Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

Dossier: De federale begroting

De federale begroting is een onderwerp dat naar aanleiding van bijvoorbeeld het recente verslag van het Rekenhof meermaals in de actualiteit is gekomen, en in de toekomst wellicht nog brandend actueel zal blijven. Voor een overheid is een begroting misschien wel het belangrijkste wat er is: immers, zonder geld, geen uitgaven, en dus ook een serieuze beknotting van het beleid. Maar wat is nu een begroting precies? Hoe wordt zij opgesteld? Wie controleert de begroting? Waar gaat al dat geld naartoe? De redactie van Politics vlooide de antwoorden op al deze vragen voor u uit, en bundelde haar bevindingen in dit dossier. We hopen dan ook dat het u van dienst kan zijn.

  1. Samenstelling van een begroting

Mocht u, als particulier, zijn aangesloten bij een bank, en u zou uw rekeningafschriften erop nazien, dan zult u wellicht al gemerkt hebben dat al uw inkomsten en uitgaven chronologisch staan geordend. Zo eenvoudig ziet de persoonlijke begroting van Jan Modaal eruit: een samenspel van inkomsten en uitgaven. Punt. Eenvoud siert, toch? Misschien juist daarom dat de Belgische overheid er zo monsterlijk uitziet, want daar is boekhouden een heuse tantaluskwelling.

Sinds de jaren 1970 is België officieel een federaal land geworden met gemeenschappen en gewesten. Deze gemeenschappen en gewesten beschikken over eigen bevoegdheden, en kunnen derhalve ook eigen uitgaven plannen en – zij het beperkt1 – eigen inkomsten vergaren. Daarom dat de boekhoudkundige regels sindsdien gewijzigd is: de federale – de gezamenlijke Belgische overheid om correct te zijn – werkt nu met twee begrotingsentiteiten, namelijk entiteit I en entiteit II. De eerste begrotingsentiteit omvat het saldo (inkomsten – uitgaven) van de federale overheid en de sociale zekerheid. Noteer hierbij dat met ‘saldo van de federale overheid’ bedoeld wordt: het primair saldo (uitgaven zonder staatsschuld noch rentelasten op de staatsschuld) en de rentelasten op de staatsschuld. Begrotingsentiteit II omvat het primair saldo van enerzijds de gemeenschappen en gewesten, en anderzijds de lokale overheden (gemeenten en provincies). Let ook op het feit dat de werking met deze twee begrotingsentiteiten vereist is om conform de ESR 95-normen te zijn2. Schematisch voorgesteld ziet de Belgische begroting er dus als volgt uit:

ENTITEIT I
Federale overheid
Sociale zekerheid
ENTITEIT II
Gemeenschappen & gewesten
Lokale overheden
GEZAMENLIJKE OVERHEID

Let ook op het begrip primair saldo niet te verwarren met het vorderingensaldo. Het vorderingensaldo omvat het saldo van debudgetteringen en het saldo van instellingen van openbaar nut, en verschilt niet veel van het netto te financieren saldo.


  1. Welke actoren stellen de begroting op?

Hoewel de begroting onder de bevoegdheid van de minister van Begroting valt, heeft de regering maar zeer weinig eigen speelruimte. De begroting is immers onderhevig aan verscheidene externe controle-instanties zoals het (federale) parlement en het Rekenhof.

Op de begroting is het principe van de annaliteit van toepassing. Dit wil zeggen dat de begroting steeds betrekking heeft op één volledig kalenderjaar. Normaliter wordt bij de aanvang van het nieuwe kalenderjaar (eind december/begin januari) de begroting gestemd in het federaal parlement – in casu de Kamer van Volksvertegenwoordigers – doorgaans via de programmawet. Deze stemming wordt voorafgegaan door de begrotingsopmaak. Dit is een grondige check-up van de begroting door de federale regering. Ook vinden er jaarlijks vier – per kwartaal minstens één – begrotingscontroles plaats, waarbij ieder overheidsdepartement haar gelden nakijkt. Eventuele bijsturingen kunnen dan nog plaatsvinden.

Een andere essentiële actor is het Rekenhof. Deze instelling is dé waakhond bij uitstek van de begroting. Artikel 180 van de Belgische grondwet bepaalt dat het Rekenhof belast is met het nazien van de rekeningen van algemeen bestuur. Zo voert het Rekenhof controle uit op het feit of de ontvangsten correct zijn geïnd en in de schatkist zijn gestort. Ook verleent het Hof adviezen aan de parlementsleden als hulp bij de stemming over de begroting.


  1. Hoe ontvangt de overheid haar inkomsten?

U kent ongetwijfeld wel die grote bruine enveloppen die bij u in de bus vallen. Dat zijn belastingsbrieven. Zij vormen dan ook de hoofdmoot van de overheidsinkomsten. De federale overheid is zeer inventief in het heffen van allerlei soorten belastingen, gaande van personenbelasting, belasting op arbeid, roerende voorheffing op beurstransacties, belasting op toegevoegde waarde, ecotaksen, enzovoort. Grosso modo wordt er een onderscheid gemaakt tussen fiscale (alles wat met belastingen te maken heeft; zoals personenbelasting en btw) en niet-fiscale ontvangsten (bv. Leningen). Een andere tweedeling is deze tussen lopende en kapitaalontvangsten. Lopende ontvangsten hebben geen directe vermogensbelasting in de particuliere sector tot gevolg (bv. Indirecte belastingen zoals btw) , terwijl kapitaalontvangsten juist wél een directe invloed uitoefenen op particuliere vermogens uitoefenen (bv. Personenbelasting). Onderstaande tabel geeft de totale ontvangsten van de federale overheid in 2006 weer (initieel)


LOPENDE

88.776,5

FISCALE

86.243,7

Directe belastingen

49.256,3

Douane en accijnzen

9.308,9

BTW en registratierechten

27.678,5

NIET FISCALE

2.532,8

KAPITAALONTVANGSTEN

1.609,5

FISCALE


1.484,0

NIET FISCALE


125,5

TOTAAL


90.386,0

(in miljoen euro)


  1. Waar besteedt de overheid haar geld aan?

Onderstaande tabel schept hier meer duidelijk in. Let wel op: het betreft hier de rijksmiddelenbesteding, wat dus de bestedingen na aftrek van de dotaties aan gemeenschappen en gewesten inhoudt. Aan het einde van de tabel zult u zien dat de federale overheid slechts 46.976,5 miljoen euro uitgeeft. Dit klopt echter niet helemaal: de overheid heeft namelijk ook nog eens 46.566,3 miljoen euro in kluis die zij conform de bijzondere financieringswet aan de gemeenschappen en gewesten moest overdragen.


Dotatiën

435,2

Kanselarij van de Eerste Minister

104,0

Budget en Beheerscontrole

36,9

Personeel en Organisatie

60,5

Informatie- en Communicatietechnologie

28,1

Wetenschapsbeleid

517,0

Justitie

1.466,5

Binnenlandse Zaken

485,4

Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking

1.313,5

Landsverdediging

2.737,0

Federale Politie

1.531,2

Financiën

1.595,0

Regie der Gebouwen

600,0

Pensioenen

5.944,8

Tewerkstelling en Sociaal Overleg

596,5

Sociale Zekerheid

8.926,1

Volksgezondheid en Leefmilieu

268,7

Economie, KMO, Middenstand en Energie

340,4

Mobiliteit en Vervoer

3.398,8

Sociale Integratie en strijd tegen armoede

1.121,0

Rijksschuld

12.857,2

Financiering van de E.U.

2.560,7

Diversen

51,8

TOTAAL

46.976,5


1 De inkomsten die de gemeenschappen en gewesten mogen innen zijn bepaald in de bijzondere financieringswet van 16 januari 1989. Het gaan dan om middelen zoals successierechten, belasting op spelen en weddenschappen, verkeersbelastingen, enz. Deze middelen zijn echter goed voor slechts 20 à 30 procent van de totale inkomsten van de gemeenschappen en gewesten. Voor meer info, zie deze link .

2 ESR 95 staat voor ‘Europees Rekeningensysteem 1995’. Het ESR is uitgevaardigd door de Europese Unie en legt algemene normen op over de manier waarom economische rekeningen van de lidstaten – dus ook de begrotingen – moeten worden voorgelegd. Voor meer informatie, zie http://forum.europa.eu.int/irc/dsis/nfaccount/info/data/esa95/esa95-new.htm (keuze tussen Frans-, Engels- of Duitstalige versie van de website)


BRONNEN

VANDE LANOTTE, J.; België voor Beginners; Brugge; 2005
DE CLERCQ, M.; Economie toegelicht; Antwerpen; 2006
CEDER; De rekeningen van paars; Brussel; 2006; p. 26

www.begroting.be

www.statbel.fgov.be

Auteur: Xavier Meulders

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons