet voldoen om officieel kandidaat te zijn voor de presidentsverkiezingen. Hij is druk in de weer om 500 handtekeningen te verzamelen van verkozenen uit dertig departementen (momenteel heeft hij er 200). Als dit hem lukt, ligt er niets in de weg om de handschoen op te nemen tegen Sarkozy en Royal.

6. Jean-Marie Le Pen (FN)


Le Pen is niet meer van de jongsten (1928). Hij kan wel vertrouwen op een jarenlange ervaring. De verkiezingen van 2007 zouden zijn vijfde poging zijn om Frans president te worden. In 2002 baarde hij opzien toen hij ex-premier Jospin wist te wippen en lijnrecht tegenover Chirac stond in de tweede ronde.

Le Pen is altijd een omstreden figuur geweest. Zijn extreem-rechtse partij is bij het grote publiek niet geliefd maar hij slaagde er in 2004 wel in om herverkozen te worden in het Europees Parlement. In de aanloop naar de jongste verkiezingen verfoeide hij het reglement meermaals. Vooral de paragraaf over de 500 benodigde handtekeningen is hem een doorn in het oog.

Of Le Pen er zal in slagen zijn kandidatuur te laten valideren blijft maar zeer de vraag. De FN heeft geen 500 verkozenen in 30 verschillende departementen. De partij moet er dus op hopen dat politieke tegenstanders hulp willen verlenen. Daar staan deze uiteraard niet om te springen. Daarenboven wordt de lijst van de steunverleners openbaar gemaakt wat voor sommigen een gewisse politieke dood zou betekenen.

Veel steun heeft Le Pen niet. Er werd maar mak gereageerd onder de nationalisten toen Le Pen opriep tot een unie van patriotten. De sterke man van het FN liet niet na te benadrukken dat hij uiteraard de eerste plaats van zo’n unie zou bekleden. Nu blijft het de vraag of hij überhaupt een plaats zal hebben op 22 april.

7. Marie-George Buffet (PCF)


Buffet is een van de kandidaten waarvan Bové had gehoopt dat ze aan zijn zijde zouden strijden. De partijsecretaris van de Franse communisten, de PCF, dacht er duidelijk anders over. Ervaring heeft ze wel: in het kabinet Jospin was ze minister voor Sport. Toen trok ze fel van leer tegen doping.

Buffet heeft een handicap en dat is de media. Ze houdt er niet van om in de spotlights te staan. Op de achtergrond haar werk doen, daar voelt ze zich het best. Toch is ze niet bang van een boude uispraak. Zo noemde ze Sarkozy onomwonden een gevaar voor de democratie.

Voor de PS is de verdeling aan de extreem-linkse zijde uiteraard een opsteker. De verdeling speelt in het voordeel van de gematigd linksen en zij hopen er dan ook de vruchten van te plukken. In de laatste peiling haalde Buffet 3%.

8. Olivier Besancenot (LCR)


Een erg jonge kandidaat (33 jaar) verdedigt de belangen van de zoveelste linkse partij: de LCR (La ligue communistes révolutionnaires). De prioriteiten liggen vooral op het domein van de herverdeling van de rijkdom en het verhogen van de minimumlonen. Bij de laatste Europese verkiezingen bleek de formule niet aan te slaan bij het grote publiek. De behaalde 2,78% was ruim onvoldoende om een zetel te halen.

Besancenot vecht momenteel nog om de benodigde 500 handtekeningen te verkrijgen. Momenteel blijft hij steken op 370. Meermaals beklaagde de jonge communistische postbode zich erover dat de PS oproepen lanceert om geen kandidaten te steunen van andere partijen. Hoewel sommige socialistische mandatarissen openlijk hun sympathie betuigden voor de LCR, werd hun door de PS-top opgedragen om géén steun te verlenen.

9. Arlette Laguiller (LO)


In 1974 was ze de eerste vrouwelijke presidentskandidate. Ze was echter kansloos en haalde amper 600.000 stemmen. Vooralsnog geeft ze niet op want ook in 1981, 1988, 1995 en 2002 streed ze voor het presidentiële ambt. Vijf jaar geleden haalde ze toch al 5, 72% van de stemmen (toen was ze de vijfde van 16 kandidaten).

Als trotskiste is ze ook dit jaar weer kansloos. Maar met het haar Lutte Ouvrière zet ze de strijd verder. Haar handtekeningen had ze al snel bij elkaar. Misschien zijn toch meer Fransen overtuigd van haar competenties dan de cijfers laten uitschijnen. Van 1999 tot 2004 zetelde ze in het Europese Parlement, maar of dit een voordeel is bij het anti-Europese Frankrijk blijft maar de vraag.

Leuk weetje: bij bepaalde verkiezingen trekt het LO samen met het LCR naar de kiezer. Dat was het geval bij de jongste Europese verkiezingen.

10. François Bayrou (UDF)


Ooit was hij minister van Onderwijs, nu is hij voorzitter van zijn partij, de Unie voor de Franse democratie. Hij is een tegenstander van het beleid van de Villepin en de UMP in het algemeen. Daarnaast is hij een grote voorstander van het federale Europa, maar wil Turkije er niet bij. In 2005 voerde hij een positieve campagne voor de Europese Grondwet, tevergeefs.

In de vorige presidentiële campagne in 2002, deed hij het lang niet slecht. Toen overtuigde hij 6,84% van de kiezers. Nu vreest hij dat Frankrijk niet langer onpartijdig is. Volgens Bayrou focust de media zich al te vaak op Royal en Sarkozy en zet daarmee de overige kandidaten uit de wind.


Auteur: PieterJan Viaene (m.m.v. Frederik Bruneel)

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons