Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

China’s Afrikaoffensief

Het is amper twee maanden geleden dat de Chinese president Hu Jintao 38 Afrikaanse staatshoofden ontving op een grootse conferentie in Peking. Deze week zette het presidentiële vliegtuig opnieuw koers naar het Afrikaanse continent. Het is China menens om zijn invloed in Afrika te versterken, maar of de Afrikanen daar zelf beter van worden, is hoogst twijfelachtig.

De Chinese ambities in Afrika zijn duidelijk. Enerzijds wil de Volksrepubliek de diplomatieke erkenning van alle Afrikaanse staten. Daarmee hoopt het rivaal Taiwan verder in politieke quarantaine te drijven. Anderzijds is er de economische agenda. Omdat het Westen een groot deel van zijn industriële productie heeft uitbesteed, is het niet meer dan logisch dat China zich toegang wil verschaffen tot strategische grondstoffenvoorraden om de economische motor draaiende te houden. Afrika heeft in dit opzicht veel te bieden en bovendien blijken de plaatselijke elites niet zo’n taaie onderhandelingspartners in vergelijking tot mijnbouwreuzen zoals Rusland, Brazilië en Canada. Verder beschouwen talrijke bedrijven de Afrikaanse markt als een uitwijkmogelijkheid voor de oververzadigde binnenlandse economie.Vooral uitvoerders van goedkope gebruiksgoederen zien in de zwarte consumenten een potentiële klant. Hightechbedrijven schuimen het continent dan weer af op zoek naar kansen om hun waar uit te testen alvorens zich op de veeleisende Westerse markt te storten. Peking heeft dus redenen genoeg om Afrika te vriend te houden.

China’s Afrikaoffensief bestaat uit een uitgekiende mix van tactieken. De strategie wil in eerste instantie voorkomen dat de nog jonge Chinese bedrijven een bitse concurrentieslag moeten leveren met slagkrachtige multinationals. Daarom verkiest Peking diplomatie boven business-to-business-contacten. Allereerst tracht het regimes te paaien door géén politieke voorwaarden te stellen voor economische samenwerking. Zaken zijn zaken, of er nu sprake is van mensenrechtenschendingen, corrupt bestuur of geweld. In tegenstelling tot Europa en de Verenigde Staten eist de Volksrepubliek niet dat de overheid zijn handen afhoudt van de markt. Politieke controle is voor de Chinese staatsbedrijven voordeliger dan de vrije concurrentie. Het komt de Chinezen er dus op aan politieke zakenpartners zoveel mogelijk op het gemak te stellen.

Daarna wordt de portefeuille boven gehaald. 85 miljard dollar zou de omvang zijn van het aantal overheidsleningen dat China de afgelopen tien jaar aan Afrika heeft verstrekt. Hiermee heeft de Volksrepubliek zich opgewerkt tot één van de belangrijkste kredietverleners aan de derde wereld. Ook met investeringen in wegen, ziekenhuizen en communicatie weet Peking autoriteiten te overtuigen hun mijnputten en oliereserves open te stellen.

De resultaten spreken voor zich. Op vijf na hebben alle Afrikaanse staten de diplomatieke betrekkingen met Taiwan opgezegd en de plooien met Peking glad gestreken. Het aandeel van China in de Afrikaanse handel stijgt zienderogen en zal de positie van de Europese Unie binnen goed tien jaar overtreffen. In olieproducerende landen zoals Angola, Nigeria en Soedan heeft de Volksrepubliek zich meester gemaakt van gemiddeld 35 procent van de uitvoer. Zonder twijfel heroriënteert Afrika zich dus op Azië. De Zimbabwaanse president Mugabe verwoordde dit als volgt:’Wij richten ons naar het Oosten, waar de zon opgaat, en niet langer naar het Westen, waar de duisternis is ingetreden.’

Het pact dat China heeft afgesloten met de politieke elites van Afrika brengt echter weinig zoden aan de dijk voor de meerderheid van de Afrikaanse bevolking. Weliswaar genieten verschillende landen van hogere grondstoffenprijzen en investeert China méér dan een pak Europese landen samen. Maar het bevestigt ook Afrika in zijn rol als mijnput van de wereld zonder dat het de kansen krijgt zich op te werken in andere sectoren.

Ruim 90 procent van de Chinese import bestaat uit natuurlijke rijkdommen. De tomeloze industrialisatie van de Aziatische gigant leidde reeds tot een sociaal bloedbad in honderden Afrikaanse fabrieken. Het stemt ook weinig tot optimisme dat Chinese bedrijven hun projecten in Afrika grotendeels uitvoeren met Chinese arbeiders: eigen werkvolk eerst!
Doordat Peking de politieke toplaag versterkt in zijn positie als poortwachters van het continent, lijkt de kans op democratie en goed bestuur verder te worden ondermijnd. China verhindert het ontstaan van een assertieve middenklasse. Het blaast de patronagenetwerken van krokodillen nieuw leven in. Doordat Chinese diplomaten in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties voortdurend op de rem gaan staan, kunnen malafide lui ongestraft hun gang gaan. Omar al-Bashir, de Soedanese president, mag China op zijn blote knieën danken dat hij nog steeds in het zadel zit. Niet alleen blokkeerde de Volksrepubliek internationale sancties, het verzag Khartoem tevens van wapentuig dat werd ingezet bij het onderdrukken van de rebellen in het zuiden van het land en bij de zuiveringsoperaties in de provincie Darfoer. Hoewel de Chinese regering hardnekkig blijft ontkennen, belanden steeds meer wapens in allerlei conflicthaarden: Congo, Ethiopië, Zimbabwe, enzovoort.
De Chinese diplomatie gedraagt zich als een guerrillastrijder in maatpak. Het beseft dat het nog niet is opgewassen tegen de grote spelers, maar mikt handig op hun zwakke plekken. Afrika is opnieuw in de frontlijn van een internationale opbodpolitiek beland. De Volksrepubliek is vast van plan zijn invloed te versterken en wordt in haar scramble gevolgd door andere groeilanden zoals India. Europa en de Verenigde Staten laten niet over hun kant gaan en houden vast aan hun energiebelangen en strategische overwegingen. Het resultaat is een neerwaartse spiraal waarbij Afrika opnieuw het onderspit zal delven.



Jonathan Holslag
De auteur is verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel. Hij specialiseert zich in strategische kwesties in Azië. Thans leid hij een Europees onderzoek naar de rol van China in de derde wereld.

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons